De Odyssee van Medeleven, deel I: de Antarctica Campagne

Sea Shepherd en de illegale Japanse walvisjacht

Informatie over het boek “De Odyssee van Medeleven, de walvisstrijd en mijn inzet voor mens, dier en natuur”

Zaterdag 17 november 2007: aan boord van de Steve Irwin

Na een vermoeiende en vervuilende vliegtuigreis kom ik aan in de droogdokken van Launceston, Tasmanië. Bij een stralend zomers weertje zie ik hem liggen: volledig zwartgeverfd, 60 meter lang, uitgerust met twee radarsystemen, satellietverbinding, helikopter, drie rubberspeedbootjes (de zodiacs) en twee krachtige motoren goed voor maximum snelheid van 17 knopen1. De Steve Irwin, het snelste schip van de Sea Shepherd vloot, ligt trots in het water.

Sea Shepherd – de zeeherder – is een internationale natuurbeschermingsorganisatie, opgericht in ’77 door kapitein Paul Watson. Ik krijg de eer om als eerste en enige Belg als vrijwilliger te mogen meevaren voor een wel erg hachelijke opdracht: de walvissen redden van de immorele en illegale Japanse walvisjacht in de ijskoude wateren rond de Zuidpool. Een Japanse walvisvloot is onderweg om in Antarctica 935 dwergvinvissen, 50 vinvissen en 50 bultruggen met dodelijke harpoenen te vangen voor hun walvisvlees. Het Japanse Institute for Cetacean Research schendt daardoor verschillende internationale wetten (het verbod op commerciële walvisjacht en jacht in het walvisreservaat in de Zuidelijke Oceaan, het verbod op handel in bedreigde diersoorten,…) en het Australische hooggerechtshof heeft ook de walvisjacht verboden in Australisch-Antarctische wateren. Sea Shepherd heeft als taak de wet te handhaven als regeringen daartoe tekortschieten. Hierbij opereren we in navolging van het Wereld Natuur Handvest van de Verenigde Naties.

Donderdag 23 november: de vaart naar Melbourne

Een hele week heeft de bemanning hard gewerkt om het schip zeewaardig te maken. Alles is vastgeknoopt, vastgehaakt en vastgetimmerd. Brandstof is opgeslagen, evenals voedsel en water, en de laatste metalen plekjes op het dek werden zwartgeverfd om niet te roesten. Als de walvisjagers straks een zwart schip zien, dan weten ze met wie ze te maken hebben. Ook de romp is hersteld van de beschadigingen opgelopen door de aanvaring met de walvisjager Kaiko Maru tijdens de acties van vorig jaar. Weldra zal er opnieuw een gevaarlijke confrontatie plaatsvinden op de rand van de wereld, om de grootste dieren op aarde te redden.

Het is duidelijk dat een dergelijke actie niet zonder gevaar is. Ons schip is geen ijsbreker, maar we zullen wel af en toe door ijs moeten varen. Raken we een ijsberg, dan zinken we.  Als onze helikopter verkeerd landt, kunnen de brandstofvaten ontploffen en kan het hele schip in brand vliegen. De zodiacs kunnen vermist geraken, of er kunnen zich ongelukken voordoen bij het lanceren van die rubberbootjes met behulp van de kraan. Over boord vallen in ijskoud water van -1° Celcius en je bent binnen een paar minuten gestorven door onderkoeling. En tot slot: hoe zullen de walvisjagers reageren? Zullen ze op ons schieten? Of ons schip rammen? Ja, het kan verkeerd aflopen…  Het goede nieuws is dat in het dertigjarig bestaan van Sea Shepherd nog nooit ernstige ongevallen zijn gebeurd. En nog nooit hebben we iemand van de tegenpartij verwond of gedood, want net als de walvissen zijn de Japanse bemanningsleden ook waardevolle levende wezens die we niet willen kwetsen.

Het is tijd om naar Melbourne in Australië te varen, alwaar we de laatste voorbereidingen zullen treffen voor de tocht naar Antarctica. We hijsen de vlaggen van Australië, Nederland (ons schip is zopas in Rotterdam officieel geregistreerd), de Aboriginals, de Maori (we steunen graag onderdrukte inheemse volkeren), de Verenigde Naties (want we handhaven de wet) en… onze piratenvlag. Als de walvisjagers beweren dat we piraten zijn, wel, dan is het maar zo. Maar dan zijn wij de piraten van het medeleven die strijden tegen de echte piraten van de hebzucht. Wij zijn de zorgzame walviskrijgers, de ‘zeesamoerai’ die uit altruïsme leven willen redden. Wij dienen de ander, de walvissen en het leven. En de Japanse walvisjagers zijn de ‘egosamoerai’ die uit egoïsme leven willen doden. Zij dienen zichzelf, het geld en de dood. Onze piratenvlag heeft in plaats van de gekruiste beenderen een herdersstaf en de drietand van Poseidon, de god van de zee.

Het is de eerste keer dat ik met een schip vaar. De zee is woest, verschillende bemanningsleden zijn zeeziek, slapen is haast onmogelijk, maar ik geniet van die krachtige golven. De boeg van het schip beweegt stevig op en neer… Maar het kan erger: de zee van Antarctica staat berucht als zijnde de winderigste plek op aarde. Geen leuk vooruitzicht.

Woensdag 5 december: naar Antarctica

“Trossen los! Zet koers Zuid!” Met een 41-koppige bemanning vertrekken we op avontuur. Op de kade staan talrijke journalisten en supporters ons uit te wuiven. En ook de dolfijnen komen ons gelukwensen. Ze surfen heen en weer op de boeggolf.

We zullen de walvissen redden. Ik zweer het! In de wind op de boeg denk ik aan mijn missie, mijn odyssee van medeleven. Deze reis is voor mij ook een spirituele reis. Ik strijd met een gevoel van universele liefde, een vreugdevolle verbondenheid met alle leven. Ik heb er mijn levensdoel van gemaakt om leven te helpen vanuit een visie van biocentrisch altruïsme. Dat is denk ik het hoogste ethische ideaal dat we moeten nastreven: een actieve toewijding om alle bedreigde leven te beschermen, met zorg en moed en zonder egoïsme en hebzucht. Biocentrisme wil zeggen dat niet alleen ikzelf, niet alleen de mens, maar álle leven centraal staat. Alle leven – mens, dier en natuur – is waardevol, en we mogen nooit de intrinsieke waarde (de waarde die los staat van het nut voor de mens) van een levend wezen onderschatten. Elk wezen, zoals de walvis, heeft het recht op een waardig leven. Altruïsme is een onvoorwaardelijke zorg voor de ander, zonder egoïsme of hebzucht. De universele liefde geeft ons voldoende kracht om ons ego te overwinnen. Dit geeft een innerlijke kalmte en tevredenheid, een innerlijke bevrijding van onze bezittingen, persoonlijke verlangens en negatieve gevoelens (hebzucht, jaloezie, schuld, ongeduld, ontevredenheid, haat, woede, frustraties, angsten en zorgen).

Het belangrijkste wat ik verder wil ontwikkelen is een vastberaden dapperheid. Campagne voeren met Sea Shepherd vereist een standvastigheid, een innerlijke kracht, zodat we kunnen  handelen zonder vrees. De onmetelijk weidse oceaan gaat een sterke inspiratiebron zijn om verder te groeien in universele liefde.

Maar naast mijn angsten en zorgen is er nog een veel moeilijker ‘vijand’ die ik wil overwinnen. De universele liefde impliceert een verbondenheid met alle leven, zelfs met mensen die hoogst immorele handelingen doen, zoals walvisjagers. Deze medelevende liefde is zoals de onvoorwaardelijke zorg van een moeder voor haar kinderen: zelfs als haar zoon de meest verschrikkelijke dingen doet, houdt ze nog steeds diepgaand van hem en zal ze hem proberen te helpen om zijn immoreel gedrag te stoppen. Dus wat zal ik voelen als ik geconfronteerd word met de moordzuchtige walvisjagers? Zal ik vol woede hen haten, of zal de liefde overwinnen?

Sea Shepherd staat berucht om zijn agressieve optreden. We kennen allemaal wel de gewelddadige acties van sommige mensen- en dierenrechtenactivisten. Mijn grootste bezorgdheid is dat ikzelf een monster word, om een monster te verslaan. Het rechtvaardigen van geweld tegenover geweldloosheid is een moeilijke discussie. Ik heb er geen eenvoudig antwoord op, temeer omdat geweld zich op vele vlakken kan manifesteren. Niet alleen leven kwetsen, doden of beschadigen is gewelddadig. Ook denken of spreken met haat of minachting, eigendom beschadigen of vernietigen, een persoon beledigen, ergeren of provoceren, het risico op negatieve gevolgen verhogen of het afzien van het geven van hulp aan bedreigd leven zijn vormen van geweld. Kortom, zelfs acties van bv. de vredesbeweging hebben elementen van geweld in zich.

Aan de ene kant wil ik dat onze acties effectief het bedreigde leven, zoals de walvissen, redden. Maar aan de andere kant streef ik ook naar geweldloosheid. Mijn universele liefde plaatst me wel in een erg bijzondere, tragische positie: ik wil altijd zowel slachtoffers (walvissen) als daders (walvisjagers) benaderen met het gevoel alsof ze mijn beste vrienden zijn, wat ze ook doen. Mijn beste vrienden gaan andere van mijn beste vrienden vermoorden! Een mens zou van minder depressief worden, maar de vreugde van de liefde is sterker. Ik wil niet alleen de walvissen redden, maar ook het ‘morele zelf’ van de jagers. Het morele zelf is het meest waardevolle aspect van een mens. Iets immoreel doen beschadigt het morele zelf. Universele liefde vereist dat we slachtoffers beschermen, maar ook dat we daders bevrijden en genezen van morele zelfvernietiging. We moeten streven naar verzoening, en verzoening is zelden te verzoenen met groot geweld.

De acties van Sea Shepherd zijn in zekere mate gewelddadig, maar ik denk dat ik door mijn universele liefde geen monster word. Ik heb gewacht op dat gevoel van liefde voordat ik besloot om mee te varen, want zonder die liefde voel ik me niet moreel gerechtvaardigd om die mate van geweld te gebruiken. In het stuurhuis staat een klein beeldje, Hayagriva. Het is een geschenk van de Dalai Lama, die daarmee de ziel van Sea Shepherd bijzonder goed kon vatten. Hayagriva is een Boeddhistische godheid die de woede van het Boeddhistische medeleven voorstelt. Hayagriva heeft als taak de koppige mens die maar niet de ‘wijsheid van de verlichting’ wil inzien, eens stevig wakker te schudden door hem de stuipen op het lijf te jagen, maar altijd met medeleven en zonder hem fysiek te kwetsen. Dat is wat wij gaan doen met de walvisjagers die maar niet de wijsheid inzien dat walvissen een recht op leven hebben. Wij strijden met de geest van Hayagriva, de god van het medeleven, en Poseidon, de god van de zee. Ik denk dat we daarmee duidelijk het morele overwicht hebben op de walvisjagers. Goed, genoeg gefilosofeerd. Tijd voor actie.

Zaterdag 15 december: drijven op het ijs

Een paar dagen geleden hebben we door de dichte mist van de Antarctic Convergence gevaren. Het kan haast niet mysterieuzer. Plots kwamen we in een andere wereld. Een koude, verlaten wereld met gigantische ijsbergen en pinguïns. En walvissen! Ongelooflijk mooi, de eerste dwergvinvissen passeren ons schip.

Ik heb de afgelopen paar dagen in de galley (de keuken) geholpen. Dat is pas zwaar en hectisch werk. Het schip rolt en schudt. Je evenwichtsorgaan maakt overuren. Probeer zo maar eens de afwas te doen. Alles vliegt heen en weer. Een lade met gereedschap vloog op de grond, de koelkast werd besmeurd door een omgevallen potje pesto-saus, ik verbrandde me bijna aan de fornuizen, de vloer is slibberig, deuren vliegen gevaarlijk onverwachts dicht… En ja, een keer zat mijn vinger tussen de deur, met als gevolg een blauwe nagel. Maar het eten is fantastisch en… allemaal veganistisch: geen enkel dierlijk product op ons bord. We willen consequent zijn: veganistisch eten is niet alleen diervriendelijk, maar het is ook goed voor de natuur (omwille van een lagere ecologische impact) en zelfs het bestrijden van de honger in de wereld.

De helikopter is begonnen met verkenningsvluchten om de walvisjagers op te sporen. Het is zoeken naar een naald in een hooiberg, want het jachtgebied is een lange strook rond de kusten van Antarctica, met een oppervlakte van 1,4 miljoen vierkante zeemijl. Ik krijg lessen in brandbestrijding, het leggen van knopen, het bedienen van de kraan om de zodiac-rubberbootjes te lanceren in het water,…

Vandaag is het tijd voor mijn eerste zodiac drill. Ik zit bij in het zodiac team, en met een speciaal dik thermisch overlevingspak (het is hier een vijandig koude omgeving) en een radio met GPS-navigatie stap ik in de rubberboot. Als ik naar onze positie kijk op het kleine schermpje, begin ik te beseffen dat ik aan de andere kant van de wereld zit: 64° zuiderbreedte, 150° oosterlengte, tegen de Ross zee.

Het schip drijft dicht bij een enorm grote ijsberg van bijna 100 meter hoog. En wat verderop is de zee bezaaid met driftijs. Met een stevige snelheid van 30 knopen varen (of beter, vliegen, hotsen en botsen) we met de rubberboot over de golven naar het ijs. “Zullen we eens op het ijs springen?”

Daar staan we dan, al drijvend op een klein stukje ijs. Onder ons is 2 kilometer diep, ijskoud, helder blauw water. Ik tast de stevigheid van het ijs wat af en begin wat karate en tai chi te beoefenen. De zon straalt (hier gaat de zon nauwelijks onder) en we genieten van die prachtige natuur. Als we hier samen op het ijs zitten te genieten, voel ik de intense band met de andere bemanningsleden. We hebben een mooie tijd. Dit is een dag om nooit meer te vergeten. De albatrossen en stormvogels vliegen voorbij. Ja, de ijsbergen, de albatrossen, de walvissen, de pinguïns… wondermooi in al dat blauw!

Maandag 24 december: terug naar Australië

Onze hoofdmotor heeft problemen waardoor we niet meer voldoende snel kunnen varen. Daarom besloten we terug te varen naar Melbourne voor reparaties en extra bandstof. In de vroege ochtend, in het prachtige licht van de volle maan, laten we het anker neer in de baai van Melbourne. Een mijl in de verte zien we de skyline van de megastad. Voor het eerst in mijn leven ben ik me bewust van de geur van land.

Ik voel me een beetje droevig. In deze eindejaarsperiode heb ik wat heimwee naar huis. Veilig en gezellig bij familie en vrienden… We zijn in het hete Australië, een plaats waar we liever niet zijn, want de walvisvloot is reeds begonnen met de jacht. En verder zal een deel van de bemanning ons verlaten. Ik heb ook de keuze om te stoppen, maar ik moet doorgaan. 1 januari zullen we terug naar Antarctica varen. Januari belooft de spannendste maand van mijn leven te worden. We zullen de walvisvloot vinden en de walvissen redden!

Maar we amuseren ons ook. Met andere bemanningsleden nemen we een verfrissende duik in het water, we zwemmen rond het schip,… En ik krijg de verantwoordelijkheid over de Sea Rider rescue zodiac, een klein maar snel en wendbaar rubberbootje. De eerste keer dat ik zelf een zodiac bestuur. Met volle snelheid (bijna 50 knopen!) vaar ik rond het schip, maak plotse wendingen, zigzaggend en in achtvorm. Als er zich later een ongeluk voordoet met de andere zodiac (de Delta), of als de helikopter een noodlanding op het water moet maken, dan moet ik met de reddingsrubberboot zo snel mogelijk ter hulp snellen.

Woensdag 9 januari 2008: man over boord!

We zijn terug in Antarctica. Alles verliep vlot… tot gisteren. De schrik van mijn leven! Ik zat binnen wat te eten, terwijl de zodiac gelanceerd werd. Maar door een foutje ging de rubberboot afwijken en maakte water. De kraan kwam onder zware spanning te staan tot… snap! De haak van de kraan begaf het en knalde in het water. De zodiac rolde overkop en vier mensen werden in het ijskoude water geslingerd en gingen kopje onder. “Man over board!” Voor het eerst in mijn leven dacht ik: “Vier vrienden… dood. Dit is het einde. Gedaan campagne. Hoe leg ik dat uit aan mijn ouders? Ik had in die zodiac kunnen zitten. Zijn ze bewusteloos? Zijn ze aan het doodvriezen?” Het alarmsignaal klonk luid en iedereen rende naar het dek voor de reddingsoperatie.

Toen ik op het dek aankwam, slaakte ik een zucht van opluchting: de vier bemanningsleden waren erin geslaagd om op de romp van de omgekantelde zodiac te klimmen, uit het koude water. Snel draaiden we het schip om, wierpen touwen naar de zodiac, en lanceerden de rescue zodiac. Eigenlijk hoopte ik onze Sea Rider nooit echt te moeten inzetten… Uiteindelijk hebben we iedereen terug veilig aan boord gekregen. Niemand raakte gewond (enkel een paar camera’s zonken naar de bodem van de zee). Maar we hebben erg veel geluk gehad. Had de haak van de kraan, of één van de stalen kabels iemand geraakt met een dergelijke kracht…  ik durf er niet aan denken. Ik besef nu volop dat deze campagne niet zonder gevaar is. Ook de nachten dat we door ijs moeten varen zijn niet bepaald rustgevend. Constant hoor je het ijs schuren aan de romp, en dan denk je dat we geraakt zijn en er water door een gat in de romp stroomt…

Vandaag heeft kapitein Paul Watson het bevel ‘Red Alert’ uitgevaardigd: we komen in het gebied waar de walvisvloot zich waarschijnlijk bevindt. Elk moment kan er een stip verschijnen op de radar, of het silhouet van een schip op de horizon, dus iedereen moet paraat zijn. Ik ben al bijna 2 maanden aan boord, en het wordt tijd voor de confrontatie. En alsof het een teken is, zien we onze eerste bultruggen. Iedereen snelt opnieuw naar het dek om het schouwspel te bekijken. De walvissen springen uit het water, draaien rond, zwaaien met hun flippers en staartvinnen. Komen ze ons geluk wensen? Ik voel dat het moment is aangebroken. Dit moment is magisch. Als ik die walvissen zie, besef ik waarom ik hier ben. Zij staan op de dodenlijst, maar wij zullen alles eraan doen om hen te redden. Elke dag aan de bedreigde walvissen denken, dat doet wat met je emoties. Zo’n sterke verbondenheid met dieren – de walvissen – heb ik nog nooit gevoeld. En zo’n sterke verbondenheid met mensen – de bemanning – heb ik ook nog nooit gevoeld. En de verbondenheid met de natuur – de oceaan… Mijn angsten verdwijnen in een flits. Dit is het keerpunt. Nu ben ik sterk genoeg om met universele liefde, zonder haat en angst, ten strijde te trekken.

Dinsdag 15 januari: de confrontatie

Onze positie is 59°49’ zuiderbreedte, 78°05’ oosterlengte. We zijn nu heel ver van de bewoonde wereld. De afstand tot Zuid-Afrika is even groot als die tot Australië. Als hier een ongeluk gebeurt, is een reddingsoperatie van Australië dagenlang onderweg. Niet zo leuk… Dit is een heel verlaten oceaan, maar weldra zal dit de plaats zijn van wilde achtervolgingen…

14u.20. “We hebben de walvisvloot gevonden!” Zeven mijl voor ons ligt de Yushin Maru no.2, een harpoenschip. Snel lanceren we de helikopter en de zodiac. Ik sta op de boeg van ons schip en zie ze in volle vaart naar het silhouet van de Yushin in de verte snellen. Dat beeld zal ik nooit vergeten. Samen met die bultrug van een paar dagen geleden zijn die twee beelden op mijn netvlies gebrand.

De zodiac probeert met een lang touwwerk de propeller van de Yushin te blokkeren. Helaas mislukt het, want waarschijnlijk heeft de Yushin scherpe messen aan zijn propeller die het touw in stukken hakt. De Yushin krijgt wel een lading stink- en poederbommetjes (flesjes boterzuur en pakjes methacelpoeder) op haar dek. Boterzuur is niet giftig (in de concentraties die in de flesjes zitten), maar het stinkt wel enorm. Daardoor wordt het erg onaangenaam om nog op het dek te werken, en de walvisjagers kunnen dan niet meer jagen, want de stank kan in het walvisvlees binnendringen waardoor het niet meer te eten valt. Het methacelpoeder is ook niet giftig. Het is een soort zetmeel dat gebruikt wordt in medicijnen. Als het poeder nat wordt, dan wordt het een slijmerige, slibberige substantie. Stel je voor, een harpoenier die op een stinkend en slibberig dek probeert op walvissen te jagen…

Maar die stinkbommetjes hadden nog een andere bedoeling. Het dek is ontruimd, dus is het veilig voor onze meesterzet. Giles Lane en Benjamin Potts stelden zich vrijwillig kandidaat voor een wel erg riskante onderneming: ze zouden aan boord van de Yushin klimmen om een brief af te geven aan de kapitein met de boodschap dat hun jacht illegaal is en dat ze het walvisreservaat moeten verlaten. Het werd een internationaal incident. Twee mensen, van Groot-Brittannië en Australië, die in Australisch-Antarctische wateren vanaf een in Nederland geregistreerd schip op een illegaal Japans schip springen, dat is genoeg voor diplomatiek vuurwerk op het hoogste niveau!

Onze twee bemanningsleden werden meteen gearresteerd. Eerst dreigden ze door de Japanse bemanning overboord te worden geworpen (wat erg gevaarlijk is, want de Yushin vluchtte met een snelheid van 17 knopen van ons weg), maar toen dat niet lukte, werden ze stevig vastgeboeid. Na een paar uur werden ze naar binnen gebracht.

De satelliettelefoon in de radioruimte achter ons stuurhuis stond roodgloeiend. Van over de hele wereld belden journalisten wat er gaande was. De regeringen van Australië en Japan begonnen met onderhandelingen. Japan eiste vrijlatingsvoorwaarden: onze twee bemanningsleden zouden pas vrijgelaten worden indien we onze acties stopzetten. Een zodiac zou de bemanningsleden mogen oppikken, maar zonder camera en helikopterbegeleiding, en dat terwijl onze Steve Irwin op minstens 10 mijl van de Yushin vandaan moet blijven. Dat zou veel te gevaarlijk zijn voor de mensen in de zodiac. Op dergelijke eisen gaan we niet in!

Maar eisen stellen, dat is wat gijzelaars doen. Juridisch gezien deden Giles en Benjamin niet aan piraterij, dus kan men hen niet zomaar gevangen houden en vrijlatingseisen stellen. Met andere woorden: onze twee vrienden werden gegijzeld! Voor zover ik weet is dit de eerste gijzelingsactie van Antarctica in de geschiedenis. Het laatste continent heeft zijn onschuld verloren. Japan beweert dat wij ecoterroristen zijn. Maar nu zijn duidelijk de walvisjagers de ecoterroristen: zij terroriseren het milieu door walvissen illegaal te doden, en ze nemen mensen gegijzeld.

Donderdag 17 januari: het spel zeeschaak

Tussen de grote ijsbergen van de Zuidelijke Oceaan ontrolt zich een groots en ingewikkeld spel zeeschaak. De walvisvloot is in de meerderheid met 7 schaakstukken:

De Nisshin Maru, het grote fabrieksschip dat het walvisvlees verwerkt. Met een lengte van 130 meter is dit de koning van de walvisvloot. De Oriental Bluebird, het bevoorradingsschip, is de koningin van de walvisjagers. Verder hebben ze nog twee ‘spotters’, schepen die de walvissen opsporen, en drie harpoenschepen (waaronder de Yushin Maru) die de walvissen doden.

De walvisbeschermers hebben slechts twee schepen. De Esperanza, het vlaggenschip van Greenpeace, is momenteel de Nisshin Maru aan het achtervolgen. En onze Steve Irwin, de zwarte koning van de walvisredders, achtervolgt de Yushin Maru.

Maar er is een negende speler in het spel: de Oceanic Viking van de Australische douane. Als verkiezingsbelofte besloot de nieuwe Australische regering een schip te sturen om de walvisjacht te documenteren. De Viking zou bewijsmateriaal verzamelen van de illegale jacht, zodat later een internationaal proces kan volgen.

Maar door de huidige patstelling kreeg de Viking een extra rol te vervullen in het grote schaakspel. Japan besloot om onze twee gegijzelden vrij te laten, en de Australische Viking zou voor de transfer zorgen. Zo gebeurde het: vanochtend voeren we naar het rendez-vous-punt met de Viking, alwaar Giles en Benjamin terug naar de Steve Irwin werden gebracht. Terug aan boord! Wat een opluchting! Onze twee dappere helden hadden heel wat te vertellen. Ze waren bv. een hongerstaking begonnen.

Na mijn werk als deckhand en als hulpkok in de ‘galley’, heb ik ondertussen een nieuwe job: nu sta ik als kwartiermeester in het stuurhuis. Van 4 tot 8 uur ’s ochtends en ’s avonds sta ik op uitkijk en moet ik ervoor zorgen dat we niet tegen een ijsberg aanvaren. Met GPS en zeekaarten hou ik onze positie nauwlettend in de gaten. Mijn verantwoordelijkheid is groter geworden…

’s Avonds tuur ik met de verrekijker naar de horizon achter ons. Een schip!  Snel lanceren we de helikopter. Het blijkt een nieuwe, mysterieuze pion in het groter wordende schaakspel. De Fuku Yoshi Maru 68 ziet eruit als een vissersschip, maar het heeft een bijzonder krachtige motor, een hoge radarmast en een bemanning van Japanse kustwachtagenten. Het is duidelijk, we worden geschaduwd. De Fuku Yoshi is een spionageschip dat ons constant achtervolgt en onze positie, snelheid en koers doorgeeft aan de walvisvloot, zodat de vloot op tijd kan wegvluchten.

11 schaakstukken… Wie had gedacht dat deze verlaten oceaan nog zo druk bevaren zou worden? Het is een strategisch kat-en-muisspel tussen de ijsbergen. Op de kaart heb ik een overzicht hoe het spel zich ontvouwt, wie wie aan het achtervolgen is. De walvisjagers vluchten in konvooi weg, en dat is goed, want zolang ze vluchten, kunnen ze niet jagen.

Zaterdag 2 februari: als helden ontvangen

Een paar dagen geleden besloten we de Fuku Yoshi eens te verrassen door ze in een hinderlaag te lokken. We voeren voorbij een ijsberg, lanceerden snel de rubberboot en de helikopter, en voeren rustig verder. Als de Fuku Yoshi voorbij de ijsberg zou varen, zouden de zodiac en de ‘chopper’ onverwachts tevoorschijn duiken. Niet dat we ze echt wilden aanvallen, want daartoe zijn we niet gerechtigd. We vroegen gewoon een toestemming om het schip te inspecteren in navolging van het Wereld Natuur Handvest van de VN, omdat het betrokken zou kunnen zijn bij illegale jachtpraktijken. Onze actie leverde in ieder geval spectaculaire beelden op.

Helaas, onze brandstof geraakte stilaan op. Na twee weken de walvisvloot op de vlucht te hebben gedreven, moesten we terug naar Australië. In totaal waren we 51 dagen op zee, en hebben we 13.000 zeemijl afgelegd. Als de walvisvloot de afgelopen twee weken niets heeft gevangen omdat ze van ons wegvluchtte, zou dat willen zeggen dat we meer dan honderd walvissen hebben gered!

Gisteren was het mijn verjaardag, en onze laatste dag op zee. En het klinkt misschien ongeloofwaardig, maar we hebben veel regenbogen gezien. Zoveel had ik er nog nooit gezien! Paul Watson was één van de medeoprichters van Greenpeace. Hij was erbij toen de sjamaan van een indianenstam het visioen uitsprak dat de regenboogkrijgers de aarde zouden redden van de ondergang. Niet alleen Greenpeace, maar ook Sea Shepherd zijn de Rainbow Warriors. En nu voel ik alsof ik ook een regenboogkrijger ben geworden.

Na een prachtige zonsondergang zag ik de helderste sterrenhemel. En wat zag ik als mooie afsluiter van mijn verjaardag en van deze succesvolle campagne? Juist, een vallende ster in het sterrenbeeld de walvis. Mijn wens is denk ik vanzelfsprekend…

“Land in zicht!” We komen terug aan in de haven van Melbourne. Een helikopter van de Australische nieuwsdienst vliegt langs het schip, kleine bootjes vergezellen ons, iedereen wuift naar ons, en de kade staat vol met cameramensen, journalisten en sympathisanten. We krijgen allemaal een luid applaus. We worden als helden ontvangen. Rustig rondwandelen met onze ‘Sea Shepherd Crew’ t-shirts in Melbourne, dat gaat niet. Mensen spreken ons constant aan om ons te feliciteren. Ik geef rondleidingen op het schip aan honderden bezoekers.

Dit avontuur zal altijd bij me blijven. Het was veruit de indrukwekkendste ervaring van mijn leven. Over een paar dagen zal ik terug naar huis vertrekken. Ik ben blij om familie en vrienden terug te zien na deze lange en gevaarlijke odyssee. Maar ik zal ons schip, de Steve Irwin, en deze fantastische bemanning erg missen. We hebben zo’n mooie tijd gehad. We hebben ons goed geamuseerd. We hebben gevaren getrotseerd, ijsbergen, gijzelacties, hinderlagen en wilde achtervolgingen. We hebben onze zorgen en angsten overwonnen. We hebben samengewerkt als een sterk team. Maar het belangrijkste en enige wat echt telt: we hebben samen walvissen gered!

Eind februari vertrok de Steve Irwin voor een derde keer naar Antarctica, waardoor de walvisjacht nog eens een drietal weken werd verhinderd. 14 april kwam de walvisvloot terug in Japan aan. Het Japanse visserijagentschap maakte bekend dat de vloot slechts 551 walvissen heeft gevangen omdat ze confrontaties met milieuorganisaties wilden vermijden. Het vooropgelegde quotum bedroeg 1035 walvissen, dus dat wil zeggen dat Sea Shepherd en Greenpeace 484 walvissen hebben gered. 484!

Stijn Bruers

Dit bericht werd geplaatst in De Odyssee van Medeleven. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s