Welzijn, de gulden regel en de ethiek van alcoholgebruik

Deze tekst is een poging om enkele ethische principes te verduidelijken en toe te passen op het probleem van de consumptie en verkoop van alcohol. Het doel is te bestuderen wat de implicaties zouden zijn indien we zouden streven naar een consistente toepassing van enkele ethische principes. De voorlopige conclusies zijn vatbaar voor aanpassingen. Om te beginnen onderscheiden we twee vormen van ethiek:

1) een gevolgenethiek (consequentialistische ethiek), die kijkt naar de gevolgen van een handeling voor het welzijn van alle personen. Dit consequentialisme kent twee belangrijke varianten.

a) Een totale welzijnsethiek (som-utilitarisme), die het totale welzijn van iedereen (de som van ieders welzijn) wil maximaliseren. Met “iedereen” wordt hier bedoeld: alle wezens met een welzijn.

b) Een prioriteitenethiek (prioritarianisme), die een prioriteit geeft aan het verhogen van het welzijn van de wezens in de laagste posities (die met het minste welzijn).

De gevolgenethiek kunnen we begrijpen vanuit een onpartijdigheidsprincipe, aan de hand van een gedachtenexperiment van de sluier der onwetendheid (een idee van John Rawls). Stel dat je achter een sluier der onwetendheid zit, je weet dat je straks zult geboren worden op aarde, maar je weet niet wie je zult zijn. Welke ethische principes zou je dan verkiezen? Indien je geen risicoaversie hebt, zou je een totale welzijnsethiek nastreven, want dat optimaliseert de verwachtingswaarde van je welzijn. Als je echter risicoavers bent, als je een afkeer voor risico’s hebt, wil je liever niet een wereld waar sommigen een relatief laag welzijn zullen hebben, want dan loop je het risico om terecht te komen in één van die laagste posities. Als je achter de sluier der onwetendheid risicoaversie hebt, zou je dus een prioriteit geven aan het verhogen van het welzijn van die laagste posities, en kom je uit bij een prioriteitenethiek.

2) een plichtenethiek (deontologische ethiek), die zich ondermeer baseert op de gulden regel (een versie van de categorische imperatief): doe dat wat iedereen zou moeten doen. Of met andere woorden, leef die regels na die iedereen zou moeten naleven. Met “iedereen” wordt hier bedoeld: alle wezens die een moreel bewustzijn hebben én die die regels ook daadwerkelijk kunnen naleven. Deze laatste voorwaarde is een gevolg van een basisprincipe in de ethiek: “moeten” impliceert “kunnen”. Als je iets niet kunt, moet je het ook niet doen.

De gulden regel kijkt niet naar de gevolgen die optreden als één individu die regel naleeft, maar wel naar de gevolgen die zouden optreden als iedereen die regel zou naleven. Vaak heeft de keuze van één individu geen meetbaar effect als alle anderen verder blijven doen met schadelijk gedrag. Maar dat ene individu heeft dan nog wel de ethische plicht om het goede voorbeeld te geven en zelf niet mee toe doen met dat schadelijke gedrag.

Laten we deze principes toepassen op de problematiek van alcohol. Eerst de feiten.

De wetenschappelijke feiten van alcoholgebruik

Instanties zoals het WHO wijzen op de gezondheidsrisico’s en de sociale problemen van alcoholconsumptie (zie bv. http://www.who.int/substance_abuse/publications/globalstatusreportalcohol2004_socproblems.pdf). Volgens een studie in The Lancet is alcohol de meest schadelijke drug, erger dan heroïne en cocaïne (Drug harms in the UK: a multicriteria decision analysis). Bij de gezondheidsrisico’s kan men nog wijzen op de autonomie of vrije keuze van de consument, maar de gevolgen van alcoholmisbruik voor derden zijn ethisch gezien zeker niet te onderschatten. Dat kan gaan van een verhoogd risico op geweld, diefstal, verkrachtingen, controleverlies, verkeersongevallen, geboortes van gehandicapte kinderen (het foetaal alcoholsyndroom), kindermisbruik en –verwaarlozing (http://psychcentral.com/lib/2006/children-of-alcoholics/),… Deze slachtoffers hebben zelf geen alcohol misbruikt, en het was niet hun vrije keuze om slachtoffer te worden.

Uit onderzoek blijkt verder dat minstens 10% van de alcoholgebruikers kamt met alcoholisme eens in zijn/haar leven (http://en.wikipedia.org/wiki/Alcoholism). Gebruiken we ons inlevingsvermogen, dan kunnen we ook verwachten dat voor veruit de meeste personen het volgende geldt:

-het is erger om in elkaar geslagen te worden (door een dronken persoon), dan om geen alcohol te kunnen drinken,

-het is erger om geboren te worden als gehandicapte (doordat de moeder dronk), dan om geen alcohol te kunnen drinken,

-het is erger om als kind verwaarloosd of misbruikt te worden, dan om geen alcohol te kunnen drinken,

-het is erger om doodgereden te worden of verlamd te worden (door een dronken chauffeur), dan om geen alcohol te kunnen drinken.

De vraag is of alcohol over het algemeen een positief effect heeft op een samenleving. Als we kijken naar de positieve en negatieve gevolgen van alcohol op ieders welzijn, dan stellen we vast dat het allesbehalve duidelijk is of het totale welzijn van de bevolking toeneemt in een wereld met alcohol. Het is allesbehalve duidelijk dat het geluk van alcoholconsumptie opweegt tegen het ongeluk van al die ziektes en sociale gevolgen. Dus qua som-utilitarisme (die het totale welzijn wil maximaliseren) is het volgens mij moeilijk te zeggen of alcohol wel positief is. Om dit uit te maken, is verder onderzoek nodig over het plezier dat alcohol teweegbrengt en de schade die het toebrengt aan de slachtoffers. Indien uit dat wetenschappelijk onderzoek duidelijk zou worden dat het plezier sterk opweegt tegenover de schade, dan vervalt onderstaande argumentatie.

De ethiek van alcoholgebruik

Laten we de ethische redenering beginnen met de gedachtenoefening van de sluier der onwetendheid: stel je zit achter een sluier der onwetendheid, en je zult straks geboren worden in een wereld met 10 mensen. Je kan nu kiezen hoe die wereld er uit mag zien: met of zonder alcohol? In wereld A kan niemand alcohol drinken. Stel voor de eenvoud dat zonder alcohol die mensen elk voor zich een welzijnsniveau van 100 punten hebben. Het totale welzijn is dan 1000. In wereld B, waar er wel alcohol is, zal het welzijn van de meeste mensen een beetje stijgen, omdat die kunnen genieten van alcohol. Bv.: 9 mensen krijgen een welzijn van 101 punten. Maar de tiende persoon wordt slachtoffer van alcoholmisbruik, en diens welzijn daalt. Gebruiken we ons inlevingsvermogen, zoals hierboven, dan kunnen we vermoeden dat diens welzijn met meer dan 1 punt daalt. Daar we voorlopig niet weten of het totale welzijn wel positief of negatief uitdraait, zullen we aannemen dat het welzijn van die 10% van de bevolking die in de laagste positie terecht komt (dat ene slachtoffer van alcoholmisbruik), een welzijn van ongeveer 90 punten krijgt. Het is erger om slachtoffer te zijn van alcoholisme, dan dat men geen alcohol kan drinken. In het eerste geval daalt je welzijn met 10 punten, in het tweede met 1.

Volgens een prioriteitenethiek is het nu wel heel duidelijk dat alcohol niet goed is: als je risicoaversie hebt en je zit achter de sluier der onwetendheid (je weet niet wie van die 10 mensen je zult zijn), dan zou je wereld A verkiezen, want in wereld B loop je het risico om dat ene slachtoffer te zijn die er erg aan toe is.

Als utilitarisme geen duidelijk pro alcohol standpunt oplevert, en een prioriteitenethiek wel duidelijk een contra standpunt oplevert, kunnen we concluderen dat alcohol immoreel is. Het genot van alcohol weegt niet op tegen de risico’s van alcoholisme zoals die nu wetenschappelijk bekend zijn.

Men zou kunnen tegenwerpen dat elk product wel een risico oplevert. Met een mes kan men iemand vermoorden, een overdosis water is ook dodelijk. Maar dan kunnen we kiezen in wat voor wereld we het liefste zouden willen leven: een wereld met of zonder messen, met of zonder water? Een wereld zonder water is duidelijk niet te verkiezen, want massale sterfte van de dorst is erger dan een kleine kans dat men sterft door een overdosis water. In een wereld met messen wordt het welzijn van de meeste personen verhoogd, omdat messen erg nuttig zijn voor duizenden toepassingen. Messen worden, in tegenstelling tot alcohol, niet gebruikt louter voor het plezier. In een wereld zonder messen, zullen we niet meer het voordeel van messen benutten, maar het aantal moorden zal ook niet meteen dalen, want een moordenaar kan nog wel een steen gebruiken in plaats van een mes, en stenen kunnen we niet verbieden. Dus niet elk potentieel schadelijk product is immoreel. Als een product duidelijk het totale welzijn verhoogt, en als de risico’s op misbruik door dat product voldoende klein zijn (of als het product vervangbaar is door een ander product dat evenveel schade kan toebrengen maar dat niet te verbieden is, bv. scherpe stenen), is het een positief product.

De ethische plichten van consumenten, producenten en overheden

De volgende vraag is nu welke ethische regels we nu moeten naleven, gegeven de conclusie dat alcohol immoreel is. Er zijn drie actoren in het spel: de consument van alcohol, de producent (verkoper) van alcohol, en de overheid. Laten we beginnen met te kijken naar de plichten van een overheid.

Heeft de overheid de plicht om alcohol te verbieden (de verkoop te bestraffen)? Hier stuiten we op de ijzeren wet van het drankverbod (de Iron Law of Prohibition (http://en.wikipedia.org/wiki/Iron_Law_of_Prohibition). Zoals in de geschiedenis bleek, is het risico groot dat een verbod op alcohol als gevolg heeft dat er meer illegale, gevaarlijkere, sterkere alcoholische producten op de zwarte markt terecht komen. Mensen leren ook niet meer verantwoord te drinken, de alcoholische producten zijn onbetrouwbaar, en de problemen (dronkenschap, sterfte, diefstallen,…) nemen toe. Vanuit een gevolgenethiek is een juridisch alcoholverbod niet goed: zo’n verbod leidt tot extra schade. Vanuit een plichtenethiek moeten we kijken naar wat iedereen zou moeten doen. “Iedereen” slaat hier op: alle overheden. Als alle overheden alcohol zouden verbieden, zou het alcoholprobleem ook verergeren omwille van die ijzeren wet. Dus volgens beide ethische systemen is een juridisch alcoholverbod niet goed. Overheden hebben niet de plicht om alcohol te verbieden. Ze hebben wel de plicht om bv. alcoholreclame te verbieden, anti-alcoholcampagnes te voeren, psychologische hulp voor alcoholisten sterk te ondersteunen,…

Overheden staan dus voor een dilemma. Ofwel geen verbod, waardoor er “half-gevaarlijke alcohol” (bv. bier)  op de markt is dat leidt tot schade bij X% van de bevolking. Ofwel een alcoholverbod, maar dan gaat een crimineel een gevaarlijker product (zwaardere, giftigere alcohol) maken dat leidt tot meer schade.

Deze situatie van de ijzeren wet is te vergelijken met de volgende twee dilemma’s. In het eerste dilemma sta je aan een treinspoor; er komt een trein aangereden die op het punt staat om vijf mensen op het hoofdspoor dood te rijden. De trein is niet te stoppen, maar jij kunt aan een wissel draaien zodat de trein een zijspoor neemt. Op dit zijspoor staat één persoon die dan zal sterven. Het is dus onmogelijk om iedereen te redden; er zal altijd minstens één persoon sterven. Het komt er dan op aan het minste kwaad te verkiezen, en dus aan de wissel te draaien, zodat er netto vier mensen gered worden. In het tweede dilemma is er een terrorist die zegt dat jij een bank moet opblazen. Doe je dat niet, dan zal hij een gebouw opblazen met vijf personen in. Maar in die bank is de nachtwaker nog aanwezig, die dan zal sterven. Veronderstel dat de terrorist betrouwbaar is: als jij de bank opblaast, zullen die vijf mensen zeker blijven leven. Dit is een situatie van chantage. Een gevolgenethiek zegt dat het nu goed is om die bank op te blazen, zelfs al sterft die ene persoon. Een ideale oplossing is er niet. Maar een plichtethiek kijkt naar de regel: “blaas geen gebouwen op”. Iedereen, ook de terrorist, kan die regel volgen, en als iedereen ze volgt, dan zou er niemand sterven en is het probleem volledig opgelost. Dus als een plichtenethiek primeert boven een gevolgenethiek, mag men niet toegeven aan dergelijke chantage van de terrorist.

Men zou kunnen zeggen dat in het geval van alcohol die illegale alcoholstokers op de zwarte markt ook een vorm van chantage plegen omdat ze een schadelijker product verkopen. Maar de regel “bestraf alcoholverkoop” is enkel toe te passen door overheden, niet door producenten. Indien alle overheden de gulden regel toepassen en dus alcoholverkoop bestraffen, is het probleem nog niet opgelost. Wat die illegale alcoholstokers betreft, moeten we kijken naar de plichten van drankenproducenten.

De drankenproducenten hebben de plicht om zelf geen alcohol te verkopen aan onbekenden (waarvan de producent niet kan weten of die een aanleg hebben tot alcoholmisbruik). In de praktijk wil dat zeggen dat iedereen de plicht heeft om geen alcohol te verkopen. Drankenproducenten zouden het goede voorbeeld moeten geven en zelf geen alcohol verkopen. Die plicht is echter niet afdwingbaar door de overheid, want dan botsen we opnieuw op de schadelijke gevolgen van de ijzeren wet van alcoholverbod.

De redenering achter deze plicht van drankenproducenten is als volgt: iedereen (elke drankenproducent) is in staat om deze plicht te volgen, en als iedereen ze zou volgen, zou er geen alcohol meer geproduceerd en verkocht worden (ook niet door alcoholstokers en criminelen). De gevolgen daarvan zouden positief zijn, want de ijzeren wet is dan niet van toepassing. Het is namelijk zeer onwaarschijnlijk dat als ik geen alcohol zou verkopen, anderen dan gevaarlijkere alcohol zouden gaan verkopen. Dus het bezwaar dat anderen dan meer schade gaan veroorzaken, klopt niet meer. Maar zelfs al zouden anderen meer schade gaan veroorzaken, dan nog moeten we de gulden regel volgen en mogen we niet toegeven aan die vorm van chantage. Deze situatie is goed te vergelijken met die van de chanterende terrorist. Men mag niet zelf een gebouw vernielen en schade toebrengen aan een persoon, zelfs al gaat iemand anders dan meer schade toebrengen. Men mag niet zelf een slecht product (bv. alcohol) verkopen, zelfs al gaat iemand anders dan een slechter product verkopen.

Ten derde moeten we kijken naar de ethische plichten van de consument. De regel die een consument zou kunnen volgen, is: koop en drink alcohol op een verantwoorde wijze. Passen we de gulden regel toe, dan lijkt het probleem van de baan: als alle mensen verantwoord alcohol drinken, is er geen schade meer door misbruik, en zou het totale welzijn stijgen. Maar er is een adder onder het gras: niet elke consument is in staat om verantwoord alcohol te drinken. Sommige mensen zijn sterk vatbaar voor alcoholisme (het is zelfs ten dele een genetische aanleg). Als die kwetsbare mensen alcohol gaan drinken, kunnen ze zich (op termijn) niet meer beheersen, omdat hun hersenen daar gewoon niet meer toe in staat zijn. De regel is dus eigenlijk enkel van toepassing op een deel van de bevolking, namelijk die mensen die verantwoord alcohol kunnen drinken.

Maar als we de gulden regel zo bekijken, dan zitten we nog steeds met een probleem. De verantwoorde consumenten steunen dan nog wel (financieel) de producenten voor hun productie van een goedje dat ze ook verkopen aan potentiële alcoholisten. Die producenten gaan niet weten wie van hun klanten al dan niet verantwoord kan drinken, dus gaan ze ook nog verkopen aan die mensen die een aanleg hebben om onverantwoord te drinken. Die mensen, als die alcohol drinken, gaan niet aan alcoholisme kunnen weerstaan (omdat die hun hersenen nu eenmaal zo in elkaar zitten – van zodra ze alcohol drinken, krijgen ze bepaalde effecten), met problemen tot gevolg. Dus de regel “drink enkel verantwoord alcohol” werkt niet goed.

Een aangepaste, vereenvoudigde regel voor de consument, is: koop geen alcohol. Dat is wat alle mensen kunnen doen, ook diegene die een aanleg hebben voor alcoholmisbruik. Want zelfs iemand met een aanleg voor alcoholisme, als die nooit alcohol drinkt, zal niet beïnvloed kunnen worden door de werking van alcohol en zal dus ook niet tot misbruik overgaan. Als nu iedereen die deze regel kan volgen, die regel ook volgt, is het alcoholprobleem volledig van de baan, dus kunnen we zeggen dat iedere consument een ethische plicht heeft om geen alcohol te kopen bij een producent die aan elke klant verkoopt. En als de consument vatbaar is voor misbruik, mag hij geen alcohol consumeren (ook niet als hij ze zelf stookt).

De plicht van een consument om iets niet te doen, komt overeen met een persoonlijk verbod dat enkel geldt voor dat individu. Ik kan mezelf iets verbieden, de overheid kan een samenleving iets verbieden, maar dat zijn twee verschillende dingen. Een juridisch verbod is een ethische plicht van een overheid om op een bepaalde manier op te treden. Een individuele ethische plicht hoeft nog niet door een overheid via een verbod afgedwongen te worden

Samenvatting

Samengevat denk ik dat de volgende regels het dichtst aansluiten bij mijn morele intuïties in een consistent ethisch systeem waarbij een plichtethiek iets zwaarder doorweegt dan een prioriteitenethiek, en de prioriteitenethiek belangrijker is dan een totale welzijnsethiek.

De ethische plicht van overheden: alcohol niet verbieden, maar wel alcoholreclame verbieden, anti-alcoholcampagnes uitvoeren en hulpverlening ondersteunen.

De plicht van drankenproducenten: geen alcohol verkopen aan onbekenden (waarvan de producent niet kan weten of die een aanleg hebben tot alcoholmisbruik, wat in de praktijk altijd het geval is).

De plicht van consumenten: geen alcohol kopen bij een producent die aan elke klant verkoopt. En als de consument vatbaar is voor misbruik, mag hij geen alcohol consumeren.

Deze regels blijven geldig totdat uit wetenschappelijk/maatschappelijk onderzoek zou blijken dat alcohol een grote positieve bijdrage levert aan het totale welzijn (zodat een totale welzijnsethiek aan belang wint), en dat het aantal slachtoffers en hun verlies aan welzijn toch niet zo groot is (zodat een prioriteitenethiek aan belang verliest). Het zou kunnen dat mijn argumentatie beïnvloed werd door een te sterke negatieve houding (bias of vooringenomenheid) tegenover alcohol. Maar het kan ook best zijn dat gebruikers van alcohol een sterke bias hebben om alcohol goed te praten (zie http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_cognitive_biases). Bias uitsluiten is niet eenvoudig, vandaar dat bovenstaande regels slechts voorlopig geldig zijn, en we zo (zelf)kritisch mogelijk moeten kijken naar de ethiek van alcohol. Dus we eindigen met een plicht die zegt dat wij zo oprecht mogelijk moeten uitzoeken welke wereld de beste zou zijn vanuit een onpartijdig standpunt bekeken: een wereld waarin alcohol verkocht wordt aan eender wie die volwassen is (en ‘blinde’ verkoop aan volwassenen), of een wereld waarin er hoogstens nog selectieve verkoop is aan diegene die nooit alcohol misbruiken. Kom je tot de inschatting dat deze laatste wereld beter zou zijn, dan moet je zelf alvast het goede voorbeeld geven door de blinde verkoop niet meer financieel te steunen. Met de beschikbare informatie en het inlevingsvermogen dat ik heb, maak ik voorlopig deze inschatting, en daarom koop en drink ik voorlopig zelf geen alcohol meer.

Dit bericht werd geplaatst in Blog en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Welzijn, de gulden regel en de ethiek van alcoholgebruik

  1. Pingback: Toepassingen van de gulden regel | Stijn Bruers, one world activist

  2. Ine Andriessen zegt:

    Een snelle reactie (ik hoop op discussie :)) Ik volg je redenering maar vind ze niet genoeg onderbouwd om er mee akkoord te gaan.
    Misschien komt dat vooral omdat ik ‘niet geloof in’ morele plichten en ik het ook moeilijk vind zo roekeloos te vertrouwen op ieders ‘inlevingsvermogen’, net als op cijfers kleven op positieve of negatieve gevoelens.
    Maar wat me het meest dwars ligt is de vage grens tussen alcoholmisbruik en alcoholgebruik waar niets mis mee is. Ik drink zelf geen alcohol omdat ik mezelf dan niet meer vertrouw omdat ik dan niet het gevoel heb dat ik mezelf nog bén, maar ik geloof wel dat er veel mensen die wel verantwoord met alcohol kunnen omgaan. Ik koop het dus wel soms om kado te geven en vind alcohol dus geen immoreel product. Het is wel een product dat de mens er misschien gemakkelijker toe doet neigen immorele dingen te doen. Misschien een vaag argument, maar ik vind dat producenten niet moeten stoppen met alcohol verkopen aan onbekenden omdat ze een genetische aanleg tot alcoholisme hebben (wat trouwens niet maakt dat mensen die dat hebben gedetermineerd zijn tot een leven als alcoholieker, wat ik precies wel op maak uit de tekst) of omdat ze er misbruik van zouden kunnen maken, omdat dit volgens mij ook zou leiden tot een verzuring van de maatschappij. Ik ben eerder voor het éxtra investeren in onderwijs rond alcohol en inderdaad tégen reclame voor alcohol, maar niet voor het afbouwen in vertrouwen in de consument. Ik denk trouwens dat moesten alle alcoholverkopers hun ‘morele plicht’ (volgens jou dan) volgen, dat even goed zou leiden tot illegale stokerijen.

    • stijnbruers zegt:

      Hallo Ine, merci voor je reactie🙂 je haalt veel puntje aan. Even overlopen…
      -je gelooft niet in morele plichten, wil dat zeggen dat je een regel zoals ‘geef het goede voorbeeld’ en ‘doe wat iedereen zou moeten doen’ niet aanvaardt? Of wat bedoel je daar mee?
      -inlevingsvermogen is wel een moeilijke. Maar dat is iets wat verder onderzocht kan worden. Bv. aan slachtoffers van alcoholmisbruik vragen hoe zij de ernst inschatten van het niet meer kunnen drinken van alcohol. Misschien zeggen ze wel: “toch liever slachtoffer van misbruik kunnen zijn, dan dat iedereen de plicht zou volgen geen alcohol te drinken”? Het zou dus kunnen dat een wereld met alcohol wel veel meer welzijn genereert dan een wereld waarin iedereen de alcoholloze plicht volgt, en dat dat extra welzijn zelfs opweegt tegen het leed van de slachtoffers van alcoholmisbruik. Voorlopig neig ik nog naar ongeloof, dat zoiets niet het geval is, maar ik sta open voor andere inschattingen. Dat wil dus zeggen dat ikzelf voorlopig me houdt aan mijn morele plicht geen alcohol te drinken (te kopen en verkopen).
      -cijfers plakken op gevoelens: dat was louter ter verduidelijking. De cijfers zijn overdreven, maar ik blijf het wel belangrijk vinden om dingen zoals welzijn af te wegen. Bij alcohol is het wel moeilijk, omdat er een grote onzekerheid zit op die welzijnswaarden. Ik kan enkel met overleg en inleving en contacten met alcoholdrinkers en alcoholslachtoffers een inschatting proberen te maken, en momenteel neig ik dus naar het me houden aan die geen-alcohol regel. Maar ik kan natuurlijk een ‘bias’ hebben en bv. het voordeel van alcohol ernstig onderschatten, daar zullen we dan hopelijk ooit wel achterkomen.
      -ik begrijp niet waarom precies een vage grens tussen alcoholgebruik en -misbruik je dwars zit. Is het omdat het meeste misbruik zich afspeelt dicht bij zo’n vage grens, en het daar al wel erg moeilijk is om het welzijn te gaan afwegen?
      -van die genetische afwijking: ik bedoelde vooral dat je zelfs niet de volgende regel kunt volgen ‘drink alcohol als je er verstandig mee kunt omgaan’, want veel mensen weten op voorhand niet of ze er wel verstandig mee kunnen omgaan, want veel mensen zijn vatbaarder voor bv. alcoholisme. Kon jij op voorhand weten dat je altijd verantwoord alcohol zou kunnen drinken? Ik kon dat niet zeggen. Maar als je dan begint te drinken, en je blijkt door bv. genen vatbaarder te zijn voor alcoholisme, en je gaat dan alcohol misbruiken, dan is het te laat. (En iedereen die wil beginnen met alcoholconsumptie verplichten zich genetisch te laten testen, leidt ook tot ethische problemen)
      -verzuring van de maatschappij: als blijkt dat als iedereen mijn twee alcoholregels volgt (koop geen alcohol bij producent die aan eender wie verkoopt, en verkoop of geef zelf geen alcohol aan eender wie), dat er dan meer verzuring is dan in alternatieve wereld (bv. de huidige wereld met reclameverbod) en dat die verzuring erger is dan het leed van alcoholmisbruik in die alternatieve wereld, ja, dan ga ik niet meer die twee regels moeten volgen. Heb je daar aanwijzingen voor dat zoiets zou kunnen?
      -onderwijs en reclameverbod zijn gemakkelijk, daar zijn we het over eens. Maar ik vindt dat we daarnaast dus nog die andere plichten hebben, totdat we andere, betere inschattingen van welzijn hebben.
      -Je laatste zin begrijp ik niet. als iedereen mijn ‘verkoop geen alcohol’ plicht zou volgen, zou er geen illegale stokerij zijn. Het zou al zeker niet illegaal in de zin van strafbaar zijn, want overheden mochten dus niet alcoholstokerij strafbaar maken als dat leidt tot meer alcoholmisbruik (cfr ijzeren wet). Het lijkt me ook onwaarschijnlijk dat als jij, ik en een aantal andere mensen besluiten geen alcohol te produceren en verkopen, dat er dan anderen zijn die daardoor extra geneigd gaan zijn om meer gevaarlijkere alcohol te gaan verkopen. En zelfs al mocht dat het geval zijn, dan nog vind ik dat we zelf het goede voorbeeld moeten geven en niet moeten toegeven aan dergelijke ‘chantage’. Een ander voorbeeld is bont: stel dat ik goedkoper en diervriendelijker bont kan produceren dan daar in China. Als ik dus bont ga produceren en verkopen, gaan mensen bij mij kopen en kan ik (gedeeltelijk) het chinese bont uit de markt concurreren, waardoor de chinese dieronvriendelijkere productie gaat dalen, waardoor het dierenleed in de wereld daalt. Maar ik vind dat we dan nog geen bont mogen produceren, dat we ons niet mogen laten ‘chanteren’ door die chinese bontproducenten, zelfs al zou dat effectief het dierenleed in de wereld verminderen. Het is niet omdat anderen (bv. bontproducenten in china, alcoholstokers) iets erger gaan doen tenzij ik iets immoreels ga doen, dat ik het recht of de plicht heb om zelf ook iets immoreels te doen.

  3. Ine Andriessen zegt:

    Hey, een redelijke late reactie🙂 Ik ga gewoon jouw opsomming volgen:
    – Dat impliceert niet dat ik die regels niet aanhang. Ik ben het niet eens met uitgaan van morele plichten omdat dat impliceert dat er een extern iets is dat mensen oplegt wat ze zouden moeten doen. Is een daad nog wel een oprecht eumorele daad als men ze niet doet o.w.v. een eigen besluitvorming of eigen gevoel dat dat is wat het goed is om te doen? Ik probeer te geloven in de capaciteiten van de mens zelf morele beslissingen te nemen, en als hieruit volgt dat ze een bepaalde regel vinden die ze willen aanhangen, goed, niets mis mee, maar ik denk het concept ‘morele plichten’ uit de lucht gegrepen is. Nu ik dit aan het typen ben, bedenk ik me echter dat je eerst misschien best jou invulling geeft van wat een morele plicht is, kwestie van niet langs elkaar heen te praten.
    – Mee eens dat het iets is wat verder onderzocht kan worden, maar dan moet dat wel eerst gebeuren, vooraleer er van uit te gaan, denk ik.
    – Aangezien ik zelf ook onderhevig ben aan die bias probeer ik eigenlijk een pro-alcohol-houding aan te nemen, om te zien hoe je bepaalde argumenten weerlegt.
    – Neen, ik bedoel dat het moeilijk is een lijn te trekken tussen wanneer er sprake is van alcoholgebruik en alcoholmisbruik. Als iemand bijvoorbeeld een weekend lang dronken rondloopt op een festival en zo talloze hersencellen mensen ambeteert (door bijvoorbeeld tegen hen te staan leuteren, licht handtastelijker is dan gewenst door de andere persoon, anderen wakker houdt door geroep…) is dit dan gebruik of misbruik? Ik denk dat velen het gewoon zouden bestempelen als -gebruik, maar is ook iets voor te zeggen dat het misbruik is, aangezien er die negatieve zaken als aangehaald in de voorbeelden zijn.
    – Is het zo dat wanneer iemand genetisch zo samengesteld is dat die vatbaar is voor alcoholisme, al van mij de eerste alcoholconsumptie verslaafd is? (oprechte vraag)
    – Neen, totaal niet. Intuïtief argument ingetrokken . Ikzelf denk niet dat we alcohol nodig hebben om plezier te maken, dingen te vergeten of voor eender wat. Ik ben daar echter een minderheid in en denk dat veel mensen die fan zijn van alcoholische dranken zich ingeperkt zouden voelen moesten ze jouw redenering en regels volgen. Zou het niet kunnen dat mensen dan die regels volgen uit bekommernis voor anderen, maar eigenlijk vinden dat ze er zelf van afzien? Hoeveel ze ook tegen zichzelf kunnen zeggen dat het ‘for the greater cause is’. (En ja, ik denk hier ook aan de vergelijking met dierlijke producten eten. Het is niet zo dat ‘ik eet vlees omdat het lekker is’ gelijk te stellen is aan ‘ik drink alcohol omdat ik het leuk vind dronken te zijn’ qua negatieve gevolgen die deze opvattingen hebben. Dierlijke producten heeft een direct negatief gevolg: er ziet áltijd iemand voor af. Alcohol drinken niet: de kans is er dat er ook alcohol wordt verkocht aan iemand die hiervan te veel zal drinken en een ander zal verkrachten, maar dit leed zit niet verwerkt in het product ‘alcohol’. Er kan dus ook perfect alcohol gedronken worden zonder dat daar direct leed uit volgt.)

    – Vanaf ‘En zelf al…’ ben ik het absoluut met je eens. Ik bedoelde het ook niet als argument toch alcohol te verkopen. En ik begrijp dat het begrip ‘illegale stokerijen’ gezien je redenering natuurlijk fout geplaatst was. Wat ik eigenlijk bedoelde maar niet zei is: ik geloof niet dat het ooit zo zal zijn dat alle mensen jouw regels gaan aanhangen, vanwege bovenstaande reden. En ik denk dat, ook al moesten ze dat wel doen, er toch nog stokerijen zouden zijn bv. om alcohol te produceren en te verdelen onder vrienden waarvan men weet dat ze waarschijnlijk niet vatbaar zijn voor alcoholisme (wegens bv. kennis van de familiale achtergrond). Is dat eigenlijk compatibel met jouw regels?

    • stijnbruers zegt:

      Aha, ze leeft nog?🙂
      -wat een morele plicht is? Goh… Ik zie in ieder geval twee dingen: 1) dingen die wezens met een moreel bewustzijn (wezens die ethiek kunnen begrijpen) moeten volgen met als doel om zich moreel verantwoord te gedragen (beetje deontologisch gezien), en 2) dingen die alle wezens en entiteiten (met en zonder moreel bewustzijn) moeten doen, met als doel om een goed te realiseren of kwaad te voorkomen (beetje consequentialistisch gezien). Voor dat eerste is eigen besluitvorming nodig om tekunnen spreken van een moreel verantwoordelijke (eumorele) daad. Dit is wat ik bedoel als ik over morele plichten voor mijn eigen gedrag spreek. Maar volgens het tweede zijn amorele daden van amorele wezens ook belangrijk.
      -wat mijzelf betreft acht ik de huidige aanwijzingen die ik reeds heb over alcoholleed reeds voldoende om zelf geen alcohol meer te kopen of verkopen. En het is ook voldoende om mensen reeds aan te spreken op het feit dat alcohol niet altijd zo onschuldig is en hen een verzoek te doen hetzelfde te doen als ik. Ik acht dus het risico op onnodig ernstig alcoholleed groter dan het risico op ernstige misleiding van mensen (door mensen bv een te negatief beeld te geven van alcohol).
      -anderen lastigvallen is altijd misbruik. Staan leuteren is helemaal niet zo’n erg misbruik. Iemand wakker houden door te roepen kan al wel ernstiger misbruik zijn. (Slaapdeprivatie is een martelpraktijk🙂 )
      -Het is niet zo dat iemand met een genetische aanleg meteen van het eerste pintje verslaafd is. Probleem is vooral dat je het zelf niet voelt aankomen wanneer men verslaafd gaat worden, en eens men verslaafd is, is het te laat.
      -over het zich ingeperkt voelen: bij alcohol speelt groepsdruk en verliesaversie ook een grote rol. Het kan best zijn dat mensen het belang van alcohol voor hun gemoedstoestand (om plezier te kunnen maken met vrienden) overschatten. Er is zo wel wat psychologisch onderzoek geweest, bv. dat mensen protesteerden omdat coca cola de gekende cola eens verving door een drank dat zowat iedereen lekkerder vond (zelfs de protesteerders vonden volgens blinde proeven de nieuwe cola lekkerder, maar ze wilden per se de oude terug op de markt, want anders hadden ze de indruk dat ze iets verloren).
      -alcohol produceren en verdelen onder vrienden waarvan men weet dat ze waarschijnlijk niet vatbaar zijn voor alcoholisme, kan wel volgens de regels zijn, ja. De enige vraag is dan nog hoe zeker men moet zijn dat die vrienden niet potentieel toch verslaafd kunnen worden. Het zou best kunnen dat de voordelen van alcohol wel opwegen tegen het risico dat een vriend toch een aanleg blijkt te hebben voor alcoholmisbruik, omdat de verkoper een beter zicht heeft op een vriend dan op een onbekende klant, en hij dus sneller kan ingrijpen bij die vriend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s