Nieuwe keuzes die ik maakte door het effectief altruïsme

Sinds enkele jaren ben ik betrokken bij de effectief altruïsmebeweging. Op een heel aantal vlakken heeft dat effectief altruïsme mijn activisme en mijn engagementen voor een betere wereld drastisch veranderd. Hoewel ik me al meer dan 15 jaar inzet voor dierenrechten, mensenrechten, sociale rechtvaardigheid, vrede en milieubescherming, waren veel van mijn acties en de goede doelen die ik steunde beperkt effectief. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste nieuwe keuzes die ik maakte door het effectief altruïsme. De hoeveelheid goeds die ik nu doe voor de wereld zou best wel eens een factor 10 of 100 hoger kunnen liggen dan voorheen. Door het effectief altruïsme ben ik als het ware een paar versnellingen hoger geschakeld. Maar de overschakeling was emotioneel gezien niet altijd eenvoudig. Zo heb ik veel (voor)oordelen en opvattingen moeten opgeven en veel organisaties, maatregelen en actiemethoden moeten loslaten om plaats te maken voor nieuwe, effectievere keuzes. Op veel vlakken ben ik de afgelopen jaren van mening veranderd.

Meer geld doneren

Veel sympathisanten van het effectief altruïsme besluiten een substantieel deel van hun inkomen te doneren aan effectieve goede doelen, en er ook openlijk over te communiceren om zo een geefcultuur te creëren en andere personen te inspireren. Zo heb ik in 2016 een recordbedrag van 50% van mijn netto-inkomen weggeschonken aan goede doelen, waardoor ik voor mijzelf iets minder dan het Belgische minimumloon overhield. De komende jaren beoog ik minstens 25% van mijn inkomen aan de meest effectieve goede doelen te schenken. Daarnaast zal ik nog sporadisch kleine bedragen schenken aan minder effectieve goede doelen die ik nog wil steunen omwille persoonlijke of emotionele (feel good) redenen in plaats van zuiver altruïstische redenen.

Doneren aan effectievere goede doelen

Minstens even belangrijk als de hoeveelheid donaties (de kwantiteit), is de kwaliteit van de donaties: de keuze van effectieve goede doelen om aan te doneren. Sommige goede doelen zijn pakweg 100 keer effectiever dan andere. De goede doelen waar ik nu aan doneer, zijn organisaties en goede doelen aanbevolen door effectief altruïstische ‘meta-charities’ zoals GiveWell (voor menselijke gezondheid en armoedebestrijding), Animal Charity Evaluators (voor dierenwelzijn), Centre for Effective Altruism, Effective Altruism Foundation, Open Philanthropy Project, The Life You Can Save en 80.000 Hours. Dit wil ook zeggen dat ik minder of niets meer doneer aan organisaties die ik vroeger veel steunde.

Vroeger doneerde ik veel geld aan organisaties die veel verschillende acties, projecten, campagnes of interventies doen. De effectiviteit van sommige interventies is niet altijd goed meetbaar, maar door onderzoek krijgen we van meer en meer interventies wel zicht op hun effectiviteit. En als we kijken naar de resultaten van die meetbare interventies, dan komen we tot de belangrijke vaststelling: de verdeling van effectiviteit is erg scheefgetrokken. Een kleine minderheid van interventies is vele malen effectiever dan de grote meerderheid. De meeste van de meetbare interventies hebben een effectiviteit lager dan het gemiddelde, omdat een kleine minderheid van supereffectieve interventies het gemiddelde naar boven trekt.

De vraag is hoe de verdeling van de niet-meetbare interventies eruit ziet. De kans is groot dat die effectiviteitsverdeling ook erg scheefgetrokken is, net zoals bij de meetbare interventies. Dat wil zeggen dat de meeste interventies van een grote organisatie weinig effectief zijn en een kleine minderheid van interventies heel effectief is. Als je geld geeft aan die organisatie, gaat dus een relatief groot deel van je geld naar interventies die een effectiviteit hebben lager dan het gemiddelde. Slechts een klein percentage van je donatie gaat naar heel effectieve projecten. Daarnaast hebben we gespecialiseerde organisaties die zich specifiek bezig houden met één project of interventie. Als dat een meetbare interventie is en als de effectiviteit van die interventie erg hoog blijkt te zijn, dan is het beter om geld te geven aan die organisatie, want dan gaat 100% van je geld naar een zeer effectieve interventie. Daarom zijn de goede doelen aanbevolen door de effectief altruïstische meta-charities effectiever dan de grote organisaties die veel onmeetbare interventies doen.

Vroeger doneerde ik veel aan bekende en grote milieuorganisaties. Omwille van verschillende redenen maak ik nu andere keuzes.

1) Grote en bekende organisaties krijgen meer geld dan andere, verwaarloosde goede doelen. Door de wet van het afnemend grensnut zal mijn extra euro donatie minder impact realiseren bij een grote organisatie.

2) Bekende milieuorganisaties focussen op bekende milieuproblemen zoals ontbossing en klimaatopwarming. Die problemen zijn dus minder verwaarloosd dan andere belangrijke problemen, zoals de risico’s van artificiële intelligentie.

3) Veel milieuorganisaties focussen op behoud van natuurgebieden en biodiversiteit, alsof biodiversiteit een intrinsieke waarde heeft. Vroeger kende ik meer waarde toe aan biodiversiteit, tot ik me realiseerde dat dat niet zuiver altruïstisch was. Ik waardeerde de biodiversiteit, maar een natuurgebied zelf waardeert niets. Een natuurgebied heeft geen voorkeuren en interesseert zich niet in diens biodiversiteit. Als ik de natuur bescherm omdat ik waarde toeken aan de natuur, dan is dat niet echt altruïstisch. Dat is te vergelijken met het beschermen van een kunstwerk omdat ik dat mooi vind. Daarom ben ik meer gaan focussen op welzijn: ik waardeer het welzijn van alle voelende wezens, en dat is wel altruïstisch want een voelend wezen waardeert zelf ook diens eigen welzijn. Als ik het welzijn van een voelend wezen bevorder, doe ik in eerste instantie iets dat dat wezen zelf graag heeft. Biodiversiteit kan wel een instrumentele waarde hebben voor het welzijn van voelende wezens en in die zin kan biodiversiteitbehoud nuttig zijn. Maar het is allesbehalve duidelijk in hoeverre de biodiversiteit van een natuurgebied bevorderlijk is voor het welzijn van alle voelende wezens (zie verderop het thema van dierenleed in het wild). De meest effectieve organisaties die aanbevolen worden in het effectief altruïsme kunnen veel meer welzijn realiseren dan het welzijn dat een milieuorganisatie kan realiseren met natuurbescherming.

4) Veel milieuorganisaties focussen op verschillende thema’s of verschillende milieuproblemen. Een relevant deel van die milieuproblemen zijn kleiner dan andere problemen, zijn moeilijker aan te pakken of te verminderen en worden minder sterk verwaarloosd dan andere problemen. Daardoor wordt een relevant deel van de campagnes of interventies van grote milieuorganisaties minder effectief in termen van het bevorderen van welzijn. Ik denk aan acties tegen genetische manipulatie (ggo’s) en kernenergie, het bannen van bepaalde pesticiden en het promoten van biologische voeding. Waarschijnlijk is de effectiviteit van milieuacties ook erg scheefgetrokken, zoals hierboven aangehaald: de meeste campagnes zijn weinig effectief. Dan gaat een groot deel van je donatie naar weinig effectieve maatregelen. Daarom dat ik nu meer doneer aan organisaties die gespecialiseerd zijn in veel effectievere milieuvriendelijke maatregelen, zoals het promoten van plantaardige voeding (veganisme), gezinsplanning en een groene belastingverschuiving. En ik geef meer geld aan organisaties die heel effectieve interventies hebben tegen de klimaatopwarming (bv. Cool Earth).

Meer werken om meer te kunnen doneren

Vroeger heb ik besloten om minder te gaan werken om meer tijd te hebben voor acties en vrijwilligerswerk bij verschillende organisaties. Doordat mijn uurloon redelijk hoog is, en de meest effectieve goede doelen waar ik aan kan doneren waarschijnlijk effectiever zijn dan veel engagementen die ik in mijn vrije tijd deed, heb ik besloten om terug meer te gaan werken om zo meer geld te verdienen om te kunnen doneren.

Dat extra werk gaat ten koste van tijd die ik had voor acties. Een aantal acties die ik nu minder of niet meer doe, zijn: betogingen met onduidelijke eisen (bv. antikapitalistische betogingen of solidariteitsmarsen), massabetogingen die al heel veel volk trekken en waar mijn extra aanwezigheid minder impact realiseert (bv. vredesmanifestaties), betogingen waarvan onduidelijk is of een betoging het probleem kan oplossen (bv. antiracistische betogingen tegen het NSV), acties tegen kernenergie.

Kiezen voor goedkopere voeding om meer te kunnen doneren

Vroeger lette ik niet op een euro meer of minder voor mijn voeding, en ik kocht veel duurdere biologische en fair trade producten. Nu let ik wel sterk op mijn voedingsbudget en kies ik voor de goedkoopste producten. Daardoor bespaar ik meer dan 50 euro per maand. Dat bespaarde geld doneer ik dan aan de effectiefste goede doelen.

Ik koop enkel nog fairtradeproducten als er een risico is dat de gangbare producten gepaard gaan met rechtenschendingen (bv. slavernij op de cacaoplantages). Over het algemeen koop ik nu vaker goedkopere gangbare producten in plaats van duurdere fair trade en doneer ik het uitgespaarde geld aan een organisatie zoals GiveDirectly die directe cash transfers geeft aan de allerarmsten. Fair trade is een vorm van koppelverkoop, waarbij de verkoop van een product zoals koffie gekoppeld wordt aan een extra donatie. Ten opzichte van fair trade heeft GiveDirectly enkele voordelen: 1) GiveDirectly heeft de allerarmsten als doelgroep, wiens welzijn relatief sterker stijgt met een extra euro in vergelijking met fair trade boeren die minder arm zijn (en vaak al een stuk grond bezitten), 2) een relatief groter deel van het geld bereikt met GiveDirectly effectief de doelgroep (een groot deel van de meerkost van een fairtradeproduct gaat naar rijkere tussenhandelaren, promotie, administratie en controle van de licenties), 3) er is bij GiveDirectly geen risico op overproductie (dat er wel is bij fair trade door minimumprijzen en extra premies voor boeren, waardoor de arme boeren die geen fairtradelicentie kunnen bekomen in de problemen komen door het zakken van hun prijzen) en 4) er is meer wetenschappelijk bewijs (op basis van randomized controlled trials) voor de effectiviteit van GiveDirectly dan van fair trade.

Hetzelfde geldt voor biovoeding: in plaats van duurdere biovoeding te kopen, doneer ik het uitgespaarde geld aan organisaties die plantaardige voeding promoten, zoals EVA en BeVegan. In tegenstelling tot biovoeding heeft plantaardige voeding wel duidelijk wetenschappelijk bewijs van meerdere milieu– en gezondheidsvoordelen.

Meer spaargeld dynamisch beleggen om meer te kunnen doneren

Omdat we nu nog niet alles weten over de meest effectieve goede doelen, is het ook interessant om wat geld te sparen om later te kunnen uitgeven aan goede doelen, wanneer we meer kennis hebben over de effectiviteit van die goede doelen. Maar in plaats van het geld op een spaarrekening met een lage rente te zetten, is het beter om het geld te beleggen. En vanuit altruïstisch perspectief is het beter om dat geld ‘dynamisch’ in plaats van ‘voorzichtig’ of ‘defensief’ te beleggen. Bij dynamische beleggingen neemt men meer risico’s en investeert men in bedrijven die minder zekere maar wel potentieel hogere winsten realiseren. Dynamische beleggers hebben geen risicoaversie: ze zijn bereid hogere risico’s te nemen als de winstverwachtingen hoger liggen.

Vanuit persoonlijk standpunt bekeken is risicoaversie te rechtvaardigen, maar vanuit een effectief altruïsme bekeken is risicoaversie in zekere zin irrationeel. Ikzelf heb een zekere risicoaversie als het gaat om mijn eigen toekomst en mijn eigen inkomen. Ik zou liever met zekerheid 40 euro verdienen dan een gok wagen om met kans ½ 100 euro te verdienen en met kans ½ niets, ook al is de verwachte winst in dit laatste geval 50 euro. Dit komt door een afnemend grensnut van extra geld: als ik al veel geld heb, dan is een extra euro voor mij minder waard. Des te meer geld ik heb, des te minder belangrijk het voor mij wordt om extra geld te krijgen. Een stijging van 0 euro naar 40 euro is voor mij meer waard dan een extra stijging van 40 euro naar 100 euro. Het krijgen van 100 euro is voor mij niet dubbel zoveel waard als het krijgen van 50 euro. Maar als effectieve altruïst is er geen afnemend grensnut: het redden van 100 levens is wel dubbel zoveel waard als het redden van 50 levens.

Als er geen afnemend grensnut is – dus als elke extra hoeveelheid welzijn of elk extra gered leven even waardevol is ongeacht hoeveel levens men al heeft gered of hoeveel welzijn men al heeft gerealiseerd – dan wordt risicoaversie irrationeel. Vandaar dat ik besloot om minstens de helft van mijn spaargeld dynamisch te beleggen, met als doel een hogere verwachte return on investment te hebben om te kunnen doneren aan de effectiefste goede doelen. Ik kies er wel voor om te beleggen in ethisch verantwoorde bedrijven (bv. met Ethibel label).

Meer bloed doneren

Naast mijn geld en vrije tijd kan ik ook mijn lichaam inzetten om goed te doen. Daarom besloot ik meer bloedplasma te doneren bij donorcentra van het Rode Kruis. Ik geef elke maand minstens een keer plasma.

Nieuwe actievormen uitproberen

In het verleden heb ik veel protestacties en voorlichtingsacties gedaan, veel lezingen gegeven en veel online discussies gevoerd, met als doel het gedrag of de attitude (meningen) van mensen te beïnvloeden zodat ze ethischere keuzes maken. Wegens gebrekkig bewijs van effectiviteit heb ik veel actievormen van vroeger verlaten en richt ik me nu op actievormen die wel bewijs van effectiviteit hebben.

Het meest hoopvolle voorbeeld dat ik tegenkwam, is deep persuasion canvassing: het aangaan van gesprekken met mensen (bv. op straat) volgens een bepaalde techniek waardoor de gesprekspartners zo effectief mogelijk hun mening of attitude veranderen. Het behoort tot de meest effectieve overtuigingstechnieken en ik pas het veel toe op thema’s zoals dierenrechten, antispeciesisme en veganisme.

De deep canvassing techniek werd uitgewerkt door de transgender- en homorechtenbeweging in de VS en de effectiviteit ervan werd nauwkeurig wetenschappelijk onderzocht en gepubliceerd in het vakblad Science (David Broockman & Joshua Kalla, 2016, Durably reducing transphobia: A field experiment on door-to-door canvassing). Een interessante podcast over dat onderzoek is hier te beluisteren. Gesprekken van minder dan een kwartier hadden als resultaat een substantiële en langdurige daling van homofobie bij de gesprekspartners. Zowat één op de tien tegenstanders van transgenderrechten werd voorstander, een ongezien hoog percentage in vergelijking met andere overtuigingstechnieken.

Deep canvassing bestaat grotendeels uit luisteren: een deep canvasser stelt gerichte vragen en toont oprechte interesse in de gesprekspartner. De vragen zetten de gesprekspartner aan het denken en de deep canvasser geeft de gesprekspartner het gevoel samen te zoeken naar antwoorden. Discussies en oordelen worden vermeden. In plaats van het louter poneren van feiten en argumenten, kadert de deep canvasser feiten of argumenten in persoonlijke verhalen of eigen beleefde ervaringen.

Meer impact van vrijwilligerswerk meten

Ik geef vaak lezingen in scholen over diverse onderwerpen, maar de impact van die lezingen heb ik nooit gemeten. Omdat impactevaluatie belangrijk is binnen het effectief altruïsme, ben ik ook aan de hand van enquêtes voor leerlingen de impact van mijn presentaties en workshops gaan meten. Zo onderzoek ik in hoeverre leerlingen hun consumptie van dierlijke producten hebben verminderd ten gevolge van een presentatie over dierenrechten en veganisme.

Meer aandacht voor wetenschappelijk psychologisch onderzoek

Mijn engagementen en keuzes vroeger waren weinig effectief omdat mijn oordeelvermogen misleid werd door spontane denkfouten, morele illusies, irrationele oordelen of cognitieve bias. Ik ben van mening dat veel politieke meningsverschillen en veel keuzes van wereldverbeteraars irrationeel zijn. Het bevorderen van kritisch-rationeel denken en het ‘debiasen’ van onze morele illusies zijn daarom van cruciaal belang gezien de uitdagingen waar we voor staan en de potentiële positieve impact die we met het ‘debiasen’ kunnen realiseren. Mijn komende boek ‘Morele illusies. Waarom onze intuïties niet te vertrouwen zijn’ (te verschijnen bij uitgeverij Houtekiet) geeft een overzicht van meer dan 20 morele illusies.

Meer aandacht voor dierenleed in het wild

Een onderwerp dat sterk geplaagd gaat met morele illusies, is het probleem van het dierenleed in de natuur. De meeste dierenrechtenorganisaties verwaarlozen dit probleem, maar een aantal belangrijke organisaties binnen het effectief altruïsme, zoals Sentience Politics en Animal Ethics, besteden er wel aandacht aan. Het inzicht dat de meeste dieren een zogenaamde r-selectie voortplantingsstrategie hebben, heeft mijn denken en mijn activisme drastisch beïnvloed. Bij r-selectie krijgt een dier veel nakomelingen waarvan er slechts een paar overleven en de meeste pasgeboren dieren een kort leven leiden vol leed (honger, dorst, ziekte, parasieten en predatie).

Vroeger deed ik veel vrijwilligerswerk in een opvangcentrum voor vogels en wilde dieren, gaf ik lezingen voor de bescherming van haaien en deed ik acties tegen de overbevissing van tonijn, tegen de vossenjacht en voor het behoud van natuurgebieden. Veel van die dieren die ik beschermde, zijn roofdieren die ongewenst leed veroorzaken bij veel meer andere dieren. In het vogelopvangcentrum worden muisjes gekweekt en in een emmer geplaatst in de kooi van de uilen. En de meeste dieren in de natuurgebieden die ik beschermde, hebben mogelijks een negatief levenswelzijn door het overwicht aan negatieve ervaringen vol leed in hun korte leven, gevolgd door een pijnlijke doodstrijd. Het is allesbehalve duidelijk in hoeverre mijn vroegere engagementen bijdroegen aan het welzijn van alle voelende wezens.

In plaats van het steunen van natuurbeschermingsorganisaties die een prioriteit geven aan het behoud van natuurgebieden en soorten in plaats van aan het bevorderen van welzijn, steun ik nu organisaties die onderzoek doen naar hoe we best kunnen ingrijpen in de natuur om het dierenleed in het wild te verminderen en het welzijn van alle voelende wezens te bevorderen. Animal Charity Evaluators wijst ook op het belang van dergelijk onderzoek.

Een ander thema waar ik nu minder aandacht aan schenk dan vroeger, is het probleem van menselijke overbevolking. Er is sprake van overbevolking als relatief veel individuen een kort leven gaan hebben met veel leed. Volgens deze standaard is er in de natuur veel overbevolking, gezien de r-selectie voortplantingsstrategie. Mensen daarentegen zijn één van de weinige dieren die evolueerden naar een zogenaamde K-selectie voortplantingsstrategie: weinig kinderen, met maximale overlevingskansen en goede gezondheid voor elk kind. In termen van welzijn is het goed als er meer dieren zijn met een K-selectie in plaats van een r-selectie voortplantingsstrategie, dus in die zin is het goed als er relatief veel mensen zijn.

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Artikels, Blog en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s