Het Diepgaand Ethisch en Ecologisch Programma van DEEP

Over Bevolking &

Consumptie

Visie: biocentrisch altruïsme

Missie: ecologische rechtvaardigheid

Strategische doelen: strijd tegen overbevolking en overconsumptie

DEEP staat voor Diepgaand Ethisch en Ecologisch Project. Het is een project waarbij ethiek centraal staat, een diepgaande en open zoektocht naar een mens-, dier-, en natuurvriendelijke wereld. De wereldproblemen zijn van een dermate grote orde, dat een diepgaande verandering van mens en samenleving nodig is.

DEEP strijd tegen elke vorm van discriminatie, minderwaardige behandeling en onderdrukking van mensen, dieren, planten, soorten en ecosystemen.

DEEP tracht een bewustzijn te creëren van diepgaande eerbied, verwondering, medeleven, solidariteit en verbondenheid met alle leven. Dit impliceert een stevig engagement ter bescherming en bevrijding van alle kwetsbaar leven, en een rotsvast verzet tegen onrecht.

DEEP streeft in deze strijd naar maximale doeltreffendheid en geweldloosheid.

DEEP is als milieubeweging onderdeel van de wereldwijde Deep Ecology beweging.

Inhoud

Diepgaand en verstrekkend…

  • Twee Grote problemen

Ethische fundamenten

  • Evenwaardigheid
  • Van antropocentrisme naar biocentrisme
  • Biocentrisch altruïsme als ethisch ideaal

Ecologische Impact

  • De twee doelen van ecologische rechtvaardigheid
  • Technologie is niet voldoende
  • Overbevolking en overconsumptie

Programma

  • Bevolking
  • Vrijwillige geboortebeperking
  • Migratie
  • Vergrijzing
  • Consumptie
  • Antireclame
  • Onethische producten
  • Open vragen voor een open toekomst

Diepgaand en verstrekkend…

Twee grote problemen

Vandaag sterven er 50.000 mensen door extreme armoede. Daarnaast zijn er elke dag een honderdtal planten- en diersoorten die voorgoed uitsterven door het toedoen van de mens. Dit is genocide en ecocide, onrechtvaardigheid en ecologische vernieling, een ernstige schending van de rechten van de mens en de andere levensvormen op aarde.

Onze economie is voor het grootste gedeelte gebaseerd op het gebruik van fossiele brandstoffen. Een gemiddelde Belg stoot jaarlijks zo’n 12 ton CO2-gas uit. Dit getal geeft weer hoeveel energie we consumeren. Onze uitstoot ligt ver boven de 5 ton van een gemiddelde wereldburger. Vele mensen hebben een CO2-uitstoot die wel tien keer lager ligt dan die van ons, en vaak (maar niet altijd!) leven die mensen in extreme armoede. Dit weerspiegelt de kloof tussen arm en rijk. Het klassieke verhaal zegt dat  economische groei deze kloof kan dichten. En vanuit een rechtvaardigheidsoogpunt hebben dan alle mensen recht op evenveel energieverbruik als een Belg.

Maar deze strategie om wereldwijde rechtvaardigheid te realiseren heeft een groot probleem. CO2 is een schadelijk broeikasgas dat zorgt voor een opwarming van de aarde. Als door onze uitstoot het klimaat te snel verandert, heeft dat enorme problemen tot gevolg: droogtes, overstromingen, verstoringen van ecosystemen,… De kwetsbaren in de samenleving, de toekomstige generaties evenals talrijke planten- en diersoorten worden steeds het hardst getroffen. Dit is massale discriminatie. Als economische groei een groei is in CO2-uitstoot, dan is dat ook een stijging in onze milieu-impact. Maar nu reeds ligt onze CO2-uitstoot véél te hoog. Om ernstige klimaatopwarming te voorkomen, moeten we onze uitstoot drastisch doen dalen, zodat die tegen 2030 onder de 2 ton per persoon per jaar ligt. Doen we dat niet, dan blijven we het ecologisch draagvlak van de aarde verder overschrijden, en dat is ook niet houdbaar.

Deze drie getallen – 12, 5 en 2 ton – staan symbool voor de mondiale ecologische rechtvaardigheidscrisis. Hoe dichten we de kloof tussen arm en rijk (iedereen mag evenveel uitstoten) zonder ecologische rampen te veroorzaken (niemand mag meer dan 2 ton/jaar uitstoten)? We moeten rechtvaardigheid en ecologie verzoenen, dat is de grote uitdaging.

De diepgaande uitdaging: hoe bereiken we ecologische rechtvaardigheid?

Ook op talrijke andere vlakken is deze crisis aanwezig: naast het gebruik van energie hebben is er ook een onecologisch en onrechtvaardig gebruik van ertsen, mineralen, hout, water, voeding, grond, chemische producten,… Kijk bijvoorbeeld naar de ‘ecologische voetafdruk’, een maat voor onze milieu-impact, die weergeeft hoeveel oppervlakte één mens gebruikt (voor onderdak, voeding, water, energieopwekking, afvalverwerking, recreatie,…). Een gemiddelde Belg heeft een voetafdruk van ongeveer 5 hectare, terwijl het wereldgemiddelde op 2,2 hectare per persoon ligt. Dat is onrechtvaardig, maar om het ecologische draagvlak van de aarde niet te overschrijden, moet dat wereldgemiddelde eigenlijk onder de 1,6 hectare per persoon liggen (en dit cijfer daalt nog als de wereldbevolking stijgt).

Vandaag leven we in een ecologische onduurzame en onrechtvaardige wereld, en dat zijn zo’n twee fundamentele problemen, dat we op zoek moeten gaan naar een oplossing met diepgaande en verstrekkende consequenties. Een mens-, dier- en natuurvriendelijke wereld is enkel mogelijk indien de mensheid radicaal van ethische grondhouding verandert, weg van hebzucht, onderdrukking en discriminatie. Het Diep Ecologisch en Ethisch Project is geboren in deze open zoektocht naar een alternatief. Dit project durft het aan diepe vragen te stellen over onszelf, onze samenleving, onze verhouding met de medemens en de andere levende wezens. DEEP staat voor een vastberaden verzet tegen onrecht en een zorgzaam engagement voor een ecologische rechtvaardigheid.

Ethische fundamenten

“Alle levende wezens worden vrij en gelijk in waardigheid geboren”

Uitbreiding van Artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, waarbij ‘mensen’ vervangen werd door ‘levende wezens’

Evenwaardigheid

Ecologische rechtvaardigheid impliceert een sociale rechtvaardigheid, waarbij gelijkwaardigheid, solidariteit en mensenrechten een centrale rol spelen. DEEP verzet zich tegen elke vorm van discriminatie, onderdrukking en uitsluiting. Daarbij worden telkens de ‘zwakke’ partij, de meest kwetsbare groepen en individuen, beschermd. Met een zorgzame dienstbaarheid wil DEEP dus de vitale en essentiële belangen verdedigen van (seksuele, religieuze of etnische) minderheden, onderdrukte vrouwen en mannen, migranten, uitgebuite arbeiders, slaven, armen, kinderen, bejaarden, zieken, andersvaliden, thuislozen, werklozen, landlozen,…

Evenwaardigheid (egalitarisme) wil zeggen dat iedereen evenveel intrinsieke waarde heeft. Intrinsieke waarde is waarde op zich, los van nutswaarde. Een slaaf kan dan wel een nutswaarde hebben voor zijn meester, als mens heeft hij waarde op zich, en dat houdt in dat hij een onvoorwaardelijk recht heeft om niet onderdrukt te worden en om niet louter als hulpmiddel te dienen voor iemand anders zijn doelen. Daarom is slavernij immoreel. Alle mensen hebben evenveel intrinsieke waarde en evenveel recht op een waardig leven.

Evenwaardigheid impliceert geen gelijkschakeling, maar erkent de onderlinge verschillen en de diversiteit.

Van antropocentrisme naar biocentrisme

Bovenstaand aspect van sociale rechtvaardigheid is mensgericht. Indien enkel mensen intrinsiek waardevol zijn, spreken we van ‘antropocentrisme’ (‘antropos’ is Grieks voor ‘mens’). De mens staat daarbij centraal, en is de maatstaf van wat belangrijk en waardevol is. DEEP maakt er een prioriteit van zich te verzetten tegen antropocentrisme, want dat staat gelijk met soortegoïsme, een arrogante en onethische houding vergelijkbaar met racisme.

De dierenrechtenbeweging tracht dit antropocentrisme te doorbreken door ook rechten toe te kennen aan dieren. Volgens de dierenrechtenbeweging staan alle dieren centraal, maar dat is volgens DEEP nog steeds een vorm van discriminatie. DEEP heeft niet alleen aandacht voor mens en dier, maar wil zonder uitsluiting elk levend wezen (elk dier of plant) opnemen in de ‘morele gemeenschap’, de kring van moreel waardevolle wezens. Elk leven, groot of klein, sterk of zwak, heeft een intrinsieke waarde. Bijgevolg mogen we nooit andere levende wezens uitsluitend behandelen als hulpmiddelen tot het bereiken van menselijke, zelfzuchtige doelen. Alle levende wezens hebben het recht op een waardig leven, en de mens mag enkel leven doden om zijn vitale behoeften (dus niet zijn luxebehoeften) te bevredigen.

Ook de ecologische rijkdom (de variatie aan ecosystemen en landschappen, de biodiversiteit) is waardevol en moet beschermd worden. Deze ethische visie draagt de naam ‘biocentrisme’, wat wil zeggen dat al het leven centraal staat en dat de mens een deel is van het leven op aarde. Concreet houdt dit in dat we bijvoorbeeld bedreigde of zeldzame vissoorten moeten beschermen, niet omdat we anders die vissen later niet meer kunnen opeten (in dat geval hebben die vissen enkel een nutswaarde), maar wel omdat die vissen waardevol op zich zijn.

De mens is niet de belangrijkste soort op aarde, want alle soorten zijn in principe gelijkwaardig. Er is geen belangrijkste soort. Antropocentrisme is bijgevolg een vorm van discriminatie en is dus onrechtvaardig. Daarom is ook een op biocentrisme gebaseerde ecologische rechtvaardigheid een vergaande uitbreiding van de sociale rechtvaardigheid, waarbij elk levend wezen – niet enkel de mens – een intrinsieke waardigheid heeft die we nooit mogen onderschatten.

Biocentrisch altruïsme als ethisch ideaal

Volgens DEEP kunnen we een ecologisch rechtvaardige samenleving enkel bereiken als we een biocentrische visie gaan aanhangen gecombineerd met een sterk altruïstisch gedrag. Altruïsme is onbaatzuchtigheid, anderen behulpzaam zijn met geen of nauwelijks eigenbelang. Een onvoorwaardelijke dienstbaarheid en zorg voor elk levend wezen impliceert dat we ophouden met onze consumptieverslaving, met het nastreven van oppervlakkige behoeften zoals luxe. Bijgevolg is altruïsme het tegengestelde van egoïsme, van hebzucht waarbij men meer aan eigen genot en hedonistische pleziertjes denkt en de vitale belangen van anderen minacht of negeert.

Biocentrisch altruïsme moet samengaan met een sterk ontwikkeld verantwoordelijkheidsbesef. Dat de rest verder de wereld blijft vervuilen en vernielen is geen argument om de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen. Het biocentrisch altruïsme is bereid tegen de stroom in te roeien, desnoods alleen. Dat is moeilijk, maar het is de enige moreel correcte optie. Het feit dat de rest van de mensheid zich nog te vaak op een antropocentrische en egoïstische wijze gedraagt, rechtvaardigt niet dat wij ons ook zo mogen gedragen.

Het ethisch ideaal van een consequent doorgevoerd biocentrisch altruïsme is moeilijk te bereiken. Wat DEEP vooral kenmerkt is het streven naar dat ideaal, een open zoektocht waarbij persoonlijke luxebehoeften telkens in vraag worden gesteld.

Voor DEEP staat het biocentrisch altruïsme gelijk met een ethiek van verbondenheid en solidariteit met alle bedreigde leven. Ons huidige economische systeem (het neoliberaal kapitalisme) is hiermee in totale tegenstelling. Onze economie werkt op basis van individualisme, egoïsme, winstmaximalisatie, competitie, materiële consumptieverslaving,… Ze is gericht op het ‘hier en nu’. Daartegenover plaatst DEEP een ethiek die ook belang hecht aan ‘ginds en later’, waarbij we aandacht hebben voor gans de mensheid, de toekomstige generaties, de planten en de dieren, kortom, een aandacht voor al het leven op Aarde.

Ecologische impact

Elke dag kappen of verbranden we ongeveer 400 km² natuurlijk bos. Elke dag vangen we ongeveer 200.000 ton zeevis. Elke dag stijgt de wereldbevolking met 200.000 mensen en stoten we ongeveer 80 miljoen ton van het broeikasgas CO2 in de atmosfeer. Het is duidelijk dat de menselijke activiteiten zorgen voor ecologische ravages, voor klimaatveranderingen, ontwrichtingen van ecosystemen en gemeenschappen. Meer dan 30.000 van de door biologen bestudeerde plantensoorten en 5.000 van de gekende diersoorten staan op de rand van de afgrond1. De volgende tabel geeft het relatieve aantal bedreigde soorten weer. In totaal kunnen tegen 2050 ongeveer 1/3 van alle soorten uitsterven ten gevolge van overexploitatie (overbejaging, overbevissing), het invoeren van uitheemse soorten, het vernietigen van habitat (voor bv. steden-, mijn- en landbouw), het versnipperen van ecosystemen (bv. door wegenaanleg), vervuiling en klimaatverandering. De mensheid heeft de uitstervingssnelheid 100 tot 10.000 keer verhoogd.

    Zoogdieren 1/4
    Vogels 1/8
    Amfibieën 1/3
    Vissen 1/3
    Naaktzadige planten 1/3

Fracties aantal bedreigde soorten / totaal aantal soorten

“Een individu doden is moord. Een soort uitroeien is supermoord.

Uitsterving is niet zomaar massadood, maar het einde van de geboorte.”

Het is duidelijk dat de impact op de natuur te groot is, het draagvlak van de aarde is overschreden. Maar hoe kunnen we die ecologische impact meten? Daarvoor bestaat een belangrijke wiskundige vergelijking2. Voor de eenvoud schrijven we die als

A = B x C x D

ofwel

Aanslag = Bevolking maal Consumptie maal Druk.

De ‘A’ staat voor de totale Aanslag op de Aarde. Dat is bijvoorbeeld de totale ontbossing van de mensheid, de totale vervuiling, de mondiale uitstoot van broeikasgassen,…

De factor ‘B’ staat voor de Bevolking, het aantal mensen.

De factor ‘C’ stelt de Consumptie voor. Dit is de gemiddelde hoeveelheid producten (goederen én diensten, want die kunnen ook milieubelastend zijn) die een mens verbruikt. Een voorbeeld is het totale energieverbruik per persoon per dag.

De factor ‘D’ staat voor de Druk van een gemiddeld product, bijvoorbeeld de hoeveelheid CO2-uitstoot per eenheid verbruikte energie, of de ‘ecologische voetafdruk’ van een product.

Om het nog concreter te maken, kunnen we kijken naar de CO2-uitstoot van het wegverkeer: als B het aantal personen, C het aantal gereden kilometer per persoon en D de hoeveelheid CO2 per gereden kilometer is, dan is A de totale CO2-uitstoot wat gelijk is aan het totaal aantal personen x aantal kilometer / persoon x aantal CO2 / kilometer.

De twee doelen van ecologische rechtvaardigheid

De twee woorden ‘ecologische’ en ‘rechtvaardigheid’ kunnen we als volgt samenvatten in twee doelen:

Doel 1: A < E

Ofwel: de Aanslag op de aarde moet kleiner zijn dan de Ecologische grens (het Ecologisch draagvlak van de aarde). Dit is ecologische duurzaamheid.

Doel 2: C rechtvaardig verdelen

Ofwel: de Consumptie moet verdeeld zijn met respect voor de evenwaardigheid van alle mensen. Dit is mondiale rechtvaardigheid.

Technologie is niet voldoende

Om het drastische verlies aan soortenrijkdom te stoppen moet de Aanslag sterk dalen. Als ‘A’ te hoog is, raken ecosystemen uitgeput, ontregeld en vernietigd, en leidt dat tot talrijke milieuproblemen waarvan vooral toekomstige generaties, arme mensen en niet-menselijk leven het slachtoffer zijn. Het interessante aan bovenstaande vergelijking is dat ze drie manieren laat zien waarop de menselijke Aanslag kan dalen. Deze drie manieren corresponderen met de drie factoren B, C en D.

Technologieoptimisten hebben een sterk vertrouwen in technologische ontwikkelingen om de milieucrisis te overwinnen. Ze kijken vooral naar de laatste factor, de Druk. Deze factor reduceren is vooral een verantwoordelijkheid van producenten en wetenschappers. Mogelijkheden zijn een efficiënte technologie, duurzame materialen, hernieuwbare energie,… Deze technologische ontwikkelingen zijn allemaal lovenswaardig, maar DEEP wil sterk benadrukken dat ze niet voldoende zullen zijn om de ecologische crisis op te lossen. Het is een gok om enkel op deze strategie te wedden, want er zijn een aantal vereisten voor een mens-, dier-, en milieuvriendelijke technologie.

  1. Ecologisch duurzaam. De technologie moet ‘proper’ zijn, mag niet vervuilen en moet hernieuwbaar zijn.
  2. Ethisch verantwoord. De technologie moet de intrinsieke waarde van elk leven respecteren. Veiligheid is een belangrijk criterium, evenals het voorzorgsprincipe. Dat is een zware eis, en sluit reeds een hele hoop mogelijkheden uit (genetische modificatie, dieronvriendelijke technologie,…).
  3. Biologisch-fysisch haalbaar. Er zijn fysische grenzen aan bv. de efficiëntie van motoren. Er zijn biologische grenzen aan bv. de snelheid van plantengroei.
  4. Financieel-economisch haalbaar. De technologie mag niet te duur zijn.
  5. Psychologisch verrijkend. De technologie mag niet leiden tot vervreemding en mag niet storend (bv. lawaaierig) zijn voor het welzijn van de mens en andere dieren. Dit emotionele aspect is moeilijker te bepalen, maar het is daarom niet minder relevant.
  6. Snel te vinden. We mogen geen geduld hebben, want de ecologische crisis is zeer dringend. Vandaag reeds is er honger en ecologische vernieling, dus de technologieoplossingen moeten er echt wel snel komen.

Technologieoptimisten moeten stevig kunnen bewijzen dat men dergelijke wondertechnologie – die aan alle zes vereisten moet voldoen – wel kan vinden en produceren. Zolang ze die haalbaarheid niet kunnen aantonen, is het onethisch om enkel op een reductie van de D-factor te gokken, zonder te kijken naar de twee andere factoren, namelijk ‘B’ en ‘C’, de bevolking en de consumptie. De kernboodschap van DEEP is dan ook dat we moeten focussen op een reductie van de menselijke overbevolking en overconsumptie.

Overbevolking en overconsumptie

Auto’s kunnen wel efficiëntere motoren krijgen, maar als het aantal auto’s en het aantal gereden kilometers sterker stijgt, wordt die efficiëntiewinst tenietgedaan. Aangezien er fysische grenzen zijn aan de efficiëntie, is het noodzakelijk om ook de stijging van het gebruik in vraag te stellen. Vele efficiënte wagens kunnen even schadelijk (of schadelijker) zijn als weinig onefficiënte.

Als reactie op de technologieoptimisten pleit DEEP voor een technologierealisme, dat rekening houdt met de wetenschappelijke onzekerheden, dat het voorzorgsprincipe respecteert, dat verantwoorde technologische vooruitgang wel goed vindt, maar verre van voldoende. Het probleem is niet enkel een gebrek aan efficiëntie in technologie en economie, maar er is ook een gebrek aan sufficiëntie, aan voldoening en tevredenheid met een soberder of eenvoudiger leven. Sufficiëntie houdt in dat we minder luxebehoeften gaan nastreven.

Vaak wordt de nadruk gelegd op een technologierevolutie (een reductie van de factor ‘D’). Daar dat niet voldoende is, wil DEEP focussen op de twee overige aspecten (‘B’ en ‘C’), corresponderend met de problemen overbevolking en overconsumptie (gebrek aan sufficiëntie).

Technologische ontwikkelingen vorderen met sprongen die voor het grootste deel onvoorspelbaar zijn. Daarom zijn technologieoptimisten gokkers, of eigenlijk gokverslaafden. We kunnen niet zomaar beslissen om morgen wondertechnologie te ontdekken, maar wat we wel zelf kunnen beslissen, is ons gedrag, wat we kopen, hoeveel we verbruiken. In tegenstelling tot de ontwikkeling van wondertechnologie is de strijd tegen overconsumptie en overbevolking (een beperking van consumptie van luxe en van zwangerschappen) mogelijk door eigen, vrijwillige keuzes te maken (maar de rol van de overheid ligt wel bij het creëren van een kader om een ecologisch rechtvaardige levensstijl voor iedereen mogelijk te maken).

Het biocentrisch altruïsme resulteert vanzelf in een soberdere levensstijl, een daling van onze overconsumptie. Hierdoor daalt niet alleen de ecologische impact, maar er kan ook meer geld beschikbaar komen voor natuurbescherming en (ecologisch duurzame) ontwikkeling van de arme landen. ‘Consuminderen’ is bijgevolg ethisch rechtvaardig én ecologisch duurzaam: het dicht de kloof tussen arm en rijk én er zullen minder soorten uitsterven.

Naast het verzet tegen overconsumptie wil DEEP ook het overbevolkingsprobleem aankaarten. Onze consumptie kan wel dalen, maar als de bevolking eindeloos blijft stijgen, kunnen we op termijn niets meer consumeren of het draagvlak wordt al overschreden. De mensheid kan niet eindeloos aangroeien, er zijn grenzen aan de bevolkingsomvang. Des te meer mensen, des te hogere eisen moeten we stellen aan de technologie, en des te minder kunnen we consumeren.

Net als eten een vitale behoefte is voor een individu, is voortplanting een vitale behoefte voor de soort. Te weinig eten en je sterft. Te weinig voortplanting en de soort sterft uit. Dat is vanzelfsprekend niet goed. Maar teveel eten (overconsumptie) is zeker ook niet goed, dat zou egoïstisch zijn, en ongezond. Welnu, teveel voortplanting (overbevolking) is ook niet goed, dat is soortegoïsme en ongezond voor de planeet. Teveel voortplanting resulteert in een te sterke aangroei van de mensensoort, en andere dieren en plantensoorten zullen daardoor uitsterven.

Wanneer is onze voortplanting te sterk? Om daar zicht op te krijgen moeten we kijken naar een eenvoudige demografische regel: de bevolkingsaangroei is het verschil tussen het aantal geboortes en het aantal sterfgevallen. Als dat getal positief blijft in de toekomst, is dat niet houdbaar want de bevolking kan niet blijven aangroeien tot in het oneindige. Ooit gaat de bevolkingsaangroei stoppen, namelijk wanneer het geboortecijfer gelijk wordt aan het sterftecijfer. Met andere woorden, een overgang naar een constante wereldbevolking kan slechts door een combinatie van twee processen: 1) een stijging van het sterftecijfer en 2) een daling van het geboortecijfer. Het eerste proces zal voornamelijk een gevolg zijn van honger, ziektes, oorlogen en verscherpte concurrentie voor land, water of voedsel. Hiervan zijn vooral de kwetsbaren in de samenleving het slachtoffer: kinderen, armen,… zullen het hardst getroffen worden. Bovendien zal ook het (uit-)sterftecijfer bij het niet-menselijke leven stijgen. Kortom, het eerste proces gaat gepaard met onrecht,  discriminatie en is bijgevolg immoreel. De enige optie die volgens DEEP moreel aanvaardbaar is, is het tweede proces. Een daling van het aantal geboortes kan veel rechtvaardiger verlopen.

Laten we het bovenstaande iets kwantitatiever benaderen: momenteel is het reële mondiale vruchtbaarheidscijfer (het gemiddelde aantal geboortes per vrouw) 2,6. In vele arme landen bedraagt dat vruchtbaarheidscijfer zelfs meer dan 5. Het vervangingsniveau is ongeveer 2,1 geboortes per vrouw3. Het idee is dat het reële vruchtbaarheidscijfer zo snel mogelijk moet dalen tot onder de 2,1 opdat de wereldbevolking kan krimpen tot een lager, duurzamer aantal.

Hoewel het vruchtbaarheidscijfer in de rijke landen (ongeveer 1,6) onder het vervangingsniveau ligt, is overbevolking ook hier een probleem. Immers, een persoon die in een rijk land opgroeit, heeft door een overdadige consumptie een ecologische impact die gemiddeld genomen 5 keer zo hoog is als een persoon in een arm land. Met andere woorden, één geboorte hier staat gelijk met vijf geboortes in een arm land. Hierdoor is het draagvlak in de rijke landen reeds ver overschreden. Een daling van de consumptie is zoals vermeld een dringende noodzaak, maar het is altijd verstandig om verschillende mogelijke strategieën te combineren. Zolang we niet kunnen aantonen dat een daling van de consumptie in de rijke landen voldoende zal zijn, is een aanpak gericht op een bevolkingsdaling evenzeer aangewezen. Gezien de ernst van de huidige crisissituatie is het best mogelijk dat een geboortecijfer van 1,6 nog te hoog is voor een ecologisch rechtvaardige samenleving waarbij geen enkele soort meer zal uitsterven door menselijk toedoen.

DEEP wil bijgevolg een wereld met minder kinderen, maar waarbij elk kind wel beter beschermd en verzorgd wordt. Een overbevolkte wereld is een onveilige wereld. Bovenstaande redenering impliceert dat het hebben 3 of meer kinderen sterk moet worden afgeraden, want dergelijk geboortecijfer is niet veralgemeenbaar.

Programma

Hoe wil DEEP overbevolking en overconsumptie bestrijden?

Bevolking

Vrijwillige geboortebeperking

Als wij mensen zelf niet het overbevolkingsprobleem aanpakken, zal de natuur de wereldbevolking op een zeer onaangename wijze in toom houden door hongersnoden, rampen, ziektes en schaarste aan water en grondstoffen. Deze catastrofes kunnen we echter voorkomen als we bereid zijn zelf in te grijpen op het geboortecijfer. De ethische waarden van DEEP vereisen dat een daling van het geboortecijfer aan drie criteria moet voldoen: het moet voldoende snel gebeuren, zonder dwang, en op een rechtvaardige wijze. Rekening houdend met het plaatsafhankelijke draagvlak zijn alle bevolkingsgroepen gelijk, dus de geboortedaling moet gebeuren zonder enige vorm van racisme of discriminatie. Is dat mogelijk? Eigenlijk wel, als we allemaal de juiste keuzes maken.

Iedereen kan zelf ethische keuzes maken. Bijgevolg is het denkbaar dat iedereen vrijwillig beslist om biocentrisme en evenwaardigheid te respecteren en zich niet hebzuchtig te gedragen. Er schuilt echter een addertje onder het gras: vele mensen hebben vaak te weinig toegang tot middelen die zwangerschappen kunnen voorkomen. Wereldwijd zijn ongeveer de helft van de zwangerschappen onbedoeld, en een kwart zijn zelfs ongewild. Om het overbevolkingsprobleem aan te pakken stelt DEEP twee benaderingen voor, één voor de arme en één voor de rijke landen.

De arme landen

200 miljoen vrouwen in de derde wereld zouden graag toegang hebben tot moderne vormen van contraceptie. Daarmee zouden jaarlijks meer dan 50 miljoen onbedoelde zwangerschappen voorkomen worden. Naast toegang tot contraceptie zijn er nog andere methoden om aan gezinsplanning te doen, die bovendien nog eens gunstig zijn voor de rechten van de vrouw. DEEP stelt daarom het volgende voor:

-toegang tot onderwijs (verplicht onderwijs voor vrouwen is zelfs dubbel efficiënt: het heeft een rechtstreeks effect op bv. het aantal tienerzwangerschappen, én het is rechtvaardiger omdat het bv. de arbeidskansen van vrouwen verhoogt),

-toegang van vrouwen tot de arbeidsmarkt (waardoor vrouwen zwangerschappen uitstellen/afstellen),

-vrouwenemancipatie (in vele landen wordt het baren van zoveel mogelijk kinderen als voornaamste taak van de vrouw beschouwd),

-armoedebestrijding, goede pensioensystemen en sociale zekerheid (vele ouders zien het hebben van veel kinderen als een verzekering voor hun oude dag),

-een verbod op kinderarbeid (kinderen mogen niet beschouwd worden als louter een bron van extra inkomsten voor het gezin, want dat is immoreel en het stimuleert het hebben van veel kinderen),

-het wegnemen van sociale druk op de vrouw om veel kinderen te hebben (vele religieuze en andere instanties sporen gezinnen aan om veel kinderen te krijgen),

-verhogen van de huwelijksleeftijd (jonge gehuwde vrouwen beginnen vroeger aan kinderen en zullen meestal grotere gezinnen krijgen),

-mentaliteitsverandering bij religieuze instanties (die vaak gekant zijn tegen het gebruik van voorbehoedsmiddelen),

-mentaliteitsverandering bij mannen (mannen zijn vaak gekant tegen het gebruik van de pil, uit vrees voor ontrouw van de vrouw).

Kortom, vrouwen hebben recht op vrije keuze van hun huwelijkspartner, familiale planning, educatie,…

Waarvoor kiezen we: grote gezinnen in armoede, of kleine gezinnen waarbij elk kind een voldoende hoge levensstandaard heeft? In België is het vruchtbaarheidscijfer in 30 jaar tijd gedaald van 2,6 naar 1,6. Dergelijke (en nog grotere) dalingen zijn ook denkbaar in de arme landen, mits de nodige steun van de rijke landen. DEEP stelt daarom een drastische verhoging voor van de steun aan het bevolkingsfonds van de Verenigde Naties, het UNFPA.

De rijke landen

Zoals we reeds vermeldden, is er ook in de rijke landen nog werk aan de winkel. Hoewel het gemiddelde vruchtbaarheidscijfer hier 1,6 is, hebben een aantal landen (Spanje, Italië) een lager cijfer van 1,2. Dit is hoopvol, en toont aan dat er nog een potentieel is voor een verdere vrijwillige daling in de meeste rijke landen. DEEP stelt daarom het volgende voor:

-het biocentrisch altruïsme en de bevolkingsproblematiek onder de aandacht van de bevolking brengen, via media en onderwijs (als verplicht vak),

-een mentaliteitswijziging nastreven, voornamelijk bij religieuzen en mannen, zodat de sociale, religieuze of financiële druk op vrouwen op het hebben van kinderen wordt weggenomen,

-het voor iedereen bereikbaar maken van alle medische en geboorteregelende voorzieningen die onbedoelde en ongewenste zwangerschappen tot een volstrekt minimum kunnen beperken,

-het vrij verkrijgbaar stellen van alle vormen van anticonceptiva en het zodanig verlagen van de (financiële, sociale) drempel voor sterilisatie (in het bijzonder vasectomie) dat deze binnen ieders bereik ligt,

-het invoeren van een laag belastingtarief of een premie voor volwassenen zonder kinderen,

-een verlaging (eventueel afschaffing) van de kinderbijslag4,

-het aanmoedigen van (verantwoorde) adoptie in de plaats van het willen hebben van eigen kinderen.

DEEP wil de opvatting ondersteunen dat het hebben van geen of weinig kinderen sociaal en ecologisch verantwoord is. DEEP wil dwangmaatregelen (zowel van de natuur als van een restrictief geboortebeperkingsbeleid) vermijden. Daarom willen we iedereen aanmoedigen om vrijwillig het aantal zwangerschappen te verminderen. Als we dat niet doen, zal de natuur zijn grenzen op een brutale manier aan de mensheid opleggen. Vandaar dat DEEP zich vooral wil bezighouden met sensibilisatie en voorlichting opdat iedereen zich van het probleem bewust wordt.

In de bevolkingsproblematiek komen nog twee andere aspecten aan bod, waar DEEP aandacht aan wil besteden: migratie en vergrijzing.

Migratie

Kijken we naar een land als België, dan zien we dat in 2003 de bevolking steeg met ongeveer 50.000. De natuurlijke aangroei (geboortes min sterfgevallen) bedroeg slechts 50005, de overige 45.000 mensen waren immigranten. Sommige mensen die vinden dat Vlaanderen met zijn 440 inwoners/km² te dichtbevolkt is, pleiten daarom voor een immigratiestop. DEEP vindt dat idee onethisch.

Ten eerste kijkt DEEP altijd vanuit een mondiaal perspectief: immigratie gaat altijd gepaard met emigratie. Met andere woorden, de bevolking mag hier wel stijgen, in het herkomstland daalt ze. Het zou egoïstisch zijn om enkel te kijken naar de bevolkingsdichtheid hier bij ons. Migratie is daarom zeker toegelaten, zolang het maar niet richting ecologisch kwetsbare, zeldzame of waardevolle (soortenrijke) gebieden is.

Ten tweede vormen immigranten een kwetsbare bevolkingsgroep, en dienen ze daarom bescherming te krijgen. Het biocentrisch altruïsme impliceert een grote gastvrijheid om de rechten van migranten te respecteren. Asielzoekers, politieke vluchtelingen, economische migranten, al die mensen hebben een gegronde reden om naar de ‘beloofde landen’ te verhuizen, want anders zouden ze er niet zoveel voor over hebben. Die beloofde landen zijn moreel verplicht deze mensen uit hun ellende te helpen. Naast deze solidariteit en dit altruïsme gaat het hier ook om gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid. Als wij naar de stad mogen trekken op zoek naar beter werk, dan heeft elke mens op aarde ook dat recht. Als wij op elke legale plaats in ons land mogen gaan wonen, dan heeft iedere wereldburger ook dat recht. Als wij nooit ‘illegaal’ zijn in ons land, dan mag een immigrant – met of zonder papieren –  ook niet het label ‘illegaal’ opgekleefd krijgen. Rijke landen zoals België worden pas ‘groots’ in moreel opzicht indien ze massaal zwakkeren helpen, volledig gastvrij en dienstbaar zijn naar migranten toe en een open houding aannemen in een vreedzame dialoog met de andere bevolkingsgroepen. Dat moet kunnen zonder een verlies aan eigen belangrijke culturele waarden. Dit wil zeggen dat DEEP pleit voor een gelijke behandeling zonder discriminatie. We steunen de strijd tegen gesloten asielcentra. We moeten werken aan actieve verdraagzaamheid in een multiculturele samenleving, waar wederzijds respect voor eigenheid en andersheid wel degelijk denkbaar is.

De moeilijke uitdaging is echter dat er miljoenen mensen zijn die dienen geholpen te worden. Zij hebben het recht op opvang, onderdak, betere economische kansen,… De opvangcapaciteit (het lokale draagvlak) van de rijke landen is daarentegen beperkt, er zijn grenzen aan de immigratie. Hoe kunnen we op een ethisch verantwoorde wijze de migratie doen dalen? Twee strategieën moeten we volgen.

  1. Een verhoging van de ontwikkelingssamenwerking en de levensstandaard in de arme landen. Eén van de oorzaken van migratie is de armoede in de herkomstlanden. Een ecologisch verantwoord ontwikkelingsbeleid zorgt ervoor dat de mensen het ginder goed genoeg hebben zodat ze niet gedwongen zijn te migreren.
  2. Strijd tegen overconsumptie. De kloof tussen arm en rijk moeten we dichten, maar niet door iedereen eenzelfde luxueuze levensstandaard zoals hier in het rijke Noorden te geven. De enige ecologisch rechtvaardige oplossing impliceert dat we onze overconsumptie moeten bestrijden. Zo zou er eveneens meer geld vrij kunnen komen voor ontwikkelingssamenwerking.

Enkel door de luxueuze pleziertjes en de overconsumptie te bestrijden, worden de basisrechten van elke wereldburger gerespecteerd, terwijl er toch geen situaties gecreëerd worden die onhoudbaar (door massale immigratie) of onrechtvaardig (door een immigratiestop en een beleid van gesloten grenzen) zijn.

Vergrijzing

Door een stijging van de gemiddelde levensverwachting en een daling van het geboortecijfer zal het aantal bejaarden en hoogbejaarden in verhouding tot de totale bevolking stijgen. De kosten voor pensioenen en ziektezorg kunnen dan hoog oplopen. Dit is kort samengevat het probleem van de vergrijzing.

Het biocentrisch altruïsme van DEEP introduceert een nieuwe kijk op het vergrijzingprobleem. Vergrijzing heeft een negatieve invloed op onze economische groei en onze welvaart. Maar het zijn net deze groei en welvaart die DEEP in vraag stelt. De strijd tegen overconsumptie is een strijd tegen de huidige vorm van economische groei.

Net zoals bij het migratieprobleem stelt DEEP eerst de vraag naar de rechtvaardigheid: wie zijn de kwetsbaren bij het vergrijzingsprobleem? Dat zijn vooral de hoogbejaarden en (in mindere mate) de bejaarden. Daarom is een grote solidariteit en zorgzaamheid naar die bevolkingsgroepen aangewezen. Waarschijnlijk is deze solidariteit tussen jong en oud ook onverzoenbaar met een overconsumptieve levensstijl, want ze impliceert dat bv. jongeren (jongvolwassenen) minder geld gaan besteden aan egoïstische luxebehoeften, en meer aan de zorg voor de ouderen.

Om de vergrijzing tegen te gaan tracht men in vele landen het geboortecijfer op te krikken door bv. financiële stimuli. DEEP bekritiseert deze aanpak, want het is louter een uitstel van de problemen. De problemen worden dan afgewimpeld op de komende generaties, want ofwel kampen zij met overbevolking, ofwel gaan ze alsnog een periode van vergrijzing tegemoet. Men kan zo wel het vergrijzingsprobleem proberen te verzachten door het ‘uit te spreiden in de tijd’, maar het blijft antropocentrisch om het probleem van vergrijzing prioritair te stellen.

Vergrijzing zal sowieso voor economische problemen zorgen, maar vanuit een altruïstische houding verandert de aard van die problemen. Een voorstel zou kunnen zijn om het geld dat de actieve bevolking verdient te investeren in een rechtvaardig pensioensysteem en een uitgebouwde ziekenzorg, in plaats van in de consumptie van luxe. Hoewel DEEP momenteel nog geen uitgewerkt economisch plan heeft ontwikkeld (welk soort belastingsysteem?) om bovenstaande voorstellen te kunnen uitvoeren, nodigen we wel economen en de bevolking uit om samen mee te helpen zoeken naar een ecologische en rechtvaardige economie6, een altruïstische economie.

Consumptie

Ecologische impact, altruïsme, migratie, vergrijzing,… telkens kwam de overconsumptie ter sprake. Dat er iets grondig mis, is blijkt uit het volgende: vandaag leven er 850 miljoen mensen met honger, terwijl er wel 1.000 miljoen mensen overgewicht hebben. Ondervoeding en overvoeding, er is duidelijk iets grondig mis met ons consumentisme.

Antireclame

Onze consumptiedrang wordt voor een groot gedeelte aangewakkerd door een massale reclame-industrie. Jaarlijks wordt er $ 1000 miljard uitgegeven aan reclame en marketing. Dat is 20 keer het bedrag dat nodig is om extreme armoede in de wereld op te lossen. Reclame is een essentieel aspect geworden van onze kapitalistische consumptiemaatschappij. Het doel van reclame is winst maken, en het middel is de manipulatie van behoeften, het creëren van valse noden en overbodige uitgaven. Doordat reclame een tekort insinueert, wordt de mens ongelukkig gemaakt. De boodschap is: “je bent een idioot als je dit niet koopt”, “je hoort er alleen bij als je dat hebt”.

DEEP wil zich daarom verzetten tegen elke vorm van onethische commerciële reclame. Lichtreclame, reclamewagens en reclamevliegtuigen zijn een enorme energieverspilling. Grote billboards, affiches of TV-spotjes zijn een verspilling van grondstoffen. Vaak presenteert reclame een ideaalbeeld dat niet overeenstemt met de werkelijkheid. Door het tonen van gelukkige, mooie modellen (vaak bijgewerkt met de computer) kunnen mensen zich lelijk en onzeker gaan voelen. Reclame zet aan tot het kopen van luxe of van milieuonvriendelijke producten (terreinwagens,…) of diensten (vliegtuigreizen,…). Reclame is heel onbetrouwbaar, ze vertelt vaak leugens en biedt een eenzijdig verhaal. De basisleugen is: “Koop, en gij zult gelukkig zijn!” Onafhankelijk, objectief onderzoek is veel beter om de kwaliteit van een product in te schatten.

Onethische producten

Wij mensen consumeren heel wat schadelijke producten en diensten, vaak zonder het zelf te beseffen. Zo kopen we vaak producten van multinationale ondernemingen die massaal mensenrechten schenden en de natuur vernietigen. Om even stil te staan bij enkele problematische aspecten, geven we hier een lijstje van producten en diensten die vaak erg onvriendelijk zijn voor mens, dier en natuur. Dit lijstje is verre van volledig, en dient voornamelijk om ons bewust te maken van het feit dat vele dingen toch niet zo onschuldig zijn.

Airconditioning: is een enorme energieverslinder (vaak erger dan verwarmingsinstallaties).

Films: de Hollywoodfilmindustrie draait op kortetermijnprojecten en opereert verre van milieuvriendelijk.

Financiële producten en diensten: beleggingen of spaarrekeningen bij vele banken zorgen voor investeringen in wapens, milieudestructie, kinderarbeid,…

Flessenwater: heeft een energieverbruik (van het bottelen, transport,…) tot 2000 keer groter dan kraantjeswater. Wereldwijd komen er 2 miljard kg petflessen op de afvalberg (of op straat, in de natuur,…) terecht. In België is flessenwater niet gezonder dan kraantjeswater, maar het is wel duurder en het zorgt voor grote winsten bij privé-bedrijven.

Garnalen: bij de kweek van scampi’s en tropische garnalen worden massa’s unieke en waardevolle mangrovewouden vernietigd, met erosie, verzilting, sociale conflicten en bedreiging van dieren- en plantensoorten tot gevolg. Mangroveouden doen ook dienst als buffer tegen stormen, tsunami’s en overstromingen.

Gemotoriseerde grasmaaiers: zijn vaak vervuilender dan auto’s en zorgen voor 5% van de totale luchtvervuiling.

Gemotoriseerde sporten: zorgen voor uitstoot van broeikasgassen, lawaaihinder, riante inkomens van Formule-1-piloten (tot €30 miljoen per jaar), woekerende reclame en milieuvernietiging voor de aanleg van pistes.

Golfterreinen: zijn grote oppervlakken waar de ecologische waarde (biodiversiteit) vrijwel volledig vernietigd is, die veel water verbruiken en waarbij het pesticidengebruik tot 9 keer hoger ligt dan in de landbouw.

Kerstbomen: levende bomen zijn geen gebruiksvoorwerpen voor versiering. Kerstboomverbranding is onethisch en vervuilend. Plastic kerstbomen verhogen de afvalberg en hun productie is problematisch. Kerstverlichting verbruikt onnodig veel energie.

Massatoerisme: is ontzettend schadelijk voor het milieu.

Pretparken en kermisattracties: hebben eveneens een gigantisch energieverbruik voor luxepleziertjes.

Sigaretten en tabak: leiden tot een gigantische ontbossing, want bij de productie van tabak (plantages, drogen, fermenteren,…) is veel hout nodig7. Daarnaast is tabak duidelijk een verslavend luxeproduct met grote gezondheidsrisico’s (ook van passief roken). Weggeworpen peukjes vormen een niet te onderschatten water- en bodemverontreiniging omdat ze meer dan 4000 gevaarlijke soorten chemicaliën bevatten.

Skipistes: zijn verantwoordelijk voor ontbossing en bodemerosie, en ze vormen een bedreiging voor bergfauna en flora. De productie van kunstsneeuw is ook milieubelastend.

Speelgoed: veel speelgoed wordt vaak gemaakt door kinderen in erbarmelijke omstandigheden. Modern speelgoed bevat vaak onduurzame materialen, de productie is vaak  energieverslindend, en door de wegwerpfactor vergroot het de afvalberg.

Terreinwagens: stoten tot 4 keer meer CO2 uit dan kleine moderne stadswagens. Wegens de vorm van hun bumpers zijn ze ook extra gevaarlijk voor zwakke weggebruikers bij een aanrijdingen (de sterftekans ligt drie keer hoger).

Vlees en vis: de productie van vlees zorgt voor een CO2-uitstoot die 10 keer groter is dan die van graan, ze heeft een groter waterverbruik dan plantaardige producten, ze leidt vaak tot bodemerosie, ze zorgt voor ontzettend veel dierenleed, ze brengt gezondheidsrisico’s met zich mee omdat schadelijke bacteriën resistent worden door het overdadige gebruik van antibiotica. Het vereiste landbouwareaal is vele malen groter (dus extra ontbossing). Overdadige vleesconsumptie leidt vaak tot overgewicht. De mestoverschotten vormen een ecologisch probleem,… Wat de vissen betreft mogen we ook hier het dierenleed niet onderschatten, evenals het gebruik van chemicaliën en antibiotica. Vele vissoorten worden overbevist en staan op de rand van uitsterven. Eigenlijk is alle gekweekte vis, evenals vele soorten gevangen vis, ecologisch gezien een ramp.

Vliegtuigreizen: één verre vlucht (buiten Europa) stoot per persoon 1 ton CO2 uit (herinner u dat de jaarlijkse uitstoot van een Belg gemiddeld 12 ton is, terwijl we eigenlijk niet meer dan 1 à 2 ton/jaar mogen uitstoten om ernstige klimaatsveranderingen te voorkomen).

Wegwerpproducten (verpakkingen, blikjes, fototoestellen, luiers, batterijen, scheermesjes, bekertjes, aluminiumfolie, papieren zakdoeken,…): voor talrijke wegwerpproducten bestaan  duurzame alternatieven. De productie gaat vaak gepaard met ernstige milieuschade (bv. bauxietmijnen die ecosystemen verwoesten en lucht en water vervuilen voor de productie van aluminium), en vanzelfsprekend is er een gigantisch afvalprobleem.

Zwembaden: vooral verwarmde zwembaden verbruiken ontzettend veel energie. Daarnaast is er het gigantische waterverbruik.

Bovenstaand lijstje kan jammer genoeg nog veel langer gemaakt worden. Algemeen kunnen we een aantal criteria opstellen waaraan producten moeten voldoen.

Kleding: duurzame producten, bv. biologisch katoen (geen pesticidegebruik), geen modetrends (die aanzetten tot overbodige consumptie van telkens nieuwe kledij), tweedehands herwaarderen, kleding van eerlijke handel en vervaardigd in goede arbeidsomstandigheden,…

Voeding: mensvriendelijk (eerlijke handel), diervriendelijk, natuurvriendelijk (biologisch, seizoens- en streekgebonden, niet van verre landen of verwarmde serres),…

Hygiëne: biologisch afbreekbare afwas- en schoonmaakproducten, geen overbodige luxe (zoals optische witmakers in wasproducten), diervriendelijk (niet op dieren getest),…

Open vragen voor een open toekomst

De ethische fundamenten en de ecologisch diepgaande analyse van de toestand van de planeet zijn twee aspecten waar DEEP zich sterk in maakt. Dat er iets moet worden gedaan aan het overbevolkings- en overconsumptieprobleem, is daarbij vanzelfsprekend. Toch willen we ook een kritische en open geest hebben. Op vele vragen hebben we voorlopig nog geen eenduidig antwoord te bieden. Wat echter belangrijk is, is onze morele verplichting om allemaal samen mee te helpen naar oplossingen te zoeken. Hoe ziet een ecologisch rechtvaardige samenleving en economie eruit? Hoever moeten we gaan in altruïsme? Hoe weten we of iets luxe is, of een basisbehoefte? Wat mogen we doen met dieren en planten indien ze evenals de mens intrinsiek waardevol zijn? Welke rechten hebben levende wezens, en hoe zijn die rechten onderling verzoenbaar? Voorlopig laten we deze vragen open.

Het Diep Ecologisch en Ethisch Project is een zoektocht naar een ecologisch rechtvaardige samenleving, waarbij iedereen streeft naar het ethische ideaal van een biocentrisch altruïsme, waarbij we een bescheiden plaats innemen temidden van al het leven. Er is een mentaliteitswijziging nodig, waarbij we onszelf beschouwen als partners in tegenstelling tot uitbuiters van de natuur, gevers in plaats van nemers.

Minder consumptie hoeft geen zelfopoffering te zijn. Eigenlijk is het zelfontplooiing. Door een groeiende solidariteit met alle leven kunnen we ons gaan verheugen in de bloei van al dat leven. Het respect voor plant, dier en mens neemt toe. We moeten loskomen van het streven naar meer en meer, van moordende competitie, van snelle en oppervlakkige consumptiedwang en de daaruit voortvloeiende angst, jaloezie, onzekerheid, afhankelijkheid en stress. Er treedt een innerlijke tevredenheid en kalmte op indien we vrijwillige eenvoud nastreven. Door dit groeiproces zal blijken dat meer en meer behoeften die we voelen eigenlijk overbodig zijn om gelukkig te worden.

Probeer u een wereld voor te stellen waarin er meer aandacht is voor levenskwaliteit, voor niet-materieel welzijn in plaats van materiële welvaart, voor nieuwe, zachte, creatieve levenswijzen, gebaseerd op situaties die intrinsiek waardevol zijn. Meer aandacht voor samenhorigheid, samenwerking, vriendschap, openheid, schoonheid, nieuwsgierigheid, verdraagzaamheid, evenwichtigheid, gastvrijheid, wederzijds vertrouwen,… Dat zijn de waarden die er écht toe doen, en daarvoor moeten we geen leven kwetsen of doden.

In de keuze voor de volheid van een energiek, bevredigend, waardig leven, waarin vreugde en genieten voortvloeien uit het zorgen voor elkaar, voor de natuur en voor toekomstige generaties, hanteert DEEP de eenvoudige slogan:

Eenvoudig in middelen, rijk in doelen.

Dit bericht werd geplaatst in Blog en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s