Verbergen, verzwijgen en verdraaien

Donderdagavond was ik naar een lezing over dierproeven geweest, georganiseerd door Vrijzinnig Mechelen en Vorming Plus. Spreker was Ilse Smolders van de VUB. Ze bracht een zeer ongenuanceerd en rooskleurig verhaal over dierproeven en vaak voelde ik me erg verontwaardigd over de dingen die ze zei.

Het begon reeds bij de eerste slide, waar ze de aanpak van dierenactivisten liet zien, met gruwelijke beelden van pijnlijke experimenten op honden, katten en apen. Puur kwantitatief gezien heeft ze gelijk met de stelling dat er bijna geen experimenten op honden en apen worden gedaan, want het aantal muizen en zebravisjes is vele malen groter dan het aantal honden en apen in laboratoria. Ze benadrukte ook dat die gruwelijke experimenten zoals te zien op de spandoekfoto’s van dierenactivisten verleden tijd zijn. Als toeschouwer had ik van haar dan wel wat woorden van lof verwacht voor die dierenactivisten die illegale acties deden om dergelijke wanpraktijken aan te kaarten. Want ze moet erkennen dat het dan dappere dierenactivisten waren die de “rotte appels” van de dierproefsector hebben verwijderd door in hun laboratoria in te breken en de wanpraktijken aan het licht te brengen. Als ik een respectabele dierproefnemer was, zou ik een applaus geven voor die dierenactivisten.

Maar al bij al verliest de dierproefsector hier dus al een groot deel van zijn geloofwaardigheid. Vroeger verborg men dierproeven voor de buitenwereld (in laboratoria waar bijna niemand mocht komen) en zei men dat er geen wanpraktijken zijn. Nu verbergt men nog steeds dierproeven, en zegt Ilse Smolders dat de wanpraktijken verleden tijd zijn. Als toeschouwer vind ik dat nu niet zo geloofwaardig. Er is meer nodig dan mooie praatjes om mijn vertrouwen in die sector te herstellen.

Onschuldige gedragsexperimenten met ratten?

Na de experimenten op zebravisjes en wormen besprak Ilse Smolders een drietal reeksen van gedragsproeven met muizen en ratten. Door hun niet-invasieve karakter (men gaat de ratten niet opensnijden), lijken het wel onschuldige experimentjes te zijn. Maar die schijn bedriegt. Ik moest toch een paar keer slikken.

De eerste reeks gedragsexperimenten die ze aanhaalde, hadden als doel angstremmers te testen. Toegegeven, het waren toch wel ingenieus opgezette experimenten. Men gaf ratten in een proefopstelling de keuze tussen veilige plekjes waar ze op zoek konden gaan naar voedsel, en plekjes waar ratten schrik voor hebben, zoals een balk waar ze af zouden kunnen vallen, of het midden van een open ruimte. Ratten hebben namelijk van nature een vorm van pleinvrees. Aan het gedrag van de ratten te zien, was het duidelijk dat ze angst kunnen voelen, en dat er een conflict optrad tussen hun angst en hun nieuwsgierigheid. Spoot men de ratten in met angstremmers, dan werden ze dapperder en gingen ze vaker uit nieuwsgierigheid snuffelen in het midden van open ruimtes of op balken waar ze konden afvallen.

Dergelijke proeven lijken nog onschuldig, als we het tenminste niet hebben over schadelijke neveneffecten van ingespoten chemische stoffen die toch geen goede angstremmers bleken te zijn. Maar de volgende reeksen van experimenten waren toch behoorlijk schokkend, zelfs al was ik reeds op de hoogte van het bestaan van die experimenten. Voornamelijk de wijze waarop Ilse Smolders erover vertelde en het doelbewust veroorzaakte leed leek te minimaliseren, vond ik aanstootgevend.

De tweede reeks experimenten hadden als doel antidepressiva te testen. Ratten werden in een bak met water gelegd waar ze niet uit kunnen (en ratten zitten niet graag lang in water), of ze werden aan hun staarten tegen een plafond geplakt (dat hebben ze ook niet graag). De ratten in de controlegroep kregen geen antidepressiva ingespoten, de ratten in de testgroep wel. En dan ging men kijken hoe lang die ratten bleven spartelen om uit hun hachelijke situatie te geraken. Het bleek dat de ratten in de controlegroep reeds na enkele minuten het spartelen opgaven, en tekenen van depressie vertoonden (passief gedrag, geen motivatie meer hebben,…). De ratten met antidepressiva bleven langer spartelen, want zij hadden nog wel motivatie om hun toestand te verbeteren. Dat is allemaal quasi geen probleem volgens Ilse Smolders, want die ratten liepen na het experiment opnieuw rustig rond.

Bij een ander depressie-experiment zette men ratten in een kooi waar ze regelmatig elektrische schokken kregen. Volgens Ilse Smolders waren het “elektrische prikkels”, wat niet zo beangstigend klinkt, maar wat het ook is, de ratten probeerden opnieuw uit hun situatie te geraken. Na een tijdje vertoonden ook deze ratten depressiesymptomen, en gingen ze geen moeite meer doen om een ontsnappingsroute te zoeken. Ze legden zich neer en lieten zich dus elektrisch “prikkelen”. Soms waren ze zelfs zo depri geworden en hadden ze zoveel motivatie verloren, dat ze zelfs niet meer wegliepen als men de kooi van de ratten openzette. (Tenminste, zo had ik het verhaal toch begrepen.)

Dat gedrag van ratten is zeer herkenbaar. Ook bij slaven, verkrachtte vrouwen en andere onderdrukten ziet men vaak dat de slachtoffers zich op een gegeven moment niet meer verzetten tegen hun situatie, dat ze passief worden of beginnen dissociëren. Dat is het stadium van onderwerping. Maar ratten kunnen dus niet enkel pijn, angst en stress voelen, maar ze kunnen ook de zeer herkenbare symptomen van depressie krijgen: passiviteit, lusteloosheid, geen motivatie meer hebben om nog te eten, plezier te maken of seks te hebben,… Dat is iets wat zelfs dierproefnemers moeten erkennen.

Ilse Smolders verzwijgt dan nog even de schadelijke nevenwerkingen van foutief geteste antidepressiva. Maar enkel al het idee om ratten doelbewust depressief te maken is zo aanstootgevend. Waarom is Ilse Smolders niet consistent, en doet ze dergelijke experimenten niet met mensen? Mensen zonder hun toestemming aan hun benen aan het plafond hangen en wachten tot ze stoppen met spartelen, dat zou ze nooit doen. Zelfs niet als die mensen na het experiment “toch rustig rondwandelen”. Ik heb haar expliciet gevraagd wat dan het moreel relevante verschil is tussen mensen en dieren, een moreel relevante eigenschap die alle Homo sapiens wel hebben en andere voelende wezens zoals ratten niet. Ze kon geen eigenschap geven, dus heb ik haar dan moeten beschuldigen van discriminatie. En van inconsistentie, want ze is tegen elke vorm van discriminatie en arbitraire behandeling.

Over naar de derde reeks van gedragsexperimenten, waarbij men stoornissen zoals geheugenverlies, epilepsie en motorische stoornissen onderzoekt. Ook dit verhaal klonk mooi, want zelfs de gehandicapte ratjes waren erbij gebaat. Buiten het prikje van de spuit waren de geheugentests niet pijnlijk, stresserend of angstaanjagend voor de ratten. Maar Ilse Smolders verzweeg weer het één en ander. Ik vroeg haar hoe men komt aan voldoende ratten met stoornissen. Gaat men ratten kweken, ze allemaal één voor één testen en kijken welke ratten een stoornis hebben? Nee dus. Men gaat voor het experiment meestal doelbewust schade veroorzaken. Men gaat bv. ratten kweken die vatbaarder zijn voor epilepsie. En wat doet men na de experimenten met de gehandicapte ratten? Al die ratten laten leven en ze blijven verzorgen? Ook hier weer: dergelijke praktijken zouden we nooit met mensen doen. Zelfs niet indien er geen alternatief is dan mensproeven om een medicijn te testen.

De inconsistentie van de 3 V’s

Ze eindigde haar presentatie met de 3 V’s. Die staan in werkelijkheid voor Verbergen, Verzwijgen en Verdraaien van de waarheid, maar in het verhaal van de dierproefnemers staan ze voor Verfijnen, Verminderen en Vervangen van dierproeven. Ilse Smolders vindt het dus erg belangrijk dat men de proeven verfijnt om zo weinig mogelijk leed te veroorzaken, dat men probeert het aantal proefdieren te verminderen en dat men dierproeven vervangt door diervrije alternatieven indien deze bestaan. Nu kunnen we natuurlijk gaan discussiëren over die alternatieven. De ene wetenschapper zegt dat er alternatieven zijn, de andere zegt van niet. Eén van de twee vertelt dan een onwaarheid, dat is duidelijk, en voor de luisteraar in het publiek, de niet-expert, is het onmogelijk om daar een oordeel over te vellen. Dus besloot ik na haar presentatie een “short-cut” in deze discussie te maken die de niet-expert wel kan volgen. Net als de niet-expert kwam ik dus niet af met wetenschappelijke reviewstudies die zeggen dat er alternatieven zijn en dat dierproeven te onbetrouwbaar zijn. Nee, ik vroeg Ilse Smolders gewoon of zij veganiste is. Niet dus. En ook de andere dierproefnemers zijn geen veganisten. Maar als zij dus meerdere keren per dag beslist om vlees, eieren of zuivel te eten, goed wetende dat er haalbare, gezonde, diervrije veganistische alternatieven voor bestaan en beschikbaar zijn (als wetenschapper wordt ze toch geacht dat te weten), dan schendt ze dus meerdere keren per dag twee van de drie V’s (verminderen en vervangen). En meerdere keren per week geeft ze financiële steun aan mensen die dieren doden, kwetsen en uitbuiten. Sorry, Ilse, maar dan verlies je elke (morele) geloofwaardigheid. Je mag dan nog zoveel herhalen dat er echt geen alternatieven voor die dierproeven bestaan, je komt niet geloofwaardig meer over. Als je bereid bent om louter voor het gemak of het genot dieren te gebruiken als louter middel, dan is dat een grootschalige inconsistentie.

Ik speel hier niet op de man (of vrouw). Elke verstandige persoon zou dezelfde redenering volgen. Stel bijvoorbeeld dat een werkgever de vrouwen die hij in dienst heeft gebruikt als slaven. Vrouwenrechtenorganisaties klagen die uitbuiting op de werkvloer aan, en die werkgever gaat zich verdedigen door te zeggen dat er echt geen alternatieven zijn voor die slavenarbeid, dat daar echt vrouwen voor nodig zijn en dat hij echt wel hard op zoek is naar alternatieven zoals machines die die zware arbeid van die vrouwen kunnen vervangen. Is die werkgever dan geloofwaardig als blijkt dat hij dagelijks na de werkuren vrouwen verkracht voor het genot?

Dus ik zou Ilse Smolders en alle andere dierproefnemers willen verzoeken om consistent te zijn. Als je niet wil discrimineren, en je vindt de 3 V’s belangrijk, pas die dan ook toe op mensen. Ga mensen depressief maken en spuit ze dan in met antidepressiva. Ga mensen kweken die epilepsieaanvallen krijgen. Hang mensen met hun benen tegen het plafond tot ze het spartelen opgeven.  Op z’n minst moet je dergelijke mensproeven dan tolereren. En als je echt niet wil dat mensen zo gebruikt worden als louter middel (zelfs al denk je dat men daardoor anderen kan helpen), doe dat dan ook niet met dieren. Als je het wel doet met dieren, en als je nog steeds geen moreel relevant criterium hebt dat alle mensen wel hebben en andere dieren niet, dan is dat inconsistent. Als je inconsistent bent, dan zet je de deur open voor opportunisme. En als jij opportunistisch mag zijn, dan mag ik dat ook zijn. En als je dat wil, dan ben je irrationeel.

Dit is een kwestie van ethische consistentie en logica. Vandaar mijn oproep aan alle dierproefnemers: kom niet af met de stelling dat er geen alternatieven zijn en dat dierproeven noodzakelijk zijn, zolang jullie zelf geen veganisten zijn.

Mag je nog medicijnen gebruiken?

Na de lezing was er – zoals te verwachten – een discussie waarbij de voorstanders van dierproeven met behoorlijk wat drogredenen afkwamen. Over het per ongeluk doodslaan van een mug ‘s nachts, over een maar wat bleke vegetarische nicht, over wat als mijn lief een medicijn moet hebben, of ik dan wel volledig consistent en alwetend zou zijn, of mijn schoenen niet van leer waren, of ik met een auto rij en wat met malaria en planten die toch ook leven en duur veggie eten en “ik beschuldig u toch ook niet” enzovoort.

Maar laten we aannemen dat deze mensen oprecht geïnteresseerd zijn en zich afvragen of we bv. nog medicijnen mogen gebruiken, wetende dat die vroeger op dieren zijn getest geweest. Wat zegt een consistente ethiek hierover? Wel, heel waarschijnlijk gebruiken voorstanders van dierproeven ook middelen die vroeger uitgevonden of ontdekt werden door mensen die andere personen gebruikten als hun proefpersonen of slaven.  Als blijkt dat een levensreddend medicijn ooit werd getest op mensen zonder hun toestemming, mag een patiënt dat medicijn dan niet nemen? Ik denk bv. aan bedrijven zoals Bayer die tijdens de tweede wereldoorlog Joden gebruikte als proefpersonen. Als blijkt dat de aardappel in Europa werd geïmporteerd door schepen waar slaven op werkten, en we zijn tegen slavernij, mogen we dan geen aardappelen meer eten? Als de ontdekking en ontginning van een metaalelement gebeurde door slavenarbeid in mijnen, moeten we dan tegen elk gebruik van dat metaal zijn? Een consistente ethiek zegt dat we nog wel dergelijke middelen mogen gebruiken. Het kwaad is immers geschiedt en de verantwoordelijkheid ligt niet meer bij de gebruiker nu. We moeten wel actie blijven voeren tegen de onethische praktijken van Bayer en andere bedrijven. En willen we nu consistent zijn, dan moeten we alle vormen van hedendaagse slavernij en mens- en dierproeven afschaffen.

 

Dit bericht werd geplaatst in Blog en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s