Hoe sterk is de ethische regel: “Als jij dat mag, dan ik ook”?

De gulden regel (“Behandel anderen zoals je zelf behandeld wil worden”) is één van de sterkste ethische regels waar men heel veel uit kan afleiden. Een variant van die gulden regel is: “Als jij dat mag doen, dan mag ik dat ook.” Die regel kunnen we iets preciezer formuleren: “Als jij iets mag doen, dan moet je daarvoor een rechtvaardigende regel kunnen geven waarvan je consistent kan willen dat iedereen die regel volgt.” Voor alles wat je doet moet je een dergelijke universeel toepasbare rechtvaardigingsregel kunnen geven. Als je zo geen regel kunt bedenken die, indien iedereen die regel zou volgen, botst met de belangrijkste dingen die je wil, dan mag je niet datgene doen of kiezen wat je wou doen.

Nog een variant van de gulden regel luidt: “Als jij iets mag doen, dan moet je kunnen willen dat iedereen het symmetrische equivalent mag doen.” Het symmetrische equivalent bestaat uit een gelijkaardige handeling waarbij in de beschrijving de voornaamwoorden “jij”, “jou” en “jouw” worden omgewisseld met respectievelijk “ik/hij/zij”, “mij/hem/haar” en “mijn/zijn/haar”. De posities van jou en iemand anders worden volledig omgewisseld. Hier volgen enkele voorbeelden die deze regel verduidelijken en aantonen dat men er heel veel uit kan afleiden.

Als jij op mijn wang mag slaan, mag ik dan op jouw wang slaan? Dat ga je niet willen. Als jij op jouw wang mag slaan, mag ik dan op mijn wang slaan? Dat kun je nog wel willen. Conclusie: iedereen mag op zijn eigen wang slaan maar niet op die van iemand anders als die ander dat niet wil.

Als jij jouw gekochte appel mag eten, mag ik dan ook mijn gekocht brood eten?  Broden en appels zijn gelijkaardig omdat het allebei dingen zijn die men kan kopen en eten. Conclusie: iedereen mag eten wat men gekocht heeft.

Als jij een gestolen TV mag gebruiken, mag ik dan een gestolen computer gebruiken? Je kunt niet willen dat ik jouw computer steel om te gebruiken. Conclusie: niemand mag iets stelen als we niet kunnen willen dat anderen iets gelijkaardigs mogen stelen in gelijkaardige situaties.

Als jij homoseksualiteit onzuiver, onheilig of walgelijk vindt en het daarom wil verbieden, mag iemand anders dan bijvoorbeeld gitaarspelen verbieden wanneer die persoon dat onbeschaafd, onwaardig of walgelijk zou vinden? Dat kun je niet willen. Conclusie: je mag niet iets verbieden omwille van bijvoorbeeld heiligheidsredenen of omdat je het walgelijk vindt.

Als jij iets mag afdwingen omwille van vage of onduidelijke redenen, mag ik dan ook iets afdwingen omwille van vage en onduidelijke redenen? Dat kun je niet willen. Conclusie: in onze ethiek moeten we ons beroepen op heldere, duidelijke en voor iedereen begrijpelijke argumenten.

Als jij mag zeggen dat we de Bijbel moeten volgen omdat de Bijbel het ware woord is van God, mag ik dan zeggen dat we de Bhagavat Gita moeten volgen omdat dat het ware woord is van Krishna? Nee, dat kan een Christen niet willen. Conclusie: we mogen niet zomaar een geloof in een god opdringen.

Als jij een levend wezen mag doden (of laten doden) om op te eten, mag ik dan een levend wezen doden? Je wil alvast niet dat ik jou dood om op te eten. Maar je wil nog wel een plant kunnen doden om op te eten. Dus je gaat een groep van levende wezens moeten afbakenen die we niet mogen doden en opeten. Bijvoorbeeld jouw familieleden en vrienden. Maar dan mag ik bepalen dat men niet mijn familieleden en vrienden mag opeten. Als jij iemand mag doden die niet tot jouw familie- en vriendenkring behoort, dan mag iedereen iemand anders doden die niet tot de eigen vriendenkring behoort, en dan mag iemand jou dus doden. Dat wil je niet. Conclusie: je moet een andere groep afbakenen. Misschien de groep van mensen en honden?

Als jij mag bepalen dat men niet iemand mag opeten die tot de soort van mensen of de soort van honden behoort, mag ik dan bepalen dat we niet iemand mogen opeten die tot de soort van varkens of de soort van kippen behoort? Of mag ik bepalen dat we niet iemand mogen opeten die tot de klassen van zoogdieren, vogels of vissen behoort? Jij moet dan aanvaarden dat je geen vlees en vis meer mag eten. Maar als ik mag bepalen dat we geen dieren mogen doden om te eten, dan mag jij dan weer bepalen dat we geen planten mogen doden om te eten, en dat wil ik niet. Dus ik mag niet zomaar de groep van dieren afbakenen. Conclusie: we kunnen niet zeggen dat we een levend wezen mogen doden als dat wezen niet behoort tot de groep van familieleden en vrienden, de groep van mensen en honden, de groep van zoogdieren en vissen of de groep van dieren. Hoe mogen we dan wel bepalen wie of wat we mogen doden om op te eten? Een eenvoudige oplossing is: we mogen geen enkel levend wezen tegen diens wil in doden om op te eten. Als jij niet een levend wezen mag doden tegen diens wil in, dan mag ik dat ook niet. Zoiets kunnen we nog wel willen. Ik mag dan jou niet doden tegen je wil in. Maar jij en ik mogen dan nog wel een plant doden, want een plant heeft geen wil.

Als jij zonder goede redenen mag beweren dat jouw morele intuïties en opvattingen beter of betrouwbaarder zijn dan die van anderen, mag ik dan beweren dat mijn morele intuïties beter zijn dan die van jou? Dat kun je niet willen. Conclusie: we mogen niet zomaar ervan uitgaan dat onze eigen morele intuïties beter zijn dan die van anderen.

Als jij jouw ethiek mag volgen, mag ik dan mijn ethiek volgen? Als mijn ethiek vol zit van inconsistenties, willekeur en vaagheden, kun je niet willen dat ik mijn ethiek volg. Conclusie: als mijn ethiek even coherent is als jouw ethiek en als jij jouw ethiek wil kunnen volgen, dan moet je tolereren dat ik mijn coherente ethiek volg.

Als jij inconsistente regels mag volgen in jouw ethiek en bijvoorbeeld mag zeggen dat A beter is dan B en tegelijk A niet beter is dan B, mag ik dan ook inconsistente regels volgen? Ik zou dan mogen beweren dat jij en ik even belangrijk zijn (daar heb je vermoedelijk geen probleem mee), en toch zou ik jou mogen behandelen als minderwaardig, omdat ik tegelijk mag beweren dat ik belangrijker ben dan jij. Dat kun je niet willen. Conclusie: we moeten inconsistenties in onze ethiek vermijden.

Als jij naar willekeur jouw slachtoffers mag kiezen, mag ik dan naar willekeur mijn slachtoffers kiezen? Ook dat kun je niet willen. Conclusie: we mogen niet zomaar naar willekeur slachtoffers kiezen.

Als jij jouw ethiek mag naleven, mag een racist dan zijn ethiek naleven? Mag een pedofiel dan zijn ethiek naleven? Mag een verkrachter dan zijn ethiek naleven? Mag een religieus fundamentalist dan zijn ethiek naleven? Dat kun je niet zomaar willen. Maar de ethische systemen van racisten, pedofielen, verkrachters en religieus fundamentalisten bevatten inconsistenties, willekeur, onwetenschappelijke opvattingen en vaagheden. Conclusie: als jouw ethisch systeem coherenter is dan die van anderen (dus als jouw ethisch systeem geen inconsistenties, vaagheden en vermijdbare willekeur bevat), dan mag je zeggen dat jouw ethisch systeem beter is dan die van anderen en dan mag je strijden tegen de incoherente ethische systemen van bijvoorbeeld racisten en verkrachters.

Dit bericht werd geplaatst in Blog. Bookmark de permalink .

3 reacties op Hoe sterk is de ethische regel: “Als jij dat mag, dan ik ook”?

  1. Talpe zegt:

    In je laatste alinea ga je er met de grove borstel doorheen. Je stelt juridisch strafbare feiten (pedofilie, verkrachting) op gelijke voet met religieus/politiek geladen begrippen (racisme, religieus fundamentalisme). Op basis van een strafblad kan men de pedofielen onderscheiden van de niet-pedofielen, de verkrachters van de niet-verkrachters en bijgevolg houdt je redenering van de laatste alinea stand. Als men zich baseert op de strafrechtelijke uitspraken, dan zijn er zeer weinig ‘racisten’ en ‘religieus fundamentalisten’ en kan men moeilijk de heisa begrijpen die mensen maken rond racisme en religieus fundamentalisme. Toch worden de begrippen ‘racisme’ en ‘religieus fundamentalisme’ in de media en de politieke discours te pas en te onpas gebruikt. Volgens sommige bronnen zou ten minste een derde van de populatie ‘racistisch’ zijn. Dit strookt helemaal niet met de strafrechtelijke uitspraken. Men dient bijgevolg te erkennen dat het begrip ‘racisme’ sterk is uitgehold. Dit geldt ook al voor het begrip ‘religieus fundamentalisme’. Personen riskeren als ‘religieus fundamentalist’ te worden bestempeld als ze een lange baard hebben en zich godsvruchtig gedragen. Het zijn voorbeelden van uitgeholde begrippen.
    Daarom is het mijns inziens intellectueel onjuist om in een strikt logische redenering uitgeholde begrippen als ‘racisme’ en ‘religieus fundamentalisme’ gelijk te stellen met duidelijk afgebakende begrippen als ‘pedofilie’ en ‘verkrachter’.
    We dienen tevens te erkennen dat ‘racisme’ en ‘religieus fundamentalisme’ begrippen zijn die heel gemakkelijk worden misbruikt om iemand die er een andere mening op na houdt, te stigmatiseren. Het is een valse en tevens populaire manier om z’n opponent monddood trachten te maken. En juist dit maatschappelijk fenomeen is de achillespees in heel je redenering, in ‘t bijzonder in je laatste alinea.

    • stijnbruers zegt:

      Met racisme bedoelde ik iemand die beweert dat één bevolkingsgroep (ras of etnische groep) een hogere morele status heeft dan andere groepen, dus dat iemand van die ene groep meer of sterkere rechten heeft dan leden van de andere groepen. Als een racist zoiets mag beweren, dan mag ik beweren dat ik meer rechten heb dan die racist, en dat kan die racist niet willen.
      Met religieus fundamentalisme bedoelde ik iemand die voorstander is van bv. de shariawet, besnijdenis, burka’s en terroristische aanslagen op ongelovigen.

      • Talpe zegt:

        Het was me wel duidelijk wat je bedoelde. Als een lid van Pegida beschuldigend naar elke bebaarde moslim wijst is dit een uitholling van het begrip ‘religieus fundamentalisme’. Het zelfde geldt voor de ‘correct denkende’ mens die met een beschuldigende vinger wijst naar elkeen die zich kritisch uitlaat over onze multiculturele samenleving. Ook hier is er sprake van uitholling van het begrip ‘racisme’. Beide begrippen worden dermate elastisch dat ze nog moeilijk hanteerbaar worden in een ernstige discussie.
        In mijn ogen heb je een strikt logische stap-per-stap redenering opgebouwd die zou moeten leiden naar een eindredenering. Maar door juist dergelijke elastische begrippen in je eindredenering te gebruiken, ondermijn je heel je betoog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s