De toekomst van de oceanen

De oceanen herbergen 80% van het leven op aarde. Hoe ziet de toekomst van dat leven in de oceanen eruit? In wat volgt zullen we de belangrijkste trends samenvatten. Het wordt duidelijk dat door de mens de oceanen grondig aan het veranderen zijn. Het gevaar is niet te onderschatten…

Op moleculair niveau: van zuurstof naar koolzuur
Door het massale gebruik van kunstmest en de dierlijke mestproductie van de veeteelt, vloeit er veel stikstof in de zee. Langs de kusten vindt dan een proces van eutrofiëring plaats waardoor de zuurstofconcentratie in het water daalt. Zo ontstaan dode zones waar zowat alle vissen en zeedieren gestorven zijn door verstikking. Reeds meer dan 400 ecosystemen in de zee – een oppervlakte van 245.000 vierkante kilometer – zijn dode zones geworden (1).
Het zuurstofpeil daalt, maar de chemische verzuring in de oceanen neemt toe. Dit komt vooral door de CO2 die opgenomen wordt door de oceanen. CO2 zorgt niet enkel voor opwarming van de aarde, maar ook voor verzuring van de zee onder de vorm van koolzuur (H2CO3). Ongeveer één derde van alle door de mens uitgestoten CO2 werd opgenomen door de oceanen. Daardoor zijn de afgelopen 200 jaar (sinds de industriële revolutie) de oceanen 30% zuurder geworden (2). De oceanen zijn in de laatste 20 miljoen jaar nog nooit zo zuur geweest en nog nooit zo snel aan het verzuren als nu. Die verzuring is niet goed voor de vruchtbaarheid van veel zeedieren. En omdat kalk oplost bij verzuring, komen vooral koralen, schelpdieren en dieren met een uitwendig skelet (kreeften,…) in de problemen. Wereldwijd zijn massaal de koralen aan het verbleken en afsterven. Dat is een grote bedreiging voor de biodiversiteit.

Op microscopisch niveau: van plankton naar plastic
Door de opwarming van de atmosfeer wordt ook de bovenste laag van het oceaanoppervlak opgewarmd. Er zijn aanwijzingen dat daardoor de concentratie fytoplankton (het plantaardige plankton) op sommige plaatsen daalt (3). Fytoplankton speelt niet enkel een belangrijke rol in de productie van zuurstof en het afremmen van verdere klimaatopwarming (dit plankton kan net zoals bomen CO2 opnemen); het fytoplankton is ook de basis van het mariene voedselweb. Een daling van plankton heeft verstrekkende gevolgen voor de ecosystemen in de oceanen, want dieren zullen dan minder plankton kunnen eten. Daardoor kunnen populaties instorten en soorten uitsterven.
In de plaats van het plankton komt plastic. In de stille oceaan bevindt zich een nieuw, drijvend continent van plastic afval, 32 keer de grootte van Nederland. In dat gebied  drijft er 6 kg plastic per kg plankton. Ook op andere plaatsen in de zee vormt plastic een gevaar. Het milieuprogramma van de VN schat dat er zo’n 18.000 stukken plastic afval ronddrijven per vierkante kilometer oceaanoppervlakte (4). Plastic zakjes, flessen en ander plastic materiaal kunnen in de zee worden afgebroken tot kleine stukjes (ter grootte van plankton) die niet snel vergaan. Zowat één derde van de zeevogelsoorten zien dat plastic aan als voedsel. En ook vele andere dieren (vissen, zeeschildpadden, walvissen) eten soms plastic. Het ophopen van al dat plastic in hun maag kan dodelijk zijn (5).

Op macroscopisch niveau: van vissen naar kwallen
Tot slot is er het bekende probleem van de overbevissing. Volgens de voedsel- en landbouworganisatie van de VN wordt bijna 90% van de visbestanden volledig of overgeëxploiteerd (6). Talrijke vissoorten zijn daardoor met uitsterven bedreigd. In de vorige eeuw zijn de populaties van kabeljauw, tonijn, haaien en zwaardvissen met meer dan 90% geslonken. Als we zo verder doen, dan zijn de zeeën als het ware leeggevist tegen 2050 en zullen er nauwelijks nog commerciële vissoorten voorkomen (7). De visserij kampt ook met het probleem van de bijvangst. Gemiddeld 40% van de zeedieren die in de netten gevangen worden, is niet geschikt voor menselijke consumptie. Die dieren (zeeschildpadden, zeevogels, zeezoogdieren,…) worden dood of dodelijk gewond terug overboord gekieperd.
In de plaats van vissen krijgen we zeeën vol kwallen. De laatste jaren komen er wereldwijd meer en meer kwallenplagen voor. Dat heeft verschillende oorzaken: het stijgen van de temperatuur van het zeewater door de klimaatverandering (vele kwallen houden van warm water), het dalen van de zuurstofgraad door eutrofiëring (kwallen gedijen relatief goed in zuurstofarme omgeving) en de overbevissing (8). Kwalleneters (tonijn, haai, zeeschildpad,…) en vissoorten die in competitie leven met kwallen, verdwijnen door overbevissing. Daardoor krijgen de kwallen vrij spel.

Wat kunnen wij hieraan doen?
-Minder CO2 uitstoten (minder auto rijden, minder vliegtuig nemen,…)
-Minder plastic gebruiken en afval wegwerpen
-Meer biologisch en vegetarisch eten

Bronnen
(1) Spreading Dead Zones and Consequences for Marine Ecosystems, R.J. Diaz, & R. Rosenberg, Science, 321(5891), 926-929, 2008.
(2) Anthropogenic carbon and ocean pH, K. Caldeira & M.E. Wickett. Nature, 425(6956): 365–365, 2003.
Anthropogenic ocean acidification over the twenty-first century and its impact on calcifying organisms. J.C. Orr, et al. Nature 437(7059): 681–686, 2005.
Planetary Boundaries: Exploring the Safe Operating Space for Humanity, Rockström et al. Ecology and Society, 14(2), 2009
(3) Global phytoplankton decline over the past century, D. G. Boyce, M.R. Lewis & B. Worm. Nature 466, 29 July 2010.
(4) Ecosystems and Biodiversity in Deep Waters and High Seas. UNEP Regional Seas Reports and Studies No. 178. UNEP/ IUCN, Switzerland 2006.
(5) The plastic sea. Paul Watson, 24 July 2006.
(6) FAO (2011) Review of the state of world marine fishery resources. FAO Fisheries and Aquaculture Technical Paper 569.
(7) Impacts of Biodiversity Loss on Ocean Ecosystem Services. B. Worm et al. Science 314: 787-760, 2006.
(8) Anthropogenic causes of jellyfish blooms and their direct consequences for humans: a review. Purcell J. e.a. (2007). Marine Ecology Progress Series 350:153-174.
Anthropogenic Factors Associated with Jellyfish Blooms. K. Shubin, 10 December 2008.
Jellyfish overtake fish in a heavily fished ecosystem. C. Lynam et al. Current Biology 16, no. 13: R492-R493, 2006.

Dit bericht werd geplaatst in Blog en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s