Effectief in middelen, consequent in doelen, deel 1: de middelen

Zie hier voor deel 2: de doelen

“Effectief in middelen, consequent in doelen.” Dat zou de slogan kunnen zijn van een rationele ethiek. Maar net zoals er optische illusies bestaan en onze zintuigen daarom niet altijd te vertrouwen zijn, zo bestaan er morele illusies en spontane denkfouten waardoor er irrationele elementen in onze ethiek sluipen. Dan kiezen we middelen die niet doeltreffend zijn en kiezen we doelen die inconsistent en willekeurig zijn. Hieronder volgt een lijst van spontane denkfouten en morele illusies die relevant zijn in de ethiek. Dit eerste deel gaat over de denkfouten bij keuze van middelen. In een tweede deel zullen de denkfouten aan bod komen bij de bepaling van doelen.

Oordelen over wetenschappelijke bevindingen

De keuze van effectieve middelen wordt vaak belemmerd door een geloof in onwetenschappelijke stellingen.

Pseudowetenschap: de neiging om pseudowetenschappelijke beweringen te geloven die ingaan tegen een wetenschappelijke consensus. Er is al zeker sprake van een wetenschappelijke consensus als onafhankelijke wetenschappelijke academies een duidelijke positie innemen, een meerderheid van experten een bepaalde opvatting deelt en er grote peer-reviewed meta-analysestudies zijn die bv. kijken naar gerandomiseerde, gecontroleerde experimenten. Zo zorgt het pseudowetenschappelijke geloof dat vaccins meer gezondheidsrisico’s dan gezondheidsvoordelen bieden ervoor dat men het doel van gezondheid niet doeltreffend nastreeft.

Oordelen over campagnes

Sommige spontane denkfouten zorgen ervoor dat we blijven inzetten op ineffectieve campagnes.

Verzonken kosten denkfout (sunk cost fallacy): de fout om rekening te houden met verzonken kosten. Dat zijn kosten die reeds gemaakt zijn maar geen effect meer hebben en niet meer ongedaan te maken zijn. Men heeft bijvoorbeeld sterk geïnvesteerd in een campagne die niet meer doeltreffend is en men is niet bereid die campagne los te laten en te focussen op iets anders dat meer nut heeft. https://nl.wikipedia.org/wiki/Sunk_costs

Enkel-doel-neiging (single objective bias): de neiging om bij een maatregel die tegelijk twee of meerdere doelen dient kritiek te geven op anderen die de maatregel promoten omwille van een doel dat men zelf niet centraal plaatst. Die kritiek verzwakt de effectiviteit van de maatregel. Men kan bijvoorbeeld veganisme promoten omwille van gezondheidsredenen of omwille van dierenrechten. Dierenrechtenactivisten die hun doel van dierenrechten zo centraal stellen dat ze sterke kritiek uiten op het gezondheidsveganisme, hebben een enkel-doel-neiging. Ze ondergraven daarbij de effectiviteit van veganistische campagnes. De enkel-doel-neiging heeft gelijkenissen met het overrechtvaardigingseffect waarbij een externe beloning een intrinsieke motivatie kan tegenwerken (zie https://en.wikipedia.org/wiki/Overjustification_effect).  https://stijnbruers.wordpress.com/2015/03/01/the-single-objective-bias/

Oordelen over veranderingen en interventies

Sommige denkfouten zorgen ervoor dat we te conservatief en te terughoudend zijn bij interventies.

Status quo bias: het geloof dat de huidige situatie (de status quo) beter is dan alternatieven, zonder dat men goede redenen heeft dat dit de situatie is die het beste het gewenste doel realiseert. Status quo bias kan men nagaan met de omkeringstest: wanneer men denkt dat een interventie slecht is als die interventie een bepaalde parameter in een bepaalde richting opschuift, ga dan na of een interventie ook slecht is als die de parameter in de tegengestelde richting verschuift. Indien beide interventies slecht zijn, dan zou de huidige toestand (de status quo volgens de huidige waarde voor de parameter) optimaal zijn. Als men geen goede reden kan geven waarom de huidige toestand optimaal is, dan heeft men een status quo bias. Vergelijk het met een topografische landkaart met bergen en dalen. Een optimale toestand komt overeen met een bergtop en de huidige toestand komt overeen met een bepaald punt op de kaart. Als de huidige toestand een willekeurig punt is op de kaart, is de kans erg klein dat het punt toevallig een bergtop is. Om na te gaan of de huidige toestand een optimale toestand is, moet men de toestand in verschillende richtingen verschuiven. Als een verschuiving in de ene richting een stijging oplevert en in een andere richting een daling, dan is de huidige toestand geen bergtop. Status quo bias komen we onder andere tegen bij de vraag of we mensen mogen verbeteren door nieuwe technologieën en de vraag of we in de natuur mogen ingrijpen om het dierenleed te verminderen. Als men bijvoorbeeld gelooft dat het verhoging van menselijke vermogens zoals intelligentie ongewenst is, is een verlaging van die vermogens dan ook ongewenst? Indien ja, dan zouden de huidige menselijke vermogens op het optimum liggen. En dat zou wel erg toevallig zijn als men daar geen goede verklaring voor kan geven. Of als men bijvoorbeeld gelooft dat het verminderen van het aantal roofdieren niet goed is omdat het extra leed kan veroorzaken door een verhoogde concurrentie onder de prooidieren, is een verhoging van het aantal roofdieren dan ook ongewenst? Indien ja, dan gelooft men dat het huidige aantal roofdieren optimaal is in de zin dat het dierenleed bij dat aantal minimaal is. Dat zou wel erg toevallig zijn. Een derde voorbeeld is het bezwaar dat sommigen uiten tegen de adoptie van kinderen door homoseksuele ouders, uit schrik dat een kind benadeeld wordt (bv. minder sociale intelligentie ontwikkelt) als het opgroeit in een gezin met homoseksuele ouders. Stel dat wetenschappers ontdekken dat kinderen die opgroeien in homogezinnen net bevoordeeld worden (bv. betere sociale vaardigheden ontwikkelen) dan kinderen in een heterogezin. Is men dan bereid adoptie door hetero-ouders te verbieden en homogezinnen te promoten? https://en.wikipedia.org/wiki/Status_quo_bias

Systeemrechtvaardiging (system justification): een behoefte om de huidige sociale toestand als eerlijk en rechtvaardig te zien, omdat men bijvoorbeeld graag orde en stabiliteit wil. Daardoor riskeert men veranderingen tegen te houden die beter het gewenste doel realiseren. Systeemrechtvaardiging verwijst naar een behoefte of motivatie, terwijl status quo bias verwijst naar een geloof of oordeel over de huidige situatie. https://en.wikipedia.org/wiki/System_justification

Rechtvaardige wereld hypothese (just world hypothesis): het geloof dat het ongeluk dat een slachtoffer overkomt de schuld of het verdiende loon is van dat slachtoffer zelf. Alsof de wereld een onzichtbare kracht heeft die het moreel evenwicht herstelt: goede daden zullen uiteindelijk beloond worden en slechte daden zullen bestraft worden. Hierdoor riskeert men om onrechtvaardige situaties in stand te houden, slachtoffers niet voldoende te helpen en zelfs slachtoffers te minachten (denken dat het slachtoffer slecht is omdat het iets slechts overkomt). Het kan ook meespelen bij een weerstand om in te grijpen in de natuur om dierenleed te verminderen. Men gelooft dat het leed dat veroorzaakt wordt door roofdieren gerechtvaardigd is omdat zonder roofdieren zieke prooidieren niet meer gedood worden en dus andere dieren gaan besmetten, omdat zwakke prooidieren zich kunnen voortplanten en dus de populatie verzwakken of omdat de prooidieren zo sterk in aantal kunnen toenemen dat hun onderlinge concurrentiestrijd verhoogt. Alsof de pijnlijke dood door roofdieren dus het verdiende loon is van de zieke, zwakke en concurrerende prooidieren. https://en.wikipedia.org/wiki/Just-world_hypothesis

Oordelen over risico’s

Sommige denkfouten zorgen ervoor dat we risico’s fout inschatten.

Normaliteitseffect (normalcy bias): het onderschatten van de kans op een ramp en van de impact van een ramp. https://en.wikipedia.org/wiki/Normalcy_bias

Nulrisico voorkeur (zero risk bias): de neiging om de volledige vermijding van een risico te verkiezen, zelfs wanneer alternatieve opties een grotere vermindering van een ander risico opleveren. Stel dat je moet kiezen uit twee maatregelen: maatregel 1 reduceert het risico op ziekte A van 0,1% naar 0%, maatregel 2 reduceert het risico op een even slechte ziekte B van 50% naar 49%. Als je maatregel 1 verkiest om zeker te ontsnappen aan ziekte A terwijl je toch als doel hebt om zoveel mogelijk ziektes te vermijden, dan heb je een irrationele nulrisicovoorkeur. Maatregel B is 10 keer effectiever, want bij maatregel B wordt het risico met 1% gereduceerd in plaats van met 0,1%. https://en.wikipedia.org/wiki/Zero-risk_bias

Oordelen over prioriteiten

Sommige denkfouten zorgen ervoor dat we niet de juiste prioriteiten stellen.

Omvangverwaarlozing (scope neglect): de inschatting van de ernst van een probleem is niet in verhouding tot de grootte van het probleem. Als men bijvoorbeeld evenveel geld geeft voor rampenhulp wanneer er bij die ramp 10.000 slachtoffers vielen als wanneer er 1 miljoen slachtoffers vielen, dan negeert men volledig de omvang van de ramp. Indien het doel is om zoveel mogelijk slachtoffers te redden, dan zal men door deze foute inschatting minder goed prioriteiten kunnen stellen en er niet in slagen om zo effectief mogelijk het doel te bereiken. Een ander voorbeeld is wanneer men geen relevant verschil ziet tussen de kans op een grote ramp van 0,0001% en 0,000001%. Als de ramp groot is, dan is er wel een relevant verschil tussen deze percentages. https://en.wikipedia.org/wiki/Scope_neglect

Identificeerbaar slachtoffer effect (identifiable victim effect): de neiging om meer hulp te bieden aan één specifiek, identificeerbaar slachtoffer dan aan een grote, vage groep van slachtoffers die men sterker kan helpen. Zo riskeert men dat hulp niet effectief besteed wordt. https://en.wikipedia.org/wiki/Identifiable_victim_effect

Beschikbaarheidsheuristiek (availability heuristic): de neiging om meer aandacht te besteden aan een probleem dat men zich snel of levendig kan herinneren. Zo riskeert men meer aandacht te schenken aan terroristische kapingen van vliegtuigen in plaats van aan vroegtijdige sterfte door fijnstof of milieuvervuiling, terwijl men op het vlak van milieuvervuiling meer levens kan redden met evenveel middelen. https://nl.wikipedia.org/wiki/Beschikbaarheidsheuristiek

Futiliteitsdenken (futility thinking): de neiging om een probleem minder snel aan te pakken als de aanpak niet het probleem volledig kan oplossen. Deze neiging heeft dezelfde structuur als de nulrisicovoorkeur. Stel dat je moet kiezen tussen twee interventies die even kostelijk zijn. Interventie 1 elimineert ziekte A volledig en redt 10 zieken van de 10 (dus niemand sterft). Interventie 2 reduceert ziekte B met slechts 2% en redt 20 zieken van de 1000 (dus 980 personen sterven). Als het doel is om zoveel mogelijk levens te redden, dan is interventie 2 dubbel zo doeltreffend dan interventie 1. Als je toch interventie 1 verkiest omdat interventie 2 ziekte B met slechts 2% reduceert terwijl interventie 1 ziekte A met 100% elimineert, dan doe je aan ineffectief futiliteitsdenken. http://nonprofit.about.com/od/fundraising/a/whydonorsdontgive.htm

Morele zwaartekracht denkfout (moral gravity bias): wanneer iemand anders een morele evaluatie heeft over twee items die verschilt van de eigen morele evaluatie, bestaat er de neiging om te denken dat de totale beoordeling van beide items door de ander lager is dan de eigen totale beoordeling (met andere woorden: dat de ander één van de items sterk onderwaardeert). Stel dat persoon X vindt dat A minder erg is dan B terwijl persoon Y vindt dat A en B even erg zijn. Als er zich een situatie zou voordoen waar zowel A als B het geval zijn, dan maakt persoon Y een morele zwaartekracht denkfout als hij zonder reden gelooft dat X die situatie minder erg vindt dan wat Y ervan vindt. De morele zwaartekracht denkfout duikt vooral op bij situaties met een sterke emotionele waarde en verhindert ons om een goed gesprek te voeren over prioriteiten. Stel dat we moeten kiezen tussen A) het maken van mooie muziek, B) het ontwikkelen van prothesen voor gehandicapten of C) het verspreiden van muskietennetten tegen malaria. We kunnen gemakkelijk zeggen dat B en C beter zijn dan A. Maar stel dat jij B en C even goed vindt terwijl ik C veel beter vindt dan B. Dan ga je misschien erg verontwaardigd zijn en denken dat ik B niet zo belangrijk vindt, terwijl je ook had kunnen concluderen dat ik C dan wel bijzonder waardevol moet vinden. Misschien vind ik B wel even waardevol als wat jij van B vindt, maar vind ik C veel waardevoller dan wat jij van C vindt. Door je verontwaardiging en je morele zwaartekracht denkfout wordt het moeilijk om een open gesprek te voeren over het maken van keuzes tussen belangrijke maatregelen. https://stijnbruers.wordpress.com/2014/08/08/the-moral-gravity-bias/

Oordelen over straffen en morele verantwoordelijkheid

Sommige denkfouten zorgen ervoor dat we niet daders straffen of verantwoordelijk stellen op een manier die het beste past bij onze doelen. Als straffen een middel is tot een doel, dan is het belangrijk te weten welk doel een straf moet dienen. Als het doel is om extra schade te voorkomen, dan kan men een dader behandelen zoals iemand met een gevaarlijke besmettelijke ziekte: een gevangenisstraf is dan te vergelijken met het plaatsen van een zieke in quarantaine. Als het doel is om andere potentiële delinquenten af te schrikken, dan kan men onderzoeken welke strafmaat het sterkste afradende effect heeft. Of misschien is het doel het verhogen van het welzijn van het slachtoffer (of van diens nabestaanden). Vele spontane denkfouten over morele verantwoordelijkheid komen niet overeen met deze doelen.

Moreel geluk (moral luck): de neiging om een sterkere morele verantwoordelijkheid toe te schrijven aan een dader omwille van omstandigheden waar de dader geen vat op had. Stel dat chauffeur A even niet oplet, door een rood licht rijdt en een overstekende voetganger doodrijdt. Chauffeur B rijdt ook omwille van onoplettendheid door een rood licht, maar in zijn situatie is er toevallig geen voetganger en sterft er dus niemand. Als men vindt dat A een zwaardere straf verdient dan B omdat A iemand heeft doodgereden, terwijl men tegelijk vindt dat men niet zwaarder mag gestraft worden voor iets waar men niet kan aan doen, dan maakt men een moreel geluk denkfout. Aangezien men de omstandigheden niet kan kiezen, men de eigen persoonlijkheid, opvoeding, genen of hersenen niet kan kiezen en er vele wetenschappelijke redenen zijn om te twijfelen aan het bestaan van een vrije wil, moeten we het idee van straffen grondig herbekijken. https://en.wikipedia.org/wiki/Moral_luck

Fundamentele attributiefout (fundamental attribution error): de neiging om gedragingen van anderen toe te schrijven aan hun persoonlijkheid of karakter in plaats van aan omgevingsfactoren. Situationele factoren die buiten een persoon liggen, worden onderschat, terwijl dispositionele factoren die binnen een persoon liggen worden overschat. Door deze denkfout riskeert men een onaangepaste strafmaat te kiezen en op een weinig effectieve manier het negatieve gedrag van de ander te beïnvloeden. https://nl.wikipedia.org/wiki/Fundamentele_attributiefout

Negativiteitseffect (negativity effect): de neiging om bij het beoordelen van het gedrag van een persoon die men niet aanstaat diens positieve gedrag toe te schrijven aan de omgeving (de omstandigheden) en diens negatieve gedrag toe te schrijven aan de aard of het karakter van die persoon. Zoals bij de fundamentele attributiefout kan het negativiteitseffect leiden tot een onaangepaste strafmaat en tot ongewenste vooroordelen tegenover anderen. https://en.wikipedia.org/wiki/Negativity_effect

Neveneffect effect (side effect effect of Knobe effect): een asymmetrie tussen het toeschrijven van morele verantwoordelijkheid in situaties van niet-intentionele schade of hulp. Stel dat een bedrijfsleider een maatregel kiest die maximale winst garandeert en als neveneffect heeft dat omwonenden worden geschaad. Stel dat een andere bedrijfsleider een maatregel kiest die maximale winst garandeert en als neveneffect heeft dat omwonenden worden geholpen. Beide bedrijfsleiders zijn enkel geïnteresseerd in maximale winst. Er is sprake van het neveneffect effect wanneer men vindt dat de eerste bedrijfsleider moreel verantwoordelijk is voor de schade terwijl men vindt dat de tweede bedrijfsleider niet moreel verantwoordelijk is voor de hulp aan de omwonenden. Dit effect kan leiden tot ondoeltreffende keuzes van straffen en belonen. https://en.wikipedia.org/wiki/Joshua_Knobe

Dit bericht werd geplaatst in Artikels, Blog en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s