Ethiek en levenskunst van de universele liefde

Deze tekst is een samenvatting en bewerking van de visies beschreven in het boek “Universele Liefde, naar een ecologische, spirituele levenskunst” Stijn Bruers, Boekscout.nl, 136p, ISBN 978-90-8834-042-0

In onderstaande tekst wil ik de belangrijkste punten van mijn ethische filosofie weergeven. De tekst bestaat uit verschillende onderwerpen. We beginnen met de ethiek en levenskunst van de universele liefde (of universeel medeleven). Een rationele (ethische) en emotionele (spirituele) benadering zullen samenvloeien tot een idee van biocentrisch altruïsme. Vervolgens bekijken we de consequenties van de ecologische rechtvaardigheid. Een activist die zich inzet voor ecologische rechtvaardigheid zal vroeg of laat geconfronteerd worden met het gebruik geweld. Vandaar dat we een radicale visie van geweldloosheid zullen bespreken. Als afsluiter geef ik nog enkele meditaties voor ecologische en morele Zelfrealisatie. Deze meditatieoefeningen kunnen een activist sterker maken in zijn strijd om alle kwetsbare leven te beschermen.

De universele liefde is een zeer sterk en diepgaand gevoel waarbij we ons bevrijden van onze eigen persoonlijke problemen, gehechtheden en negatieve emoties en waarbij we ons vreugdevol verbonden  (betrokken) voelen met alle leven. Het gevolg is een diepgaande eerbied en onvoorwaardelijke dienstbaarheid voor alle leven.

De weg naar een dergelijk gevoel van universele verbondenheid heeft twee belangrijke vertrekposities, een moraalfilosofische en een levenskunstfilosofische. Vanuit beide posities vertrekt een groeiproces dat resulteert in de ecocentrische houding van universele verbondenheid en onvoorwaardelijke liefde.

Het moraalfilosofische fundament gebruikt als cruciale ideeën de begrippen ‘intrinsieke waarde’ (waarde op zich), dat tegengesteld is aan ‘instrumentele waarde’ (nutswaarde, gebruikswaarde) en ‘gelijkwaardigheid’. Een slaaf heeft bijvoorbeeld nutswaarde voor zijn meester, maar heeft daartegenover ook intrinsieke waarde als mens. Als iets intrinsieke waarde heeft, heeft het ook recht op bijvoorbeeld eigenheid, vrijheid, integriteit, welzijn, ontplooiing en leven. De ethische benadering komt op voor rechtvaardigheid en respect en is tegen elke vorm van discriminatie. Dit is een soort groeiproces dat twee perspectieven heeft: een ‘individu gericht’ en een ‘collectief gericht’.

Het eerste, individu gerichte perspectief kijkt naar de individuele wezens. De grootste vorm van discriminatie is het zogenaamde ‘egocentrisme’, dat het egoïstische, hebberige zelf centraal stelt: het ego is belangrijker dan de rest. Deze positie is immoreel, en dient te worden doorbroken door het erkennen of toekennen van de waardigheid van andere mensen. Zo komen we bij het antropocentrisme (naar het Griekse ‘antropos’: mens), de stelling dat elke mens even waardevol is, iedereen universele rechten heeft en niemand gediscrimineerd mag worden. Echter, ook deze positie is nog immoreel, want ze stelt dat de mens belangrijker is dan al het niet-menselijke. Om deze onrechtvaardige discriminatie en ongelijkwaardigheid op te heffen, wordt de kring van alle intrinsiek waardevolle wezens verder uitgebreid: de bewuste dieren, de dieren die kunnen voelen, alle overige dieren, de bomen en alle overige planten, tot uiteindelijk elk individueel levend wezen dat nu, in het verleden of in de toekomst leeft. Dit is het biocentrisme, waarbij elk levend (en nog niet levend) individu centraal staat. Dit brengt ons bij de belangrijke stelling, een vage richtlijn als achtergrond van elk handelen:

Het is fundamenteel immoreel om de intrinsieke waarde van ieder levend wezen te onderschatten.” Concreet wil dat zeggen dat we perceptueel bewuste wezens (subjecten, dieren die kunnen lijden) nooit mogen kwetsen, doden of gebruiken als middel voor onze doelen (behalve uit zelfverdediging). En levende wezens mogen we nooit doden voor onze niet-essentiële luxedoelen. Dierenrechten en diepe ecologie worden zo geünificeerd.

Het tweede, collectief (relatie) gerichte perspectief kijkt naar de grotere gehelen (systemen) waar individuen in ingebed zijn, evenals de bijhorende (relationele) eigenschappen zoals diversiteit en integriteit. De bekrompen leefwereld van het egocentrische ‘ik’ (het solipsisme) wordt doorbroken door de stelling dat de cultuur waarin het ingebed zit ook waardevol is. Maar ook andere leefgemeenschappen en culturen zijn waardevol. Vanuit ethisch oogpunt moeten de mooie en morele aspecten van elke cultuur bewaard en ontwikkeld worden. Dit is een streven naar culturele diversiteit, want culturen hebben een intrinsieke waarde. Ook vriendschapsbanden hebben intrinsieke waarde en moeten ontwikkeld worden. Maar net zoals bij de stap van het antropo- naar het biocentrisme kunnen we verder gaan door te stellen dat ook biologische diversiteit belangrijk is: de verscheidenheid aan soorten, landschappen, leefgemeenschappen en ecosystemen moeten we behouden, want alle soorten hebben een gelijke intrinsieke waarde.

De twee perspectieven in het morele groeiproces vloeien uiteindelijk samen in het zogenaamde ecologisch biocentrisme. Dit biocentrisme bevat de meest uitgebreide cirkel van alles wat intrinsiek waardevol is: elk levend wezen, de gemeenschappen, de sociale relaties, de (verscheidenheid aan) soorten, de bergen, de rivieren, de zon, de maan, de ganse  sterrenhemel… Deze ethische visie is niet louter een inzicht van het bestaan van intrinsieke waarde. Het is een actieve, dagdagelijkse praktijk van onvoorwaardelijke inzet, zorg en dienstbaarheid voor alles wat waardevol en kwetsbaar is. Dit biocentrisch altruïsme is tegengesteld aan het antropocentrisch egoïsme. Het is een bescherming van de levensrechten en de waardigheid van ieder levend wezen.

Laten we vervolgens kijken naar het tweede, levenskunstfilosofische vertrekpunt. De levenskunst stelt zich de vraag naar het mooie, vreugdevolle en gelukzalige leven. Door onze gehechtheid aan oppervlakkige zaken, dingen waar we zelf heel weinig controle op hebben (bijvoorbeeld ons lichaam, onze status, onze rijkdom en bezit,…), raken we vaak gefrustreerd, angstig, ongeduldig, jaloers en ongelukkig. De oplossing ligt in de meditatie, zodat we ons innerlijk bevrijden van al onze verslavingen, gehechtheden en negatieve emoties. Dit is het tevreden, kalme, serene, gelukzalige bestaan. Maar vaak leidt dit tot een soort vervreemding, tot een nihilistisch bestaan, een gevoel van leegte en gebrek aan houvast en zingeving. Bovendien kleven er morele bezwaren aan, daar het meestal een erg teruggetrokken, passief bestaan is. Deze negatieve aspecten kunnen worden opgelost door bewust een gevoel te creëren van diepgaande liefde voor anderen en te leven in vreugdevolle verbondenheid met ander leven. Deze verbondenheid is net zoals bij het ethisch/morele luik een groeiproces dat twee perspectieven heeft, een individualistisch en een holistisch. Echter, bij de levenskunst gaat het eerder om een emotioneel proces, terwijl het ethisch/morele groeiproces meer een rationeel karakter heeft.

Het individu gerichte perspectief spreekt over gevoelens van mededogen, empathie, onvoorwaardelijke liefde. Iedereen benaderen met het gevoel alsof het onze beste vriend zou kunnen zijn. Uiteindelijk is er een diep medeleven en solidariteit met alle levende wezens.

Het collectief gerichte perspectief wordt eerder gekenmerkt door gevoelens van verbondenheid, eerbied, ontzag en verwondering voor culturele en natuurlijke schoonheid.

We hebben gezien dat er twee verschillende vertrekpunten zijn waaruit een groeiproces ontstaat naar een morele biocentrische positie met een gevoel van vreugdevolle verbondenheid met alle leven. Dit groeiproces noemen we Zelfrealisatie. Het Zelf is niet het hebberige, bekrompen egoïstische ‘ik’, maar het is dat aspect van ons bewustzijn dat gericht is op alle leven, dat partner is van alle leven. Die Zelfrealisatie bestaat uit twee pijlers: ecologische en morele Zelfrealisatie.

Ecologische Zelfrealisatie is elk leven diepgaand en onvoorwaardelijk liefhebben. Het is een proces van actief opkomen voor de waardigheid en de levensrechten van alle leven, opdat alle leven zich maximaal kan ontplooien.

Morele Zelfrealisatie is elke tegenstander diepgaand en onvoorwaardelijk liefhebben, niemand haten of minachten. Het is een streven naar innerlijke bevrijding bij mensen, een houding van eerbied voor alle mensen, zelfs met de ergste tegenstander, waarbij we opkomen voor het belangrijkste en meest waardevolle dat elke persoon echt bezit, namelijk het morele Zelf. Mensen zijn nooit immoreel of slecht op zich, dat zou een ontkenning zijn van hun mogelijkheden om goed te doen. Enkel individuele daden kunnen al dan niet immoreel zijn. Als mensen iets immoreel doen, dan beschadigen ze hun morele Zelf. Verkrachting, vernedering en moord leiden tot morele Zelfverkrachting, Zelfvernedering en Zelfmoord. Het gevoel van vriendschap met iedereen is onvoorwaardelijk. Het is jammer genoeg niet altijd de wederzijdse vriendschap met (blind) wederzijds vertrouwen. Ze bevat wel een erkenning of toekenning van de intrinsieke waarde van iedereen. Het betreft hier een diepgaande eerbied en hoogachting voor elke persoon op zich, zonder daarom al diens daden goed te keuren en wars van enig zwart-wit denken. Het dode lichaam kan niet heropleven, maar zolang een mens leeft, kan zijn morele Zelf wel herboren worden. Dergelijk heropleven gaat gepaard met een proces van vergeving en verzoening.

De unificatie van beide vormen van Zelfrealisatie resulteert in de ‘ethiek van de universele verbondenheid en liefde’. De Zelfrealisatie bevat enkele subtiele paradoxen, waarbij schijnbare tegendelen samen voorkomen. Ten eerste kunnen bij een bewust ervaren verbondenheid de positieve, vreugdevolle aspecten van de innerlijke vrijheid soms nog intenser worden, resulterend in een gevoel van ‘vrijheid door verbondenheid’. Ten tweede is er het ‘vreugdevolle lijden en mededogen’. Aan de ene kant resulteert een groei van het bewuste Zelf in een diep verdriet omwille van al het lijden, het onrecht en de vernieling in de wereld. Bovendien heeft het niet wederzijds zijn van de liefdevolle eerbied voor de tegenstander iets zeer tragisch. Maar daartegenover staat dat die verbondenheid een voldoende sterke innerlijke kracht en vreugde geeft om die tragiek en dat verdriet te dragen. Een derde paradox heeft te maken met het feit dat een verhoogde Zelfrealisatie een diepgaand gevoel van ‘eenheid’ met al het leven opwekt, terwijl toch een open respectvolle houding blijft bestaan voor de verschillen, de ‘andersheid’ van elk leven. De ‘eenheid’ geeft vreugde, maar het inzicht van de soms radicale ‘andersheid’ en de daaruit voortkomende ‘onwetendheid’ heeft een tragische kant. Die beperktheid van onze kennis resulteert in een bescheiden houding. Ten vierde is er de opheffing van het verschil tussen egoïsme en altruïsme. Het streven naar vreugde en geluk is een egoïstisch aspect, maar de diepste vreugde bereiken we net door het onvoorwaardelijk en met volle overgave dienen, zorgen en beschermen van ander leven. Dit komt omdat de eigen Zelfrealisatie afhangt van de Zelfrealisatie van alle andere levende wezens. Leven verzorgen en beschermen verhoogt de eigen Zelfrealisatie, maar als leven wordt gekwetst, wordt ook het eigen Zelf dat verbonden is met dat leven beschadigd. Dit soort egoïsme is dus niet meer het hebberig, bekrompen egoïsme dat anderen enkel beschouwt als nutsobjecten, dat ander leven teveel kwetst. Deze tegenstelling zagen we reeds aanwezig in de twee vertrekpunten: het ‘egoïstische’ streven naar geluk in de levenskunst en het ‘altruïsme’ van de ethiek. We kunnen leven beschermen omdat het intrinsiek waardevol is, maar ook omdat het ons verbondenheid en vreugde geeft.

De romantische liefde tussen twee geliefden is een erg krachtige emotie. Maar vaak gaat deze ‘eros’ gepaard met hebberigheid, jaloezie, ongeduld, onvrijheid en opdringerigheid. Tegenover de eros staat de Agape, de onvoorwaardelijke liefde die zich inzet voor de ander, die de eigenheid van de geliefde respecteert. Deze Agape kan zich vervolgens uitbreiden naar alle leven. Een kernachtig citaat, geïnspireerd op Gandhi, vat de inzet van de liefde als volgt samen:

“Liefde verbrandt niemand, ze verbrandt zichzelf. Daarom zal ik vreugdevol lijden, zelfs tot aan de dood.”

Ecologische rechtvaardigheid

Gezien de ernstige toestand van de wereld, resulteert de houding van het biocentrisme en de universele verbondenheid tot een actief engagement, een actieve zorg en verzet tegen onrecht, onderdrukking, uitbuiting en vernieling. Een cruciale vraag die zich stelt, luidt: hoe kunnen we rechtvaardigheid garanderen (discriminatie, armoede, ellende en onderdrukking uitroeien) en tegelijk rekening houden met het welzijn en de vitale belangen van alle mensen, de toekomstige generaties, de dieren, de planten en gans de natuur? Momenteel is er reeds een overschrijding van het ecologische draagvlak, want biologische soorten sterven sneller uit door de menselijke activiteit. Omdat niet-menselijk leven intrinsiek waardevol is, is deze daling van de biodiversiteit immoreel. Indien we beslissen om de armoede uit te roeien door ieder mens eenzelfde welvaartsniveau als een gemiddelde rijke westerling te geven, dan verscherpt de ecologische crisis. Ecologische rechtvaardigheid kunnen we begrijpen aan de hand van de vergelijking A = B x C x D < E, waarbij A de totale menselijke Aanslag is op de Aarde, B is het Bevolkingsaantal, C is de gemiddelde Consumptie per persoon, D is de gemiddelde Druk op de Aarde van een gemiddeld geconsumeerd product, en E is de Ecologische grens (draagvlak) van de Aarde.

De ecologische ethiek zegt dat onze aanslag kleiner moet zijn dan de ecologische grens, omdat anders planten- of diersoorten dreigen uit te sterven. De rechtvaardigheidsethiek zegt dat de consumptie rechtvaardig verdeeld moet worden. Het klassieke milieuverhaal richt zich op het reduceren van de factor D, de zoektocht naar alternatieve technologieën en productiemethoden. Maar we mogen geen naïeve en te optimistische hoop koesteren voor de noodzakelijke en welkome technologische verbeteringen. Immers, dergelijke ‘wondertechnologie’ moet biologisch-fysisch haalbaar, financieel-economisch haalbaar, ecologisch duurzaam en ethisch verantwoord zijn, en ze moet snel genoeg ontwikkeld worden. Enkel de piste van het wetenschappelijk onderzoek volgen om de crisis op te lossen, is een te grote gok die in strijd is met het voorzorgsprincipe. Twee problemen verdienen daarom extra aandacht.

1) Overbevolking (reductie van de factor B): de verhoogde menselijke populatiedruk verscherpt de crisis. Een te groot aantal mensen maakt ecologische duurzaamheid moeilijker verenigbaar met het rechtvaardigheidsvraagstuk, want de capaciteit van de aarde om menselijk en niet-menselijk leven waardig te onderhouden, is beperkt. Overbevolking aanpakken kan door het creëren van rechtvaardige voorwaarden voor een vrijwillige zwangerschapsbeperking.

2) Overconsumptie (reductie van de factor C): de verhoogde menselijke productie en consumptie per hoofd van de bevolking verscherpt de crisis, want ze vergroot de doorstroom van natuurlijke rijkdom. Overconsumptie aanpakken kan door het creëren van rechtvaardige voorwaarden voor een vrijwillige overschakeling naar milieuvriendelijke strategieën om onze basisbehoeften te vervullen.

Deze twee grote problemen resulteren in de vraag naar een nieuwe levensstijl, soberder op materieel vlak, maar op psychisch vlak rijk aan levenskwaliteit door meer vreugde, vrijheid, waardigheid, evenwichtigheid, solidariteit, zorg, dienstbaarheid, eerlijkheid, tevredenheid, vertrouwen, verdraagzaamheid, respect, openheid, schoonheid en warme relaties met andere mensen en levende wezens. Kortom, een bestaan eenvoudig in middelen, maar rijk in doelen.

Door de groei in Zelfrealisatie wordt een ecologisch ‘lichte’ levensstijl een vreugde om te dragen. Steeds minder oppervlakkige en luxueuze behoeftes worden belangrijk geacht. Er treedt een innerlijke tevredenheid en kalmte op indien we vrijwillige eenvoud nastreven op twee terreinen. Het ene is een vrijwillige streving naar een voldoende lage vruchtbaarheidsintensiteit (geen te grote gezinnen) die resulteert in weinig kinderen met meer en betere zorg. Het andere terrein is een overwinning op de onverzadigbare consumptieverslaving en de daaruit voortvloeiende oppervlakkigheid, angstigheid, ongeduldigheid, jaloersheid, gefrustreerdheid, onzekerheid, vermoeidheid, ontevredenheid, afhankelijkheid en stress. Zwangerschapsbeperking en consumptiebeperking zijn in principe vrijwillige, individuele keuzes, maar hiermee onlosmakelijk samenhangend zal er ook een streven nodig zijn om politieke, economische, technologische en maatschappelijke structuren grondig te veranderen.

Geweldloosheid

Echter, wie zich sociaal engageert, zal vroeg of laat geconfronteerd worden met de vraag naar het gebruik van geweld. De eerste vraag die zich stelt is: wat is geweld? Geweld is leven kwetsen, doden, beschadigen, maar ook kwaad, minachtend of haatdragend denken of spreken, het beschadigen of vernietigen van eigendom, het opschrikken, ergeren of provoceren door woord of daad, het verhogen van risico’s op schadelijke gevolgen, evenals het ‘passief geweld’ van het nalaten hulp te bieden en in te grijpen in noodsituaties. De ene vorm van geweld (bijv. moord) is al erger dan de andere (bijv. iemand ergeren). Als men echt geen mogelijkheid ziet om geweldloos te strijden, is het altijd beter geweld te gebruiken dan lafhartig elk verzet tegen onrecht te ontvluchten. Immers, dat laatste is een vorm van passief geweld. Daar geweld in zichzelf altijd slecht is, is geweldloosheid samen met doeltreffendheid het ethische ideaal waar we moeten naar streven. Het gaat niet alleen om het redden en beschermen van leven, maar ook om de morele Zelfrealisatie van de mensen die immorele daden uitvoeren. Zelfrealisatie is een streven naar verzoening tussen dader en slachtoffer, en verzoening is zelden te verzoenen met geweld. Maar de norm van geweldloosheid is ontzettend moeilijk te bereiken. Het louter overleven vereist reeds dat we ander leven kwetsen of doden. Dat is gewelddadig, maar zelfdoding is ook gewelddadig. Zolang we het leven dankbaar en eerbiedwaardig benaderen, mogen we leven doden om de eigen basisbehoeften te bevredigen. Problematischer wordt het wanneer we bij resultaatgericht actief engagement moeilijk volledig geweldvrij kunnen handelen. Discussies zoals het al dan niet heiligen van de middelen door het doel, willen we vermijden omdat dergelijke vragen te moeilijk zijn om te beantwoorden.

Voor waardig engagement en verzet is het diepe besef van vier inzichten een noodzakelijke voorwaarde. Elke vorm van geweld is niet te onderschatten ernstig en immoreel (hoewel de ene vorm erger is dan de andere). Elk redden van een levend wezen, elke daad van zorg, bevrijding of respect, is niet te onderschatten moreel goed. Het feit niet in staat te zijn volledig geweldvrij te strijden is een teken van niet te onderschatten zwakte. En elke daad van verzet tegen onrecht, van streven naar bevrijding, verlossing, verzorging of genezing is niet te onderschatten moedig en nobel. Des te meer Zelfrealisatie, des te dieper de tragiek van het bovenstaande aangevoeld wordt. De moraliteit van een daad beoordelen wordt zo ontzettend moeilijk. Het enige wat we kunnen doen is ons laten gidsen door de intuïtie, de verbondenheid en de universele liefde. De attitude, de intentie waarmee wordt gestreden, is alvast belangrijk. Dit houdt het liefhebben van de tegenstander in. Alvorens we tot (al dan niet gewelddadige) actie overgaan moeten we onze haat of minachting voor de tegenstander overwinnen. We mogen onze tegenstander niet met kwade wil behandelen, noch in gedachten, noch in woorden of daden. Een activist staat altijd voor twee uitdagingen, want bij ecologische en morele Zelfrealisatie streven we naar een bevrijding van zowel slachtoffer als dader. Een bevrijding van onderdrukking die zijn ultieme oorsprong vindt in angst, egoïsme, bekrompenheid, onwetendheid en gebrek aan verbondenheid en liefde. Dat is waardige bevrijding en emancipatie.

Elke activist zou dus eerst een diepgaand gevoel van medeleven moeten ontwikkelen met de tegenstander. Het gaat over een liefde voor de tegenstander, zoals de liefde van een bijzonder liefhebbende moeder wiens zoon verschrikkelijke dingen doet met haar dochter. Die moeder haat haar zoon niet, wel integendeel, maar ze zal zeker wel de confrontatie aangaan en zich bijzonder fel verzetten tegen het gedrag van haar zoon. Dat is het beeld dat elke activist in het achterhoofd moet houden. Dat is het gevoel dat elke activist moet ontwikkelen alvorens tot actie over te gaan. En of die moeder geweld gaat gebruiken tegen haar zoon? En of ze gaat nadenken in hoeverre het doel de middelen heiligt? Wel, elke confrontatie heeft een gewelddadig karakter in zich. Hoe ver je daarin gaat is enkel te bepalen door dat gevoel van liefde en medeleven.

In de maatschappij wordt ons steevast voorgehouden dat ‘zinvol’ afhangt van het feit of we al dan niet ons concreet doel bereiken. Bij de universele liefde hangt zinvol af van het feit of we onze verantwoordelijkheden al dan niet ontvluchten. Dit is een ‘realistische utopie’, want op elk moment, op elke plaats op de weg naar Zelfrealisatie, kunnen we onze verantwoordelijkheid opnemen, en bijgevolg zijn we ‘zinvol’ bezig. Dit is de hoop, wat niet hetzelfde is als het optimisme of de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Het is de zekerheid dat iets waardig en zinvol is, ongeacht de afloop.

Universele liefde is een radicaal denken en voelen, maar een (eventueel) pragmatisch handelen, open voor nieuwe ervaringen en diverse visies. Het is een gedreven maar nederige zoektocht naar antwoorden op talrijke nieuwe vragen, een streven naar een rechtvaardige en ecologische duurzaamheid, een eerbied voor al het leven. Immers, we zijn allen één, maar toch zó anders.

Meditatieoefeningen

Het is mogelijk om het gevoel van universele liefde bewust te ontwikkelen door meditatieoefeningen. Hier geven we twee oefeningen voor ecologische en morele Zelfrealisatie.

Ecologische Zelfrealisatie. Richt uw aandacht op iemand die u zeer dierbaar is (een goede vriend, uw geliefde, uw kind,…). Stel u voor dat het leven of het welzijn van die persoon bedreigd wordt. U doet er alles aan om die dierbare persoon te beschermen of te helpen. Met veel energie en innerlijke kracht zal u zich inzetten. Richt uw aandacht op die innerlijke kracht die volgt uit een liefdevol medeleven voor uw dierbaren. Projecteer vervolgens die innerlijke kracht en die liefde op alle andere bedreigde leven, andere mensen, dieren en planten. Met dergelijk gevoel moet men strijden om kwetsbaar leven te helpen.

Morele Zelfrealisatie. Richt uw aandacht op iemand die u zeer dierbaar is (een goede vriend, uw geliefde, uw kind,…). Stel u voor dat die persoon plots iets verschrikkelijks gaat doen. Probeer uw diepgaande liefde, respect en medeleven met die persoon te behouden, ook al doet die persoon bijzonder immorele dingen en ook al keur je diens gedrag ten stelligste af. Probeer u een liefhebbende moeder voor te stellen die toch nog zielsveel van haar zoon houdt, ook al doet hij de meest slechte dingen met haar dochter. Richt uw aandacht op dat gevoel van verbondenheid, op die lijdende liefde in dergelijke tragische situatie. Probeer u voor te stellen hoe u uw dierbare persoon zou benaderen in dergelijke omstandigheden. Projecteer nu dat gevoel van lijdende liefde op uw tegenstander die verschrikkelijke dingen doet met ander kwetsbaar leven. Probeer u voor te stellen dat die persoon vroeger uw allerbeste vriend was, en dat u toch nog die persoon graag ziet, ook al is de vriendschap niet meer wederzijds. Met dergelijk gevoel moet men strijden om de tegenpartij te stoppen en indien mogelijk tot inzicht te brengen.

Dit bericht werd geplaatst in Artikels, Blog en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Ethiek en levenskunst van de universele liefde

  1. Pingback: De 7 principes van ecologische rechtvaardigheid | Stijn Bruers, one world activist

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s