Meer met minder (boekbespreking)

Paul Gerbrands e.a., Tien miljoen mensen als duurzame bevolkingsomvang, Damon Budel, 2006, 124 pp., ISBN 90 5573 719 4.

De Nederlandse Stichting De Club Van Tien Miljoen (CVTM) is één van de weinige West-Europese organisaties die trachten het moeilijke thema overbevolking (opnieuw) op de politieke agenda te krijgen. Met een jaarlijkse mondiale aangroei van meer dan 70 miljoen mensen evolueert de wereldbevolking van de huidige 6,6 miljard naar een geschatte 9 miljard tegen het jaar 2050. Dit legt een enorme druk op maatschappijen en ecosystemen, wat resulteert in een verdere drastische daling van de biodiversiteit en een verhoogd risico op schaarste van water, voedsel, grond en energie. Met een bevolking van meer dan 16 miljoen mensen is Nederland één van de dichtstbevolkte regio’s ter wereld (484 inwoners per km²). De CVTM stelt misschien wel terecht dat overbevolking niet alleen een probleem is van de arme landen.  Ze houdt daarom een pleidooi voor een daling van de Nederlandse bevolking naar maximum 10 miljoen inwoners.

Tien miljoen mensen is het vierde en meest recente boek van de CVTM. Het heeft als grote verdienste dat het tracht het heikele thema van de overbevolking uit de taboesfeer te halen. Zo zou (een deel van) de milieubeweging het moeten aandurven om deze problematiek aan te kaarten, want anders blijft het vechten tegen de bierkaai. Indien de bevolking blijft stijgen, zal het steeds lastiger worden om via een milieuvriendelijkere technologie of een vermindering van de materiële consumptie de ecologische voetafdruk van de mens te laten dalen tot onder het duurzame niveau. “Voor het terugdringen van de bevolkingsgroei wereldwijd staan twee wegen open: die van vrijwillige geboortebeperking of de traditionele weg van ziekten, hongersnood, oorlogen en genocide. Het eerste verdient uit ethisch oogpunt uiteraard de voorkeur.” (p.30)

Zoals de overige publicaties van Gerbrands en de CVTM, werd ook hier gekozen voor een essayistische stijl. Tien auteurs van verschillende strekking – economen, historici, psychologen, een bosecoloog en een theoloog – bespreken elk vanuit hun achtergrond of discipline het overbevolkingsprobleem. Deze aanpak geeft de lezer de mogelijkheid om op een brede manier tegen dit probleem aan te kijken, maar heeft als nadeel dat er minder plaats is voor diepgravende analyse.

Soms kan men zich vragen stellen of de aanpak niet te breed is. Zo wordt in Een nieuwe kruistocht komaf gemaakt met het christendom en vooral de islam. Die laatste religie is “in feite nog een totalitair stelsel […] mijlenver verwijderd van een individualistisch en verlicht of tolerant denken.” (p.18) De enige link met het bevolkingsvraagstuk is de stelling: “vanwege hun regelmatig terugkerende conflicten proberen beide instituties [christendom en islam] nog steeds hun aantal aanhangers te verhogen. Is het niet een ethisch verbod op voorbehoedsmiddelen dan is het wel een goddelijk gebod ten gunste van een groot nageslacht.” (p.17)

In het boek worden vele interessante ideeën en denkpistes besproken, gaande van het duurzaam nationaal inkomen (DNI), een indicator voor milieuduurzaamheid, tot problemen met volksvertegenwoordiging: “Een enkele volksvertegenwoordiger uit de groep van vele heeft niets in te brengen. Hij vertegenwoordigt zelf te veel mensen die hij niet kent, die hem niet kennen en die zelf meestal geen sterke onderlinge band hebben. […] Daar is al helemaal geen sprake meer van een relatie tussen kiezer en gekozene. […] Want wie van de 300.000 kiezers, nodig voor één Europese parlementszetel in het sterk uitgebreide Europa, heeft via de kiesdeler nog de indruk dat zijn stem er iets toe heeft gedaan?” (p.101).

Meestal wordt het overbevolkingsprobleem belicht vanuit een economische, voedseltechnische of milieukundige hoek. Een nieuwe invalshoek is Het bespreekbaar maken van het onderwerp overbevolking. In dat hoofdstuk stelt psychologe Rakic de vraag naar de onderliggende, psychologische redenen waarom het onderwerp zo moeilijk bespreekbaar is. Zo wijst ze op een correcte vaststelling dat er vaak nog een sociale druk heerst op het krijgen van kinderen. “Bewust kinderloze mensen moeten zich als het ware verantwoorden voor het niet kiezen voor kinderen, terwijl de keuze met daaraan gekoppelde consequenties om wél kinderen te krijgen eigenlijk een veel zwaardere is. En deze keuze zien mensen als vanzelfsprekend.” (p.23) Hoewel er wordt ingegaan op het gedrag van de mens (aangeboren of aangeleerd?), blijven er nog vele vragen onbeantwoord. Het is wel een goede stimulans tot verdere kritische reflectie.

Ook leest men een terechte kritiek op een al te optimistische ingesteldheid met betrekking tot technologische ontwikkelingen. “Het samengaan van productiegroei en milieubehoud is weliswaar theoretisch niet uitgesloten maar vereist een technologie die (i) voldoende schoon is, (ii) vernieuwbare natuurlijke hulpbronnen niet uitput, (iii) substituten vindt voor niet hernieuwbare hulpbronnen, (iv) voldoende ruimte laat voor het overleven van planten- en diersoorten, (v) de bodem intact laat en (vi) in reële termen goedkoper is dan de huidige technologie. Dit lijkt nauwelijks denkbaar  […] In ieder geval is de technologie daarvoor thans nog niet beschikbaar. Speculeren hierop is een gok met als inzet de levensomstandigheden van onze kindskinderen en dus in strijd met het voorzorgsbeginsel. […] Maar naarmate de productie groeit moet ook het rendement van maatregelen omhoog om diezelfde kwaliteit van het milieu te handhaven […] Er is dus sprake van een wedloop tussen technologie en productiegroei, waarvan de afloop niet kan worden voorspeld, dus – alweer – van een gok die in strijd is met het voorzorgsprincipe.” (p.80-81) Dit resulteert in het gekende onderscheid tussen de pistes efficiëntie en sufficiëntie.

Toch staan er in het boek talrijke ideeën waarop men kritische bedenkingen kan hebben. Bosecoloog Oldeman (p.31) refereert naar een betwiste studie van Pichon die stelt dat de wereldbevolking in de 3de eeuw na Chr. zo’n drie miljard bedroeg. Dan is de bespreking in Gerbrands (Mijn land van veel en vol, Damon, 2003) wetenschappelijk correcter.

In het boek wordt er kort ingegaan op het belangrijke probleem van de vergrijzing. Dit probleem wordt vaak aangehaald om het ernstigere probleem van de overbevolking niet te bestrijden. De stelling van de CVTM is dat vergrijzing een zegen is, want de zorg voor bejaarden schept werkgelegenheid en de arbeidsparticipatie van de categorie 20- tot 64-jarigen is momenteel toch heel laag. Er is dus nog veel arbeidsreserve aanwezig, maar toch – en dat aspect wordt onderbelicht – moet erop gewezen worden dat er een belangrijke hervorming van ons economisch bestel nodig is; men moet radicaal overschakelen van de huidige consumptie- en groeigerichte economie naar een zorggerichte economie. In Gerbrands (2003) wordt dieper op de problematiek (of de zegen) van de vergrijzing ingegaan.

Verder lezen we enkele tegen de borst stuitende stellingen met betrekking tot ontwikkelings- en noodhulp: “Ons westers schuldgevoel afkopen met gulle gaven aan slachtoffers van overstromingen, is in feite een veronachtzaming of zelfs ontkenning van het probleem overbevolking.” (p.103) “Sterker nog, onze hulpacties vergroten de kans dat er bij de volgende tsunami over enkele jaren nog meer slachtoffers vallen. […] In feite worden door onze goedbedoelde hulp de gevolgen van het probleem overbevolking er alleen maar groter door. Geld geven om de gevolgen van een tsunami te bestrijden, is daarom slechts een kwestie van symptoombestrijding.” (p.103) Ik laat het aan de lezer om dergelijke drogredeneringen te ontkrachten.

Komen we ten slotte bij de belangrijkste punten van kritiek, die betrekking hebben op migratie, overconsumptie en ‘egoïstisch’ antropocentrisme.

Eén van de cruciale stellingen van de CVTM is een beperking of stopzetting van verdere immigratie, omdat Nederland ‘vol’ is. Zo wordt er soms op een bevestigende wijze verwezen naar Fortuyn als taboedoorbreker. Toch zijn er twee belangrijke bedenkingen bij een restrictief en selectief immigratiebeleid.

Ten eerste is er vanuit mondiaal demografisch perspectief geen groot effect van migratie op de globale bevolkingsgroei, want migratie is een zogenaamde ‘zero-sum’: de populatiedruk die op één plaats daalt, stijgt op een andere plaats evenveel. (Wel kan migratie een stimulerend effect hebben op de snelheid van de globale bevolkingsgroei, of ze kan ook remmend werken indien immigranten na verloop van tijd gaan integreren waardoor ze kleinere gezinnen krijgen dan in hun herkomstland gebruikelijk was. Wegens plaatsgebrek gaan we niet verder in op deze aspecten.) Waar men wel rekening mee dient te houden is dat migratie naar kwetsbare of waardevolle ecosystemen (bijvoorbeeld biologische ‘hot-spots’) moet worden afgeraden. Verder is er in het boek ook dubbelzinnigheid rond de (r)emigratie: op p.29 wordt het positief aangekaart, terwijl het op p.47 terecht bekritiseerd wordt als zijnde een nieuwe vorm van het bevolkingssurplus afwentelen op andere landen.

Ten tweede bestaat er vanuit moreel oogpunt het gevaar voor racisme (vaak met subtiele drogredenen onderbouwd), onrechtvaardigheid of uitsluiting van zwakkere bevolkingsgroepen. Vanuit een politiek linkse positie, waar gelijkwaardigheid centraal staat, is een immigratierestrictie ontoelaatbaar. Als wij op elke legale plaats in ons land mogen gaan wonen, dan heeft iedere wereldburger ook dat recht. Deze discussie houdt ook verband met het begrip ‘illegaal’: “Illegaal verblijf is wel degelijk een forse wetsovertreding […] Illegaliteit betekent een uitholling van ons rechtssysteem.” (p.53) Dit is opnieuw in tegenspraak met een gelijkwaardigheidsvisie. Een pasgeboren autochtoon krijgt meteen  automatisch een verblijfsvergunning. Een allochtoon zou net hetzelfde behandeld moeten worden als een autochtoon. Het enige criterium is dat iedere resident, ongeacht diens afkomst, de wet van het land moet respecteren zoals een autochtoon dat moet doen (en een autochtoon is nooit ‘illegaal’). Maar even verder lezen we een beangstigende stelling i.v.m. de definitie van vluchteling en het verdrag van Genève. “Als we alleen op individuele slachtoffers van onfrisse regimes het predikaat vluchteling zouden plakken en niet meer op alle vluchtelingen, dan wordt de groep ineens veel kleiner.” (p.53) Gerbrands wil hierbij expliciet het vluchtelingenstatuut niet toepassen op economische vluchtelingen. Dit botst opnieuw met een linkse, solidaire houding. Als wij naar de stad mogen trekken op zoek naar beter werk en meer welvaart, dan mag elke wereldburger dat.

Dat laatste brengt ons bij een volgend belangrijk punt van kritiek: de overconsumptie in het westen. Als elke wereldburger het recht heeft om net als wij te streven naar een consumptiepatroon van een rijke westerling, dan is dat ecologisch verre van duurzaam. Arme mensen migreren naar rijke landen om rijker te worden. Zolang wij in het westen een overvloedige consumptieve levensstijl hebben, is er een economische opportuniteit voor armere mensen om te migreren.  De miljarden armen hebben het recht om te migreren naar het beloofde land, maar dat is uiteindelijk onhoudbaar voor dat land. De enige legitieme strategie om migratie te beperken is bijgevolg ontwikkelingssamenwerking gepaard gaand met een daling van de overvloedige welvaart en rijkdom van het westen. Op deze manier worden de basisrechten van elke wereldburger gerespecteerd, terwijl er toch geen situaties gecreëerd worden die onhoudbaar zijn (door massale immigratie) of onrechtvaardig (door een beleid van gesloten grenzen). Hoewel er wel wat kritiek valt op bijvoorbeeld de reclame die aanzet tot overconsumptie, wordt het aspect van ‘consuminderen’ soms zwaar onderbelicht. Zo lezen we dat “het westen een vermindering van zijn aantal inwoners hard nodig heeft om het gemiddelde consumptieniveau per inwoner toch een beetje te kunnen laten stijgen of minstens te kunnen handhaven. Niet omdat het niveau objectief niet hoog genoeg zou zijn, maar om tegemoet te komen aan de steeds hogere eisen van de sterk individualistisch ingestelde westerse consument.” (p.99)

Als laatste punt van kritiek vermelden we de egocentrische en antropocentrische ondertoon bij vele redeneringen. Zo bespreekt psycholoog Wessendorp in Psychologische aspecten van overbevolking de ‘geestelijke’ behoeften van mensen en de ervaring dat hun land ‘vol’ is. Op zich kan men zich inderdaad terecht bezorgd maken om een daling van het welzijn of een stijging van depressies en stress bij mensen in dichtbevolkte streken, maar opnieuw komen de aspecten ‘solidariteit met de zwakkere’ en ‘consuminderen’ te weinig aan bod. Daardoor kan er het beeld ontstaan van een rijk persoon met een dure wagen die klaagt over de files en de lange wachtrijen terwijl hij eerder de immigratie wil stoppen (“die immigranten met hun grote gezinnen…”) dan zijn eigen gehaaste en veeleisende levensstijl te veranderen. Ook het antropocentrisme zit verborgen achter vele redeneringen, terwijl het overbevolkingsprobleem zich des te scherper stelt in een biocentrische visie waar niet-menselijke soorten intrinsiek waardevol zijn. Zo lezen we: “Als het aan de dieren en de planten had gelegen, was er in Nederland na 1800 waarschijnlijk niemand meer bijgekomen.” (p.49)

Samenvattend kunnen we stellen dat Tien miljoen mensen een interessante poging is om het taboe rond het probleem overbevolking te doorbreken, maar dat er bedenkelijke redeneringen voorkomen met betrekking tot wereldgodsdiensten, ontwikkelingshulp en migratie. Door het probleem migratie vanuit een ‘rechtse’ visie te bekijken, zijn er gemiste kansen om het probleem overconsumptie ernstiger te nemen. Dat laatste probleem werpt dan weer een nieuw licht op het probleem vergrijzing in een onrechtvaardig en onduurzaam economisch systeem waar productiegroei zo belangrijk geacht wordt.

Stijn Bruers

Dit bericht werd geplaatst in Boekbesprekingen en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s