Wil en willekeur

Misschien bestaat er geen absolute of objectieve moraal, maar wat volgt komt wel erg dicht in de buurt. Het is een moraal die gebaseerd is op twee pijlers waar niemand een probleem mee kan hebben: 1) wat je wil is belangrijk, en 2) we moeten zoveel mogelijk willekeur vermijden.

Wil

De eerste pijler gaat over de wil. Misschien vind jij de wil geen goed vertrekpunt voor een moraal, maar dan wil dat zeggen dat anderen met jouw morele opvattingen geen rekening moeten houden. Je kunt dan niet zeggen dat je dat niet wil, want je gaf net aan dat jouw wil niet belangrijk is. Of misschien vind je de wil maar een vaag en onduidelijk begrip dat niet als basis kan dienen voor een moraal. Dan kunnen anderen opnieuw jouw moraal negeren. Als je dan zou protesteren dat je dat niet wil, geef je wel aan te weten wat het woord “wil” betekent.

De subjectieve wil is datgene wat je graag hebt en waarvan je bewust aanvoelt dat je dat graag hebt. Voor het kunnen ervaren van een subjectieve wil is een bewustzijn nodig. Een computer heeft geen subjectieve wil om een bestand te openen als je met de muis klikt, omdat de computer geen bewustzijn heeft. Wezens die geen bewustzijn hebben kunnen wel complex gedrag vertonen (het is verbazend wat computers en planten allemaal kunnen), maar dat gedrag is geen gevolg van een subjectieve wil.

Elk willend wezen heeft een directe kennis van wat een “wil” is. Vergelijk het met de kennis van de kleur rood. Elk wezen dat rood kan zien, weet direct wat rood is bij het zien van een rode kleur. Een baby kan een rode kleur zien en daardoor een directe kennis hebben van de kleur rood, zonder dat de baby een abstract begrip van “rood” heeft en zonder dat de baby kan uitdrukken wat kleuren precies zijn. De baby ervaart kleuren, maar kan geen definitie van de kleur rood formuleren. Toch weet die baby op een zeer directe manier wat rood is. Op een gelijkaardige manier ervaart elk willend wezen (een wezen dat een subjectieve wil heeft) op een directe manier wat een subjectieve wil is van zodra dat wezen iets wil. We hoeven subjectieve wil niet te kunnen definiëren om te weten wat het is. Voor een willend wezen is het duidelijk genoeg wat een wil is.

Een persoon kan tegelijk verschillende dingen willen en die dingen zijn niet altijd consistent met elkaar. Dan is het een kwestie van uitzoeken welke dingen je het belangrijkste vindt en welke behoeften met elkaar samenhangen, om zo te komen tot een coherent geheel van dingen die je wil. Net zoals er optische illusies bestaan, zo kunnen er wilsillusies bestaan: dingen die je wil maar die niet samengaan met andere, sterkere behoeften. Dat zien we bijvoorbeeld bij verslavingen, psychoses of irrationeel gedrag. Men moet dus niet zomaar alles wat men wil respecteren: enkel de coherente of rationele wil is belangrijk.

De rationele wil is datgene wat je wil als je goed geïnformeerd zou zijn en wanneer je wil past in een coherent geheel van dingen die je het hardst wil. Eigenlijk is de rationele wil gewoon datgene wat men echt wil. Want wie wil nu niet goed geïnformeerd zijn? En wie wil nu niet coherentie in de dingen die men wil? Niemand wil graag inconsistenties of willekeur in de dingen die men wil.

Het hebben van een bewustzijn is een noodzakelijke voorwaarde voor het hebben van een subjectieve wil. Op dit moment heb jij een bewustzijn: je bent wakker en je ervaart iets. Als je nu een voorwerp vasthoudt, dan kun je je aandacht richten op het gevoel in je vingers. Die aandacht is een cruciaal element van een bewuste ervaring. Daarnet was je je niet bewust van de druk in je vingers, maar nu voel je wel die druk.

Dat gevoel van druk in je vingers is voor jou neutraal: het is niet zo dat je dat graag voelt, of dat je dat niet wil voelen. Maar als iemand een naald prikt in je vinger, dan is dat gevoel niet langer neutraal. De pijnprikkel is iets dat je niet wil. Die pijnprikkel draagt negatief bij aan je welzijn, want je hebt een subjectieve wil die zegt dat je dat niet wil voelen en je wil wordt niet voldaan. Het gevoel van een massage draagt daarentegen wel positief bij aan je welzijn als je die massage graag hebt.

Zo genereert de wil jouw welzijn. Dat welzijn bestaat uit alle positieve gevoelens (gevoelens die je wil voelen) die het gevolg zijn van het vervullen van onderliggende behoeften (dingen die je graag hebt of wilt), min de negatieve gevoelens die het gevolg zijn van dingen die je niet wil. Je welzijn bestaat dus uit twee elementen die je wil: gevoelens en behoeften. Je wil positieve gevoelens ervaren en je wil dat die positieve gevoelens het resultaat zijn van het vervullen van behoeften. Beide elementen zijn belangrijk: we mogen niet naar willekeur zeggen dat enkel het vervullen van behoeften belangrijk is, of dat enkel het hebben van positieve gevoelens belangrijk is. We moeten met alles wat men wil op een consistente, niet willekeurige manier rekening houden. Des te sterker een behoefte is (des te sterker je iets wil) en des te positiever je gevoelens zijn als de behoefte vervuld is, des te hoger zal je welzijn zijn.

Enkel het hebben van positieve gevoelens – zonder dat je onderliggende behoefte vervuld is – is niet voldoende. Stel dat er een middel – een wonderdrugs – bestaat dat je alle mogelijke positieve gevoelens kan geven. Zou je dan dat middel nemen om je welzijn te verhogen? Indien nee, dan heeft dat te maken met behoeften die niet vervuld zijn. Of stel dat er een machine bestaat die voor jou een ideale virtuele realiteit genereert waarin je alle positieve dingen kunt ervaren die je wil ervaren. Zou je je hersenen willen aansluiten op die machine en jezelf zo onderdompelen in die ideale virtuele wereld? Indien nee, dan heb je misschien behoefte aan echtheid. Je wil iets echt meemaken en doen in plaats van louter voelen. Stel dat je erg gelukkig bent met je partner en gelooft dat je partner je graag ziet, terwijl in realiteit je partner je bedriegt en enkel bij jou is voor je geld. En stel dat je nooit dat bedrog zult te weten komen. Zou je dan zeggen dat dergelijke relatie goed is voor je welzijn? Indien nee, dan is er opnieuw een behoefte niet voldaan: een behoefte aan eerlijkheid of waarheid.

Omgekeerd is enkel het hebben van vervulde behoeften – zonder de bijhorende positieve gevoelens – niet voldoende. Stel dat je wil dat je favoriete voetbalploeg morgen de wedstrijd wint. Toevallig winnen ze morgen ook, maar jij komt het door één of andere reden nooit te weten. Je zult dus nooit een positieve ervaring hebben bij die overwinning. Zou je dan zeggen dat het winnen van die voetbalploeg bijdraagt aan je welzijn? Indien nee, dan wil dat zeggen dat het hebben van positieve ervaringen belangrijk is. Eigenlijk wil dat zeggen dat je nog andere dingen wil, naast het winnen van de voetbalploeg: je wil dat te weten komen en je wil dan positieve gevoelens ervaren.

Willekeur

In de ethiek moeten we zoveel mogelijk willekeur vermijden. Je mag bijvoorbeeld niet naar willekeur zeggen dat wat jij wil belangrijker is dan wat iemand anders wil, want wie ben jij om zo’n speciale, hogere positie op te eisen? Jij bent niet specialer. Als jij zomaar naar willekeur, zonder verdere argumenten of redenen te kunnen geven, jouw wil boven die van anderen mag stellen, dan mag ik dat ook doen en dan mag iedereen dat doen.

Misschien ben jij toevallig de sterkste in deze wereld en maakt het voor jou niet uit dat ik probeer mijn wil boven die van jou te plaatsen. Dan zou je een moraal kunnen nemen die zegt: de wil van de sterkste is wet. Maar jouw moraal van het recht van de sterkste is gebaseerd op een willekeurig feit dat jij toevallig de sterkste bent in deze wereld. Een goede moraal die willekeur uitsluit, zou geldig moeten zijn in alle denkbare werelden waarin jij nog wel bestaat en hetzelfde wil, maar andere eigenschappen hebt. Er is een wereld denkbaar waarin jij niet de sterkste bent, en dan ga je die moraal van het recht van de sterkste niet meer willen. En jij kan het ook niet willen: je kunt niet willen dat ik naar willekeur mijn wil boven die van jou plaats. Dan zou ik jouw wil zomaar mogen schenden. Als je dat wil, dan zou je iets willen dat je niet wil en dat kan niet.

Dus ieders wil telt mee. We moeten met ieders wil rekening houden, zonder willekeurige uitzonderingen. Maar hoe vergelijk ik mijn wil met die van jou en die van anderen? Het beste wat we kunnen doen, is ons zo goed mogelijk inleven in anderen. We stellen ons voor dat we een ander individu zijn en dat we volledig diens wil overnemen, dat we alles willen wat dat individu wil en even sterk als dat individu het wil. We kunnen daarbij niet zomaar naar willekeur uitzonderingen maken. We mogen niet zomaar zonder reden zeggen: “Individu X wil Y, maar we moeten met die wil van X niet veel rekening houden want X is niet zo belangrijk.”

Hoeveel rekening we moeten houden met de wil van een individu mag niet afhangen van willekeurige eigenschappen van dat individu. Een willekeurige eigenschap is een toevallige eigenschap die in een andere denkbare wereld (waarin hetzelfde wordt gewild als in deze wereld) anders zou kunnen zijn. Stel dat een individu geen zweepslagen wil, maar toevallig heeft dat individu de gedaante van een mens met een donkere huidskleur. Een blanke racist mag dan niet zeggen dat de wil van die zwarte van geen tel is louter omwille van diens huidskleur. In een andere denkbare wereld kan dat individu een blanke huidskleur hebben. Het recht om niet tegen de wil in zweepslagen te krijgen, mag niet afhangen van een ongelukkig toeval om geboren te worden met de verkeerde huidskleur. Dat recht zou geldig moeten zijn in alle denkbare werelden (waarin hetzelfde wordt gewild als in deze wereld), dus ook in de werelden waar dat individu er anders uitziet. Op die manier wordt de willekeur van de situatie zoveel mogelijk uitgesloten.

De ene wil kan wel belangrijker zijn dan een andere wil, maar dat hangt niet af van willekeurige eigenschappen van een individu. Dingen die men heel sterk wil, tellen sterker mee. En dat geldt zowel voor de dingen die jij sterk wil als voor de dingen die ik even sterk wil. We moeten dus zoveel mogelijk ieders wil vervullen en wat men even sterk wil telt even sterk mee. Maar we kunnen wel bijvoorbeeld een prioriteit geven aan het vervullen van de wil van diegene die het laagste welzijn heeft, dus wiens wil het minste voldaan is.

Aan een wil kan men een recht koppelen. Dat recht is een manier om die wil te beschermen. Als je niet dood wil, dan kun je spreken van een recht om niet tegen je wil in gedood te worden. Om willekeur te vermijden, moet dan alles en iedereen dat recht krijgen. Als we dat niet willen of niet kunnen willen, dan is het geen goed recht en hoeven we dat recht niet te respecteren. Ik wil wel dat men mij geld geeft, dus kan ik zeggen dat ik het recht heb jouw geld te krijgen als ik het wil. Maar iedereen krijgt dan datzelfde recht. Jij hebt dan het recht om al mijn geld te krijgen als je dat wil. Maar dat wil ik niet. En ik kan dan al jouw geld krijgen, maar dat wou jij niet.

De enige rechten die toegelaten zijn in de moraal, zijn universele rechten. Dat zijn rechten die iedereen krijgt, zonder willekeurige uitzonderingen. We kunnen dus nagaan welke rechten we zouden willen als werkelijk alles en iedereen die rechten zou krijgen. Er zijn negatieve rechten (het recht om niet tegen de wil in X te moeten doen of ondergaan) en positieve rechten (het recht om X te mogen doen of hebben als men dat wil). Voor de voorwerpen die geen wil hebben zijn die rechten triviaal voldaan. Als een plant geen subjectieve wil heeft en als een plant het recht krijgt om niet tegen de wil in gedood te worden, dan kun je onmogelijk dat recht schenden, zelfs al dood je de plant.

Sommige rechten kunnen sterker zijn dan andere. Maar hoe sterk die rechten zijn (hoe hard ze andere rechten domineren) staat nog niet vast. Dus nu kan ik een moraal of ethisch systeem construeren waarbij ik rekening hou met wat iedereen (elk willend wezen) wil en waarbij ik universele rechten toeken aan alles en iedereen. Maar ik kan dan zeggen dat recht A dubbel zo sterk is dan recht B en dat er een heel grote prioriteit moet gegeven worden aan het vervullen van de wil van diegene wiens wil het minste voldaan is. Maar jij kunt ook een ethisch systeem construeren. En misschien wil jij dat recht A veel zwakker moet zijn en dat we veel minder prioriteit moeten geven aan de wil van de individuen met het laagste welzijn.

Er is dus nog een zekere willekeur. Waarom zou recht A dubbel zo sterk moeten zijn dan recht B? Wie ben ik om dat te bepalen? De enige manier om dergelijke willekeur te vermijden, is een vorm van democratie, waarbij iedereen (die in staat is te stemmen) één stem heeft. Iedereen (die ertoe in staat is) construeert een ethisch systeem waarin men zonder willekeur rekening houdt met ieders wil en waarin rechten universeel zijn. En dan gaan we via een democratische procedure moeten streven naar een gemiddelde of consensusmoraal. Als ik vind dat recht A dubbel zo sterk moet zijn dan recht B, en jij vindt het omgekeerde, dan kunnen we tot een tussenpositie komen waarbij beide rechten even sterk moeten zijn.

In het streven naar een tussenpositie, een consensusmoraal, mogen we niet naar willekeur iemands ethisch systeem uitsluiten. We mogen wel iemands ethische systeem uitsluiten als dat te veel willekeur bevat. Stel dat iemand een ethisch systeem wil waarin rechten niet universeel zijn. Dan geeft hij daarmee aan dat men anderen naar willekeur mag uitsluiten van het krijgen van rechten. Dan mag men ook anderen naar willekeur uitsluiten van bijvoorbeeld een democratische procedure. Dus die persoon kan geen bezwaar hebben als we zijn moraal uitsluiten, als we geen rekening houden met zijn moraal. Op deze manier bekomen we een moraal waar we het minste bezwaar tegen kunnen hebben.

Samenvatting

We moeten zonder willekeur rekening houden met wat iedereen wil. Hoeveel rekening we moeten houden met de wil van een individu mag niet afhangen van willekeurige eigenschappen van dat individu. Die wil telt dus even sterk mee in alle denkbare werelden waar dat individu nog wel hetzelfde wil maar andere eigenschappen (bv. een ander lichaam) heeft. Aan sommige dingen die men wil kan men rechten koppelen, maar die rechten moeten universeel zijn, wat wil zeggen dat ze zonder willekeur toegekend moeten worden aan alles en iedereen. Zo kan iedereen die een moreel redeneervermogen heeft een ethisch systeem construeren dat zoveel mogelijk willekeur uitsluit. Indien er nog verschillen zijn tussen die ethische systemen, moet iedereen streven naar een tussenpositie. Daarbij moeten we met ieders ethisch systeem evenveel rekening houden, maar niet met de systemen die te veel willekeur bevatten.

De resulterende consensusmoraal (de tussenpositie van ieders niet-willekeurig ethisch systeem) is dan de moraal waar we de minste kritiek op kunnen leveren. Of beter: waar niemand bezwaar tegen kan hebben in alle denkbare werelden (waarin hetzelfde wordt gewild als in deze wereld), dus ook in de werelden waar men zelf niet de allersterkste is. In die zin komen we volgens mij hier bij de meest objectieve moraal terecht. (In een andere denkbare wereld waarin andere dingen worden gewild dan in deze wereld, kan er natuurlijk wel een andere consensusmoraal ontstaan.)

Zie ook de meta-ethische hand, het antiwillekeurprincipe en willekeur in pseudowetenschap en pseudo-ethiek.

Dit bericht werd geplaatst in Artikels, Blog en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s