veganisme en atheïsme

Hieronder volgt mijn presentatie voor de boekvoorstelling van De Vrolijke Veganist (Floris Van den Berg, Houtekiet) in Gent (24 oktober)

Ik heb een hekel aan inconsistentie en willekeur. Daarom ben ik net als Floris veganist, en daarom ben ik net als hij atheïst. Om Floris een plezier te doen zal ik het over deze twee thema’s hebben, want de argumenten voor veganisme en atheïsme hebben verschillende dingen met elkaar gemeen. Ik zal beginnen met atheïsme: mijn stelling is dat eigenlijk iedereen een ‘die hard’ atheïst is, zoals Floris en ik. Alleen zijn religieus gelovigen inconsistente atheïsten. Een Christen bijvoorbeeld gelooft niet in Zeus, Osiris, Krishna, Tohr, Jupiter of één van de vele andere mogelijke goden. Hij is dus over 99,999% van de lijn atheïst. Hij is even fundamentalistisch en dogmatisch zelfverzekerd tegenover het niet bestaan van Apollo als ik ben tegenover het niet bestaan van God. Hij is geen Apollo-agnost die het bestaan van Apollo nog een 50% kans zou geven. Nee, hij gelooft echt niet in het bestaan van Apollo. Welnu, als hij mag zeggen dat atheïsten zoals ik niet geloven in God omdat we God haten, dan mag ik zeggen dat die Christen niet gelooft in Odin omdat hij Odin haat. Als hij mag zeggen dat ik blind ben en niet open wil staan voor God, mag ik zeggen dat hij blind is en niet open wil staan voor Osiris. Als hij mag zeggen dat ik mijn ongeloof in God wil opdringen, mag ik zeggen dat hij zijn ongeloof in Viracocha wil opdringen. Als hij mag zeggen dat God echt wel bestaat omdat het in de bijbel staat, dan mag ik zeggen dat Krishna echt wel bestaat omdat het zo in de Bhagavat Gita staat. Als hij mag zeggen dat enkel de Bijbel het juiste woord van God is, mag ik zeggen dat enkel de Koran het juiste woord van Allah is. Al zijn argumenten aan mijn adres kan ik meteen terugwerpen. Dat komt omdat al die mogelijke goden op een bepaalde manier gelijk zijn: het empirisch bewijs voor het bestaan van die goden is namelijk telkens even klein. Eigenlijk zien we hier een vorm van rechtvaardigheid of eerlijkheid in het spel: als jij iets mag doen, dan mag ik dat ook. Dat is fair play, het toepassen van een soort van gulden regel, die breed aanvaard wordt in veruit de meeste culturen en religies. Als jij niet wil dat ik een bepaald argument geef, dan mag jij ook niet zo’n argument geven. Eerlijk is eerlijk. Als een Christen niet wil horen dat hij dogmatisch ongelovig is over het bestaan van Brahma, mag hij niet zeggen dat ik dogmatisch ongelovig ben over het bestaan van Jahwe. Dit is het principe van regel universalisme: als een regel opgaat voor jou of voor mij, dan gaat een gelijke regel op voor iedereen die gelijk is aan ons, in alle gelijkaardige gevallen. Dat regel universalisme ligt aan de basis van mijn ethiek, het ligt aan de basis van eerlijke discussies, van consistentie, kritisch denken, wetenschappelijk onderzoek, antidiscriminatie, gelijkwaardigheid enzovoort.

Het is ontzettend arbitrair om die ene god te kiezen uit de verzameling van alle mogelijke goden, en enkel in die ene god te geloven. Nu maak ik de analogie met ethisch veganisme. Dat ethisch veganisme is gebaseerd op het antidiscriminatieprincipe. Het is een vorm van willekeur om te zeggen dat elke vorm van discriminatie niet mag: dat racisme, seksisme, heteroseksisme, validisme, enzovoort niet mogen, maar dat speciesisme nog wel zou mogen. Speciesisme is discriminatie op basis van soort. Die voorkeur voor soort is zeer arbitrair, want naast soorten zijn er nog veel andere biologische en niet-biologische classificaties denkbaar. De biologische classificaties kunnen we ons voorstellen als een grote kast met laden. De bovenste lade bevat de biologische rijken: het dierenrijk, het plantenrijk. Daaronder is de lade van de stammen, zoals de stam van gewervelde dieren. Nog een paar niveaus lager zien we de lade van de klassen: de zoogdieren, vissen, reptielen, amfibieën en vogels. Nog lager heb je de lade met de orden, zoals de orde van primaten, de katachtigen, de knaagdieren… Binnen de orde van primaten hebben we dan de families, zoals de familie van mensapen. Nog wat lager komt dan de lade met de soorten: de Homo sapiens, de berggorilla, de bonobo. Dan komen de ondersoorten en helemaal onderaan de kast is de lade met de populaties of ‘rassen’: Europeanen, Afrikanen, Aziaten,…

Deze indeling van de kast, deze biologische classificatie, is één van de vele mogelijke classificaties. De speciesist moet nu kunnen verantwoorden waarom hij de derde onderste lade neemt. Ik ruik willekeur! Wat is er zo bijzonder aan dat derde laagste niveau? En hij moet kunnen verantwoorden waarom hij in die lade dan de soort Homo sapiens aanwijst en zegt: alle en alleen individuen van deze groep hebben de hoogste morele waarde, de rest is ondergeschikt. Dat is zeer arbitrair. Iets dat zo sterk gebaseerd is op willekeur, ruikt naar discriminatie. Als jij de derde onderste lade mag nemen, mag ik de onderste nemen. Dan mag racisme. Als jij de soort Homo sapiens mag nemen, mag ik de orde van primaten nemen.

De dierenrechtenactivisten onder ons kunnen al raden wat de standaardreactie is van de speciesist: “De mens is de enige soort die rationeel kan denken.” Of iets gelijkaardigs. Dit is de meest bizarre uitspraak denkbaar. Eerste vraag: wie is “de mens”? Heeft “de mens” nu een penis of een vagina? Er zitten veel gevaren aan het benoemen van een verzameling in termen van een enkelvoud zoals “de mens”. Dat is een vorm van onwetenschappelijk essentialistisch denken dat kan leiden tot ernstig misleidde keuzes. Een voorbeeld is de foutieve inschatting die het gevolg is van een overhaaste veralgemenisering of stereotype. Antiracisten ruiken meteen onraad als iemand een zin begint met “de blanke” of “de Marokkaan”. Antiseksisten ruiken meteen onraad als iemand begint met “de man”.

Het tweede deel in die uitspraak dan: “de enige soort die rationeel kan denken”. Wel, een soort is een abstracte verzameling van individuen, en abstracte verzamelingen kunnen niet rationeel denken. Dat tot daaraan toe. Maar dat een soort een abstracte verzameling is, is nog een understatement. Probeer maar eens de soort Homo sapiens te definiëren. Mensen die wat kennen van evolutionaire biologie beseffen dat dat haast onbegonnen werk is. Het is zoals het definiëren van de letter A. Dat lijkt zeer eenvoudig, maar kun je een computer programmeren zodat die het verschil kan detecteren tussen de letter A, de letter H en de letter R?

Een paard en een ezel kunnen een kindje krijgen: een muilezel. Meestal is die muilezel onvruchtbaar, en daarom zeggen we dat paarden en ezels twee aparte soorten vormen. Maar als de morele waarde van een individu gebaseerd is op een dergelijk concept van soort, wat doet het er dan toe of een nakomeling een zekere kans heeft om vruchtbaar te zijn? Is dat echt de reden om varkens wel en mensen niet te eten? Ook tussen vele andere soorten zijn al kruisingen vastgesteld: een dolfijn-orka, grizzly-ijsbeer, leeuw-tijger. Puur genetisch gezien is de kans groot dat ook een mens-chimpansee hybride kruising levensvatbaar is. Wat zou de morele waarde zijn van zo’n hybride kruising? Bij een hybride kruising heeft elke lichaamscel nog hetzelfde genetisch materiaal. Maar naast hybride kruisingen kunnen er ook chimera’s bestaan, waarbij het lichaam bestaat uit cellen met verschillend genetisch materiaal. Het zou kunnen dat er onder ons hier chimera’s zijn: een twee-eiige tweeling waarbij de twee bevruchte eicellen in de baarmoeder zijn samengesmolten tot één individu. Zo zijn er mensen die tweeslachtig zijn: een deel van hun lichaam bestaat uit mannelijke cellen, een deel uit vrouwelijke. Chimeras kunnen ook de soortgrens overschrijden. De bekendste chimera is een schaap-geit chimera: een deel van het lichaam is schaap (met de herkenbare wol), een ander deel van het lichaam is geit.  Het bestaat echt. Opnieuw is de vraag: wat zou de morele waarde zijn van een mens-dier chimera? Naast hybride kruisingen en chimera’s kunnen we natuurlijk ook de soortgrens doorbreken door genetische manipulatie. Wat gaan we dan doen als speciesist?

Nu kun je wel zeggen dat kruisingen, chimera’s en genetisch gemanipuleerde mensachtigen niet bestaan, en dat we momenteel toch wel duidelijk een verschil zien tussen een mens en een varken. Maar dan geef ik je het volgende raadseltje, gebaseerd op elementaire evolutionaire biologie. Ik behoor tot dezelfde soort als mijn verre grootvader die 1000 jaar geleden leefde, juist? En mijn verre voorvader behoort nog tot dezelfde soort als mijn nog verdere voorvader van 2000 jaar geleden, juist? En zo gaan we zo’n honderd miljoen jaar terug in de tijd, tot de gemeenschappelijke voorouder van de mensen en de varkens. En dan gaan we vooruit in de tijd en volgen de lijn tot aan de huidige varkens. We hebben dus een continuüm van mens-varken tussenvormen. Nergens is er een plotse breuk. Je kunt het je voorstellen zoals het ‘morphen’ van een buitenaards wezen in een science-fictionfilm: een wezen dat heel geleidelijk een andere gedaante aanneemt. Als wij en onze voorouders van 1000 jaar geleden dezelfde soort zijn, en als onze voorouders van 1000 en die van 2000 jaar geleden dezelfde soort zijn, enzovoort, zijn wij dan niet dezelfde soort als de varkens? Voor diegenen die thuis zijn in de biologie: dit is het probleem van de zogenaamde ringsoorten. De enige reden waarom we nu een verschil zien tussen een mens en een varken, is omdat al die tussenvormen dood zijn. Is dat willekeurige feit nu relevant om onze ethiek op te baseren?

Het is duidelijk dat speciesisten geen flauw benul hebben van wat een soort eigenlijk is. Een soort is zo’n ingewikkeld, vergezocht, complex, abstract begrip dat haast onmogelijk te definiëren is. Je kunt dat opnieuw vergelijken met godsdienstig geloof: al die christenen praten maar over God, maar niemand van hen is in staat om een accuraat beeld te vormen van die god. Speciesisten praten maar over “de mens” als soort, maar niemand van hen kan duidelijk maken wat een soort of “de mens” is.

Komen we dan tot het laatste deel van die bizarre uitspraak “de mens is de enige soort die rationeel kan denken”. Hier stuiten we op iets waar ik toch wel erg verontwaardigd van word. Mijn zus werkt in een instelling voor mentaal gehandicapten, en ikzelf ben peter van een ongeneesbaar diep mentaal gehandicapt Vietnamees weeskind. Je moet je dat voorstellen als de meest kwetsbare positie: het kind heeft geen rationeel denkvermogen om zelf te kunnen pleiten voor zijn rechten, het heeft dat nooit gehad en heeft ook niet de potentie om het ooit te hebben. Het heeft ook geen naaste familie die opkomt voor zijn rechten. Wat die speciesisten doen, als ze zo vasthouden aan dat rationeel denkvermogen, is dus werkelijk systematisch dergelijke mentaal gehandicapten uitsluiten van de morele gemeenschap. Als je dat aanhaalt in een discussie met een speciesist, wordt het ongeloofwaardig grappig. “Dus volgens jou hebben die mentaal gehandicapten een lagere morele waarde en minder rechten dan rationeel denkende wezens?” “Nee, die mentaal gehandicapten zijn nog steeds mensen.” “Ah, en waarom is ‘mens zijn’ dan belangrijk voor morele waarde?” “Wel, omdat mensen rationeel kunnen denken en zo kunnen opkomen voor hun rechten. Dieren beseffen niet eens wat rechten zijn.” “Maar een mentaal gehandicapte beseft ook niet wat rechten zijn.” “Maar ik zei toch dat mentaal gehandicapten wel rechten hebben omdat ze ook mensen zijn.” “Dus nu is terug ‘mens zijn’ de basis voor het hebben van rechten? Hoe rechtvaardig je dat?” “Dat ik heb je nu al vaak gezegd: de mens is de enige soort die rationeel kan denken!” Dit is de strategie van het bewegend doelwit: de ene keer gaat het om ‘mens zijn’, en de andere keer om ‘rationeel kunnen denken’. En men verschuift van standpunt als het ene standpunt wordt beschoten. Dat is een cyclus die zich kan blijven herhalen. Maar het is intellectueel vals spelen. Mijn persoonlijk record in een discussie is 3 keer de volledige cyclus te hebben doorlopen. Iemand die mijn record wil verbreken?

Ook de christen durft wel eens vals te spelen door van doelwit te verschuiven. Ik zeg dus dat het arbitrair is om te geloven in die ene god. Dan is het antwoord dat in wezen elke gelovige gelooft in dezelfde god maar dat iedereen een verschillend aspect van god te zien krijgt. De gelovige vertelt dan dat verhaal van die blinden die allemaal een olifant voelen, maar de ene denkt dat hij een pilaar voelt (de poot), de ander denkt dat hij een borstel voelt (de staart) en de derde denkt dat hij een buis voelt (de slurf). De Bijbelse god waarin hij gelooft is dus slechts een deel van de hele god, van de hele olifant? Maar waarom gelooft hij dan niet gewoon in de hele olifant? Waarom blijft hij enkel de poot van de olifant beschrijven? En dan blijkt dat de Bijbelse god toch eigenlijk wel het totale plaatje weergeeft. Maar opnieuw, als hij mag beweren dat Jahwe de beste beschrijving is van de volledige olifant, dan mag ik beweren dat Iluvatar de beste beschrijving is.

De uitspraak “De mens is de enige soort die rationeel kan denken”, klinkt bij mij zoals “De primaat is de enige orde die rationeel kan denken.” Of: “De smalneusaap is de enige infraorde die rationeel kan denken.” Juist, de meeste mensen zijn wezens die rationeel kunnen denken. Maar als we ze gaan tellen, stellen we vast dat ook de meeste smalneusapen en de meeste primaten die vandaag leven op aarde wezens zijn die rationeel kunnen denken. Jij en ik, wij zijn net zo goed smalneusaap, wij zijn net zo goed primaat, als dat wij mens zijn.

Om af te sluiten nog een laatste analogie tussen veganisme en atheïsme. Eén van de meest gehoorde argumenten van een gelovige is dat we religie zouden nodig hebben voor moraal. Zonder god zouden we beginnen flippen. Maar er is een sterke consensus bij moraalwetenschappers dat een geloof in een god helemaal niet nodig is voor moraal, en dat een goed doordachte atheïstische moraal wel eens voordelen zou kunnen bieden: minder vooroordelen, minder uitsluiting, minder onnodige verdeeldheid, meer openheid, meer solidariteit, meer gelijkwaardigheid en meer tolerantie. Dat wordt beargumenteerd in het boek “Atheïsme als basis voor de moraal” van Dirk Verhofstadt. En nu even naar de vleeseters: welk argument geven zij vaak? Juist: dat we vlees nodig zouden hebben voor onze gezondheid. Maar er is een sterke consensus bij voedingswetenschappers dat we geen dierlijke producten nodig hebben om gezond te leven, en dat goed geplande veganistische voedingspatronen wel eens gezondheidsvoordelen kunnen bieden.

Je ziet, er zijn verschillende parallellen tussen atheïsme en veganisme. Maar kijken we naar de “new atheists”, de auteurs die over atheïsme schreven, dan zien we daar erg weinig moreel veganisten tussen. Dat is dan wel vreemd. Voor zover ik weet is van de new atheists enkel Floris van den Berg consistent veganist. Dat maakt zijn werk bijzonder. Floris past de gulden regel echt consistent toe. Als jij iets mag doen, dan mag ik dat ook onder gelijkaardige omstandigheden. Als jij iemand mag slachten en opeten, dan mag ik dat ook. Als jij je keuze voor je slachtoffers niet kunt rechtvaardigen, hoef ik dat ook niet te kunnen. Als jij dus naar willekeur je slachtoffers mag kiezen, zonder gegronde reden, dan mag ik dat ook. Als jij anderen arbitrair mag behandelen en pijn doen voor triviale behoeften, dan mag ik dat ook. Als jij een willekeurige verzameling van wezens mag uitsluiten van de morele gemeenschap, dan mag ik dat ook. Dat is een kwestie van eerlijkheid. Dat is fair play. Maar als ik – en bij uitbreiding iedereen – dat allemaal zou mogen, ga jij dat vroeg of laat niet graag hebben.

We moeten onze ethiek aftoetsen aan deze vorm van fair play. Hoe kunnen we dat doen? Door ons te verplaatsen in de positie van de ander. Door medeleven te combineren met onpartijdigheid. Daar is een eenvoudig middeltje voor, een gedachteoefening. Een man heeft er niet voor gekozen om als man geboren te worden. Een blanke heeft er niet voor gekozen om als blanke geboren te worden. Jij hebt er niet voor gekozen om als mens geboren te worden. Stel nu dat je achter een zogenaamde sluier der onwetendheid zit: je weet dat je straks in het universum zult verschijnen, maar je weet niet wie of wat je zult worden. Om willekeur te vermijden, kun je eender wat worden. Je kan een homoseksuele man worden, of een varken in het jaar 3000, een boom, een auto, een vel papier, eender wat. Je mag nu, achter de sluier, morele regels bepalen waar iedereen zich aan zou moeten houden. Je gaat dan al snel doorhebben dat welzijn centraal komt te staan. Als je een papier bent, ga je geen voorkeuren ervaren, geen pijn, geen angst. Er gaat niets zijn dat je niet leuk vindt, want je gaat gewoon niets vinden. Dat papier scheuren ga je niet erg of onaangenaam vinden. Het welzijn van het papier wordt niet beïnvloedt als het papier scheurt, want het papier heeft geen welzijn. Maar de vissen en de varkens daarentegen, die hebben wel een levenswelzijn, en als we hen doden voor een onbelangrijke reden, is er een verlies van levenswelzijn. Ik ga hier niet vertellen wat er in de stallen en slachthuizen gebeurt, maar één van de morele regels die je achter de sluier der onwetendheid waarschijnlijk snel gaat afleiden is: word alstublieft veganist!

Dit bericht werd geplaatst in Blog en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op veganisme en atheïsme

  1. Mark zegt:

    Hallo, ik vondt jou blog via google en ik moet zeggen ik ben echt heel erg onder de indruk. Ik ben zelf een atheist en een biologie student met een erge passie voor evolutie en via evolutie ben ik gaan realizeren dat wij zelf ook dieren zijn en dat er niet echt een verschil is tussen soorten en rassen behalve tijd, toen kwam ik op de conclusie dat speciesisme serieus is en ben ik biocentrisch geworden.

    En over die new atheists Sam Harris heeft een video genaamd “defending meat” waarbij hij verteld over zijn tijd als vegetarier en zijn mening over vleeseten. Ook is de interview met Dawkins en Singer erg goed.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s