Dierproefnemers, herwin jullie morele geloofwaardigheid

Opiniestuk naar aanleiding van de reportage over dierproeven van Dirk Draulans

Wat gebeurt er eigenlijk in de laboratoria voor dierproeven? Jarenlang proberen dierenrechtenactivisten deze vraag te beantwoorden. Mogen ze een kijkje komen nemen achter die gesloten deuren? Of toezichtcamera’s komen installeren? Het antwoord is telkens: “Nee!” De dierenrechtenactivisten gaan dan maar over naar undercoveronderzoek. Zo brengen ze al decennialang gruwelijke beelden van dierenleed naar de buitenwereld. In plaats van dankbaarheid riskeren ze zware juridische processen. De dierproefnemers reageren: “Dat zijn oude beelden, gemanipuleerd, uit hun context gerukt. Nu gebeurt zoiets niet meer.” En dan verschijnen – opnieuw – anno 2014 gruwelijke undercoverbeelden van experimenten op apen aan het gerenommeerde Duitse Max Planck Instituut. Dat komt de morele geloofwaardigheid van dierproeven niet ten goede.

In deze context moeten we de recente reportage plaatsen van Dirk Draulans voor Knack en Canvas. Op vraag van dierproefnemers ging hij een kijkje nemen in de laboratoria van de Leuvense universiteit. Want daar gebeuren ook hersenproeven op apen, net zoals in het Max Planck Instituut. Activisten weten natuurlijk al lang dat een onaangekondigd undercoveronderzoek andere dingen laat zien dan een goed voorbereide opendeurdag. Het is zo jammer dat deze tak van de wetenschap in het verleden zo vaak zijn morele geloofwaardigheid heeft verloren. Daarom weet ik als buitenstaander niet meer wat ik moet denken van al die beelden en die beweringen van de dierproefnemers in de reportage. Maar als wetenschapper en moraalfilosoof kan ik wel iets zeggen over dierproeven.

Wetenschappelijk onbetrouwbaar

Laat ik beginnen met de wetenschappelijke vraag naar de betrouwbaarheid van dierproeven: zijn niet-menselijke dieren goede modellen voor de studie van menselijke ziekten? Vele mensen stierven aan longkanker omdat de tabaksindustrie het kankerverwekkend effect van roken bleef ontkennen door te verwijzen naar dierproeven. Dat is een vals negatief testresultaat: geen schadelijk effect bij een dier, wel kanker bij mensen. Thalidomide, cyclosporin en TGN1412 zijn voorbeelden van medicijnen die goed werkten bij dierproeven maar schadelijk bleken voor mensen. En hadden we chocolade eerst getest op honden, dan aten we nu geen chocolade, want voor honden is een reep chocolade zelfs dodelijk. Welk dier moeten we nu best gebruiken om iets te testen voor mensen?

De ontwikkeling van penicilline werd een tijdje vertraagd omdat Alexander Fleming geen positief resultaat vaststelde bij konijnenproeven. Gelukkig dat hij penicilline niet eerst had getest op hamsters, want dan zou hij vrezen dat die antibiotica ook voor mensen dodelijk was.

Het probleem met valse testresultaten bij dierproeven is dat er stoffen en medicijnen op de markt komen die schadelijk zijn voor mensen en dat de ontwikkeling van goede medicijnen wordt vertraagd. Natuurlijk mogen we als goede wetenschappers niet ‘kersenplukken’ en een aantal voorbeelden selecteren van valse testresultaten. Het blijft niet bij anekdotes. De laatste jaren verschijnen er grote overzichtsstudies in wetenschappelijke topvakbladen. Die tonen aan dat we de betrouwbaarheid van heel wat dierproeven ernstig hebben overschat. De biochemische verschillen tussen dieren en mensen zijn te groot, waardoor er meer valse testresultaten zijn dan wat dierproefnemers hadden verwacht. Conclusie: heel wat toegepast biomedisch onderzoek op dieren is waarschijnlijk te onbetrouwbaar om er mee door te gaan.

Verlies van welzijn

Ondanks de biochemische verschillen hebben gewervelde dieren wel iets met ons gemeen: ze hebben net als wij een bewustzijn, een welzijn en een persoonlijke wil. De proefdieren hebben een wil en ondergaan dingen tegen hun wil in. Onze ethiek zegt dat we niet zomaar iets mogen doen dat iemand anders helemaal niet graag heeft. We moeten rekening houden met het welzijn van iedereen. Iedereen, dus ook de dieren. En meestal geven we een extra aandacht aan het welzijn van de meest kwetsbaren en diegenen die er het ergst aan toe zijn. Dat zijn vaak de proefdieren. Vandaar dat er een ethische regel is van de drie V’s: het verfijnen van de experimenten zodat ze minder leed veroorzaken, het verminderen van het aantal dieren in een experiment, en vooral het vervangen van dierproeven door diervrije alternatieven indien mogelijk.

Tot hier gaan de dierproefnemers nog mee. Ook in de reportage van Draulans horen we hen spreken over de drie V’s. Maar in het verleden hebben dierproefnemers al vaak hun morele geloofwaardigheid verloren. Denk maar aan de undercoveronderzoeken van dierenactivisten. En het is nog erger: zowat alle dierproefnemers schenden meerdere keren per dag de drie V’s, door het eten van dierlijke producten van de intensieve veehouderij en visvangst. Als wetenschappers zouden ze op de hoogte moeten zijn van de consensus binnen de voedingswetenschap. De Academy of Nutrition and Dietetics zegt letterlijk dat volledig plantaardige (veganistische) voedingspatronen voedingskundig geschikt zijn voor alle mensen en zelfs gezondheidsvoordelen kunnen bieden. En de dierproefnemers kunnen ook niet zeggen dat ze niet op de hoogte waren van het welzijnsverlies bij de dieren in de veeteelt en visserij. Nochtans zijn er diervrije alternatieven voor vlees, vis, eieren en zuivel.

Het komt ongeloofwaardig over als de dierproefnemers spreken over de noodzaak van dierproeven en het respecteren van de drie V’s als ze zelf dagelijks het welzijn van veedieren schenden door vlees en melk te consumeren. Ze laten dieren doden, niet om levens van patiënten te redden, maar wel louter voor hun eigen smaakgenot. Daardoor geven dierproefnemers aan dat ook zij op het vlak van dierenleed vatbaar zijn voor psychologische neigingen die hun rationele en morele oordeelvermogen vertroebelen. Enkel een veganistische dierproefnemer kan in de ogen van een dierenrechtenactivist nog ietwat geloofwaardig overkomen.

Discriminatie en willekeur

En dan is er nog het belangrijkste: we mogen niet discrimineren. We mogen niet naar willekeur onze slachtoffers kiezen. Als volgens dierproefnemers alle mensen aan de top van de piramide staan, dan moeten ze daar een goed argument voor geven. En dat kunnen ze niet. Waarom alle mensen en niet bv. alle blanken, alle primaten of alle zoogdieren? Wij zijn net zo goed zoogdier als dat we mens zijn. Die piramide mag niet bepaald worden door genen, lichamelijke uiterlijkheden of afstammingslijnen. Intelligentie misschien? Of zelfbewustzijn? Nee, dan ga ik serieus protesteren. Apen, varkens, honden en muizen hebben hogere mentale vermogens dan bijvoorbeeld baby’s, ernstig mentaal gehandicapte weeskinderen en zwaar dementerende bejaarden. Ik steun een mentaal gehandicapt Vietnamees pleegkind. Als men zoiets als intelligentie naar voor schuift als criterium voor wie we mogen onderwerpen aan experimenten, dan hou ik mijn hart vast. We kunnen niet zomaar zeggen dat we mentaal gehandicapte mensen niet en dieren wel tegen hun wil in mogen gebruiken als middel in experimenten. Want dan zou een blanke racist ook zomaar mogen zeggen dat blanken aan de top van de piramide staan en dat ze zwarten mogen gebruiken als slaven. Een antwoord als “maar die dieren zijn geen mensen” is even nietszeggend als “maar vrouwen zijn geen mannen”. Dergelijke willekeur kunnen we niet toelaten in de ethiek.

Zoals een vrouw baas is over eigen vagina, zo is iedereen baas over eigen lichaam. We mogen niet iemands lichaam tegen diens wil in voor onszelf claimen en gebruiken voor onze doelen. En dat geldt voor iedereen, zonder willekeurige uitzonderingen. Wat als de dierproefnemers aan de KULeuven zouden voorstellen om die hersenonderzoeken te doen met mentaal gehandicapte weeskinderen? Even intelligent en kwetsbaar als varkens, honden en apen. Dan zou er massaal protest en verontwaardiging zijn, zelfs al zeggen ze dat ze de drie V’s respecteren en zelfs al laten ze even een cameraploeg binnen. Als we dat protest tegen die mensproeven goedkeuren, dan kunnen we niet zomaar het protest tegen dierproeven afkeuren.

Referenties naar wetenschappelijke overzichtsstudies

Akhtar, A., Pippin, J.P. and Sandusky, C.B. (2008) Animal models in spinal cord injury: A review. Reviews in the Neurosciences 19(1): 47–60.

Anisimov V.N., Ukraintseva S.V., Yashin A.I. (2005). Cancer in rodents: does it tell us about cancer in humans? Nat Rev Cancer 5:807-819.

Greek, R. and Menache, A. (2013). Systematic Reviews of Animal Models: Methodology versus Epistemology. Int J Med Sci 10(3):206-221.

Hackam D. G., and D. A. Redelmeier. (2006). Translation of Research Evidence from Animals to Humans. JAMA 296: 1731-1732.

Knight A., Bailey J., Balcombe J. (2006) Animal carcinogenicity studies: 1. Poor human predictivity. Altern Lab Anim 34:19-27.

Knight, A. (2007). Systematic reviews of animal experiments demonstrate poor human clinical and toxicological utility. ATLA 35:641-659.

Knight, A. (2008). Systematic reviews of animal experiments demonstrate poor contributions toward human healthcare. Rev. Recent Clin. Trials 3:89-96.

Mestas, J and Hughes, CCW, (2004). Of mice and not men: differences between mouse and human immunology. The Journal of Immunology, 172: 5.

Perel P, Roberts I, Sena E, Wheble P, Briscoe C, Sandercock P, Macleod M, Mignini LE, Jayaram P & Khan KS (2007). Comparison of treatment effects between animal experiments and clinical trials: systematic review. British Medical Journal 334:197-203.

Pound P., Ebrahim S., Sandercock P., Bracken M.B., Roberts I. (2004). Where is the evidence that animal research benefits humans? British Medical Journal 328:514-517.

Pound, P. & Bracken, M. (2014). Is animal research sufficiently evidence based to be a cornerstone of biomedical research?  British Medical Journal 348:g3387

Seok, J Shaw Warren, H et al, (2013). Genomic responses in mouse models poorly mimic human inflammatory diseases. PNAS 110(9): 3507–3512.

Shanks, N. Greek, R. Greek, J. (2009) Review: Are animal models predictive for humans? Philosophy, Ethics, and Humanities in Medicine, 4(2).

Van der Worp, H.B., Howells, D.W., Sena, E.S., Porritt, M.J., Rewell, S. O’Collins, V. and Macleod, M.R. (2010) Can animal models of disease reliably inform human studies? PLoS Medicine 7(3), e1000245.

Wall, R.J. & Shani (2008) Are animal models as good as we think? Theriogenology 69:2-9.

Dit bericht werd geplaatst in Blog en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s