Antwoord op het BioForum

Een tweede keer reageert BioForum op mediaberichten over mijn gewijzigde standpunt over biovoeding. Hier wil ik graag op antwoorden. (Zie hier voor mijn antwoord op hun eerste reactie.)

“Bruers hangt een extreme visie aan die al het lijden onder dieren wil uitroeien. Niet alleen het lijden van landbouw- of huisdieren. Hij pleit er ook voor om op verregaande manier in te grijpen in de natuur om leed bij wilde dieren te voorkomen.”

Je zou kunnen zeggen dat extremere visies een hogere kans hebben om minder betrouwbaar te zijn, maar dat geldt niet als die extreme visie onderbouwd wordt door standpunten die allesbehalve extreem zijn. Mijn visie over ingrijpen in de natuur is gebaseerd op drie uitgangspunten die allesbehalve extreem zijn: 1) extreem, onnodig leed is niet goed, 2) als we dat leed op een effectieve manier kunnen verminderen en welzijn doeltreffend bevorderen, dan is dat goed, en 3) we mogen niet discrimineren. In de natuur is er heel veel dierenleed dat we onderschatten, en er is geen reden om te zeggen dat dat dierenleed minder erg is dan even sterk leed dat ervaren zou worden door onze kinderen, honden en katten. Als het BioForum deze uitgangspunten niet onderschrijft of de logica niet deelt, dan hoor ik het graag. Maar mijn visie over dierenleed in het wild heeft niets te maken met mijn gewijzigd standpunt over biovoeding. Ik heb eerder de indruk dat het BioForum hier een soort van ad hominem drogreden probeert, of een non sequitur. Maar mijn indruk kan fout zijn, dus zal ik gewoon met argumenten op de kritiek ingaan.

 

“Inzicht in de visie van Bruers helpt om zijn kritiek ten opzichte van biologische landbouw te plaatsen. Biolandbouw gaat immers uit van een kringloopmodel, dat zegt dat dierlijke mest essentieel is om de bodem vruchtbaar te houden en aan duurzame landbouw te doen. Veeteelt, mits strikte beperking van de veestapel volgens de draagkracht van de grond, is dan logisch, zelfs onontbeerlijk. Dat model beantwoordt niet aan Bruers visie op dierenleed en staat haaks op zijn pleidooi voor een puur plantaardige landbouw. Milieuvriendelijkheid lijkt het criterium te zijn waarop Bruers biolandbouw aanvalt, maar ons lijkt het minstens evenveel om dierenwelzijn te gaan.”

Ik ben me ervan bewust dat het gebruik van dieren een belangrijk element zou kunnen zijn in de biolandbouw, voornamelijk omwille van de mest, en dat de biolandbouw dan sneller betrokken kan raken bij dierenrechtenschendingen in de veeteelt. Bij gesprekken met een aantal biologische veetelers merkte ik ook een vrij sterke speciesistische houding bij die boeren, wat ik sterk afkeur. Dat alles zou bij mij onbewust een vooroordeel tegen bio kunnen genereren. Maar dat lijkt me onwaarschijnlijk te zijn. In mijn wetenschappelijke analyse van de biolandbouw heb ik bewust geprobeerd het dierenwelzijnverhaal terzijde te schuiven zodat mijn oordelen daardoor niet zouden verkleuren. En ik weet natuurlijk ook dat ik niet de hele biosector over dezelfde kam mag scheren op basis van immorele speciesistische opvattingen van een aantal bioboeren (want er zijn ook niet-bio boeren met speciesistische opvattingen en bioboeren zonder speciesistische opvattingen).

Voor zover ik me ervan bewust ben, was dierenleed helemaal niet de reden waarom ik de vermeende voordelen van biovoeding in twijfel trok. Dat blijkt volgens mij duidelijk uit mijn blogberichten. Ten eerste gaf ik in mijn artikel over biovoeding aan dat dierenleed het enige is waar biolandbouw beter op scoort dan gangbare veeteelt (op een irrationeel aspecten na, namelijk de keuze voor onwerkzame homeopathie in plaats van antibiotica als de veedieren ziek zijn). Ten tweede heb ik enkele jaren geleden geschreven dat een mondiale veganistisch-biologische landbouw waarschijnlijk haalbaar is. Mocht dierlijke mest dan toch nodig zijn, dan is het ook denkbaar een landbouwsysteem te hebben waarbij we geen dieren doden of opsluiten (dode dieren produceren namelijk geen mest meer), maar gewoon dieren voederen met oneetbare etensresten en de mest verzamelen om in de landbouw te gebruiken. Dus ik zie dat gebruik van dierlijke mest niet als cruciaal knelpunt in de biolandbouw. Tot slot ga ik nog steeds regelmatig naar de biowinkel omdat daar de keuze van veganistische producten groter is.

Wat is dan wel de reden waarom ik minder vertrouwen kreeg in de voordelen van bio en waarom ik bio in twijfel ben gaan trekken? Mijn confrontatie met wetenschappelijke bevindingen, in het bijzonder meta-analyses over de gezondheids- en milieuaspecten van biovoeding. Op vlak van gezondheid wist ik al wel dat er meerdere meta-analyses waren die aangaven geen relevante verschillen te zien tussen biovoeding en gangbare voeding. Het waren vooral de milieuaspecten die me in het verleden motiveerden om bio te kopen en promoten. Maar de afgelopen jaren heb ik me op professioneel vlak verdiept in de ecologische voetafdruk en levenscyclusanalyses van voeding die de milieu-impacten van voeding in kaart brengen. En zo stuitte ik op meta-analyses die de milieuvoordelen van bio in twijfel trokken. Die twijfel werd versterkt door het lezen van literatuur van kritisch denkende skeptici en effectieve ecologisten (effective environmentalists) die aangaven dat de keuze voor biolandbouw niet bepaald een wetenschappelijk onderbouwde effectieve milieumaatregel is. Verder rezen er een aantal frustraties over irrationele regelgeving, bijvoorbeeld dat het in biolandbouw niet toegelaten is vitaminen toe te voegen aan plantaardige alternatieven voor melk of om ggo’s te gebruiken die duidelijke milieu- en gezondheidsvoordelen bieden, en het nog wel toegelaten is om schadelijke pesticiden en schaarser wordende minerale meststoffen (bv. rotsfosfaat) te gebruiken.

“Hij lijkt ook niet te hebben gemerkt dat de biodiversiteit de laatste 30 jaar serieus is afgenomen, mede dankzij intensieve landbouwpraktijken.”

Dit is wel de meest bizarre uitspraak. Ik ben al bijna 20 jaar milieu-activist met als primaire drijfveer biodiversiteitsbehoud. Ik ben zeer goed op de hoogte van de wetenschappelijke studies over het verlies van biodiversiteit. Het Living Planet Report ligt op mijn bureau; dan is het wel erg gek te beweren dat ik niets van het biodiversiteitsverlies zou opgemerkt hebben.

De landbouw is natuurlijk een grote speler in die biodiversiteitscrisis, want de veeteelt is een onderdeel van de landbouw en volgens de VN-FAO is de veeteelt waarschijnlijk de belangrijkste speler in het mondiale verlies van biodiversiteit. Het grootste deel van die veeteelt bestaat uit intensieve landbouwpraktijken, dus in die zin is de stelling correct dat intensieve landbouw een oorzaak is van de biodiversiteitscrisis, maar men kan dan even goed zeggen dat de landbouw in het algemeen een oorzaak is.

Wat we wel kunnen zeggen is dat de huidige intensieve landbouw veel milieuvriendelijker is geworden dan de landbouw enkele decennia geleden. Als we met de landbouwpraktijken van enkele decennia geleden nu 7 miljard mensen moesten voeden, met evenveel dierlijke producten, dan was dat nog erger geweest voor de biodiversiteit. Ik zou eerder zeggen dat het verlies van biodiversiteit komt van twee factoren: 1) veel mensen, die 2) veel producten consumeren met een hoge milieu-impact, zoals dierlijke producten. Dan is het interessanter om de snelle bevolkingsgroei te beperken, door te investeren in vrijwillige gezinsplanning, en de consumptie van dierlijke producten te verminderen, door te investeren in organisaties die diervrije (plantaardige) voeding promoten. Dat zijn twee belangrijke win-win-winmaatregelen. In plaats van een meerkost te betalen voor duurdere biovoeding, zouden we dat geld kunnen geven aan deze effectievere maatregelen.

“Bruers valt bio aan met argumenten die geen steek houden.”

Hier had ik graag concrete tegenargumenten gezien.

“Maar een expert in biolandbouw is hij niet, zelfs niet in landbouw.”

Omdat ik op professioneel vlak de ecologische voetafdruk heb berekend van voedings- en landbouwbedrijven en van regio’s zoals Vlaanderen en Wallonië, beschouw ik me wel als expert op vlak van milieu-impactmeting. De vraag is vooral of ik de studies van milieu- en landbouwexperten correct kan interpreteren en op een onpartijdige manier kan evalueren. Aangezien ik een doctoraat heb ik de wetenschappen en een doctoraat in de moraalfilosofie bij een promotor (Johan Braeckman) die veel belang hecht aan kritisch denken en de wetenschappelijke methode, wordt het onwaarschijnlijk dat ik niet goed wetenschappelijke studies zou kunnen interpreteren. Aangezien ik me engageer bij verschillende milieuorganisaties die biolandbouw promoten, wordt het onwaarschijnlijk dat ik die studies partijdig zou evalueren ten voordele van de gangbare landbouw.

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Blog en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Antwoord op het BioForum

  1. Wendy Dresen zegt:

    Zeker goed om over na te denken! Ik vind het in elk geval goed onderbouwd.

  2. Erwin Wauters zegt:

    Beste Stijn

    Inderdaad, meerdere meta-analyses kunnen de geclaimde of geanticipeerde voordelen van biologische landbouw op het vlak van gezondheid of milieu, zeker wanneer uitgedrukt per kg product, niet bevestigen. Om op basis van enkel die meta-analyses dan in het maatschappelijk debat biologische landbouw af te wijzen ten voordele van intensieve landbouw, en – mogelijk onbedoeld – dus een stem pro het intensieve landbouwsysteem uit te dragen, mist volgens mij een aantal belangrijke nuances, misschien andere nuances dan degene die Bioforum aanhaalt.
    Ten eerste is biologische landbouw een landbouwsysteem waaraan een aantal voorschriften verbonden zijn die in een lastenboek zijn opgenomen. Het blijkt dat sommige – zeker niet alle – biolandbouwers dit lastenboek als het minimum zien en zich van andere zaken niet veel aantrekken. Het is zo dat voor sommige biolandbouwers gezondheid of milieu slechts secundaire of zelfs afwezige redenen zijn om over te schakelen, en dat de voornaamste reden de marktopportuniteit is die verbonden is aan productie onder het biolabel. Dat is vanuit hun standpunt begrijpelijk, maar draagt niet bij aan de mate waarin biologische landbouw de geclaimde milieubijdragen haalt. Ikzelf spreek liever minder over biologische landbouw in strikte zin (dus volgens de voorschriften in het lastenboek) maar over agro-ecologische landbouw in brede zin, een landbouwfilosofie die veel principes gemeen heeft met de biologische landbouw en die toch duidelijk een andere filosofie is dan de intensieve landbouw. Noot: voor mij is het perfect mogelijk dat binnen agro-ecologische landbouw er in bepaalde omstandigheden GGO’s of pesticiden gebruikt worden, voor veel anderen niet.
    Ten tweede ben ik inderdaad op de hoogte van de aangehaalde meta-analyses en ben ik op de hoogte van de resultaten die daaruit blijken: zeker wanneer je het uitdrukt per kg product is er niet veel bewijs dat biologische landbouw beter is. Die meta-analyses vergelijken echter twee landbouwsystemen waarvan het ene veel meer steun (onder de vorm van onderzoek en ontwikkeling) heeft gekregen dan het andere; voor intensieve landbouwsystemen is dit veel meer dan voor biologische/agro-ecologische landbouw. Dat invalideert de conclusies van een meta-analyse niet wanneer ze stellen dat op dit moment de baten van biologische landbouw niet aantoonbaar zijn. Een belangrijk perspectief wanneer je die resultaten wil gebruiken om te suggereren wat de richting is die we maatschappelijk zouden moeten ondersteunen, is volgens mij echter dat de resultaten van die meta-analyses slechts deels een uiting zijn van een eventueel verschil in inherente performantie, maar deels ook van het historisch verschil in steun. Als onderzoeker of maatschappelijk ‘influencer’ is dit iets wat we volgens mij niet mogen negeren. Wat als de agro-ecologische of biologische landbouw evenveel steun had kunnen genieten, zou er dan nog zo een groot verschil in efficiëntie en opbrengst per ha zijn? Om die reden vind ik het als wetenschapper niet verkeerd om soms niet naar meta-analyses te kijken, maar net naar die individuele studies die een anomalie lijken omdat ze aantonen dat biologische of agro-ecologische landbouw, in bepaalde omstandigheden, met voldoende steun voor experimenteren, onderzoek en verbeteren, wel tot even hoge opbrengsten kan leiden, maar met minder negatieve effecten. Dit is niet cherry-picking en het feit dat zo’n studie de resultaten van meta-analyses tegenspreekt maakt ze ook niet per definitie methodologisch verdacht of incorrect. Er zijn zeker voorbeelden van correct uitgevoerde studies die aantonen dat biologische of agro-ecologische landbouw een potentieel heeft. Als wetenschapper of maatschappelijk denker zouden deze studies net onze interesse moeten wekken, niet om op basis van deze individuele studies grote uitspraken te doen over het ene systeem versus het andere, maar om verder te werken en te kijken of die resultaten in andere studies bevestigd kunnen worden en wat we ervan kunnen leren. Ik ben ervan overtuigd dat ook die individuele studies relevante dingen kunnen zeggen over het inherente potentieel van biologische of agro-ecologische landbouw, naast de resultaten van meta-analyses, en om de eerder aangehaalde reden zijn ze mogelijk relevanter voor de toekomst.
    Ten derde faciliteert intensieve landbouw milieu-winsten, bijvoorbeeld biodiversiteitswinsten, doordat deze vorm van landbouw het toelaat om aan land sparing te doen. Maar dat effect komt niet vanzelf, we moeten dan ook daadwerkelijk beslissen om aan land sparing te doen. Er zijn studies die aantonen dat dit in sommige regio’s gebeurt (hogere opbrengst per ha door intensievere landbouw gaat dan gepaard met lager landgebruik), maar er zijn andere studies die even correct zijn uitgevoerd, die aantonen dat dit in andere regio’s niet gebeurt, en dat er niet minder, of zelfs meer landgebruik optreedt. Belangrijk om te beschouwen is dat dit vaak geen neutrale keuze is geweest, maar een keuze die net geïnduceerd wordt. Het mechanisme daarachter is het feit dat het efficiëntere gebruik van bepaalde inputs zoals grond een economisch competitief voordeel oplevert, waardoor gebruikers het incentive hebben om meer van die input te gaan gebruiken en meer te importeren. Economisch gemotiveerde en geïncentiveerde intensivering gaat geregeld gepaard met meer gebruik van grond, niet met land sparing.
    Ten vierde is het feit dat biologische of agro-ecologische landbouw niet beter of zelfs slechter scoort dan intensieve landbouw vooral zichtbaar wanneer de lasten uitgedrukt worden per kg product. In tijden waarin we om de oren worden geslagen met doemsenario’s en alarmbellen over de uitdaging die het wel gaat zijn om in 2050 iedereen te voeden en over de noodzaak om de productie te verdubbelen lijkt dit inderdaad het enige relevante criterium. Maar volgens mij mogen die doemscenario’s en alarmbellen best eens in perspectief geplaatst worden. Al enkele decennia is op globale schaal te weinig voedsel geen excuus meer voor honger, zoals uit een aantal recente rapporten blijkt. Honger wordt veroorzaakt door andere zaken, zoals armoede, niet doordat er globaal genomen niet genoeg wordt geproduceerd. Het is zeker zo dat in bepaald regio’s wereldwijd best wat meer voedsel geproduceerd zou worden, en om te beslissen op welke manier dit gebeurt is hier milieu-last per kg product mogelijk één van de (niet het enige!) relevante criteria. Maar in veel andere streken wordt er nu al meer geproduceerd dan nodig is, en er is wel export, maar ook die raakt niet steeds bij diegene die het hardst voedsel nodig hebben. In de EU zijn er het afgelopen jaar bijvoorbeeld inspanningen gedaan om minder melk op de markt te brengen of om peren uit de markt te halen omdat er overproductie was. Voor veel regio’s is de zogenaamde fysische noodzaak om meer voedsel te produceren volgens mij eerder een economische ambitie, gesteund op exportmogelijkheden. Daar is niets kwaadaardig aan, maar het is niet intellectueel correct om die economische ambitie te verkondigen als was het een fysieke noodzaak – “de wereld voeden”. Vanuit dat perspectief, dat in veel regio’s ter wereld ‘meer voedsel produceren’ niet noodzakelijk het enige legitieme doel is, ben ik er niet helemaal van overtuigd dat milieu-last per kg product in deze regio’s het enige relevante criterium is. Hier zou een even legitiem maatschappelijk doel kunnen zijn om net voldoende te produceren om voldoende eten te produceren en om een bepaalde mate van economische activiteit te houden (eventueel zelfs met export), en dat dan op een zo duurzaam mogelijke manier, een doel waarvoor bijvoorbeeld milieu-last per gebruikte ha ook een relevant criterium kan zijn. En om dat doel van minder (maar voldoende om de regionale bevolking te voeden en een mate van economische activiteit te hebben) maar duurzamere voedingsproductie-activiteit te realiseren zou ik niet durven beweren dat een meer extensieve landbouw geen valabel alternatief is, en ik durf zeker beweren dat het de moeite loont om dit met meer middelen dan nu te onderzoeken. Of zoals Prof. Pablo Tittonell het uitdrukte: “Intensify in the south, extensify in the north, detoxify everywhere”

    • stijnbruers zegt:

      Dank voor de reactie Erwin; de meest inhoudelijke en constructieve die ik tot nu toe tegengekomen ben. Je haalt terechte punten aan. Efficiënter landgebruik zoals bij de gangbare en ggo-landbouw, kan een rebound effect genereren: gewassen worden goedkoper, waardoor veevoeders goedkoper worden, waardoor er meer veeteelt en vleesconsumptie is, waardoor er toch uiteindelijk evenveel of zelfs meer land wordt gebruikt. Als mensen minder bio gaan kopen, gaan ze minder geld uitgeven aan voeding, en gaan ze misschien dat uitgespaarde geld uitgeven aan andere milieubelastende dingen. Op dergelijke risico’s van reboundeffecten mag ik nog meer de nadruk leggen. Wil je natuurgebied behouden, dan zou je het geld dat je uitspaart door de aankoop van goedkopere niet-biologische voeding kunnen geven aan natuurorganisaties die lobbyen om meer natuurgebied. Wil je landbouwduurzaamheid bevorderen, dan zou je het uitgespaarde geld kunnen geven aan landbouwwetenschappelijk onderzoek naar nieuwe veelbelovende methoden zoals agro-ecologie. De vraag is dus of de meerkost van bio het effectiefste is in het bereiken van je doelen, of we ons geld niet in effectievere maatregelen kunnen investeren.
      Vanuit oogpunt van consumenten lijkt me de voetafdruk per kg product wel relevanter dan de voetafdruk per hectare. Als we kiezen voor meer biovoeding, dan gaan we extra habitat gebruiken in vergelijking met de situatie waarin we net evenveel van hetzelfde aten, maar dan niet-bio.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s