De fundamentele ethische formule en mogelijke werelden

Wat zou een fundamentele formule voor een ethiek kunnen zijn? Misschien is de volgende formule wel een goed fundamentele vertrekpunt in de ethiek: iedereen moet die morele regels volgen waarvan iedereen kan willen dat iedereen ze naleeft, in alle mogelijke werelden. Het gaat hier dus over wat men kan willen, en elke vorm van willekeur wordt uitgesloten doordat deze formule verwijst naar iedereen en naar alle mogelijke werelden.

Deze formule lijkt een beetje op de formule van het zogenaamde Kantiaans contractualisme zoals voorgesteld door Derek Parfit in zijn boek On What Matters. De formule van Parfit luidt: iedereen moet die morele regels volgen waarvan iedereen vanuit rationeel eigenbelang kan willen dat iedereen ze naleeft. Het verschil met mijn formule is dat mijn formule zich niet beperkt tot wat men vanuit eigenbelang kan willen en dat mijn formule een extra voorwaarde oplegt dat niet alleen iedereen in deze wereld maar in alle mogelijke werelden de regel moet kunnen willen.

Voor we deze formule verder bestuderen, moeten we eerst een paar termen verduidelijken en een paar definities geven.

Definities

Met het woord ‘iedereen’ in de formule wordt bedoeld: alle moreelrationele wezens. Dat zijn wezens die in staat zijn morele regels te begrijpen. Het kunnen naleven van een regel veronderstelt dat men die regel begrijpt. Een vallende rots die niet op iemands hoofd valt respecteert de regel om niet op iemand te vallen, maar die rots heeft geen besef of begrip van die regel. Het is zinloos om te zeggen dat die rots de regel naleeft. Hetzelfde geldt voor een kind dat iemand anders verwondt. Dat kind heeft nog geen begrip van morele regels. Wat dat kind en die rots doen, is amoreel in plaats van moreel (goed) of immoreel (slecht).

Naast de moreelrationele wezens zijn er nog de willende wezens: wezens die in staat zijn iets te willen (in staat zijn iets wel of niet graag te hebben). Personen zoals jij en ik zijn willende en moreelrationele wezens. Maar er kunnen ook willende wezens zijn die geen morele regels kunnen begrijpen. Bijvoorbeeld kinderen, sommige mentaal gehandicapten of niet-menselijke dieren. Dat zijn willende maar niet moreelrationele wezens. En er zijn ook denkbare werelden waarin wezens zijn die wel morele regels kunnen begrijpen, maar geen wil hebben. Bijvoorbeeld artificieel intelligente robotten die geen gevoelens en geen wil hebben. En verder zijn er nog wezens en voorwerpen die noch een wil en noch een moreelrationeel begripsvermogen hebben: wezens die niets willen en geen morele regels kunnen begrijpen. Bijvoorbeeld planten en stenen.

Een ethisch systeem is een verzameling van morele regels. Moreelrationele wezens hebben dus een begrip van ethische systemen. Een coherent ethisch systeem is een systeem dat geen inconsistenties en geen vermijdbare willekeur bevat. Een ethisch systeem met als regel dat iedereen moet doen wat ik wil, is incoherent, want het bevat vermijdbare willekeur. Het is willekeurig om te verwijzen naar mij en niet naar jou of naar anderen. We kunnen die willekeur vermijden door het woord ‘ik’ te vervangen door ‘iedereen’.

Tot slot nog een definitie van mogelijke werelden. Dat zijn denkbare werelden die we ons kunnen voorstellen in de zin dat er geen logische contradicties in zitten. Een wereld waarin er wezens zijn met een blauwe huidskleur is denkbaar en bevat geen logische inconsistenties, dus is het een mogelijke wereld. En die mogelijke werelden zijn parallel met elkaar in de zin dat er geen causale invloed is van de ene naar de andere wereld. Er is dus geen informatie-uitwisseling mogelijk tussen twee parallelle denkbare werelden.

Welke regels kan iedereen willen?

De cruciale vraag is welke regels iedereen kan willen. Op het eerste zicht kunnen we vermoeden dat er maar zeer weinig regels zullen zijn die iedereen daadwerkelijk kan willen. Een gezonde, rijke persoon wil misschien geen solidariteitsbijdrage of hulp bieden aan een zieke of arme persoon. Iemand met veel vrijheid of macht wil niet graag een beetje van die vrijheid of macht inleveren ten voordele van de zwakkeren. Het lijkt er dus op dat de enige aanvaardbare regels die regels zijn die Pareto-optimaal zijn. Een regel is Pareto-optimaal als niemand door die regel erop achteruit gaat.

Een ethiek met enkel Pareto-optimale regels is heel beperkt. Door in de fundamentele ethische formule extra voorwaarden in te voeren, kunnen we een bredere ethiek bekomen. Die extra voorwaarden luiden dat men moet kunnen willen dat iedereen die regel volgt en dat men moet kunnen willen dat men die regel moet volgen in alle denkbare werelden. Zo is er een denkbare wereld waarin men niet meer rijk en gezond is of waarin men weinig vrijheid en macht heeft. De gezonde, rijke persoon kan niet zomaar willen dat niemand solidair is met hem in de wereld waarin hij niet meer gezond en rijk is.

Het gaat er dus niet om welke regels iedereen in deze wereld daadwerkelijk wil, maar om wat iedereen kan willen (bereid is te onderschrijven), in elke mogelijke wereld. Om de regels te bepalen die iedereen kan willen in alle mogelijke werelden, kunnen we een gedachtenoefening doen. Stel dat we straks in een mogelijke wereld terecht komen, maar we weten nu nog niet wie of wat we zullen zijn en we weten ook niet in welke wereld we zullen terecht komen. Welke morele regels zouden we dan willen?

Het eerste dat we kunnen vaststellen is dat de morele regels een coherent ethisch systeem moeten vormen, zonder inconsistenties en vermijdbare willekeur. Stel dat we bijvoorbeeld een regel invoeren dat blanken zwarten mogen domineren, of dat mensen dieren mogen domineren. Op dit moment weten we niet wie of wat we straks zullen zijn. We zouden dus een zwarte kunnen zijn of een dier. En waarschijnlijk gaan die zwarte en dat dier willen dat ze niet op een onderdrukkende manier behandeld worden. En stel dat onze morele regels een inconsistent ethisch systeem vormen. Ook dat wensen we niet, want dan kunnen we met morele regels in conflict komen, en we kunnen straks iemand zijn die slachtoffer wordt van dergelijke inconsistenties.

Een voorbeeld van een coherent ethisch systeem is de morele hand. Ikzelf kan willen dat iedereen deze ethiek naleeft in alle mogelijke werelden. Maar de morele hand is niet het enige coherente ethische systeem dat men kan construeren. Er zijn andere coherente systemen denkbaar en misschien verkies jij wel een ander systeem? De gedachtenoefening legt niet alleen de voorwaarde op dat een ethisch systeem van regels coherent moet zijn. We kunnen nog meer afleiden uit de oefening.

We moeten ons realiseren dat als we geen willend wezen zullen zijn, het niet zal uitmaken welke morele regels er door iedereen nageleefd worden, want een willoos wezen heeft immers geen wil en is dus niet in staat om een regel wel of niet te willen. En ten tweede moeten we ons realiseren dat als we geen moreelrationeel wezen zullen zijn, de keuze van morele regels ook niets uitmaakt, want we zijn dan niet in staat om die regels te begrijpen en na te leven.

Dus wat als we straks een willend moreelrationeel wezen zullen zijn? Indien de formule zou luiden dat men die ethische regels moet verkiezen die iedereen volgens rationeel eigenbelang kan kiezen, dan heeft dat moreelrationeel wezen weinig keuze: hij of zij gaat dan een welzijnsethiek verkiezen. In een welzijnsethiek kijken we naar de gevolgen van een handeling voor het welzijn van alle betrokkenen. Vanuit rationeel eigenbelang bekeken is het eigen welzijn en wat men zelf als individu wil belangrijk. Maar omdat men door de gedachtenoefening niet weet wie men gaat zijn, gaat men dan ieders welzijn en ieders wil belangrijk vinden. De regels die iedereen moet volgen zijn dan de regels waarvoor geldt dat als iedereen ze naleeft, de gevolgen op het vlak van ieders welzijn zo goed mogelijk zijn. Derek Parfit toonde aan dat dit zogenaamde regel consequantialisme overeenkomt met het Kantiaans contractualisme (tenminste indien ‘iedereen’ in de formule verwijst naar alle moreelrationele wezens).

Het ethische systeem van de morele hand bevat een welzijnsethiek (in het bijzonder genereren de duim- en wijsvingerprincipes een regel consequantialisme). Indien de ethische basisformule dus zou verwijzen naar wat men vanuit rationeel eigenbelang kan willen, dan bekomt men dus slechts een deel van het ethische systeem van de morele hand. De andere ethische principes en regels van de morele hand (in het bijzonder de middelvinger, ringvinger en pink) volgen niet uit een rationeel eigenbelang.

Door het schrappen van de voorwaarde van het rationeel eigenbelang laat men dus meer coherente ethische systemen toe dan enkel een regel consequentialisme. Daar tegenover staat wel dat mijn ethische formule een extra voorwaarde oplegt, namelijk de verwijzing naar alle mogelijke werelden.

Dus hoe gaan we best verder te werk? Stel dat we straks een moreelrationeel wezen zullen zijn dat een eigen coherent ethisch systeem moet construeren. Op dit moment weten we nog niet welke morele intuïties en waarden we straks gaan hebben. Hoogstwaarschijnlijk zal die persoon welzijn waarderen en alvast een regel consequentialisme willen opnemen in zijn ethisch systeem. Maar misschien waardeert hij ook nog andere dingen naast welzijn, zoals biodiversiteit, interpersoonlijke relaties of bepaalde rechten.

De persoon die we straks kunnen zijn, moet dan een coherent ethisch systeem construeren dat past bij zijn of haar morele waarden en intuïties. Al de willende moreelrationele personen construeren zo een eigen coherent ethisch systeem dat ze willen naleven. Maar wat als twee coherente ethische systemen met elkaar in conflict komen? We weten nu niet wie van de twee personen we zullen zijn en we weten dus ook niet welk coherent ethisch systeem we zullen verkiezen. In dat geval moeten die personen onderling streven naar een consensus of tussenoplossing. En elke persoon krijgt daarbij een even grote inspraak, want we weten nu niet welke persoon we straks kunnen zijn. Dus we verkiezen een vorm van democratie.

Vanzelfsprekend kunnen enkel de moreelrationele wezens die met elkaar in contact komen binnen dezelfde wereld stemmen over de morele regels die men in die wereld moet naleven. De moreelrationele personen in deze wereld hoeven dus geen rekening te houden met de mogelijke ethische systemen die andere mogelijke personen in andere mogelijke werelden zouden willen, want de personen in deze wereld kunnen niet weten wat die andere mogelijke personen willen. Een ethisch systeem van een persoon X in wereld A kan niet in conflict komen met een ander ethisch systeem van een andere persoon Y in wereld B, want die twee personen kunnen geen contact maken met elkaar, kunnen elkaar niet causaal beïnvloeden en kunnen niet met elkaar communiceren. Persoon X kan wel willen dat persoon Y het ethisch systeem van X naleeft, maar X in wereld A is niet in staat om diens ethisch systeem te communiceren of op te leggen aan Y in wereld B. Bovendien kan persoon X nooit weten of persoon Y al dan niet het ethisch systeem van X naleeft. Dus X moet zich geen zorgen maken over wat er gebeurt in wereld B.

Voorbeelden

De morele regels waarvan iedereen kan willen dat iedereen ze naleeft in alle mogelijke werelden, gaan waarschijnlijk alvast een ethisch systeem construeren waarin welzijn (een regel consequentialisme) een belangrijk onderdeel is. Maar wat als we straks niet een moreelrationeel wezen worden? Dat wezen is niet in staat om de regel te volgen dat men met ieders welzijn rekening moet houden. En als men wel een moreelrationeel wezen wordt, kan men concluderen dat enkel het welzijn van moreelrationele wezens van tel is. Dus het ethische systeem zou een vorm van contractethiek (contractualisme) kunnen zijn: de moreelrationele wezens spreken met elkaar af om rekening te houden met elkaars welzijn.

Een dergelijke contractethiek vormt een coherent ethisch systeem. Maar toch hebben vele personen in onze wereld een morele intuïtie die in conflict is met een contractethiek. Vele personen vinden dat we ook rekening moeten houden met het welzijn van sommige willende maar niet moreelrationele wezens. In het bijzonder zijn er in onze wereld vele mensen die vinden dat bijvoorbeeld mentaal gehandicapten ook meetellen. De mensen die willen dat het welzijn van mentaal gehandicapten meetelt en toch willen vasthouden aan een contractethiek die enkel geldig is tussen moreelrationele wezens, kunnen dan een nieuwe, niet-willekeurige reden geven waarom die mentaal gehandicapten moeten meetellen. Die mensen kunnen dan een extra regel invoeren, zoals: hou rekening met het welzijn van alle moreelrationele wezens plus al hun nakomelingen. Want mentaal gehandicapte mensen zijn kinderen of kleinkinderen van moreelrationele wezens. Of een andere regel die past in een contractethiek is: hou rekening met het welzijn van alle moreelrationele wezens met wie we morele afspraken kunnen maken, en als de meeste van die moreelrationele wezens willen dat we ook rekening houden met het welzijn van sommige niet moreelrationele wezens (zoals mentaal gehandicapte mensen), dan moeten we ook met die wezens rekening houden.

Maar er zijn mogelijke werelden denkbaar waar dezelfde mentaal gehandicapte mensen bestaan (wezens die er hetzelfde uitzien, hetzelfde willen en hetzelfde voelen), met dat verschil dat die mensen geen nakomelingen zijn van moreelrationele wezens. En er zijn mogelijke werelden denkbaar waar de meerderheid van moreelrationele wezens geen affectieve band heeft met mentaal gehandicapte mensen en dus niet zo sterk bekommerd zijn om het welzijn van die gehandicapte mensen. In die mogelijke werelden zou men volgens de bovenstaande regels die toegevoegd werden aan de contractethiek weinig of geen rekening moeten houden met het welzijn van mentaal gehandicapte mensen. Dat men dient rekening te houden met het welzijn van mentaal gehandicapten hangt volledig af van het toevallige feit dat die gehandicapten in deze wereld nakomelingen zijn van moreelrationele wezens.

Bovenstaande regels toevoegen aan een contractethiek zijn niet voldoende om het welzijn van mentaal gehandicapten in alle mogelijke werelden voldoende te beschermen. En toch vinden vele moreelrationele wezens (de meeste mensen in deze wereld) dat men wel rekening moet houden met het welzijn van mentaal gehandicapten, zelfs al waren de toevallige omstandigheden anders. Vanuit de bovenstaande gedachtenoefening is dat eenvoudig te begrijpen: we zouden straks een mentaal gehandicapte mens kunnen zijn in een wereld waar mentaal gehandicapte mensen geen nakomelingen zijn van moreelrationele wezens. En dan zouden we willen dat men rekening houdt met ons welzijn.

Misschien kan men de contractethiek uitbreiden met de regel: hou rekening met het welzijn van alle mensen (inclusief de niet moreelrationele mensen). Maar ten eerste is deze regel te willekeurig. Waarom de regel uitbreiden naar alle mensen en niet naar bijvoorbeeld alle primaten? En ten tweede is deze regel gebaseerd op de mogelijkheid om een onderscheid te maken tussen mensen en niet-mensen. Toevallig kunnen we in onze wereld dat onderscheid maken, maar er zijn andere mogelijke werelden denkbaar waar dezelfde mensen en niet-mensen bestaan, met dat verschil dat in die wereld ook alle tussenvormen tussen mensen en niet-mensen bestaan. Er is bijvoorbeeld een mogelijke wereld denkbaar waar alle voorouders van een mens en een dier nog bestaan, inclusief de gemeenschappelijke voorouders. En in andere mogelijke werelden is het denkbaar dat mens-dier kruisingen, halfwezens of genetisch gewijzigde mens-dierachtige wezens bestaan. In die werelden kan men onmogelijk een scherpe grens trekken tussen de groep van mensen en de groep van niet-mensen.

Aangezien een coherent ethisch systeem geen regels mag bevatten met vermijdbare willekeur, komen we zo tot een universele welzijnsethiek voor alle willende wezens. Dus niet enkel voor de moreelrationele wezens en de mentaal gehandicapte mensen, maar voor alle wezens met een wil en een welzijn.

Maar dan nog zijn er veel moreelrationele personen die morele intuïties hebben die indruisen tegen een dergelijke universele welzijnsethiek. Sommigen hebben de intuïtie dat men niet een persoon mag opofferen en tegen diens wil in gebruiken als middel om het welzijn van anderen te bevorderen. Sommigen hebben de intuïtie dat roofdieren (obligate carnivoren) mogen jagen om te overleven, ook al schaden ze het welzijn van talrijke prooien en weegt het welzijn van de roofdieren niet op tegen het welzijnsverlies van de prooien. Sommigen hebben de intuïtie dat ze hun dierbaren mogen helpen, zelfs al konden ze veel meer welzijn van anderen bevorderen door anderen te helpen in plaats van hun dierbaren.

Neem het voorbeeld van de roofdieren. Welke morele regel moeten we toevoegen aan een welzijnsethiek om de jacht van obligate carnivoren te kunnen rechtvaardigen? Er zijn twee dingen die we van elkaar moeten onderscheiden: de vraag welke morele regels de roofdieren moeten volgen (moeten ze de welzijnsethische regel volgen dat ze niet meer mogen jagen?) en de vraag welke morele regels andere moreelrationele personen (bv. wij) moeten volgen als ze een roofdier zien jagen en ze de prooi zouden kunnen beschermen.

Wat de eerste vraag betreft lijkt het eenvoudig: een roofdier in onze wereld heeft geen begrip van morele regels en is dus geen moreelrationeel wezen. We kunnen dan als nieuwe regel invoeren: een wezen dat geen moreel begrip heeft mag jagen om te overleven. Maar er is een mogelijke wereld denkbaar waar alle roofdieren wel moreelrationele wezens zijn. En in een andere mogelijke wereld zijn mensen obligate carnivoren. In die werelden zouden dan alle roofdieren volgens de welzijnsethiek de plicht hebben om niet meer te jagen. Die roofdieren zouden dan uitsterven, want ze hebben geen eten.

Als in onze wereld alle roofdieren van de ene dag op de andere zouden uitsterven, dan zou dat nefaste gevolgen kunnen hebben voor de andere dieren omdat ecosystemen ontregeld geraken. Het zou kunnen (hoewel het op lange termijn bekeken allesbehalve zeker is) dat het totale welzijnsverlies door het uitsterven van alle roofdieren groter is dan het welzijnsverlies van de prooien die opgejaagd worden door roofdieren. Dus volgens de regel van een welzijnsethiek zouden roofdieren in dat geval nog wel mogen jagen. Maar er is ook weer een mogelijke wereld denkbaar waar het uitsterven van alle roofdieren niet resulteert in een groter verlies van welzijn. Als we dan nog de morele intuïtie hebben dat roofdieren in die wereld mogen jagen, dan hebben we een andere regel nodig.

Een mogelijke regel die het jagen om te overleven toelaat in alle mogelijke werelden, verwijst naar de waarde van biodiversiteit. Als roofdieren niet meer mogen jagen om te overleven, dan zouden ze allemaal uitsterven en dan daalt de biodiversiteit. Dus een welzijnsethiek kunnen we uitbreiden met een ecologische ethiek die waarde toekent aan biodiversiteit. Roofdieren mogen nog jagen omdat hun bestaan bijdraagt aan de biodiversiteit.

Natuurlijk is er een mogelijke wereld denkbaar waar alle dieren (roofdieren en prooidieren) moreelrationele wezens zijn en waar de meeste moreelrationele wezens erg veel waarde hechten aan welzijn en heel weinig aan biodiversiteit. Die wezens gaan dan onderling tot een democratische consensus moeten komen en besluiten dat in hun wereld roofdieren niet meer mogen jagen. Wij hebben vanuit onze wereld geen stem in hun democratische beslissing. Dus we moeten aanvaarden dat in die andere mogelijke wereld de roofdieren uitsterven.

Dan is er nog de tweede vraag welke morele regels andere moreelrationele personen (bv. wij) moeten volgen als ze een roofdier zien jagen. In onze wereld hebben de meeste moreelrationele personen de intuïtie dat men niet moet ingrijpen om dat ene prooidier te beschermen tegen het roofdier. Misschien denken de meeste moreelrationele personen wel dat het onhaalbaar is om alle prooien te beschermen tegen alle roofdieren of dat het ingrijpen in de natuur leidt tot verstoringen van ecosystemen met meer leed tot gevolg. En dit kan dan in nieuwe morele regels gegoten worden waaruit volgt dat moreelrationele personen niet de plicht hebben om prooien te beschermen. Maar opnieuw zijn er mogelijke werelden denkbaar waar moreelrationele personen wel in staat zijn om alle prooien te beschermen en waar die bescherming niet leidt tot meer leed door verstoringen van ecosystemen. Indien wij nog steeds de morele intuïtie hebben dat in die denkbare werelden moreelrationele personen niet de plicht hebben om prooien te beschermen, dan moeten we op zoek gaan naar een andere regel, zoals de bovenvermelde regel die gebaseerd is op de waarde van biodiversiteit.

Conclusie

Als we vertrekken van de formule dat iedereen die morele regels moet volgen waarvan iedereen kan willen dat iedereen ze naleeft in alle mogelijke werelden, dan komen we alvast tot de volgende conclusies.

1) Elke moreelrationele persoon moet een coherent ethisch systeem construeren dat bestaat uit regels die iedereen (die ertoe in staat is) zou moeten volgen in alle mogelijke werelden. Die regels moeten onderling consistent zijn en mogen geen vermijdbare willekeur bevatten.

2) Als in een wereld verschillende coherente ethische systemen van verschillende moreelrationele personen met elkaar in conflict komen, dan moeten die personen onderling streven naar een tussenpositie of consensus waarbij ieders stem even sterk meetelt.

Deze conclusies werden bekomen door een gedachtenoefening waarbij men zich voorstelt dat men straks eender wie of wat kan zijn in eender welke mogelijke wereld, en men nu nog niet weet in welke wereld men terecht zal komen, wie of wat men zal zijn, wat men zal willen, welke morele intuïties men zal hebben en welke waarden men belangrijk zal vinden.

Dit bericht werd geplaatst in Artikels, Blog en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s