Veganisme is een morele plicht (boekbespreking)

Boekbespreking De Vrolijke Veganist, Floris Van den Berg, Houtekiet, 325p.

Het nieuwste boek van Floris Van den Berg doet me denken aan de directheid waarmee Mahatma Gandhi soms uit de hoek kon komen. Toen de Britse Onderkoning van India aan de onderhandelingstafel lacherig tegen Gandhi zei dat de Mahatma toch niet moest denken dat de Britten zomaar weg zouden gaan uit India, antwoordde Gandhi rustig en zelfverzekerd: “Jawel, uiteindelijk zullen jullie weggaan. Omdat 100.000 Britten eenvoudigweg niet 350 miljoen Indiërs kunnen bedwingen als die Indiërs weigeren samen te werken. En dat is wat we willen bereiken. Vredevolle, geweldloze, niet-samenwerking. Tot jullie zelf de wijsheid inzien van weg te gaan.”

Na het lezen van De Vrolijke Veganist kunnen we ons ook de reactie van Floris Van den berg voorstellen. Als een vleeseter lacherig tegen hem zou zeggen dat hij toch niet moest denken dat wij zomaar even allemaal veganist moeten worden, zou hij antwoorden: “Jawel, uiteindelijk zullen jullie veganist moeten worden. Omdat veganisme een morele plicht is.”

Van den Berg neemt geen blad voor de mond, hij probeert niet de gevoelige thema’s diplomatisch te omzeilen, hij probeert niet rond de pot te draaien, hij durft iemand tegen de borst te stuiten en de dingen te zeggen waar het op staat. In de Vrolijke Veganist geeft Van den Berg ook toe dat hij het boek niet geschreven heeft vanuit een communicatiedeskundige houding, maar wel vanuit een ethische houding. “Het gaat mij primair om de waarheid en het goede. De stijl van dit boek is niet aangepast aan communicatiestrategieën, sociale psychologie, politieke correctheid en sociale wenselijkheid. Maar daar is een reden voor: hoe mensen met dieren omgaan, valt buiten het morele fatsoen. […] qua dieetkeuze en houding tegenover dieren en milieu is een (hard) moreel oordeel gerechtvaardigd vanuit het basisaxioma: onnodig leed is slecht.” (p.241) Dus op de vraag “Ik eet nog steeds vlees, ben ik daardoor per definitie een slecht persoon??”, is zijn antwoord open en direct: “Ja.” (p.174) En om de consistentie  van dat directe antwoord te verduidelijken, maakt hij de vergelijking met mannen die kinderen seksueel misbruiken; dan zouden we toch ook “ja” antwoorden (bij vleesconsumptie wordt het dier zelfs gedood). Elders in het boek insinueert Van den Berg dat vleeseters ‘morele monsters’ zijn.

Hoewel ik een open, directe communicatie zeker kan appreciëren, zal dat zeker niet bij iedereen het geval zijn. Het is waar dat uit de morele basiswaarden die vele vleeseters zelf hebben we logisch kunnen afleiden dat vleeseters moordenaars (of correcter: de financiële opdrachtgevers van moord) zijn, het is waar dat een uitspraak zoals ‘vlees is moord’ consistent is met morele basisoordelen die vleeseters zelf hebben, maar dat wil nog niet zeggen dat het aangewezen is om dit ook rechtstreeks tegen vleeseters te zeggen. Als we ‘gelijk hebben’ tegenover ‘gelijk krijgen’ plaatsen, dan gaat De Vrolijke Veganist duidelijk over dat eerste.

Van den Berg maakt geen onderscheid tussen de daad en de persoon. De vraag is of hij sommige van zijn harde oordelen over vleeseters ook zou aanhouden als we de sociale psychologie erbij zouden halen, als we ons meer bewust worden van de sterke invloed van de situatie op iemands morele gedrag. Zo denken we dat slechts 1% van de bevolking bereid zou zijn om een onschuldige onbekende een dodelijke elektrische schok te geven, en dat die 1% bestaat uit de typische psychopathische morele monsters. Maar Stanley Milgram slaagde er met zijn beroemde experimenten in de jaren ’70 in om de situatie zodanig te manipuleren dat wel 90%(!) van de normale proefpersonen (dus mensen zoals u en ik) overgingen tot het toedienen van een dodelijke schok (waarbij ze dachten dat de geëlektrocuteerde acteur echt geëlektrocuteerd werd). En volgens de sociaal psycholoog Philip Zimbardo kunnen we evengoed de context manipuleren zodat bijna iedereen overgaat tot moreel heldhaftig gedrag.

Tot daar mijn belangrijkste punt van inhoudelijke kritiek. Laten we dan even kijken naar de eenvoudige maar sterke gedachtegang achter De Vrolijke Veganist. Van den Berg is een liberaal, maar in tegenstelling tot vele liberale politici is hij een consistente liberaal. Dat wil zeggen dat hij het niet-schaden principe consistent toepast. Dit principe volgt uit de gulden regel (“Doe niet een ander aan wat je zelf niet aangedaan wil worden”). Het is daarom misschien wel het meest fundamentele principe in de ethiek en het is alvast de kernwaarde in het liberalisme onder de vorm: “Jouw vrijheid eindigt waar die van een ander begint”. Wat Van den Berg onderscheidt van vele andere liberalen, is het antwoord op de vraag: wie is de ander die kan worden geschaad? Er is geen gegronde reden om te zeggen dat enkel een mens kan gelden als ‘de ander’. En daarom bestaat volgens Van den Berg de ander uit: elk voelend wezen, elk wezen dat een welzijn heeft, elk wezen dat behandeld kan worden op een manier dat dat wezen niet graag heeft. Als je niet iets wil doen dat iemand anders helemaal niet graag heeft, dan moet je veganist worden.

Van den Berg werkt het niet-schaden principe verder uit in zijn ethiek van ‘universeel subjectivisme’ dat de sociaalcontracttheorie van John Rawls combineert (uitbreidt) met het sentiëntisme van Peter Singer.[1] Met deze combinatie komt Van den Berg uit op een ‘groen liberalisme’: namelijk individualisme plus sentiëntisme.

Het universeel subjectivisme vertrekt van een Rawlsiaans gedachte-experiment van de sluier der onwetendheid. Het experiment gaat als volgt: stel dat je achter een sluier van onwetendheid zit. Je gaat straks een individu zijn in de wereld, maar achter de sluier weet je nog niet wie je zult worden. Het universele van het universeel subjectivisme wil zeggen dat je echt eender wie kan worden: een man, een homo, een persoon in het jaar 3000, een varken, een melkkoe,… Door de inclusie van varkens, koeien en andere voelende wezens gaat Van den Berg verder dan Rawls. Achter de sluier mag je wel de morele regels bepalen. Welke morele regels zou je afleiden als je achter de sluier der onwetendheid zit?

Het is verbazend hoeveel sterke morele regels men zo kan afleiden met dit eenvoudige gedachte-experiment. Het gedachte-experiment is ideaal om een aantal morele blinde vlekken te ontdekken en weg te werken. Stel dat je wordt geboren als jongen. Dan ga je een praktijk zoals jongensbesnijdenis niet willen. In sommige culturen is de praktijk van jongensbesnijdenis nog een ernstige morele blinde vlek (p.50). Een morele blinde vlek in onze cultuur vindt Van den Berg in het godsdienstonderwijs. Van den Berg is atheïst en pleit voor een seculiere opvoeding. Achter de sluier is dat eenvoudig in te zien: je wil niet geboren worden als iemand die op jonge leeftijd onwaarheden wordt aangeleerd over dingen waar geen bewijs voor is, zoals over het bestaan van willekeurige goden. Het ontzeggen van de behoefte van het kennen van de waarheid is een vorm van kindermishandeling net zoals liegen (meestal toch) een vorm van mishandeling is. Als kind wil je niet geïndoctrineerd worden door fabeltjes, net zoals je niet wil dat men tegen je liegt. Ook religieuze ouders zouden dit seculiere principe moeten inzien: zo kunnen de sterkst gelovige Christelijke ouders ook niet willen dat hun kind op school geïndoctrineerd wordt over bv. de Islam. Als zij niet willen dat kinderen geïndoctrineerd worden over de Islam, en als moslimouders niet willen dat hun kinderen geïndoctrineerd worden over het Christendom, enzovoort, dan blijft er enkel een seculiere opvoeding over. Daar kan iedereen zich nog het beste in vinden. En zo kunnen we achter de sluier nog vele andere regels afleiden: bijvoorbeeld dat homo’s mogen trouwen (stel dat je geboren wordt als homo, dan ga je niet graag hebben dat je niet mag trouwen) en dat we geen klimaatopwarming mogen veroorzaken (stel dat je geboren wordt als iemand in het jaar 3000, dan ga je niet graag hebben dat je een klimaatslachtoffer bent).

En hoe zit het dan met de dieren? Mogen we vlees eten of melk drinken? Achter de sluier der onwetendheid is het antwoord duidelijk nee: stel dat je geboren wordt als een koe, dan ga je helemaal niet graag behandeld  worden zoals melkkoeien worden behandeld in de veeteelt. De sluier laat toe om belangen af te wegen: het is minder erg om als mens geen koemelk meer te kunnen drinken, dan als koe behandeld te worden zoals in de veeteelt. Hetzelfde geldt voor de vis, het varken, de legkip, de nerts,… Achter de sluier gaan we oog hebben voor de ergste posities, de levens die je het minst graag zou willen leven, de wezens die het laagste welzijn gaan ervaren. De dieren in de stallen en de slachthuizen zitten in de ergste posities.

Volgens de grootste voedingsdeskundigenorganisaties (zoals de Academy of Nutrition and Dietetics) hebben wij mensen geen dierlijke producten nodig om gezond te leven. Voor ons is de consumptie van dierlijke producten dus een niet-vitale behoefte. Welnu, het gebruik van dieren als louter middel voor iemand anders zijn niet-vitale behoeften ga je al zeker niet willen als je achter de sluier der onwetendheid zit. Want je zou maar eens als dier zo geïnstrumentaliseerd worden.  Veganisme is dus de enige logische uitkomst. Veganisme wordt dan ook een morele plicht.

De Vrolijke Veganist bestaat uit drie delen. Het eerste deel is het meest technische, en biedt uitgebreide besprekingen van een negental relevante recente boeken die er geschreven werden over voeding en dierenrechten. Twee boeken worden door Van den Berg sterk bekritiseerd (“Hamburgers in het paradijs. Voedsel in tijden van schaarste en overvloed” van Louise Fresco, 2011 en “The Omnivore’s Dilemma. A natural history of four meals” van Michael Pollan, 2006). Positiever is Van de Berg over “Fatsoenlijk eten. Mijn leven als proefkonijn” (Karen Duve, 2011), “Democratie voor dieren” (Erno Eskens, 2009) en “Het Dierendebacle” (Stijn Bruers, 2010). De bespreking van “Why we love dogs, eat pigs and wear cows” (Melanie Joy, 2010) besteedt aandacht aan de ideologie van het carnisme (de ideologische tegenhanger van veganisme), terwijl  “De ongelovige Thomas heeft een punt? Een handleiding voor kritisch denken” (Johan Braeckman en Maarten Boudry 2011) aangehaald wordt om het belang van kritisch denken toe te lichten. De mens-dier verhouding kan ook geduid worden aan de hand van de zes mogelijke grondhoudingen besproken in “Participeren met de natuur” (Wim Zweers, 1995). Tot slot biedt “Animals like us” van Mark Rowlands (2002) een uitwerking van een universeel subjectivisme.

Het tweede deel is bijna 200 bladzijden lang en is het leukste deel van het boek om te lezen. Aan de hand van vragen en antwoorden geeft Van den Berg tegenargumenten op klassieke drogredenen en verduidelijkt hij alle aspecten die bij veganisme komen kijken. Alleen jammer dat er weinig structuur in te vinden is. Als je het antwoord wil weten op bijvoorbeeld de vraag of we moeten proberen om leeuwen vegetariër te maken, dan moet je gaan zoeken waar dat ergens kan staan. Leuk is dan weer wel dat Van den Berg soms aspecten van zijn persoonlijke leven in zijn antwoorden bewerkt, wat het erg concreet maakt.

En dan rest ons nog de vraag: vanwaar die titel? Als het boek focust op ethiek, op morele plichten, wat is er dan zo vrolijk aan veganist zijn? Dat komt in het derde en laatste hoofdstuk aan bod. Kort gezegd: veganisme is vrolijk omdat het een gezonde levensstijl is waarbij dieren, mensen en milieu in harmonie existeren. Een veganistische levensstijl is een leven zonder geweld. Daarom is veganisme geen negatieve, maar een positieve boodschap. “Het voelt als een enorme morele  bevrijding om veganist te zijn en verlost te zijn van het kwaad in mijn leven”, aldus Van den Berg (p.266).

[1] Dit universeel subjectivisme wordt dieper uitgewerkt in het boek “Filosofie voor een Betere Wereld” (Van den Berg, 2009) en zijn dissertatie “Harming Others” (Universiteit Utrecht, 2011).

Dit bericht werd geplaatst in Blog, Boekbesprekingen. Bookmark de permalink .

3 reacties op Veganisme is een morele plicht (boekbespreking)

  1. …essentieel in Rawls’ ‘On Justice’ (en wat m.i. ook in de korte samenvatting van diens hier weergegeven gedachte achter de ‘veil of ignorance’ had moeten staan) is de voorwaarde dat ‘men niet mag gokken’ bij het bepalen van de toepasselijke morele regels. Dus niet: ‘alles heel gunstig voor één groep en als ik daar niet in terecht kom, heb ik pech’. Voor de rest: mooie aanvulling! Blij mee, dank!

  2. Veganisme is een super mooi ideaal, maar enkel zij die het zijn of hebben gedaan weten in welke nauwe schoentjes je terecht komt, vaten vol kritiek en afgunst krijg je te verwerken, je moet sterk zijn, eensgezindheid hebben en een sterke man of vrouw achter u hebben, als één aspect ontbreekt ben je gezien ! Relaas van een ex veganist xxx toch raad ik het iedereen aan, van harte xxx

    • stijnbruers zegt:

      tja, als meer en meer mensen veganist worden, wordt het sociaal veel gemakkelijker. Volgens The Independent zou in het Verenigd Koninkrijk 2014 wel eens het jaar kunnen worden dat veganisme mainstream wordt🙂.
      Over die vaten vol kritiek en afgunst zijn de volgende sociaal-psychologische studies wel interessant
      Monin, B., Sawyer, P.J., & Marquez, M.J. (2008). The rejection of moral rebels: Resenting those who do the right thing. Journal of Personality and Social Psychology, 95(1), p.76-93.
      Minson, J.A. & Monin, B. (2012) Do-Gooder Derogation. Disparaging Morally Motivated Minorities to Defuse Anticipated Reproach, Social Psychological and Personality Science vol. 3(2) p.200-207
      Conclusie: vergeet als veganist niet de vleeseter te wijzen op diens waardevolle persoonlijke kwaliteiten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s