Waarom we een donatieplicht hebben

Binnen het effectief altruïsme wordt de organisatie GiveDirectly gepromoot als één van de betrouwbaarste en bewezen effectiefste goede doelen op het vlak van armoedebestrijding. GiveDirectly transfereert geld via gsm-betaaldiensten naar de armste gezinnen in Kenia en Oeganda, waarbij de gezinnen dat geld mogen besteden zonder voorwaarden. Die onvoorwaardelijke cash transfers gelden als een vorm van basisinkomen (GiveDirectly is ook begonnen met het eerste langdurige experiment voor een basisinkomen).

Een eerlijke verdeling van surpluswinst

Een gift aan GiveDirectly is niet zomaar een vorm van vrijblijvende liefdadigheid, er is een sterk argument dat het een rechtvaardigheidsplicht is. Wij (de meeste mensen in rijke landen zoals België) profiteren namelijk van een geprivatiseerde surpluswinst (synoniemen: onverdiende inkomsten, economische rente). In de economie worden productiefactoren zoals grondstoffen, arbeid, kapitaal, kennis en ondernemerschap vergoed met bijvoorbeeld pachten, lonen, interesten en winsten. Zonder die vergoeding zou een productiefactor niet ingezet worden. Surpluswinst is de extra vergoeding voor een productiefactor die hoger is dan nodig om deze productiefactor in voldoende mate in te zetten of te produceren. Een vergoeding voor ondernemerschap of het inzetten van kapitaal zijn vormen van normale winst, en deze winsten zijn net zoals het loon van arbeid verdiende inkomsten. De extra surpluswinst is een onverdiende inkomst omdat er geen productie van een productiefactor tegenover staat.

Er zijn verschillende vormen van economische rente of surpluswinst, zoals Ricardiaanse rente ten gevolge van het bezit en gebruik van schaarse natuurlijke hulpmiddelen en overgeërfde rijkdommen  (genoemd naar de econoom David Ricardo) en monopolierente ten gevolge van een monopoliemacht door een bedrijf of een overheid. Iemand die schaarse natuurlijke rijkdommen zoals grond, mineralen en brandstoffen bezit, kan genieten van onverdiende inkomsten door dat bezit. Die inkomsten zijn onverdiend omdat ze niet het gevolg zijn van arbeid, risiconeming of ondernemerschap. Niemand heeft die natuurlijke rijkdommen zelf gemaakt. Die onverdiende inkomsten zijn de economische rente van de natuurlijke rijkdommen. Het zijn surplusinkomsten boven wat er nodig is voor een bedrijf om de normale winsten te genereren. Hetzelfde geldt voor het bezit van overgeërfde rijkdommen: niemand van de huidige generatie heeft die rijkdommen geproduceerd. Die rijkdommen bestaan reeds en hoeven dus niet meer vergoed te worden om als productiefactor te kunnen dienen. Het inkomen en vermogen dat men verwerft door het bezit van overgeërfde rijkdommen waar men zelf niets voor gedaan heeft, vormen een onverdiende surpluswinst.

Als iemand zich een hoeveelheid natuurlijke grondstoffen toe-eigent, verwerft die persoon er een exclusiviteit of monopolie op, wat wil zeggen dat iemand anders die grondstof dan niet meer kan gebruiken. Natuurlijke rijkdommen zoals grondstoffen zijn in deze zin dus uitsluitbaar (of rivaliserend): men kan ze exclusief toe-eigenen en het eigen gebruik of bezit ervan sluit het gebruik of bezit door anderen uit.

Veel van ons inkomen en vermogen is gebaseerd op surpluswinst, waarbij we een vorm van monopolie hebben op een schaars goed dat niet door de huidige generatie mensen geproduceerd werd. Door dat monopolie sluiten we anderen uit van het bezit van dat schaars goed of die productiefactor. Die uitsluiting is een vorm van schade die we veroorzaken aan anderen, in het bijzonder de armste mensen. We stelen als het ware die schaarse goederen van de armste mensen. Door die uitsluiting of diefstal zouden we de armste mensen een compensatie of schadevergoeding moeten betalen.

Die schadevergoeding kan ook begrepen worden als een eerlijke verdeling van surpluswinst. De schaarse natuurlijke en overgeërfde rijkdommen behoren eigenlijk toe aan iedereen. Iedereen heeft een gelijk recht op een gelijk deel van die rijkdommen. De surpluswinst zou dus eerlijk verdeeld moeten worden. Als men onevenredig veel van die rijkdommen toe-eigent, dan krijgen de uitgeslotenen ter compensatie een groter deel van de surpluswinst. Dat is onze rechtvaardigheidsplicht, wat verder gaat dan vrijblijvende liefdadigheid. Een gift aan GiveDirectly kan begrepen worden als een schadevergoeding, een compensatie of een eerlijke verdeling van de surpluswinsten.

Er zijn drie belangrijke voorbeelden waarbij we schaarse goederen en productiefactoren als het ware stelen van de armere mensen:natuurlijke grondstoffen, CO2-emissierechten en jobs. Het is onduidelijk hoeveel een gemiddelde Belg als schadevergoeding zou moeten betalen ten gevolge van deze diefstal, maar als we alle onverdiende toegeëigende surpluswinsten optellen kan het bedrag oplopen tot enkele duizenden euro’s per jaar per persoon. Hoogstwaarschijnlijk heeft een Belg een plicht om meer dan 1000 euro per jaar (pakweg 5% van het netto-inkomen) te doneren aan een organisatie zoals GiveDirectly.

Diefstal van natuurlijke grondstoffen

We gebruiken en verbruiken veel natuurlijke grondstoffen zoals fossiele brandstoffen en mineralen. Die natuurlijke rijkdommen in de bodem behoren toe aan iedereen, maar de hoeveelheid beschikbare grondstoffen is beperkt. Iedereen heeft eigendomsrechten op een gelijk aandeel van de totale grondstoffenvoorraad. Als wij een grondstof gebruiken, kan iemand anders die niet meer gebruiken. Als wij meer dan ons eerlijke aandeel van beschikbare grondstoffen gebruiken, dan moeten we de eigendomsrechten op die extra grondstoffen kopen van anderen. Doen we dat niet, dan schenden we de eigendomsrechten van anderen. Dit is een vorm van diefstal waarvoor we een schadevergoeding moeten betalen.

De olie in onze wagen en de mineralen in onze gsm zijn vaak als het ware gestolen goederen. Veel arme landen zijn rijk aan grondstoffen, maar corrupte regimes hebben er de macht veroverd en zo de controle op die grondstoffen in de bodem verworven. Die grondstoffen worden verkocht op de internationale markten, maar de arme bevolking krijgt niets van de inkomsten van die grondstoffenverkoop. De internationale handel in olie en mineralen is voor een groot deel een handel in gestolen goederen, waarbij de armste bevolking wordt bestolen. Een basisprincipe van vrije handel stelt dat men geen handel mag drijven in gestolen goederen.

Diefstal van emissierechten

Rijke mensen in de ontwikkelde landen stoten te veel broeikasgassen uit. We moeten die uitstoot sterk beperken om klimaatverandering te vermijden. De atmosferische opnamecapaciteit voor broeikasgassen is beperkt. Het recht om broeikasgassen uit te stoten is dus een schaars goed, en wat schaars is, heeft een economische waarde. Iemand met een te hoge CO2-uitstoot eist te veel dat recht op voor zichzelf. Een emissierecht is een soort van eigendomsrecht op een deel van de atmosferische verwerkingscapaciteit van de aarde. Naast broeikasgassen hebben aardse ecosystemen ook voor andere emissies een beperkte verwerkingscapaciteit. Daardoor zijn er ook andere emissierechten voor bijvoorbeeld reactieve stikstofverbindingen en verzurende gassen.

De aardse verwerkingscapaciteit is een schaars goed en iedereen heeft een gelijk recht op dit schaars goed dat de aarde ons biedt. Maar in ons huidige economische systeem worden CO2-emissierechten niet eerlijk verdeeld. We zouden een economische prijs moeten plakken op de uitstoot van een ton CO2, bijvoorbeeld via een systeem van verhandelbare emissierechten. Elke persoon zou dan eerlijkheidshalve een gelijke hoeveelheid emissierechten moeten krijgen.

Om de klimaatdoelstellingen te halen (in het bijzonder om de kans op een klimaatopwarming groter dan 1,5°C voldoende te beperken), zou een efficiënte CO2-taks (koolstofbelasting) of emissiehandelssysteem een prijs plakken van ongeveer 80 euro per ton CO2 in 2016 met een jaarlijkse stijging van 5 euro per ton CO2 (dus 100 euro per ton in 2020).

Een gemiddelde persoon in een rijk land stoot per jaar ongeveer 15 ton CO2 en equivalente broeikasgassen uit. Dus zou een gemiddelde persoon in 2017 ongeveer 1300 euro moeten betalen aan emissierechten of via een koolstofbelasting. Een gemiddelde mens op aarde stoot ongeveer 7 ton CO2-equivalenten per jaar uit, dus als een internationale overheid de inkomsten van een koolstofbelasting of de verkoop van emissierechten zou uitdelen als een universeel basisinkomen, zou elke mens op aarde 600 euro per jaar krijgen. Een gemiddelde persoon in een rijk land zou dus netto gezien 700 euro moeten betalen omdat die persoon te veel broeikasgassen uitstoot. De armste personen in de armste landen krijgen netto gezien bijna 600 euro per jaar, want die stoten bijna geen broeikasgassen uit.

Wat betekent dit allemaal? Het betekent eigenlijk dat rijke mensen emissierechten stelen van de armste mensen, ter waarde van 700 euro per jaar per persoon. De rijken verwerven een deel van de schaarse CO2-opnamecapaciteit van de atmosfeer zonder voor dit schaars goed te betalen. Die 700 euro is een vorm van schadevergoeding die een rijke persoon verplicht is te betalen aan de armste mensen. Die armste personen hebben recht op 600 euro per jaar.

En als de rijke persoon diens broeikasgasemissies niet reduceert en de komende jaren evenveel broeikasgassen blijft uitstoten, gaat die persoon elk jaar 100 euro extra moeten betalen aan de armste mensen. Tegen 2060 zal dat uitkomen op 4500 euro per jaar. Natuurlijk gaan rijke mensen wel aangezet worden om minder uit te stoten als ze jaarlijks zoveel zouden moeten betalen. De CO2-prijs gaat zodanig toenemen dat we de komende decennia de mondiale klimaatdoelstellingen halen.

Uitsluiting van jobs

Vraag en aanbod op de mondiale arbeidmarkt zijn allesbehalve in evenwicht door een beleid van gesloten grenzen en restricties op arbeidsmigratie. Door de gesloten grenzen is er in de mondiale economie een fundamentele onrechtvaardigheid. De arbeidsproductiviteit (de economische waarde die een arbeider kan genereren per eenheid werk) is in rijke landen tot 10 keer hoger dan in de armste landen. Dat wil dus zeggen dat iemand in een rijk land tot 10 keer meer koopkracht verwerft dan een gelijkaardige persoon in een arm land die even bekwaam (opgeleid, getalenteerd en gemotiveerd) is en hetzelfde werk verricht (even lang, risicovol en zwaar). De lonen in de rijke landen kunnen voor hetzelfde werk 10 keer hoger zijn dan in de armste landen. Dit is het zogenaamde plaatspremium (place premium).

Deze enorme loonkloof is een vorm van mondiale apartheid. Buitenlanders worden uitgesloten van het hebben van een job in het binnenland. Die uitsluiting is vergelijkbaar met de uitsluiting ten gevolge van het bezit van natuurlijke grondstoffen. Omdat door die uitsluiting van buitenlanders de mondiale arbeidsmarkt niet in evenwicht is, profiteren werknemers in de rijke landen van een surpluswinst door de hogere lonen. Die uitsluiting is een vorm van schade, want door die uitsluiting beperken we de jobmogelijkheden van buitenlanders. Het is alsof ik jou verhinder om bij iemand anders te gaan werken. Door die uitsluiting is de arbeidsmarkt niet in evenwicht en is in de arme landen de vraag naar werk groter is dan het aanbod. Daardoor worden de lonen in de arme landen gedrukt. Een beleid van gesloten grenzen schaadt dus de arme bevolking: de arme bevolking krijgt te lage lonen uitbetaald.

Er zijn dan twee opties: ofwel de grenzen openen voor buitenlandse werknemers, ofwel die buitenlanders een schadevergoeding betalen. Die schadevergoeding is een compensatie die een jobbezitter moet betalen aan de uitgesloten personen die minstens even capabel zijn om te werken maar verhinderd worden. Dit is te vergelijken met een grondstofbezitter die meer grondstoffen bezit dan het eerlijke aandeel en daarvoor een vergoeding moet betalen aan de armste mensen die te weinig grondstoffen bezitten.

Conclusie

Doordat we arme mensen uitsluiten van jobs en we hun grondstoffen en emissierechten stelen, moeten we die arme mensen een schadevergoeding betalen. Die arme personen krijgen dat bedrag onvoorwaardelijk, net zoals gebeurt bij GiveDirectly. Het is onduidelijk hoeveel schadevergoeding we verschuldigd zijn, maar als we de surpluswinsten optellen van het bezit van natuurlijke en overgeërfde rijkdommen, emissierechten en jobs, dan vermoed ik dat het voor een gemiddelde Belg al snel meer dan 5% van het inkomen bedraagt (de diefstal van CO2-emissierechten bedraagt waarschijnlijk al 4% van het inkomen). De organisatie Giving What We Can heeft een giving pledge (giftgelofte) om minstens 10% van het inkomen te doneren aan de meest effectieve goede doelen. Het zou best kunnen dat deze pledge geen kwestie is van vrijblijvende liefdadigheid, maar wel van rechtvaardigheid en dat het dus een morele plicht is.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Artikels, Blog en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Waarom we een donatieplicht hebben

  1. Get2it zegt:

    Hallo,
    Bedankt voor dit interessante artikel.
    Waar komt de notie surpluswinst vandaan? Is dat iets dat je zelf hebt uitgevonden of heb je daar bronnen over? (ik heb veel onhandiger en minder gestructureerd ook al uiting proberen geven aan mijn gevoel dat we hier meer hebben dan we verdienen, terwijl we daar te weinig bij stilstaan. Dit artikel helpt enorm om het te proberen ordenen en structureren – http://www.pietervanhecke.be/blog/2015/08/19/gelukkig-zijn-is-geluk-hebben/)
    Daarnaast ben ik heel benieuwd naar wat je dan denkt van het recht dat / de rechten die mensen hebben die niet kunnen werken / bijdragen. Hebben die recht op een aandeel of is dat vanuit een ander perspectief dat die moeten verzorgd worden / in de mogelijkheid gesteld worden menswaardig te leven? (ik moet nog beginnen aan uw boek wil en willekeur. Heb wel al de artikels over de morele hand gelezen)
    Ik ben het eigenlijk eens dat bijdragen de enige logische uitkomst is als we over dergelijke kwesties nadenken. Tegelijk voel ik redelijk wat weerstand op de “moeten”, aangezien ik denk dat heel veel mensen het daar lastig mee zullen hebben en minder te overtuigen zijn als al op voorhand beslist is dat dat het enige juiste is. Dat ze eigenlijk geen keuze hebben.
    Ben ik nu naief of is het niet eens tijd om na te denken over een globaal basisinkomen (los van de haalbaarheid), zodat niemand nog hoeft te vechten om in de basisnoden te voldoen. Om de strijd minder groot te maken. Dat de ongelijkheid die mijns inziens sowieso niet te verantwoorden is tot een bepaald punt, wat kleiner wordt.

    Bedankt alleszins voor uw gedachten en schrijfsels. Ik lees ze met heel veel plezier.

    • stijnbruers zegt:

      De surpluswinst is de nederlandstalige term voor economic rent, zie wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Surpluswinst.
      Iedereen heeft in zekere zin het recht om te werken, maar het hangt natuurlijk af van de voorwaarden waaraan men bereid is te werken. Je zou kunnen zeggen dat iedereen het recht heeft om te werken aan de voorwaarden waaraan men bereid is te werken en waaraan het aanbod kan voldoen. Dat is dus wanneer vraag en aanbod op de arbeidsmarkt in evenwicht zijn en er dus geen economische onvrijwillige werkloosheid is. Als er onvrijwillige werkloosheid is (zoals bij beperking van arbeidsmigratie, of beperking van beroepsmogelijkheden ingesteld door beroepsverenigingen), dan zouden we een zogenaamde jobwaardebelasting kunnen heffen die de jobbezitters dan moeten betalen aan de onvrijwillig werklozen. Die jobwaardebelasting is gelijkaardig aan een grondwaardebelasting en die kunnen een universeel basisinkomen financieren (https://stijnbruers.wordpress.com/2014/12/21/naar-een-fiscaal-evenwicht-met-een-basisinkomen/) Dat idee van jobwaardebelasting (employment rents) wordt ook voorgesteld door Van Parijs: https://www.uclouvain.be/cps/ucl/doc/etes/documents/1991l.Surfers.pdf
      Redenen genoeg om serieus werk te maken van een basisinkomen.
      Het “moeten” roept inderdaad weerstand op omwille van schuldgevoelens en cognitieve dissonantie. Mijn artikel had als bedoeling mensen louter te informeren over onze plichten. Kwestie van consistentie: iedereen vindt dat een dief schadevergoeding moet betalen. Als dan blijkt dat wij iets stelen, dan moeten wij dus ook schadevergoeding betalen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s