De Odyssee van Medeleven, deel II: het Afrika Project

Reproductieve gezondheid, kinderrechten en geweldloze communicatie

Zondag 8 juni 2008: Van Antarctica naar Afrika

Enkele maanden geleden ondernam ik een Odyssee van Medeleven om de walvissen van Antarctica te beschermen tegen de illegale Japanse walvisjacht. Nu sta ik voor een tweede buitenlandse opdracht van mijn ‘vrijwilligersjaar’, een nieuwe episode in mijn odyssee. Van de ijskoude Zuidelijke Oceaan naar het snikhete Afrikaanse continent. Kwestie van het evenwicht te bewaren… Van zee naar land, van koud naar warm, van ‘Save the Whales!’ naar ‘Save the Women and Children!’. In de plaats van natuurbescherming wil ik me nu inzetten voor de mensen in het Afrikaanse land Benin.

En het woord ‘gemakkelijk’ staat niet in mijn woordenboek. Ik zal me engageren bij plaatselijke ngo’s die werken rond problemen waarmee ik niet echt vertrouwd ben: reproductieve gezondheid, Aidsslachtoffers,… In tegenstelling tot het Engels tijdens de Sea Shepherd Antarctica Campagne, wordt nu de voertaal: Frans! Een taal die ik niet zo goed machtig ben (mijn kennis van het Frans zou ik ‘een ramp’ durven noemen). Dit wordt niet ‘Opdracht: Moeilijk’. Dit wordt ‘Opdracht: Onmogelijk’! (Moeilijk lukt me zo.)

’s Avonds landt het vliegtuig in Cotonou, de economische hoofdstad van Benin. De komende twee maanden verblijf ik bij een gastgezin met fantastische mensen: de familie Affedjou, met Victoire, Octave en hun drie kinderen Line-cee (11 jaar), Prunelle (4) en Daniel (2). Het is een groot, doodsaai grijs betonnen huis. Er staat of hangt bijna niets! Het enige wat kleur heeft in mijn kamer… is het muskietennet. En ik die dacht dat ik mijn oude studentenkot al heel ongezellig, akelig en kil kon maken. Al maar een geluk dat de mensen hier iets ‘kleurrijker’ en ‘warmer’ zijn.


Maandag 9 juni: De tragiek van Cotonou

Vandaag begint mijn tweedaagse oriëntatie. Didier, een medewerker van de studenten- en jongerenreisorganisatie SYTO-Benin, geeft me een rondleiding door Cotonou. Ons vervoermiddel: een ‘zemizjan’ (motorfiets). Welnu, ik voelde me veiliger in een kleine zodiac rubberspeedboot op ijskoude Antarctische wateren, dan hier op een ‘zemi’ in het drukke verkeer van Cotonou! Onze veiligheidshelm is – typisch Afrika – een gerepareerd, bij elkaar gelijmd ‘ding’. Dus niet bepaald veilig. De meesten rijden hier tegen 50 per uur zonder helm of enige andere bescherming!

We eten in een klein restaurantje, en wat gebeurt er? Om de vijf seconden komt er een jonge straatverkoper langs om zijn koopwaar te tonen. Meestal zijn de verkopers Nigerianen, want Beniners schamen zich nog te vaak om zo op straat, op kruispunten en in restaurantjes de mensen aan te sporen om iets te kopen. En wat die straatventers hier verkopen (even diep ademhalen): DVD’s van Afrikaanse en Amerikaanse films, CD’s van onbekende muziek, aanstekers, brillen, zonnebrillen, stropdassen, handdoeken, loterijbiljetten, telefoonkaarten, rekenmachines, horloges, afstandsbedieningen, oorstokjes, riemen, hemden, schoenen, papieren zakdoekjes, doeken, wasknijpers, deursloten, borstels, en… deurklinken! Ik kan er echt niet meer aan uit: waarom verkopen ze hier op straat van die grote rekenmachines? Of deurklinken? Denken die nu echt dat ik zoiets zou willen kopen? Rare jongens, die Afrikanen…

Mijn eerste indrukken van Cotonou zijn (vanuit een moreel-ecologische bril bekeken)… een ramp!

Luchtvervuiling! De concentratie fijnstof moet hier wel 1.000.000 ppm (deeltjes per miljoen) zijn. Oorzaak: de relatief goedkope ‘Kpayo’, (vaak illegaal gesmokkelde) onzuivere olie van buurland Nigeria. Uit auto’s, moto’s en vrachtwagens ontsnappen wolken blauwe, stinkende uitlaatgassen.

Afval! Langsheen alle straten en in alle grachten liggen massa’s zwerfvuil. Ik zie kinderen spelen op een weide vol afval: Cotonou is één grote vuilnisbelt! Dat komt omdat acht op de tien huishoudens hun afval op straat en in de natuur werpen.

Verloedering! We zien vervallen huisjes en rottende krotten, verroeste auto’s en afgedankte vrachtwagens,… Eén puinhoop!

Verkeersdrukte! Cotonou is het tegendeel van de rust en de stilte die ik aantrof in Antarctica. Hier krijgen lawaai en drukte een nieuwe betekenis. 35.000 motortaxi’s (te herkennen aan de gele t-shirt van de bestuurder) snorren en toeteren rond in Cotonou. Vele bestuurders waren arm en werkloos. Velen zijn dus analfabeet en kennen bijzonder weinig van verkeersregels. En hier is geen fiets te zien! Ik probeer een fietsenverhuurder te vinden, maar het lukt me niet. Iedereen hier raadt me af om met de fiets te rijden wegens te gevaarlijk. Ik kan het nog niet goed vatten, maar er hangt een sfeer van destructie en dood in deze lucht vol smog. Langs de weg verkopen ze kasten, bedden en… doodskisten. Cotonou betekent ‘monding van de rivier van de dood’ in de taal van de locale bevolking, het Fons. Ik vind dat die naam boekdelen spreekt. Ik zou durven zeggen dat de mensheid hier een typisch voorbeeld vertoont van “Collectief Zelfdestructief Gedrag”. Alsof vele mensen een soort van ‘doodswens’ hebben. Is dit de Afrikaanse mentaliteit, of komt het omdat vele inwoners arme boeren waren die niets anders kennen dan van dag tot dag zien te overleven?

Officieel wonen in Cotonou iets minder dan 800.000 mensen, maar officieus ligt dat aantal waarschijnlijk op 1,2 miljoen. Cotonou is de rijkste regio van Benin1, maar hier ligt het gemiddelde dagelijks inkomen nog onder de 1,5 Euro… Cotonou kent een tragische geschiedenis. In de 19de eeuw kende deze stad een eerste belangrijke groeifase. De slavenhandel was daar de oorzaak van: toen abolitionistische schepen de haven van het nabijgelegen Ouidah gingen patrouilleren om de slavenhandel richting Amerika lam te leggen, was dat niet naar de zin van de toenmalige Beninse koning die zich verder wou verrijken met de verkoop van zwarte slaven. Hij besloot de haven van Cotonou te gebruiken als nieuwe draaischijf van de slavenhandel.

Denk maar niet dat de slavernij is afgeschaft. Vanochtend bij het ontbijt zag ik op de TV (dat hebben de meeste gezinnen hier) een debat over het probleem van de ‘vidomegons’ of kindslaven. Benin blijft nu nog een draaischijf in de illegale ‘traffic’ van kinderen. Arme of misleide Beninse ouders verkopen hun kind voor iets meer dan €20. Deze kinderen worden verkocht naar buurlanden zoals Nigeria (waar een geschatte 6.000 Beninse kinderen werken in steengroeven en op plantages) en de Ivoorkust. Duizenden kindslaven werken op suiker- en cacaoplantages. Maar er is meer… Die ruwe cacao vertrekt in vrachtschepen naar Europa om daar te worden verwerkt tot chocolade en chocopasta. Als Afrikanen zelf hun cacao wilden verwerken, ondervonden ze moeilijkheden in hun export naar Europa. Door Europese importheffingen werd de lokale Afrikaanse industrie gefnuikt. Dus wat aten we vanochtend bij het ontbijt? Juist: Belgische chocolade! Bittere chocolade, met vaak nog de smaak van bloed van Beninse kindslaven. Belgische chocolade op een Beninse ontbijttafel… het is niet zo onschuldig als het lijkt.

En wat aten we nog? Melkpoeder uit Nederland, en stokbrood van Frans graan. Door landbouwsubsidies kunnen Europese boeren veel melk en graan produceren. De overschotten worden tegen spotgoedkope prijzen ‘gedumpt’ in arme gebieden waaronder Afrika. Volgens onrechtvaardige vrijhandelsakkoorden moest Afrika immers zijn markten openen voor Europese landbouwproducten. Helaas kunnen Afrikaanse boeren niet concurreren met de Europese landbouwers (want Afrikaanse regeringen zijn te arm om hun landbouwers te subsidiëren). Dus vele boeren krijgen hun eigen -iets duurdere- producten niet verkocht, ze raken werkloos en trekken naar de stad Cotonou in de hoop om daar werk te zoeken (bv. als zemizjan-taxichauffeur). Deze immigratie tijdens de laatste decennia zorgde mede voor een tweede belangrijke groeifase van Cotonou. De gevolgen van globalisering zijn te vinden op een Beninse ontbijttafel. En – o ironie – waar werden die moordende vrijhandelsakkoorden tussen de Europese Unie en Afrikaanse landen ondertekend? Juist, in Cotonou!

De haven van Cotonou is werkelijk indrukwekkend. Vroeger waren hier veel meer vissers, maar de vispopulaties zijn door overbevissing sterk gedaald, dus vele vissers zijn geëmigreerd naar buurlanden in de hoop daar nog een vis te vangen. In plaats van vissen is de zee rond Cotonou nu vol… vrachtschepen! Cotonou vormt één van de belangrijkste havens van West-Afrika. Volgens de douane bestaat veel van de import uit gesmokkelde namaakproducten. Geen wonder dat deze stad de grootste markt van West-Afrika herbergt: Dantokpa.


Dinsdag 10 juni: De nachtmerrie van Dantokpa

De Zuidelijke Oceaan van Antarctica was de bijzonderste en mooiste plek die ik ooit in mijn leven bezocht heb. Opnieuw is dit Afrika de tegenpool, het Afrika waar ik voor vreesde… Dantokpa: de afschuwelijkste plek van mijn leven! De hel van Afrika. Wat je hier ziet, is gewoon geschift, hallucinant, onvoorstelbaar. Dagelijks wordt hier voor zowat 1,5 miljoen euro verhandeld. Stel het u eens voor: een fel brandende zon, een ondraaglijke hitte, een doolhof van kleine steegjes, een gevaarlijk druk verkeer van kriskras door elkaar rijdende brommers, het helse lawaai van toeters en roepende mensen, de stank van open rioleringen, uitlaatgassen en iets dat aan het rotten is (zie later), een puinhoop van rondslingerend afval (zelfs op de verroeste golfplaten daken ligt afval), een chaos met loslopende kippen die bijna doodgereden worden, zakkenrollers, oplichters en handelaars die u viseren (juist: wil je je als rijke blanke ‘Yovo’ eens lekker ‘geviseerd’ voelen?), op u afstormen en aan uw mouw trekken, gehandicapte en misvormde bedelaars (die nog harder aan uw mouw kunnen trekken), en… kinderarbeid!

Vele kindslaven hier kunnen niet naar school, omdat hun bazen hen dwingen om allerlei spulletjes te verkopen. Dus je ziet hier uitgeputte kinderen met allerlei verkoopwaar die ze in manden op hun hoofdjes meesleuren. Een makkelijke prooi voor gauwdieven, die snel iets uit zo’n mand mee ritselen. Komen de kinderen na een lange werkdag bij hun bazen, dan krijgen ze een stevig pak slaag omdat ze het vermiste voorwerp zelf gestolen zouden hebben. Een ander probleem is de handel in oud ijzer. Kinderen en jongeren verzamelen (of stelen) oud ijzer dat ze onderweg tegenkomen. Zonder werkhandschoenen en andere bescherming lopen ze een verhoogd risico op allerlei ziektes. Dat ijzer wordt dan via hun bazen en tussenhandelaars (vaak illegaal) verhandeld naar… China! Alweer de globalisering in actie. Benin telt in totaal ongeveer 500.000 kinderen jonger dan 14 jaar die gedwongen worden te werken. Een regelrechte inbreuk op de VN-Conventie voor de Rechten van het Kind, artikels 32 en 36: elk kind heeft recht op bescherming tegen uitbuiting.

Hoewel alle toeristische brochures het afraden, wil ik hier toch een aantal uitdagingen aangaan. Mijn eerste opdracht: een briefje van 10.000 FCFA omwisselen in tien briefjes van 1.000. En het gevreesde vooroordeel werd bevestigd: stiekem probeerde de handelaar mij slechts 9 briefjes te geven. Maar goed, misschien vergiste hij zich… (Hoewel ik later nog eens geld wisselde, en me hetzelfde overkwam.)

Mijn tweede, iets moeilijkere opdracht: die tien briefjes geven aan tien bedelaars. De sociale zekerheid stelt hier blijkbaar niet veel voor, en mijn gevoel van medeleven is iets te sterk om die bedelaars te negeren. Velen zijn verminkt en gehandicapt ten gevolge van een tropische ziekte waardoor lichaamsdelen wegrotten. Deze bedelaars hebben geen of veel te weinig toegang tot gezondheidszorg. Hoewel 1000 FCFA eigenlijk nog véél te weinig is, is dit misschien wel het nuttigste wat een rijke westerling voor deze mensen op korte termijn kan doen. Dit lukte alleszins goed bij de eerste vijf bedelaars: subtiel negerend voorbij wandelen, blokje rondgaan, terugdraaien en dan snel zonder een woord te zeggen ze een beetje geld toestoppen. Helaas, bij de zesde… een kleine inschattingsfout: er liepen kinderen in de buurt. (Maar ja, dat loopt daar vol kinderen!) Zoals ik vreesde, stormen die op mij af, en van zodra er meer dan 3 mensen rondom mij stonden, weet de rest wel hoe laat het is. Ik zag het gelukkig snel aankomen: ze begonnen elkaar weg te duwen om iets van mij te ontvangen. Niet dat ze naar mij gewelddadig werden, maar wel naar elkaar toe, en dat heb ik niet graag. Jammer, ik had hen willen helpen en geld geven, maar als ik zie dat ze elkaar dreigen te slaan, dan is het: “Snel wegwezen, Stijn. En niet omkijken!”

Later zal ik nog vele andere bedelaars opzoeken en hen proberen te helpen, maar nu komt mijn derde en moeilijkste opdracht: foto’s nemen van de ‘Marché aux fétishes’, ofwel de hel op aarde. In een uithoek van Dantokpa worden allerlei gedode dieren verkocht als fetisjen, omdat die volgens de plaatselijke religie (voodoo) zogezegd bijzondere krachten zouden hebben. Vogelpoten, rottende roofvogels (vandaar die extra stank waar ik hierboven naar verwees), koppen van honden en apen, staarten van krokodillen, uitgedroogde (geroosterde) kameleons op een spies,… Moeten daarom apen uitsterven? Omdat mensen bijgelovig zijn en denken dat ze met een apenkop magische toverkrachten krijgen? Een handelaar greep mijn arm vast. Nieuwsgierig als ik was, ging ik met hem mee. Hij stopte me een vreemd voorwerp in de handen: een steen met behoorlijk wat ‘dierlijke producten’ omheen gewikkeld. Je moet dat ding volgens de verkoper onder je hoofdkussen leggen bij het slapengaan, en dan kun je in je dromen communiceren met weet-ik-veel wie. Ik zou er nachtmerries van krijgen… Foto’s mocht ik niet nemen (tenzij ik €30 betaal), want ik heb horen zeggen dat die mensen geloven dat ik zodoende de magische krachten met mijn fototoestel zou opslokken. Maar ik wil toch getuigen van deze plaatselijke gruwelijkheden, deze schendingen van dierenrechten, dus met mijn gsm (met ingebouwd fototoestel) kon ik een aantal undercoverfoto’s maken. Ik doe alsof ik aan het bellen ben (iedereen belt hier met gsm, dus dat valt niet zo op), en ondertussen… klik! (“Verdorie, m’n vinger voor de lens!”) Helaas, één van die verkopers had toch wel gezien dat ik een foto nam van die fetisjen, dus ik moest opnieuw snel op de vlucht slaan.

Een beetje verder kwam ik bij de afdeling ‘vlees en gevogelte’ van de markt. Levende varkens worden hier op het dak van een wagen vastgebonden en zo vervoerd naar de slachtplaats. Ook kippen worden hier in de open lucht geslacht. Officieel is de slavernij afgeschaft in de 19de eeuw. Maar ik heb reeds duidelijk bewijsmateriaal dat slavernij nog steeds bestaat. Zelfs kindslavernij! Tijdens deze Odyssee van Medeleven in Afrika zal ik me nog veel inzetten voor de mensenrechten (in het bijzonder de rechten van vrouwen en kinderen). Geen enkel mens mag louter gebruikt worden als voorwerp (middel) voor iemand anders zijn behoeften (doelen). Dat is een basisrecht dat gerespecteerd moet worden.

Hoewel de mensenrechten opgenomen zijn in de wet, ben ik nog niet tevreden. Ten eerste zegt de wet dat alle mensen het recht op bv. vrijheid hebben, maar in de praktijk wordt deze wet nog al te vaak overtreden. En ten tweede heeft de wet een belangrijk hiaat: de dieren! Ik ben ook een dierenrechtenactivist, en wat ik hier zie, is een vorm van dierenslavernij! De analogie met de slavernij en de slavenhandel van de 19de eeuw is wel bijzonder sterk. Dieren worden uit hun natuurlijke omgeving gevangen genomen. Ze worden in erbarmelijke omstandigheden getransporteerd, gemarteld en uiteindelijk gedood. Niet alleen voor ons vlees (men verkoopt hier ‘bush meat’, waardoor Afrikaanse diersoorten – net zoals de walvissen in Antarctica – dreigen uit te sterven), maar blijkbaar ook omwille van een bijgelovig fetisj-gedoe.

Ik hoop dat ooit de dierenslavernij wordt afgeschaft. Wat de abolitionisten in het 19de-eeuwse Amerika deden, moeten de dierenbevrijders overdoen, en hopelijk winnen we net als hen de strijd. Onmogelijk lijkt me dat niet. Ten eerste bestaan er reeds eeuwenoude vegetarische/veganistische culturen waar ze geen enkel dierlijk product eten. En ten tweede zien we dat de meeste culturen wel één of ander culinair ‘taboe’ hebben: in de VS is het uit den boze om paarden te eten, in Nederland kunnen ze er niet bij dat men walvissen eet, in België vinden ze het eten van honden en katten walgelijk, in India zijn de koeien heilig,… Waarom kunnen we die culinaire taboes niet gewoon uitbreiden tot het taboe op het eten van dierenlijken? Het enige wat we moeten doen is inzien dat dieren net als mensen het recht hebben om nooit louter als gebruiksmiddel te dienen. Cotonou kent alvast één vegetarisch restaurant, met een duidelijke poster van dieren die zeggen :”Regarde moi dans les yeux! Homme, ne me mange pas!” Na al wat ik de afgelopen twee dagen gezien heb, mag het duidelijk zijn: houden we onze morele thermometer onder de oksel van Cotonou, dan zien we dat deze stad ernstig ziek is. En weldra zal er nog iemand ziek worden…


Vrijdag 13 juni: Malaria

In tegenstelling tot ‘bootje varen in Antarctica’ moet ik hier in Afrika niet meer vrezen dat ons schip kan zinken, dat ik doodvries en verdrink in ijskoud water, of dat ik gewond geraak in een hevige confrontatie met illegale Japanse walvisjagers. Maar het slechte nieuws: de ziektes die ik in Afrika kan oplopen… Diarree, hepatitis, gele koorts, tetanus, buiktyfus, polio, difterie, amoeben-dysenterie, giardia lamblia, hondsdolheid, meningitis, miliaria rubra (prickly heat), leishmaniase, dengue… Hoe in ’s hemelsnaam kunnen die Afrikanen overleven? En op het vlak van parasieten en insecten hebben ze hier ook een indrukwekkend lijstje: naast de in België gekende luizen, vlooien, bedwantsen, teken (ziekte van Lyme), bloedzuigers en harige rupsen, ontmoeten we hier blaarkevers, vliegenlarven die de huid binnendringen om zich te ontwikkelen (dus niet zomaar buiten je wasgoed laten drogen want als die vliegen hun eitjes in het wasgoed leggen, dan kunnen die larven door contact met de huid het lichaam binnendringen), zandvlooien en andere dierlijke parasieten die de huid binnendringen (dus niet blootsvoets rondlopen want dan krijg je tungiasis of cutane larva migrans).

En dan is er die ene ziekte… misschien wel de dodelijkste op aarde. Ze heeft al meer slachtoffers gemaakt dan alle oorlogen samen. Malaria! Doodsoorzaak nummer 1 in Afrika (het dodelijke wegverkeer staat op nummer twee), vooral voor kinderen onder de 5 jaar. Ik zit slechts 4 dagen in Afrika, heb 4 muggenbeten, en… een beetje diarree en een beetje koorts. Als de bloedanalyse negatief is, zou ik Octave een biertje trakteren. Helaas voor hem, en voor mij: de bloedanalyse is positief; ik heb malaria te pakken!

Waarschijnlijk is het een wraak van die voodootovenaars na mijn Dantokpa-avonturen. Of komt het door de datum, vrijdag de 13de? Wegens de profylaxismedicamenten heb ik gelukkig ruim de tijd om een geschikte behandeling te starten. Een kinine-infuus in een typisch Afrikaans ziekenhuis, het heeft wel iets… Eenzaam voel ik me alvast niet, want hier lopen hagedissen en ratten rond. Clichés zijn er om bevestigd te worden…

Waarom sterven zoveel arme kinderen aan malaria? Mits de juiste behandeling is deze ziekte perfect te genezen? Dit gegeven is in strijd met artikel 24 van de Conventie voor de Rechten van het Kind: het recht op toegang tot goede gezondheidszorg. Van westerse dokters die in het ziekenhuis werken, hoor ik afschuwelijke verhalen. In het ziekenhuis komt de ware armoede naar boven. Een rij moeders met jonge, ernstig zieke kinderen in de armen. Kinderen sterven omdat ouders geen geld hebben. En als de moeder dan toch geld heeft, wordt ze vaak geconfronteerd met traagheid, bureaucratie en het gebrek aan efficiëntie van het ziekenhuispersoneel: zelfs al is er kwaliteitsvol bloed beschikbaar, dan nog duurt het soms uren om een bloedtransfusie te voorzien. Maar daartegen is het kind al gestorven… Misschien moet ik mijn malaria symbolisch op vatten, als teken van mijn solidariteit met die talrijke jonge slachtoffers. Een beetje te vergelijken met de solidariteit van Pater Damiaan met zijn leprapatiënten, hoewel wat hij deed natuurlijk veel grootser is.


Donderdag 26 juni: De Internationale Dag Tegen Drugs

Conventie van de rechten van het kind, artikel 33: elk kind heeft het recht op bescherming tegen drugs. Helaas… de laatste jaren vormt West-Afrika, en daarbij ook de haven van Cotonou, de nieuwe draaischijf van de internationale drugshandel. Ook op deze dag tegen drugs heeft de Beninse politie weer een stevige portie cocaïne (afkomstig van Zuid-Amerika en met bestemming Europa) in beslag genomen.

Een paar dagen geleden heb ik het SCDIH Caritas (Services de la Charité pour le Développement Intégral de l’Homme) bezocht. Deze lokale NGO heeft een centrum, het Carrefour d’Ecoute et d’Orientation des enfants en situations difficiles (CEO), waar ‘probleemjongeren’ worden opgevangen: slachtoffers van kinderhandel, straatkinderen, delinquenten (sommigen hebben zware misdrijven gepleegd, maar een harde gevangenisstraf voor deze jongeren is niet aangewezen),… De begeleiders van het CEO zouden graag de jongeren willen sensibiliseren over de drugsproblematiek. Een aantal kinderen van de Dantokpa-markt zijn bijvoorbeeld verslaafd aan cocaïne, of ze snuiven lijm, oplosmiddelen, brandstoffen of andere chemische verdovende middelen.

We kennen allemaal de tragische situaties waarin drugsverslaafden verzeild geraken. Het gebruik van met bloed bevuilde injectienaalden vormt bijvoorbeeld een risico op een HIV/AIDS-infectie. Dus ik wil de begeleiders van het centrum helpen in hun strijd tegen drugs. Maar hoe doe je dat? Je kunt toch niet zomaar tegen een jongen zeggen: “Stommeling, stop daarmee! Drugs zijn slecht! Gebruik geen drugs!” Hoe pak je dat aan? Dergelijke problematiek brengt me op een idee: geweldloze communicatie…


Zondag 29 juni: Seksuele en reproductieve gezondheid

Reeds enkele weken werk ik bij het ABPF: l’Association Béninoise pour la Promotion de la Famille. Dat is een lokale NGO die zich bezighoudt met reproductieve gezondheid, een thema waar ik helemaal niet thuis in was, maar waarvan ik wel wist dat het bijzonder relevant is. Het ABPF heeft een eigen jongerenbeweging, het MAJ (Mouvement des Adolescents et Jeunes), met verschillende CSEAJ’s (Centres Socio Educatif pour les Adolescents et Jeunes). Daarnaast bestaan er nog twee Afrikaanse netwerken van jongerenbewegingen die zich ook focussen op reproductieve gezondheid: het NAYA (Network of Adolescent and Young Africans) en het RéBAJ/PD: (Réseau Béninois des Adolescents et Jeunes en Population et Développement). Na drie weken studeren zal ik me voornamelijk engageren bij die drie netwerken: het mee helpen schrijven van een projectvoorstel voor het komende werkjaar van NAYA, het organiseren van een conferentie/debat van het RéBAJ/PD, en sensibilisatiecampagnes van het MAJ zijn enkele van mijn activiteiten.

Waarom sprak de problematiek van seksuele en reproductieve gezondheid (SRG) me zo sterk aan? Heel simpel: omdat verschillende problematieken, samen te vatten in vier grote lijnen, hier samensmelten.

1) Geweld op vrouwen. 13% van de 15- tot 49-jarige vrouwen werden besneden. Voor ik naar Afrika vertrok, was ik me niet volop bewust hoe gruwelijk deze praktijk van genitale verminking is. Hoewel deze traditie reeds enkele jaren officieel verboden is, worden elke dag nog vrouwen genitaal verminkt. Een andere vorm van geweld op vrouwen zijn de vroegtijdige en gedwongen huwelijken: één op vier meisjes jonger dan 18 jaar is reeds getrouwd. Verder hebben we het huiselijk geweld, seksuele geweldplegingen (intimidaties en verkrachtingen), en niet te vergeten prostitutie: de systematische en georganiseerde verkrachtingen in de seksuele uitbuitingsindustrie. Artikel 34 van de Conventie voor de Rechten van het Kind stelt: elk kind heeft recht op bescherming tegen seksuele exploitatie. Helaas wordt ook dit recht in de realiteit nog al te vaak geschonden…

2) Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (SOA’s). Voornamelijk HIV/AIDS is hier de grote boosdoener: zowat 3% van de Beninse bevolking heeft een HIV-infectie, en elke dag komen er zowat 45 nieuwe infecties bij. AIDS treft voornamelijk de jongvolwassenen (18-35 jaar), en is daardoor een bijzonder ernstige epidemie vanuit het oogpunt van de ontwikkeling en de armoedebestrijding in Afrika. Tijdens deze Odyssee van Medeleven zal ik dus veel aandacht besteden aan het AIDS-probleem. Er zijn talrijke oorzaken voor een groeiende AIDS-epidemie in Afrika. Door bv. pornografie houden de jongeren er een losbandigere seksuele moraal op na. Vele mannen beslissen exclusief over de gezondheidszorg voor hun vrouw(en). Door deze vorm van onderdrukking hebben vrouwen minder toegang tot geneeskundige begeleiding, en laten ze bv. minder snel een AIDS-test uitvoeren. Vele mannen hebben verschillende seksuele partners: meer dan 20% van de mannen had het afgelopen jaar een seksuele relatie met meer dan één vrouw. (Bij vrouwen daarentegen ligt dat aantal tien keer lager, een zoveelste bewijs van de ongelijkheid tussen man en vrouw.) Hierboven vermeldden we reeds de prostitutie. Ik kan hier onmogelijk de tragische situaties van de prostituees in detail belichten, maar uit studies blijkt dat wel 6 op 10 prostituees in Cotonou een HIV-infectie  opgelopen!
Bovendien zijn deze prostituees erg mobiel: 8 op 10 zijn buitenlandse vrouwen die hopen in Cotonou centjes bij elkaar te scharrelen om later hun gedroomde beroep te kunnen uitvoeren, of om voor hun kinderen te zorgen. En als we kijken naar het aantal HIV-infecties bij handelaars en transporteurs, is het duidelijk dat migratie een belangrijke factor is in de verspreiding van deze dodelijke ziekte. Verder weten we dat armoede en analfabetisme een belangrijke rol spelen in de AIDS-epidemie. We zouden kunnen stellen dat het gebrek aan onderwijs dé grote handicap is van Afrika. Alle grote armoedeproblemen kunnen nooit worden opgelost zonder een kwalitatief onderwijssysteem dat toegankelijk is voor alle kinderen en jongeren. En dan heb ik het speciaal over de vrouw: drie op vier Beninse vrouwen zijn analfabeet, en slechts twee op drie meisjes gaan naar school (tegenover meer dan 90% van de jongens). Ook de perceptie speelt een vaak nefaste rol: schaamtegevoelens, bijgeloof of culturele taboes zorgen ervoor dat men niet openlijk over AIDS durft te praten. Mensen verzwijgen dat ze geïnfecteerd zijn, of ze gaan naar een traditionele therapeut voor een wondermiddeltje (enkele dagen geleden bv. kwam ik een jongeman tegen die me vertelde dat hij hét medicijn tegen AIDS, hepatitis en tuberculose heeft uitgevonden…) Hiermee samenhangend zien we dat er een grote terughoudendheid is met betrekking tot het gebruik van condooms: slechts 7% van de 15- tot 49-jarigen zegt een voorbehoedsmiddel te gebruiken (terwijl wel ongeveer 90% op de hoogte is van het bestaan van contraceptiva). Naast de seksuele weg, zijn er nog twee andere transmissiefactoren: het contact met besmet bloed (denk maar aan het druggebruik en het gebruik van met bloed bevuilde scherpe voorwerpen), en de ‘verticale’ transmissie van moeder op kind (tijdens de zwangerschap, de bevalling of het geven van borstvoeding).

3) Ongewenste zwangerschappen. Naast sensibilisatie over het AIDS-probleem, zal ik ook de aandacht vestigen op de ongewenste, ongeplande, vroegtijdige en snel op elkaar volgende zwangerschappen. Eén op vijf van de 15- tot 19-jarige meisjes is moeder of zwanger. Dergelijke vroegtijdige zwangerschappen belemmeren niet alleen de ontplooiing van de vrouw (bv. minstens één jaar schoolverlaat), maar de bevalling is ook extra risicovol (lees: dodelijk) omdat de voortplantingsorganen van de jonge vrouw vaak nog niet voldoende rijp zijn. Vrouwen sterven in het kraambed ook vaak ten gevolge van snel op elkaar volgende bevallingen. 15% van de geboortes volgden minder dan 24 maanden op de vorige geboorte. Het is duidelijk dat de strijd tegen ongewenste, vroegtijdige en snel op elkaar volgende bevallingen levens kan redden. Het kan niet dat hier in Benin 5 op 1000 vrouwen sterven bij een bevalling. Het kan niet dat door ongewenste zwangerschappen ouders minder goed voor hun kinderen kunnen zorgen, zodat één op drie van de kinderen jonger dan 5 jaar een groeivertraging heeft, en waardoor 160 van de 1000 kinderen sterven voor hun 5de levensjaar. Het duidelijkste bewijs van het grote aantal ongewenste zwangerschappen is het hoge aantal (clandestiene) abortussen. In Benin telt men per tien bevallingen één abortus, en acht op de tien zwangerschappen bij scholieren eindigen met een abortus. Omdat de praktijk in Benin meestal door ongekwalificeerd personeel wordt uitgevoerd, zijn abortussen bijzonder risicovol. Niet alleen kunnen ernstige complicaties optreden bij de geslachtsorganen van de vrouw, 10% van de vrouwen en meisjes sterft als ze een clandestiene abortus laten uitvoeren!

4) Bevolkingsgroei en demografische problemen. Een vierde belangrijk motief om aandacht te schenken aan reproductieve gezondheid is het bevolkingsvraagstuk. Maar dat is iets voor 11 juli…

De strijd voor reproductieve gezondheidsrechten, als dat geen sexy onderwerp is. Bovenstaande vier redenen motiveerden me alleszins om me vandaag met een groepje jongeren op het strand te wagen om de mensen te sensibiliseren over ongewenste zwangerschappen en om contraceptieve methoden te promoten. Als westerling condooms verkopen op een strand in Afrika, wie had dat durven denken? Ik heb m’n beste Frans moeten bovenhalen, maar zelfs na drie weken studeren was het nog niet zo eenvoudig. Begin maar eens uit te leggen waarom een condoom belangrijk is, en hoe je het correct gebruikt.

Zoals vermeld is er een grote terughoudendheid als het gaat over het gebruik van condooms. Analfabetisme en onwetendheid zijn weerom medeverantwoordelijk voor het lage gebruik van contraceptiva. Daarnaast hebben vele mannen nog een pronataliteit-mentaliteit, en vrezen ze dat het gebruik van contraceptiva leidt tot ontrouw van de vrouw. In één van de discussies beschuldigde een strandganger het westen van neo-imperialisme, omdat condooms een westerse uitvinding zijn en omdat de rijke landen schrik hebben van een bevolkingsexplosie in Afrika. Ik voelde me natuurlijk aangesproken…
Het is duidelijk dat er vaak een culturele of religieuze taboesfeer heerst (vandaar de inzet van NAYA om religieuze leiders te overtuigen van het belang van contraceptiva), en dat we onze handen vol hebben met het bestrijden van valse geruchten, vooroordelen en misvattingen. Nochtans zijn condooms een wondermiddel: het is het enige middel (naast seksuele onthouding) dat zowel ongewenste zwangerschappen als SOA’s kan voorkomen.


Vrijdag 11 juli: Wereldbevolkingsdag: het recht op gezinsplanning

Volgens het UNFPA, het bevolkingsfonds van de Verenigde Naties, willen wereldwijd ongeveer 200 miljoen vrouwen niet zwanger worden, maar ze hebben geen toegang tot veilige anticonceptiva. Vandaar dat deze Wereldbevolkingsdag in het teken staat van het recht op gezinsplanning. Wanneer mensen hun eigen gezin kunnen plannen, dan kunnen ze ook hun eigen leven plannen. Ze kunnen plannen maken om armoede te overwinnen. Ze kunnen plannen om gelijkheid tussen mannen en vrouwen te verwerven. Ze kunnen plannen maken om levens van vrouwen en kinderen te redden. Armoede terugdringen, gelijkheid verwerven, kraamdood bestrijden, daar is gezinsplanning voor nodig.
Maar zoals vermeld heb ik nog een belangrijk motief: mijn bezorgdheid over de explosieve bevolkingsgroei. Vandaag leven er zowat 6,5 miljard mensen op aarde. Volgens het UNFPA kan de wereldbevolking tegen 2050 nog verdubbelen als niet meer mensen goede contraceptiva gebruiken. Probeer u voor te stellen wat dat betekent voor de kwetsbare ecosystemen, voor de uitputting van grondstoffen, voor het uitsterven van planten- en diersoorten. Voornamelijk arme landen kennen een hoge bevolkingsgroei. In Benin ligt het cijfer op 3,25%, wat wil zeggen dat bij dit tempo de Beninse bevolking verdubbelt binnen de 22 jaar, van 8 naar 16 miljoen inwoners.
Het vruchtbaarheidscijfer is onduurzaam hoog: een Beninse vrouw geeft in haar leven geboorte aan gemiddeld 5,5 kinderen. Nu heb ik tijdens de sensibilisatieacties aan vele jongeren gevraagd hoeveel kinderen zij in totaal zouden wensen, of wat voor hen het kindertal van een ideaal gezin is, en niemand gaf een antwoord hoger dan 4.2

Een bevolkingsgroei van 3,25% bemoeilijkt niet alleen de ontwikkeling en de armoedebestrijding (hoewel de economische groei van Benin de afgelopen jaren gestegen is tot boven de 3,25%, waardoor een individuele Beniner langzaamaan rijker wordt), ze heeft ook een nefaste ecologische impact. Meer mensen betekent meer grondstoffen die uitgeput raken, meer bossen die gekapt worden om aan landbouw te doen, meer vissen die gevangen worden, meer planten- en diersoorten die uitsterven. In mijn thuisland strijd ik al jaren tegen de overconsumptie, tegen een te hoge economische groei, om kwetsbare ecosystemen te beschermen. Hier in Afrika wil ik strijden tegen de te hoge bevolkingsgroei. Ecologisch onduurzame economische groei in het Noorden en bevolkingsgroei in het Zuiden vormen een tweelingprobleem voor het leven op aarde…

Gisteren ben ik naar Comé, een kleiner stadje in het zuidwesten van Benin, afgereisd om enkele activiteiten van het UNFPA bij te wonen. De herdenking van de Wereldbevolkingsdag vond plaats bij de burgemeester van Comé. Een groot podium, verschillende stands (met veel wetenschappelijke rapporten en natuurlijk ook veel voorbehoedsmiddelen), veel volk (waaronder vele notabelen en hooggeplaatste figuren), en afdelingen van UNFPA, UNAIDS, UNICEF en het ABPF: het werd een grootse manifestatie. Op het programma stonden lezingen van gastsprekers: de Beninse vertegenwoordiger van het UNFPA, de burgemeester van Comé, de minister van ontwikkeling, de koning (gekleed in een indrukwekkend gewaad vol sieraden), en Miss Benin. De lezingen werden afgewisseld door toneeltjes opgevoerd door jongeren, en optredens van Beninse muzikanten.

Ik ben blij om eens wat dieper kennis te maken met het werk van het UNFPA. Vooral de integratie van de verschillende problematieken spreekt me erg aan: vrouwenmishandeling, kindersterfte, SOA’s, AIDS, demografische problemen, vroegtijdige en ongewenste zwangerschappen,… De reproductieve gezondheidsrechten koppelen vrouwen- en kinderrechten aan de strijd tegen onhoudbare bevolkingsgroei. Een erg boeiende win-winsituatie…

Normaal zou ik vandaag terugkeren naar Cotonou. Maar… ik kom gisterenavond aan bij het gastgezin dat een beetje buiten het centrum, in ruraal gebied woont… Prachtig dat het hier is!!! Rust! Zuivere lucht! Ik durf weer te ademen! Dit is het Afrika waar ik van hou. Werkelijk het tegengestelde van Cotonou: natuur, velden, meertjes, mooie vogels en vlinders, ’s nachts schitterende vuurvliegjes, een heldere sterrenhemel… En de mensen hier in Comé zijn zo vriendelijk en gastvrij. Ik ging een avondwandelingetje maken, onderweg kon ik wat praten met de lokale bevolking, enkele mensen gingen spontaan met mij meewandelen, en na de wandeling kon ik bij hen zomaar op visite… Hier heb je tenminste echt contact met de lokale bevolking. Ik heb nog nooit zo goed met Afrikanen kunnen praten als hier.

En dan het leukste: ik kom onderweg een tiental jongeren tegen, die op een klein grasveldje aan het voetballen zijn. Hoewel ik anders nooit voetbal, kon ik dit keer niet aan de verleiding weerstaan… De stand was 2-2 gelijkspel, maar ik heb toch (per toeval) een goal gemaakt. In de vroege ochtend, bij een opgaande zon, heb ik karatelessen gegeven aan mijn tien nieuwe vriendjes. Hoewel de karate op het driftijs in Antarctica een niet te evenaren ervaring was, zal ik me deze ochtend zeker ook blijven herinneren… Zulk een prachtige omgeving, zulke fantastische mensen, dus ik besloot nog een dagje langer in Comé te blijven. Nu weet ik dat Afrika ook zijn prachtige, idyllische kantjes heeft…


Maandag 14 juli: Action Sociale: Red de Kinderen!

Toen we terugkwamen van een succesvolle Sea Shepherd Antarctica Campagne enkele maanden geleden, ontving de Australische bevolking ons als ware helden omdat we 500 walvissen hebben kunnen redden. Mijn ‘celebrity’-status is hier in Benin blijkbaar nog niet gedaald: als ik door de straten wandel, roepen en zingen alle kinderen (en dat zijn er heel wat als je bedenkt dat bijna de helft van de Beninse bevolking jonger is dan 15 jaar): “Yovo, yovo, bonsoir, ça va bien, merci!” (“Yovo” betekent “blanke”.) Het wordt dus tijd dat deze walvisredder de kinderen gaat helpen…

Vandaag ben ik naar Porto Novo vertrokken, om daar 3 weken bij de NGO Action Sociale vrijwilligerswerk te doen. Met de steun van UNICEF, het kinderfonds van de VN, heeft deze NGO een “Centre d’appui a l’Education et aux Loisirs des Orphelins et autres Enfants vulnérables” (CELOE). Weeskinderen (13% van Beninse kinderen is wees) en andere kwetsbare kinderen (straatkinderen, gehandicapte kinderen, HIV-geïnfecteerde kinderen,…) worden hier opgevangen en krijgen hier de steun en de kans om hun capaciteiten maximaal te ontplooien. Artikel 31 van de Conventie voor de Rechten van het Kind stelt dat elk kind het recht heeft op vrije tijd, omdat het kunnen uitoefenen van hobby’s en het kunnen spelen essentiële elementen vormen in de ontwikkeling van een kind. Concreet wil dat dus zeggen: de speeltijd is begonnen!

Met een gevoel van medeleven amuseer ik me met deze kinderen, en plots besef ik dat ik voor het eerst in mijn leven speel met AIDS-slachtoffertjes. Dit centrum doet er alles aan om de stigmatisering van AIDS-slachtoffers te bestrijden.

Woensdag 30 juli: Geweldloze Communicatie

Na enkele voordrachten over ‘la Communication Non Violente’ (CNV) te hebben gegeven voor de begeleiders van SCDIH Caritas en Action Sociale, was het vandaag tijd voor de grotere uitdaging: CNV voor kinderen, meer bepaald de kwetsbare en weeskinderen van het CELOE.

Geweldloze communicatie is een methode van luisteren en praten zonder verwijten, oordelen of beschuldigingen. Deze ‘taal van medeleven’, ontwikkeld door de psycholoog Marshall Rosenberg, helpt ons om conflicten te beheersen, om ons ‘empathisch’  te verbinden met de ander, om ons helder, eerlijk en nauwkeurig uit te drukken, en om geweld en agressiviteit te transformeren. Geweld is de tragische expressie van onvervulde en niet-erkende behoeften. Vaak drukken we ons op een onhandige manier uit, en staan we niet goed in contact met onze eigen behoeften en gevoelens, noch met die van de ander. Dit resulteert in een gewelddadige of ‘onhandige’ taal van de krokodil, een taal die pijn doet en die weinig ruimte schept om een mooie oplossing te zoeken. Daartegenover staat de empathische, medelevende of geweldloze taal van de giraf (een giraf heeft een groot hart om liefde te geven, goede oren om te luisteren, en een lange nek om mogelijkheden en oplossingen te overzien).

Zonder in details te treden, kunnen we de methode van geweldloze communicatie samenvatten in 4 stappen: observatie, gevoel, behoefte en verzoek. Een voorbeeld: zoals in vele Beninse gezinnen krijgen ook de kinderen in mijn gastgezin in Porto Novo nogal vaak een pak slaag als ze niet luisteren. Artikel 19 van de Conventie voor de Rechten van het Kind stelt dat elk kind recht heeft op bescherming tegen mishandeling (waaronder ook fysiek geweld valt). Maar hoe zeg je dat tegen die gastvrije mensen van mijn gastgezin? “Helaba, jullie zijn gewelddadig! Je mag ze niet slaan! Dat is slecht! Stop daarmee! Als je ze nog één keer slaat dan…” Dat is een voorbeeld van gewelddadige krokodillentaal: beledigingen, oordelen, eisen, dreigementen,… Na enig nadenken had ik een idee: ik heb mijn gastgezin wat over CNV verteld, en zodoende kon ik op een subtiele manier toch mijn punt maken (hoewel ik niet weet of ze de onderliggende boodschap duidelijk hebben gevat, weten ze wel dat ik geweldloosheid belangrijk vind). De giraffentaal zou in dit voorbeeld als volgt kunnen klinken: “Als ik zie dat kinderen worden geslagen (een objectieve observatie zonder oordeel), dan ben ik bezorgd (een universeel gevoel dat iedereen herkent) want het welzijn van de kinderen is belangrijk voor mij (een universele behoefte). Zou je de volgende keer dat je kwaad bent willen proberen met hen te praten in plaats van te slaan? (een duidelijk, positief, realiseerbaar en open verzoek).”

Door de aandacht te leggen op mijn gevoelens en behoeften doe ik de tegenpartij minder pijn, kan de tegenpartij me beter begrijpen (kan men zich sneller verbinden met mijn leefwereld), kan ik gemakkelijker eindeloze discussies vermijden (“Zo hard sla ik niet, zij kunnen daar tegen.” – “Je slaat wel te hard!” – “Ze moeten maar luisteren!” – “Maar slaan is verkeerd.” – “Niet waar!” – …), druk ik me helder uit (gevoelens zijn een signaal dat een onderliggende behoefte al dan niet is vervuld), en ben ik eerlijk en oprecht (wat ik voel is altijd waar, de tegenpartij begint geen discussie: “Maar nee, jij voelt je niet bezorgd!”).

Met de hulp van de Franse vrijwilligster Sandrine, lieten we de kinderen van het CELOE een eenvoudig CNV-spelletje uitvoeren: de dans van de giraf en de krokodil. Zodoende hielpen we hen in het beheersen van dagdagelijkse conflicten. De CNV-voordracht die ik gaf aan de ‘pair educateurs’ en ‘animateurs’ (jonge voorlichters en begeleiders) was gericht op het drugsprobleem: hoe benader je iemand die verslaafd is aan drugs? Hem beledigen dat hij dom is, dat drugs slecht zijn, dat hij onmiddellijk ermee moet stoppen? De kans is klein dat hij zo geholpen wordt. Hoe kunnen we beter begrijpen waarom een verslaafde drugs begon te nemen? Ook hier biedt de CNV een interessante invalshoek. Tijdens mijn voordracht speelde ik een dialoog tussen een drugsverslaafde krokodil en zijn vriend de giraf. De giraf bleef aandacht schenken aan de gevoelens en de behoeften van de verslaafde. Wat voelt hij, en waarom? Die gevoelens en behoeften zijn universeel, wat wil zeggen dat ieder mens ze herkent. Ikzelf ken niet de drang om drugs te nemen (dus ‘drugs’ is geen universele behoefte). Wat zijn de onbevredigde universele behoeften van een drugsverslaafde? Vrijheid, rust, ontspanning, energie, nieuwe ervaringen,… En het interessante is dat ik die behoeften herken, en dat niet alleen drugs dergelijke universele behoeften kan vervullen. Door de aandacht die de giraf schonk, voelde de krokodil zich meer en meer ‘begrepen’ (“Hé ja, dat is precies wat ik wil!”), en dat gevoel van begrip kan vaak de woede van een krokodil transformeren of kanaliseren.

Aandacht schenken aan de behoeften biedt nog een ander voordeel: het biedt de mogelijkheid om een betere oplossing te vinden voor een probleem, een oplossing die aan de behoeften van alle betrokken partijen kan voldoen. Stel ik voel me nieuwsgierig, want ik heb behoefte aan nieuwe, spannende ervaringen. Ik kan drugs proberen, want dat klinkt wel nieuw en spannend. Maar dan zullen mijn ouders zich heel erg ongerust voelen omwille van mijn welzijn en ontwikkeling die bedreigd worden. Of ik kan naar Afrika gaan om daar geweldloze communicatie te beoefenen met weeskinderen. Ik koos voor het tweede…


Maandag 4 augustus: Een laatste uitdaging…

Files hebben een nieuwe betekenis gekregen, hier in Benin. Dit is de situatie: ik zit in een ‘taxi brousse’ van Porto Novo naar Cotonou. Op z’n Afrikaans is dat dus met 9 in een wagen (drie van voor, vier volwassenen en twee kinderen op de achterbank). Ik zit op de plaats waar normaal gesproken de handrem zou moeten zijn, dus ik voel me erg veilig dat die er niet is. (Anders zou ik niet zo comfortabel kunnen zitten!) Dat tot daar aan toe, maar ik zit dus in een auto-zou-ik-het-niet-durven-noemen-ding dat zijn plaats in het Guinness Book of Records heeft verdiend: het oudste en meest verroeste ding op 4 wielen dat nog bolt3. Het dashboard is bv. half verwijderd, en wat ervan overblijft hangt zowat te flapperen. Ik denk dat we in stilstand zo’n 90 km per uur rijden. Een contactsleutel is niet nodig: gewoon de elektriciteitsdraadjes tegen elkaar houden en de motor (als bij wonder!) schiet in gang. Voor de rest hangt alles te rammelen wat er te rammelen valt aan een auto, en de romp onder mijn voeten is een beetje weggeroest, dus ik zie de grond onder de auto.

Goed, dat tot daar aan toe. Op weg naar Cotonou viel twee keer de motor stil. Maar onze chauffeur nam zijn moersleutel, deed de motorkap open, een paar stevige meppen en… ça marche!

Goed… dat tot daar aan toe… Maar dan… File! Zoals ik al zei hebben files hier een nieuwe betekenis gekregen: iedereen zit tegen elkaar te drummen (lees “botsen en schuren”), dus chaos alom. Gelukkig heeft de spitsvondige Afrikaan de oplossing voor het fileprobleem gevonden: ga gewoon van de rijbaan, en rij door en over alles waar je door of over geraakt. En ook daar waar je niet door geraakt ga je gewoon door! Slijk? Geen probleem! Een gracht! Daar geraken we over (hoewel ik nog steeds niet begrijp hoe onze chauffeur dat voor elkaar gespeeld heeft). Plassen? “Sans problème, Yovo!” Tot… Aiii!!! Een hele grote diepe plas recht voor ons. Een terreinwagen sukkelt er met moeite door. Terugkeren gaat niet, want achter ons is de weg… eum… het ‘moeras’ propvol auto’s die nog harder staan te drummen. Hoffelijkheid en geweldloze communicatie kennen ze hier niet (de dame op de achterbank kan roepen hoor!) Naast ons sukkelt een vrachtwagen die met zijn uitlaat een dichte, blauwe rookwolk recht in onze auto blaast. Bijna moesten we ons ‘rammelding’ evacueren om niet te stikken. Goed dan… onze beurt… (chauffeur zet motor een beetje harder)… recht de plas in… gaat goed zo… of… niet goed… (motor harder) het lukt… het lukt niet… (motor nog harder)… we halen het…. niet (motor nu zo hard, dat het vreemde geluiden maakt)… we gaan vooruit… (ondertussen stroomt het water in de auto)… staan weer stil … (motor zo hard dat dashboard-overblijfselen stevig beginnen te rammelen) … en (en ik denk dat de motor zo meteen gaat ontploffen)… en…… we… halen … het… nog… niet…. WEL!!!! Ik weet niet tot welke religie de 6 overige inzittenden behoorden, maar ik heb me onmiddellijk bekeerd. Een waar mirakel om met dit verroeste ding waar de deuren bijna afvallen door dergelijk modderig gebied te ploeteren. Ik moet er wel nog bij zeggen dat ik nog nooit zo goedkoop heb gereisd: voor een halve euro van Porto Novo naar Cotonou…

Maandag heb ik mijn laatste presentatie ‘geweldloze communicatie’ gegeven voor de begeleiders van het CEO. Het thema was drugsverslaving (hoe benader je een drugsverslaafde op een geweldloze wijze?), en de voordracht vond plaats in het opvangcentrum op de Dantokpa-markt (inderdaad, alweer naar die gruwelijke plek). Kinderen die gedwongen worden op de markt van alles te verkopen, kunnen terecht in dat opvangcentrum om zich te wassen, naar het toilet te gaan, zich te ontspannen of te rusten. Na de voordracht hoorde Ado, één van de begeleiders, buiten iemand met een zware hese stem roepen: “Ga eens kijken wie daar staat te roepen…” – “Ik zie een kerel met een hoed… Wie is dat?” – “Ah, dat is ‘m! Een drugsdealer… Ik heb hem al vaak zien dealen. Zo’n klein prutsje van dat wit poeder…” – “Cocaïne?” – “Ja, voor 100 FCFA…”

Ik nam afscheid van de begeleiders en kinderen van het CEO, en keerde terug naar de fetisjmarkt, voor een laatste opdracht: met mijn gebrekkige CNV-ervaringen en mijn gebrekkig Frans wou ik toch trachten de verkopers duidelijk te maken dat ik niet graag heb dat ze daar dieren doden om zo te verkopen. In de plaats van te schreeuwen tegen de verkopers: “Jullie zijn slecht, zomaar die dieren kapotmaken om te verkopen als bijgelooffetisj! Jullie moesten je schamen!”, kan ik als een giraf zeggen (volgens de 4 stappen van CNV): “Als ik zie dat dieren worden gedood en verkocht (observatie), voel ik me verdrietig en boos (gevoel), want ik vind respect voor dieren belangrijk (behoefte). Zou u voortaan de dieren willen beschermen en hun recht op een gezond en vrij leven willen respecteren? (verzoek)”.

Helaas had de verkoper daar geen oren naar, want hij bleef maar vragen wat ik wou kopen. Bij een andere verkoper probeerde ik hetzelfde, met als reactie: “Donc c’est fini?” Een derde verkoper vroeg me 2000 FCFA als ik daar nog zou blijven staan kijken naar die gedode dieren.

Uiteindelijk werd ik voor een gevreesd dilemma geplaatst: een handelaar haalde een levende kameleon uit een zakje, en liet het uitgemergelde diertje op mijn arm rusten. Als ik hem niet koop, zal deze prachtige kameleon weldra levend geroosterd worden. Als ik hem wel (vrij)koop, creëer ik een vraag naar kameleons en misschien worden er dan meer kameleons in de natuur gevangen. En wat eet dat dier, en waar kan ik hem het best vrijlaten? Even dacht ik eraan om de kameleon af te pakken en zonder betalen mee te nemen. Helaas zag ik in die drukte geen snelle vluchtweg, en op het einde van mijn reis in een vreemd land zoiets riskeren… Ik was te bang, dus liet ik het bij een iets minder geweldloze vorm van communicatie en ben (zonder kameleon) weggegaan. Ik herinner me het moment toen de kameleon me recht in de ogen keek. Ik zag opnieuw die blik van medeleven, de blik van dat arm weeskindje dat op een afschuwelijke vuilnisbeltmarkt gedwongen wordt om zeep en zakdoeken te verkopen, de blik van die gehandicapte bedelaarster die op een kruispunt haast omvergereden werd omdat ze nauwelijks kan rechtstaan op haar krukken. De blik van een geharpoeneerde, stervende walvis die in de ogen van kapitein Paul Watson keek. Ik voel me machteloos dat ik niet beter dat weeskindje en die bedelaarster heb kunnen helpen. En ik voel me schuldig dat ik toch niet geprobeerd heb het leven van die kameleon te redden. Had ik ermee kunnen weglopen, had ik de kans? Op dat vlak heb ik gefaald. Ik zal me de blik van die kameleon blijven herinneren. Wordt het geen tijd voor dierenbevrijding?


Woensdag 6 augustus: terug naar huis.

Het blijft speciaal, dit Afrika. Ik wandelde door een oude sloppenwijk vol afval. Alles vol slijk, een oud vrouwtje keek me aan, een zemi-motortaxi raasde voorbij en liet een grote rookpluim na, kleine kuikentjes scharrelden wat rond op de weg, en een jongeman wandelde langs die puinhoop met een moderne draagbare muziekspeler. De muziek: “Another day in paradise” van Phil Collins, over een rijke westerling die een bedelaarster negeert. (Boodschap van het liedje: wij rijke westerlingen moeten beseffen dat we in een paradijs leven als we ons leventje vergelijken met dat van een dakloze). “She calls out to the man on the street. He can see she’s been crying. She’s got blisters on the soles of her feet. Can’t walk but she’s trying. All think twice, ‘cause it’s another day for you and me in paradise.” Moest ik dat liedje hier horen… Vanuit zijn draagbare muziekspeler, hier, in deze krottenwijk… Dat is provocatie!

Mijn tweede grote episode van mijn Odyssee van Medeleven zit erop. Al bij al ben ik tevreden met wat ik in Antarctica en Afrika beleefd heb. Walvissen redden, kinderen helpen, in m’n beste Frans jongeren sensibiliseren over de risico’s van drugs en ongewenste zwangerschappen, met weeskinderen een CNV-spel spelen, verschillende NGO’s bezoeken,… Het is me gelukt, het is een mooi verhaal geworden. Waarom heb ik de eer om deze Odyssee van Medeleven mee te maken? En wie weet waar brengt deze odyssee me nog naartoe… ?

Het is tijd om terug huiswaarts te keren. Mijn werk voor Afrika zit er nog niet op. België kent nu een nieuwe ooggetuige van armoede, en ooggetuigen zijn gevaarlijk voor de heersende rijke elite in het Noorden… Nu komt het erop aan het rijke Noorden te overtuigen om het arme Zuiden te steunen. Die steun hoeft geen zelfopoffering te zijn; we kunnen Afrika ook helpen met  – zoals in geweldloze communicatie mooi gezegd wordt – “de vreugde van een kind dat een hongerig eendje voedert.”

Ik wil afsluiten met de tekst van een lied dat de afgelopen maanden elke dag in mijn hoofd rondspookte. “Save the Children” van Marvin Gaye: “I just want to ask a question. Who really cares? To save a world in despair. Who’s willing to try, to save a world that’s destined to die? When I look at the world it fills me with sorrow. Little children today are really gonna suffer tomorrow. Live life for the children. Let’s save all the children.”

Stijn Bruers

Voor de rechten van vrouwen en kinderen in Afrika: steun het VN-bevolkingsfonds UNFPA en het VN-kinderfonds UNICEF! (www.unfpa.org/support , www.unicef.be , rek.nr. UNICEF 000-0000055-55)

Dit bericht werd geplaatst in De Odyssee van Medeleven. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s