Boekbespreking De Vrolijke Feminist

De Vrolijke Feminist, Floris van den Berg, Houtekiet, 2017.

In de Vrolijke Feminist kaart ecohumanist Floris van den Berg twee morele blinde vlekken aan. Ten eerste zijn vele progressieve, politiek linkse denkers en activisten al te vaak blind voor bepaalde heel ernstige vormen van vrouwenonderdrukking in bepaalde culturen, met name  vrouwonvriendelijke religieuze strekkingen en culturen met een mannendominante eermoraal. Die progressieve denkers hebben een morele blinde vlek met betrekking tot de problemen van multiculturalisme en in het bijzonder de islam. Ze zijn op dat vlak te weinig feministisch.

Maar ten tweede zijn er ook vele feministen die een morele blinde vlek hebben, met name over de onderdrukking van dieren en toekomstige generaties. Welmenende feministen die bijvoorbeeld geen veganist zijn, zijn inconsistent. Floris van den Berg durft dus ook tegen feministen te zeggen wanneer en hoe ze inconsistent zijn.

Het aankaarten van deze twee morele blinde vlekken is wat het boek een meerwaarde geeft. Het boek houdt zich bewust afzijdig van obscure feministische stromingen zoals het postmoderne feminisme dat gelinkt is aan een continentale, niet-analytische filosofie. Floris van den Berg is een filosoof van de Gents-Leidse school, en kenmerkend van die school zijn het rationeel, kritisch en analytisch verlichtingsdenken.

Van den Berg maakt in zijn boek een onderscheid tussen groot en klein feminisme. Het klein feminisme gaat over onder meer stereotyperingen, rolpatronen, schoonheidsidealen en loonkloven. Het is het feminisme voor de vrouwen in een vrijzinnige, seculiere westerse cultuur waar vrouwen juridisch evenwaardig zijn aan mannen. Omdat de problemen van het klein feminisme moeilijk op te lossen zijn, want ze zijn niet zomaar met een verbod aan te pakken, besteedt het boek relatief weinig aandacht aan dit klein feminisme. Het boek stelt dus bewust bepaalde prioriteiten: het maakt keuzes voor belangrijke problemen die we eerst moeten oplossen, gebaseerd op de effectiviteit van de oplossingen. Die effectiviteit hangt niet enkel af van de ernst van de problemen (verkrachtingen en moorden op vrouwen zijn waarschijnlijk erger voor de slachtoffers dan seksistische rolpatronen in het huishouden of maakbare vrouwelijke schoonheidsidealen in de media). De effectiviteit hangt ook af van bijvoorbeeld de hanteerbaarheid van de problemen (de mate waarin de problemen aan te pakken zijn met bv. juridische maatregelen en wetten).

Veel aandacht gaat dus uit naar het groot feminisme dat gaat over vrouwonderdrukkende vormen van geweld en bedreigingen. We hebben het dan over bijvoorbeeld verkrachtingen, opsluitingen, gedwongen huwelijken, eermoorden en lijfstraffen bij het niet naleven van voorschriften. Dit zijn zeer ernstige problemen omdat de fysieke integriteit en de autonomie of basisvrijheden van vrouwen worden aangetast. En de juridische oplossing ligt voor de hand: de praktijken gewoonweg verbieden.

Waar situeren de problemen van het groot feminisme zich vooral? In bepaalde culturen met een mannendominante eermoraal van vrouwenonderdrukking en vergelding (waarbij bijvoorbeeld een vrouw gewelddadig behandeld wordt door de naaste familieleden als die vrouw slachtoffer is van een verkrachting en zo haar maagdelijkheid verloren heeft). En welke culturen hebben dergelijke kenmerken? Voornamelijk religieuze culturen, en dan in het bijzonder de islam (maar ook in bv. het Hindoeïsme en conservatieve christelijke strekkingen die zich verzetten tegen het proces van de humanisering of Verlichting). Vandaar dat in zowat de helft van de hoofdstukken woorden zoals ‘islam’ en ‘sharia’ opduiken.

Floris van den Berg geeft dus een terechte kritiek op de vorm van multiculturalisme waarbij intolerantie wordt getolereerd. Concreet zijn er veel moslimmannen die moslimvrouwen onderdrukken, en we mogen dergelijke intolerantie tegenover vrouwen niet tolereren. Vandaar dat ook moslims zich moeten houden aan de universele mensenrechtenverklaring en die mensenrechtenverklaring boven de islamitische pseudomensenrechtenverklaring (de Cairo Declaration on Human Rights in Islam) en de sharia moeten plaatsen. Het vooropstellen van de sharia mogen we niet tolereren. De praktijken zoals gedwongen huwelijken zouden even strafbaar moeten zijn als verkrachtingen, want eigenlijk zijn gedwongen huwelijken gewoon vormen van verkrachting, als we het vanuit het perspectief van de slachtoffers bekijken. Tegen je wil in moeten huwen en na het huwelijk seks moeten hebben met je man, is even erg als een verkrachting waarbij je even sterk tegen je wil in seks moet hebben met een man. Als moslimmannen denken dat ze hun vrouwen mogen straffen als hun vrouwen zich niet aan onredelijke religieuze kledingvoorschriften houden, dan kunnen die moslimmannen niet klagen als ze gestraft worden wanneer ze fundamentele vrouwenrechten schenden. De islam is een wezenlijk vrouwonvriendelijke ideologie omdat er in de islam letterlijke religieuze voorschriften zijn die op een onredelijke wijze de fundamentele vrijheden van vrouwen beperken.

De vrolijke feminist is filosofisch gezien een heel eenvoudig boek, met een heel duidelijke boodschap waar elke redelijke persoon het onmiddellijk mee eens is en die geen verdere nuancering behoeft. Vanuit het slachtofferperspectief van de onderdrukte vrouwen is het onmiddellijk duidelijk dat een multiculturalisme (een tolerantie tegenover een intolerante religie zoals de islam) immoreel is.

Dat is de eerste blinde vlek van vele progressieve denkers. Vandaar dat Floris van den Berg pleit voor atheïsme, individualistisch liberalisme (waarbij de vrijheden van individuen primeren boven onredelijke voorschriften voor groepen of onzinnige zogenaamde ‘groepsbelangen’) en verlichtingshumanisme (waarbij de verlichtingswaarden zoals kritisch denken en mensenrechten centraal staan). Nergens in het atheïstische humanisme vindt men vrouwonvriendelijke onredelijke kledingvoorschriften en regels om vrouwen te straffen wanneer die vrouwen vrijheden opeisen die niet schadelijk zijn voor anderen. De argumenten die progressieve denkers geven ten voordele van het multiculturalisme dat intolerantie tolereert, kunnen eenvoudig weerlegd worden.

Maar Floris van den berg durft ook de meeste feministen op de korrel te nemen. De meeste feministen eten namelijk nog vlees, eieren, kaas of andere dierlijke producten. Ook hier is het eigenlijk heel simpel: welgemeend feminisme is gebaseerd op een centraal principe dat stelt dat onderdrukking en nodeloos geweld niet toegelaten zijn en dat men niet zomaar een willekeurige groep van individuen (bv. vrouwen) mag aanwijzen die onderdrukt mogen worden. Feministen zijn tegen onderdrukking en discriminatie zoals seksisme, maar ze zijn daarin vaak inconsistent. Want we mogen dus ook niet zomaar naar willekeur niet-menselijke dieren onderdrukken en nodeloos geweld plegen tegen hen. Daaruit volgt een morele plicht tot veganisme, maar bij bv. feministische conferenties worden er nog wel dierlijke producten geserveerd.

Hetzelfde geldt voor geweld tegenover toekomstige generaties, met een morele plicht om onze ecologische voetafdruk te verlagen. Nochtans hebben de meeste feministische vrouwen een te hoge milieu-impact. De welmenende feministen die nog dierlijke producten eten en een te hoge milieu-impact hebben, zijn dus inconsistent: ze trekken hun feministische waarden niet consequent door naar alle slachtoffers, inclusief de dieren en toekomstige generaties. De laatste hoofdstukken in De Vrolijke Feminist gaan dus niet voor niets over het ecofeminisme (met als lovenswaardig voorbeeld Green Evelien) en het veganisme (met als voorbeeld het werk van ecofeministe Carol Adams).

Rest me nog te wijzen op een belangrijk hiaat van het boek: wat zijn effectieve maatregelen die we als individu of samenleving kunnen nemen om vrouwenrechten en de positie van vrouwen te bevorderen? Het boek doet bijvoorbeeld geen aanbevelingen voor effectieve feministische organisaties die we kunnen steunen. Een effectief goed doel waar niets over gezegd wordt in het boek, is gezinsplanning: het verminderen van ongewenste zwangerschappen. Dit is waarschijnlijk het meest effectieve wat we kunnen doen in termen van vrouwenrechten – in het bijzonder het recht op lichamelijke zelfbeschikking – en het bevorderen van sociaal-economische opportuniteiten voor vrouwen. De economische kosten-batenverhouding van een universele toegang tot anticonceptiemiddelen bedraagt meer dan 100 euro sociale, economische en milieuvoordelen per geïnvesteerde euro. Investeren in gezinsplanning is de ecofeministische maatregel bij uitstek, omdat het zowel goed is voor vrouwen (minder ongewenste zwangerschappen, abortussen en moedersterfte) als voor duurzame ontwikkeling (minder bevolkingsdruk). Het is één van de belangrijkste win-winmaatregelen. Als effectieve feministische organisatie om te steunen zou ik daarom Marie Stopes International aanraden.

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Blog, Boekbesprekingen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s