De twijfel over biovoeding

Disclaimer: onderstaand artikel bevat mijn persoonlijke standpunten, dus niet noodzakelijk de standpunten van de milieuorganisaties waar ik bij betrokken ben. De standpunten die ik inneem zijn gebaseerd op mijn persoonlijke waarden en op de wetenschappelijke studies die ik tot nu toe (november 2016) tegenkwam. Argumenten of verwijzingen naar andere betrouwbare wetenschappelijke studies die onderstaande standpunten kunnen beïnvloeden, zijn welkom. Het is dan ook mogelijk dat dit artikel in de toekomst geüpdate wordt met nieuwe inzichten.

Wat zijn de meest effectieve maatregelen die we kunnen nemen om het milieu te helpen, en welke maatregelen halen weinig of niets uit voor het milieu? Dat is de vraag die gesteld wordt door de effective environmentalists, een groep binnen de sterk groeiende effective altruism beweging. Effectieve milieuactivisten stellen zich als doel om zoveel mogelijk biodiversiteit te beschermen, zo weinig mogelijk toekomstige generaties te belasten en zo sterk mogelijk milieugerelateerde gezondheidsproblemen terug te dringen. Biodiversiteit, gezondheid en intergenerationele rechtvaardigheid zijn centrale waarden voor de effectieve milieuactivisten.

Het nieuwe aan het effective environmentalism is dat de milieuactivisten in het nastreven van hun doelen op een wetenschappelijke en kritisch denkende manier de effectiefste middelen zoeken en twijfels hebben bij een aantal populaire milieumaatregelen. Ze behoren dus niet alleen tot de milieubeweging die strijdt tegen milieuproblemen, maar ook tot de wetenschappelijk-skeptische beweging die strijdt tegen pseudowetenschap.

Een populaire milieumaatregel waar veel effectieve milieuactivisten over twijfelen, is biologische landbouw. (Zie bv. http://www.benkuhn.net/alice#environmentally-friendly-diets.) Is biolandbouw echt wel beter voor bijvoorbeeld de biodiversiteit en de gezondheid dan niet-biologische, gangbare landbouw? In wat volgt geef ik aanwijzingen voor de stelling dat de voordelen van biolandbouw door veel milieuactivisten overschat worden. Het promoten van biovoeding zou daarom minder prioriteit moeten krijgen ten opzichte van andere belangrijke milieumaatregelen.

Bio en milieu

Hoe kunnen we best nagaan in hoeverre biolandbouw beter is voor het milieu? Door te kijken naar wat de landbouwwetenschap erover te zeggen heeft. Wat zijn de meest betrouwbare wetenschappelijke studies over de milieueffecten van biolandbouw? Waarschijnlijk zijn dat de meta-analyses van vergelijkende studies: systematische overzichtsstudies die de resultaten samenvatten van vele vergelijkende studies die de milieu-impacten van biolandbouw vergelijken met die van gangbare landbouw.

De afgelopen jaren verschenen er een paar relevante meta-analyses over biolandbouw.[1] Wat blijkt volgens deze overzichtsstudies? Ten eerste is de soortenrijkdom op biologische velden ongeveer 30% hoger dan op niet-biologische landbouwgronden. Biolandbouw lijkt dus op het eerste zicht beter te zijn voor de biodiversiteit. Maar een groot probleem van de biolandbouw is het landgebruik. Biolandbouw heeft ongeveer 20% lagere opbrengsten, wat wil zeggen dat er meer grond nodig is voor dezelfde hoeveelheid voeding. Als we meer biovoeding eten, hebben we meer gronden nodig, en dat leidt tot extra ontbossing en dus minder natuurgebieden. De biodiversiteit van een natuurgebied is veel groter dan die van een landbouwgrond. Het inpalmen van natuurgebied door landbouw is waarschijnlijk de grootste bedreiging voor de biodiversiteit op het land.

Biolandbouw kent meer biodiversiteit op de akkers maar minder biodiversiteit (natuurgebied) rond de akkers. Dat is een moeilijke afweging. Het is nog niet zo duidelijk of biolandbouw wel beter is voor de landschapsbiodiversiteit, de regionale biodiversiteit op en rond de akkers. Er is alvast één studie die het totale effect van biolandbouw op de landschapsbiodiversiteit tracht in te schatten en als resultaat opleverde dat er geen relevant verschil is tussen biolandbouw en gangbare landbouw.[2] Gangbare geïntegreerde landbouw met aanliggende natuurgebieden kan ook even goed zijn voor de biodiversiteit als biolandbouw. Er blijven nog veel belangrijke vragen onbeantwoord.[3]

De lagere opbrengsten van biolandbouw maken het moeilijk om in 2050 iedereen biologisch te voeden zonder extra ontbossing. Dat blijkt uit een recente studie in Nature waarin 500 landbouwscenario’s werden doorgerekend.[4] De scenario’s die uitgingen van gewasopbrengsten van biolandbouw gaven telkens aan dat de huidige oppervlakte landbouwgrond te beperkt is om de wereldbevolking te voeden, behalve als iedereen ook veganistisch zou eten.

Hoe zit het met vervuiling en effecten op globale biodiversiteit door biolandbouw? De meta-analyses geven aan dat op het vlak van klimaatopwarming (broeikasgasuitstoot), eutrofiëring (vermesting en zuurstofdaling in rivieren en zeeën) en verzuring er geen relevant verschil is tussen biolandbouw en gangbare landbouw, als we deze milieu-impacten uitdrukken per kilogram voeding. Dus één kilogram biologische aardappelen heeft dezelfde impact als één kilogram niet-biologische aardappelen.

Misschien kent de biolandbouw iets meer bodemerosie omdat bioboeren geen synthetische herbiciden mogen gebruiken en daardoor vaker de grond omploegen om onkruid te bestrijden, maar daar zijn geen duidelijke aanwijzingen voor en bioboeren gebruiken ook technieken die bodemerosie tegengaan. Uit de meta-analyses blijkt dat biologische landbouwgronden ongeveer 10% meer organisch materiaal hebben en dus een betere bodemkwaliteit hebben dan niet-biologische landbouwgronden. Maar dat komt voornamelijk door de hogere input van organisch materiaal zoals dierlijke mest en groenbemesters. De bijhorende veeteelt en groenbemesting gaan dan weer gepaard met een hoger landgebruik. En de effecten van landbouwsystemen op de bodemkwaliteit kunnen ook plaatsafhankelijk zijn: alvast volgens één langetermijnstudie zou de gangbare landbouw in koudere gebieden voor een betere bodemkwaliteit kunnen zorgen dan de biologische landbouw.[5]

Dan is er nog de vraag over de vervuiling door giftige pesticiden. De meeste mensen die biologische voeding kopen, denken dat biolandbouw geen gebruik maakt van schadelijke pesticiden. Het verschil tussen biologische en gangbare landbouw is dat er in biologische landbouw geen synthetische pesticiden worden gebruikt (op een paar uitzonderingen na), maar nog wel zogenaamde natuurlijke pesticiden. Natuurlijke pesticiden zijn pesticiden die van natuurlijke bronnen komen en men dus in de natuur kan aantreffen.

Veel wetenschappers die de toxiciteit van pesticiden onderzoeken, kwamen tot de vaststelling dat natuurlijke pesticiden niet altijd veiliger zijn dan synthetische. Enkele voorbeelden van natuurlijke pesticiden die in de Amerikaanse of Europese biolandbouw gebruikt mogen worden, zijn: kopersulfaat (zeer persistent en meer dan 10 keer giftiger dan synthetische fungiciden volgens LD50 toxiciteitswaarden), pyrethrine (giftig voor bijen en vaak geproduceerd met bloemen waardoor er extra landbouwgrond nodig is), waterstofperoxide (giftig voor bijen), kalkzwavel (kan brandwonden veroorzaken en is extreem giftig voor aardwormen), rotenone (veertig keer giftiger dan de meest gebruikte herbicide glyfosaat volgens LD50 toxiciteitswaarden), nicotinesulfaat (100 keer giftiger dan glyfosaat), azadirachtin (dodelijk voor bijen[6] en andere onschadelijke ongewervelde dieren, kan hersenziektes bij kinderen veroorzaken), eucalyptusolie (dodelijk voor bijen) en methylbromide.

Bioboeren gebruiken vaak minder effectieve pesticiden waardoor het kan gebeuren dat ze meer moeten sproeien. Er is alvast één studie over soja die aanwees dat biologische pesticiden in vergelijking met synthetische pesticiden niet effectief zijn in het verminderen van milieurisico’s. De biopesticiden waren minder doeltreffend in het bestrijden van bladluizen, waren even giftig of soms zelfs giftiger voor sommige natuurlijke vijanden van bladluizen en hadden een hogere Environmental Impact Quotient dan de synthetische pesticiden.[7] Dat is niet geheel verwonderlijk: de biolandbouw beperkt zich tot de keuze van natuurlijke pesticiden, terwijl de gangbare landbouw een veel groter keuzeaanbod heeft van zowel natuurlijke als synthetische pesticiden. Aangezien natuurlijkheid van een pesticide niet gecorreleerd is met giftigheid, zou het best kunnen dat sommige synthetische pesticiden minder giftig zijn dan natuurlijke pesticiden. Maar die veiligere synthetische pesticiden mogen niet in de biolandbouw gebruikt worden.

In de biolandbouw mogen geen genetisch gemanipuleerde gewassen (ggo’s) geteeld worden. Door genetische manipulatie werden gewassen zoals katoen en maïs ontwikkeld die resistent zijn tegen rupsenvraat. Die zogenaamde Bt-gewassen produceren een insectengif dat natuurlijk is in de zin dat de bacterie Bacillus thuringiensis ook dit Bt-insectengif aanmaakt. Vandaar dat bioboeren hun gewassen mogen besproeien met Bt-insecticide. Nu blijkt uit een meta-analyse dat er op velden met insectenresistente ggo’s meer onschadelijke ongewervelde diersoorten (bv. insecten en spinnen) zijn dan op velden waar insectengif gesproeid wordt.[8] De Bt-ggo’s maken zelf insectengif aan, dus voornamelijk de schadelijke insecten die van het gewas eten worden getroffen. Bij het sproeien van Bt-insecticiden, zoals in de biolandbouw toegelaten is, worden veel meer insectensoorten getroffen, inclusief insecten die niet schadelijk zijn. Uit een andere meta-analyse blijkt dat de Bt-ggo’s zorgden voor een sterke daling van het pesticidengebruik.[9]

Het is dus vreemd dat ggo’s zoals Bt-gewassen niet toegelaten zijn in de biolandbouw. De Bt-gewassen zijn beter voor de insectenbiodiversiteit, de Bt-genen in de gewassen zijn natuurlijk want ze komen ook voor in natuurlijke bacteriën, en het Bt-insectengif is ook natuurlijk want het mag gebruikt worden in de biolandbouw.

Eén van de redenen waarom ggo’s niet toegelaten zijn in de biolandbouw, is het risico op een ongecontroleerde verspreiding van de ggo’s in het milieu waardoor de biodiversiteit wordt bedreigd. De ironie wil dat dergelijk risico nog steeds niet is vastgesteld bij ggo’s, terwijl er al wel gevallen bekend zijn van biologische bestrijding die uit de hand liepen. Exotische lieveheersbeestjes, snuitkevers en sluipvliegen werden, soms door bioboeren, geïntroduceerd in de VS en Europa met als doel locale insectenplagen of onkruiden te bestrijden. Die geïntroduceerde dieren mogen dan wel natuurlijk zijn, een aantal van die exoten zijn zich gaan gedragen als hinderlijke, invasieve soorten die de locale biodiversiteit bedreigen.[10]

Conclusie: er zijn zeer weinig wetenschappelijk onderbouwde aanwijzingen dat biovoeding beter zou zijn voor het milieu. Het is moeilijk te zeggen of de totale milieuvoetafdruk van biovoeding lager is dan van gangbare voeding. Wat dierlijke producten betreft zijn er wel meer aanwijzingen dat biologische dierlijke producten een hogere milieu-impact hebben dan niet-biologische producten.[11] Dat komt omdat de dieren in de bioveeteelt langer leven en zodoende meer grondstoffen (veevoeders, energie, water) nodig hebben en meer vervuiling (mest en broeikasgassen) produceren. Koeien die meer gras eten, zoals in de biolandbouw gebruikelijk is, stoten ook meer van het krachtige broeikasgas methaan uit.

Bio en gezondheid

Hoe zit het dan met de gezondheidsvoordelen van biovoeding? We kunnen kijken naar anekdotes of individuele studies, maar dan zijn we wel een tijdje zoet. Opnieuw kunnen we een binnendoorweg nemen en meteen kijken naar de systematische overzichtsstudies.[12] De eenvoudige conclusie is: er is geen deftig wetenschappelijk bewijs dat biovoeding gezonder is dan gangbare voeding.

Op het vlak van voedingswaarde, zoals de hoeveelheid vitaminen of mineralen, zien we alvast geen relevante verschillen tussen biologische en niet-biologische voeding.[13] Het blijft bij enkele anekdotes: biomelk kan bijvoorbeeld meer omega-3 en ijzer bevatten, maar dan weer minder jodium en selenium.[14] Ook hier is het weer ironisch dat biolandbouw het gebruik van ggo’s afzweert, want er zijn ggo’s in ontwikkeling die meer voedingswaarde hebben dan gangbare gewassen, zoals gouden rijst dat beta-caroteen bevat en gewassen die extra omega-3 vetzuren of vitamine D produceren. Bioproducten mogen ook niet verrijkt worden met vitamines. Gangbare sojamelk wordt vaak verrijkt met bijvoorbeeld vitamine B12, wat deze sojamelk gezonder maakt dan de biovariant.

Wat met de schadelijke stoffen? Ook hier kunnen we niet zeggen dat biovoeding systematisch relevant gezonder zou zijn dan gangbare voeding. Biologische graangewassen bevatten misschien iets meer giftige mycotoxines van schimmels omdat de bioboeren geen synthetische fungiciden mogen gebruiken en biogranen een hoger suikergehalte hebben wat ze aantrekkelijker maakt voor schimmels.[15] Dit staat in contrast met enkele aanwijzingen dat sommige ggo’s die niet toegelaten zijn in de biolandbouw, zoals Bt-maïs, minder mycotoxines bevatten.[16]

We kunnen nog voorbeelden geven van voedselrisico’s die misschien hoger zijn bij bioproducten. Biologische groenten hebben misschien iets hogere risico’s op besmettingen met schadelijke bacteriën zoals E.coli omdat de biolandbouw vaker gebruik maakt van onbehandelde dierlijke mest in plaats van kunstmest en dierlijke mest die behandeld werd met straling of niet-biologische antibacteriële middelen.[17] Ook biologisch vlees bevat misschien iets vaker schadelijke bacteriën dan gangbaar vlees omwille van het lagere gebruik van antibiotica in de bioveeteelt. (Maar biovlees heeft alvast wel minder last van antibioticaresistente bacteriën.) Biologische veeteeltproducten bevatten misschien iets meer schadelijke transvetten. Biologisch kippenvlees en eieren bevatten misschien iets hogere concentraties dioxines omwille van het vaker scharrelen van de biokippen.

Maar het wetenschappelijk bewijs voor bovenstaande voedselrisico’s is telkens zeer schaars en vaak inconsistent. Voor de stelling dat sommige bioproducten lagere hoeveelheden van bepaalde schadelijke stoffen bevatten, is er ook telkens zeer schaars bewijs.

De vraag die hierbij opduikt is opnieuw die van de pesticiden. Zijn bioproducten gezonder omwille van lagere hoeveelheden giftige pesticiden? Wat is de impact van pesticiden op de gezondheid van de consument?

Het is duidelijk dat sommige pesticiden in de biolandbouw schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid.[18] Maar we mogen niet vergeten dat planten ook natuurlijke pesticiden aanmaken om zich te verdedigen tegen schimmels, insecten en andere aanvallers. Meer dan 99,9% van de pesticiden die we binnenkrijgen, komen van de planten zelf. Planten die we eten bevatten duizenden natuurlijke pesticiden. Hoe schadelijk zijn deze natuurlijke chemicaliën in de planten? Gemiddeld genomen even schadelijk als synthetische: de verhouding kankerverwekkende tegenover niet-kankerverwekkende natuurlijke chemicaliën is ongeveer even groot als de verhouding kankerverwekkende tegenover niet-kankerverwekkende synthetische pesticiden.[19] Omdat bioboeren geen synthetische insecticiden en fungiciden mogen gebruiken, gebruiken ze vaker rassen met een van nature sterkere weerstand tegen schimmels en insecten. Dat zou best kunnen betekenen dat die weerbaardere rassen zelf meer pesticiden aanmaken om zich te verdedigen.

In vergelijking met de grote hoeveelheid natuurlijke pesticiden in de planten en de dosissen aangebrachte biologische pesticiden op de biologische gewassen is er geen overtuigend bewijs dat de dosissen synthetische pesticiden op niet-biologische producten een belangrijke oorzaak van kanker zijn. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft nog geen inschatting kunnen maken van de totale ziektelast veroorzaakt door het consumeren van synthetische pesticiden. Wat we al wel kunnen zeggen is dat meer dan 10% van de sterftegevallen het gevolg is van een te lage consumptie van groenten, fruit, noten en zaden. Ondanks de duizenden natuurlijke pesticiden in fruit en groenten, zijn deze producten zeer gezond (en er zijn geen aanwijzingen dat biologische rassen die weerbaarder zijn tegen schimmels en insecten ongezonder zouden zijn). Alles wat fruit en groenten duurder maakt, zoals de hogere prijs van biovoeding, is daarom riskant omdat het de consumptie van deze gezonde producten doet dalen, vooral bij armere mensen.

De strenge regelgeving om minuscule hoeveelheden synthetische pesticiden te vermijden, is zeer duur. Uit onderzoek blijkt dat de meeste controleprogramma’s voor toxische stoffen in voeding bijna 150 keer meer kosten per gered gezond levensjaar dan de meeste medische interventies.[20] Effectieve altruïsten waarschuwen voor het feit dat het ene goede doel honderd keer meer goed kan doen dan een andere organisatie met dezelfde middelen. Ook op het vlak van voeding zien we eenzelfde factor honderd verschil in kostenefficiëntie.

We kunnen eens kijken naar de uitgaven voor biovoeding van een gemiddelde Belg. Een Belg besteedt jaarlijks iets meer dan 25 euro aan biovoeding. Dat is een meerkost van 6 euro per jaar per Belg, omdat biovoeding gemiddeld 33% duurder is dan niet-bio. Over een heel leven uitgedrukt is dat een meerkost van 500 euro per Belg. Dit is de extra kost van een Belg die gemiddeld 1% in plaats van 0% biovoeding aankoopt (op basis van het totale gewicht van alle aangekochte voeding). Even ter vergelijking: 500 euro geven aan de meest effectieve goede doelen op het vlak van menselijke gezondheid, zoals de Against Malaria Foundation, kan 5 à 10 gezonde levensjaren redden. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een gemiddelde Belg 5 jaar minder lang gaat leven als die Belg 0% in plaats van 1% biovoeding gaat consumeren.

De vraag die een effectieve milieuactivist zich stelt is of die meerkost van biovoeding wel zo rendabel is. Zoals gezegd zijn de milieu- en gezondheidsvoordelen van biovoeding weinig wetenschappelijk onderbouwd. Stel dat iedere Belg jaarlijks 6 euro zou geven aan wetenschappelijk landbouwkundig onderzoek om de landbouw verder te verduurzamen. Wetenschappers kunnen dan nieuwe, milieuvriendelijkere landbouwtechnieken ontwikkelen die voor de rest van de toekomst een voordeel opleveren voor het milieu. Dat zou wel eens een veel effectievere investering zijn dan een investering in biovoeding.

Vele mensen kopen biovoeding omdat ze denken dat het gezonder is. Vaak beweren die mensen dat biovoeding ook beter smaakt. Maar dat is een illusie. Uit onderzoek blijkt dat als consumenten niet weten welk product biologisch is, ze geen smaakvoorkeur meer hebben voor de bioproducten.[21] Van zodra ze geloven dat een product biologisch is, gaan ze het lekkerder vinden, zelfs al werd hen wijsgemaakt dat het product biologisch is.

Dit is een soort van halo-effect (heiligenkranseffect). Een fysiek aantrekkelijke persoon wordt bijvoorbeeld vaak intelligenter ingeschat. Bij het halo-effect geeft de aanwezigheid van een bepaalde kwaliteit (zoals de gezondheid van een voedingsproduct of de fysieke aantrekkelijkheid van een persoon) bij de waarnemer de suggestie dat andere kwaliteiten (zoals de smaak van het product of de intelligentie van de persoon) ook aanwezig zijn.

Bio en dierenwelzijn

Om het verhaal van biovoeding af te ronden misschien nog een kort woordje over het dierenwelzijn in de bioveeteelt. Dat is alvast beter dan in de niet-biologische veeteelt. In de biolandbouw hebben de dieren iets meer ruimte en iets vaker vrije uitloop. De ligruimte bevat strooisel. Het onverdoofd castreren van varkens is verboden en het afbranden van snavels bij kippen en het staartknippen bij varkens gebeurt minder vaak dan in de intensieve veeteelt. Ook worden er in de bioveeteelt iets vaker dierenrassen gebruikt die minder snel groeien en daardoor minder gezondheidsproblemen door overdadige groei kennen. Op het vlak van transport en slachting is er geen wezenlijk verschil tussen gangbare en biologische veeteelt.

Toch is er één aspect waar dieren in de bioveeteelt slechter aan toe zijn, en wel ten gevolge van een pseudowetenschappelijke houding. Als de dieren in de bioveeteelt ziek zijn, krijgen ze eerder homeopathische middelen toegediend die geen inherente geneeskrachtige werking hebben in plaats van werkzame geneesmiddelen zoals antibiotica. Hier verliest biolandbouw – en in het bijzonder de bioveeteelt – wetenschappelijke geloofwaardigheid.

Conclusie

Kijken we naar de meta-analyses en systematische overzichtsstudies, dan zien we geen duidelijke aanwijzingen dat biovoeding systematisch of significant milieuvriendelijker en gezonder is dan niet-biologische voeding. Dergelijk gebrek aan wetenschappelijk bewijs rechtvaardigt niet de 33% meerkost van biovoeding. Die meerkost kan hoogstwaarschijnlijk beter geïnvesteerd worden in andere dingen zoals landbouwkundig onderzoek of effectieve gezondheidsinterventies om het milieu en de gezondheid van mensen te bevorderen. De consumptie van biovoeding is hoogstwaarschijnlijk geen vorm van effectief milieuactivisme. Het gebruik van homeopathische middelen in de bioveeteelt, de afkeer van ggo’s, het onderscheid tussen synthetische en natuurlijke pesticiden en het overschatten van de gezondheids- en milieuvoordelen van biovoeding tonen aan dat in de biolandbouw enkele pseudowetenschappelijke trekjes aanwezig zijn.

Er zijn effectievere dingen die we kunnen doen dan het kopen en promoten van biolandbouw. Hoe kunnen we onze voedselproductie het sterkst verduurzamen? Ten eerste natuurlijk door de meest milieuvriendelijke landbouwtechnieken toe te passen, gaande van technieken in de gangbare landbouw tot genetische manipulatie tot agro-ecologie.

Ten tweede kunnen we meer investeren in wetenschappelijk onderzoek naar duurzame landbouwsystemen. Kijken we naar de top wetenschapshelden, de wetenschappers die als het ware de meeste mensenlevens hebben gered (http://scienceheroes.com/), dan staan bovenaan in het lijstje Fritz Haber en Carl Bosch, de uitvinders van de kunstmest, die met hun uitvinding reeds verantwoordelijk zijn voor het redden van bijna 3 miljard levens. Op de zesde plaats komt Norman Borlaug die de groene revolutie in de landbouw ontketende met productievere graangewassen. Dat is goed voor het redden van bijna 300 miljoen mensenlevens. Dit toont aan dat wetenschappelijk onderzoek veel vruchten kan afwerpen.

En ten derde kunnen we in plaats van meer biovoeding meer plantaardige voeding kopen. Bij biovoeding zijn er trade-offs: grotere biodiversiteit op de akkers versus meer landgebruik door lagere opbrengsten. En op andere vormen van milieuvervuiling zijn er geen duidelijke verschillen met gangbare landbouw. Dit kunnen we vergelijken met het verschil tussen plantaardige (veganistische) versus dierlijke producten. Veeteelt is waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak in het verlies aan biodiversiteit.[22] De productie van plantaardige eiwitten is op heel veel vlakken significant beter dan de veeteelt: minder landgebruik, minder broeikasgasuitstoot, minder pesticidenvervuiling, minder waterverbruik, minder vermesting, minder verzuring, minder fijnstofuitstoot, minder diergeneesmiddelenvervuiling, minder brandstofverbruik, minder griepvirussen, minder ziekterisico’s. Dat is een tienvoudige winst in plaats van een trade-off. En de consumptie van plantaardige voeding is gezonder dan dierlijke producten: minder hart- en vaatziekten, minder diabetes, minder kankers, minder voedselvergiftigingen. De consumptie van dierlijke producten in plaats van plantaardige alternatieven zorgt voor een 10% hogere impact op milieu en gezondheid.[23] Veganistische voeding geeft dus een 10% reductie in de totale mondiale milieu-impact en ziektelast.

[1] Mondelaers, K., Aertsens, J., Van Huylenbroeck, G. (2009). A meta-analysis of the differences in environmental impacts between organic and conventional farming. British Food Journal 111 (10), 1098-1119.

Tuomisto H. e.a. (2012). Does organic farming reduce environmental impacts? A Meta-Analysis of European research. Journal of Environmental Management 112, 309-320.

[2] Gabriel, D., Sait, S.M., Kunin, W.E. & Benton, T.G. (2013) Food production vs. biodiversity: comparing organic and conventional agriculture. Journal of Applied Ecology, 50, 355–364.

[3] Hole, D.G e.a. (2005). Does organic farming benefit biodiversity? Biological Conservation. 122 (1): 113–130.

[4] Erb K.-H. e.a. (2016). Exploring the biophysical option space for feeding the world without deforestation. Nature Communications 7:11382 doi:10.1038/ncomms11382.

[5] Kirchmann H. e.a. (2007). Comparison of Long-Term Organic and Conventional Crop-Livestock Systems on a Previously Nutrient-Depleted Soil in Sweden. Agronomy Journal. 99 (4): 960–972.

[6] http://ec.europa.eu/environment/integration/research/newsalert/pdf/bumblebee_survival_and_reproduction_impaired_by_pesticide_azadirachtin_even_at_recommended_levels_416na2_en.pdf

[7] Bahlai, C., Xue, Y., McCreary, C., Schaafsma, A., & Hallett, R. (2010). Choosing Organic Pesticides over Synthetic Pesticides May Not Effectively Mitigate Environmental Risk in Soybeans PLoS ONE, 5 (6).

[8] Marvier M, McCreedy C, Regetz J, Kareiva P. (2007) A meta-analysis of effects of Bt cotton and maize on nontarget invertebrates. Science 316(5830):1475–7.

[9] Klümper W. & Qaim M. (2014). A Meta-Analysis of the Impacts of Genetically Modified Crops. PLoS ONE 9(11): e111629.

[10] Vilcinskas A. e.a. (2013). Invasive Harlequin Ladybird Carries Biological Weapons Against Native Competitors, Science 340 (6134): 862-863.

Louda S. e.a. (1997). Ecological Effects of an Insect Introduced for the Biological Control of Weeds, Science 277:1088-90.

Strong D.R. (1997). Fear No Weevil, Science 277:1058-59.

Boettner G.H. e.a. (2000). Effects of a Biological Control Introduction on Three Nontarget Native Species of Saturniid Moths, Conservation Biology 14:1998-1806.

[11] Blonk, H. (2009) Naar een gecombineerde meetlat voor milieu en dierenwelzijn. Blonk Milieuadvies.

[12] Dangour, A., Lock, K., Hayter, A., Aikenhead, A., Allen, E., & Uauy, R. (2010). Nutrition-related health effects of organic foods: a systematic review American Journal of Clinical Nutrition, 92 (1), 203-210.

Smith-Spangler C. e.a. (2012). Are organic foods safer or healthier than conventional alternatives?: a systematic review. Ann Intern Med. 157(5):348-66.

[13] Dangour AD e.a. (2009). Nutritional quality of organic foods: a systematic review. Am J Clin Nutr. 90(3):680-5.

[14] Średnicka-Tober D. e.a. (2016). Higher PUFA and n-3 PUFA, conjugated linoleic acid, α-tocopherol and iron, but lower iodine and selenium concentrations in organic milk: a systematic literature review and meta- and redundancy analyses. Br J Nutr. 115(6):1043-60.

[15] Magkos F. e.a. (2006). Organic Food: Buying More Safety or Just Peace of Mind? A Critical Review of the Literature. Critical Reviews in Food Science and Nutrition, 46:23–56

[16] Wu F. (2006) Mycotoxin reduction in Bt corn: potential economic, health, and regulatory impacts. Transgenic Res. 15(3):277-89.

[17] Mukherjee A, Speh D, Dyck E, & Diez-Gonzalez F (2004). Preharvest evaluation of coliforms, Escherichia coli, Salmonella, and Escherichia coli O157:H7 in organic and conventional produce grown by Minnesota farmers. Journal of food protection, 67 (5), 894-900.

[18] Gold, L., Slone, T., Stern, B., Manley, N., & Ames, B. (1992). Rodent carcinogens: setting priorities Science, 258 (5080), 261-265.

[19] Ames BN, Gold LS (1997). Environmental pollution, pesticides, and the prevention of cancer: misconceptions.

 FASEB J. 11(13):1041-52.

[20] Ames BN, Gold LS (1997). Environmental pollution, pesticides, and the prevention of cancer: misconceptions.

 FASEB J. 11(13):1041-52.

[21] Bourn D, Prescott J (2002). A comparison of the nutritional value, sensory qualities, and food safety of organically and conventionally produced foods. Crit Rev Food Sci Nutr. 42 (1): 1–34.

[22] Steinfeld H. e.a. (2006). Livestock’s Long Shadow: Environmental Issues and Options. Food and Agricultural Organization, United Nations. Rome.

[23] https://stijnbruers.wordpress.com/2016/01/17/the-environmental-benefits-of-vegan-diets/

Aleksandrowicz L, Green R, Joy EJM, Smith P, Haines A (2016). The Impacts of Dietary Change on Greenhouse Gas Emissions, Land Use, Water Use, and Health: A Systematic Review. PLoS ONE 11(11): e0165797.

Springmann M. e.a. (2016). Analysis and valuation of the health and climate change cobenefits of dietary change. Proc Natl Acad Sci. 113(15):4146-51.

Dit bericht werd geplaatst in Artikels, Blog en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s