Drie ethische basisprincipes en hun belangrijkste implicaties

Met drie ethische basisprincipes kunnen we zowat elk moreel probleem in kaart brengen en nagaan wat de beste keuzes zijn. Om de drie basisprincipes te verduidelijken, bespreek ik kort de belangrijkste implicaties: antispeciesisme, de welzijnsbevordering van wilde dieren in de natuur, en veganisme.

1.     Ongewenste willekeur vermijden

Formulering: voor elke keuze die we maken moeten we een rechtvaardigende regel kunnen geven waarvan we consistent kunnen willen dat iedereen die regel volgt in alle denkbare situaties.

Verduidelijking: als we een keuze maken (bv. de keuze voor een handeling of voor een formulering van een morele wet), dan selecteren we een optie uit een verzameling van opties. Er is sprake van willekeur wanneer we een element of deelverzameling uit een verzameling van opties kiezen zonder daarbij een selectieregel te volgen. Die willekeur is ongewenst wanneer er minstens een persoon (wezen met een eigen wil) die willekeur niet consistent kan willen, dus wanneer die willekeur niet verenigbaar is met de belangrijkste dingen die een persoon wil.

Rechtvaardiging: deze regel is een veralgemening en verfijning van de gulden regel: behandel anderen (niet) zoals je zelf (niet) behandeld wil worden. Als ik ongewenste willekeur mag hebben in mijn keuzes en mijn ethiek, dus als ik keuzes mag maken zonder rechtvaardigende regel die iedereen mag volgen, dan mag iedereen ongewenste willekeur toelaten. Dan mogen anderen willekeurige keuzes maken die ik niet consistent kan willen. Ik kan mezelf selecteren uit de verzameling van alle wezens en daarmee zeggen dat enkel ik wel dergelijk recht heb om ongewenst willekeurige keuzes te maken. Maar ik ben niet in staat een rechtvaardigende regel te geven voor deze keuze dat ik de enige zou zijn die ongewenste willekeur mag toelaten. Daarom mag ik geen ongewenste willekeur hebben in mijn ethiek.

Belangrijkste implicatie: antispeciesisme. Speciesisme is discriminatie op basis van soort en is in onze huidige samenleving de grootste vorm van discriminatie. Discriminatie van B ten opzichte van A is het slechter behandelen van B dan A op een manier die B niet kan willen, zonder het kunnen geven van een rechtvaardigende regel (dus op basis van willekeurige criteria) en zonder het tolereren van het verwisselen van posities (A behandelen zoals B en B zoals A). In geval van speciesisme formuleert men een ethisch principe (bv. dat men wezens die behoren tot de mensensoort niet mag schaden en andere wezens wel), selecteert men daarbij een bepaalde biologische categorie (namelijk de soort) uit een verzameling van biologische categorieën (die naast de soort onder andere populatie, genus, orde, klasse en stam bevat), en selecteert men een bepaalde soort (namelijk mensen) uit de verzameling van alle soorten, zonder dat men daarvoor rechtvaardigende selectieregels kan geven.

Meer lezen:

Over het antiwillekeurprincipe:

https://stijnbruers.wordpress.com/2014/03/16/het-antiwillekeurprincipe/

https://stijnbruers.wordpress.com/2015/01/23/wil-en-willekeur/

https://stijnbruers.wordpress.com/2015/06/23/hoe-sterk-is-de-ethische-regel-als-jij-dat-mag-dan-ik-ook/

https://stijnbruers.wordpress.com/2015/11/13/against-arbitrariness/

https://stijnbruers.wordpress.com/2016/09/05/what-is-a-rational-ethicist/

Over antidiscriminatie en antispeciesisme:

https://stijnbruers.wordpress.com/2018/12/13/speciesism-arbitrariness-and-moral-illusions/

https://stijnbruers.wordpress.com/2012/01/13/ten-arguments-against-speciesism/

2.     Relatieve voorkeuren verhogen

Formulering: we moeten de situatie (toekomst) verkiezen waarbij de som van relatieve voorkeuren van alle personen die bestaan en gaan bestaan maximaal is.

Verduidelijking: een persoon is een voelend of willend wezen met persoonlijke ervaringen en voorkeuren. Een voorkeur meet hoe sterk die persoon een situatie verkiest. Die voorkeur is een functie van onder andere het levenswelzijn van die persoon (de som van alle positieve min alle negatieve ervaringen in diens leven), maar kan ook andere waarden bevatten die de persoon belangrijk vindt, zoals rechtvaardigheid en het respecteren van rechten van zichzelf of anderen. Een voorkeur is positief als de persoon die situatie verkiest boven een gelijkaardige situatie waarin die persoon zelf niets ervaart en wilt (of bv. niet bestaat). Een voorkeur is negatief als de persoon in die situatie liever niet had bestaan. Een relatieve voorkeur meet de eigen voorkeur ten opzichte van een vrijwillig zelf gekozen kritisch niveau. Het kritisch niveau is nooit negatief. Als de eigen voorkeur hoger is dan dat kritisch niveau, dan is de relatieve voorkeur positief en dan draagt die persoon positief bij aan de toestand van de wereld: de wereld is er beter aan toe als een persoon met een positieve relatieve voorkeur aanwezig is, en er slechter aan toe als een persoon met een negatieve relatieve voorkeur aanwezig is.

Rechtvaardiging: het maximaliseren van het totaal van ieders relatieve voorkeuren is een ethisch systeem waar men het minste tegen kan protesteren. In vergelijking met andere mogelijke ethische principes, zijn de klachten tegen dit basisprincipe minimaal, want die klachten worden gemeten als negatieve relatieve voorkeuren. Deze theorie staat bekend als het variabele kritisch niveau utilitarisme, waarbij de utiliteit van een persoon in een bepaalde situatie gelijk is aan de voorkeur van die persoon voor die situatie. Het variabel kritisch niveau utilitarisme is in staat om de meest contra-intuïtieve implicaties in de populatie-ethiek te vermijden. De populatie-ethiek houdt zich bezig met het beoordelen van situaties waarbij onze keuzes bepalen wie en hoeveel personen er in de toekomst gaan bestaan.

Belangrijkste implicatie: welzijn van wilde dieren. Hoogstwaarschijnlijk zijn veel wilde dieren in de natuur voelende wezens (personen met eigen persoonlijke ervaringen), en de kans is groot dat de meeste dieren die geboren worden een negatief leven hebben (dus eerder een voorkeur hebben om niet te bestaan, omdat hun bestaan gedomineerd wordt door negatieve ervaringen van ziekte, honger, angst, stress en lichamelijke verwondingen). Omdat er zoveel wilde dieren zijn en gaan geboren worden in de toekomst (in tegenstelling tot het toenemende welzijn bij mensen), vormen hun negatieve ervaringen waarschijnlijk het grootste leed op aarde, en dat grote probleem wordt sterk verwaarloosd. Het beste wat we nu kunnen doen, is beginnen met wetenschappelijk onderzoek naar veilige en effectieve maatregelen om het welzijn van wilde dieren in de toekomst te verhogen.

Meer lezen:

Over het variabel kritisch niveau utilitarisme en populatie-ethiek

https://stijnbruers.wordpress.com/2016/10/26/de-minimale-klachten-theorie-de-sterkste-ethische-theorie/

https://stijnbruers.wordpress.com/2018/02/24/variable-critical-level-utilitarianism-as-the-solution-to-population-ethics/

https://stijnbruers.wordpress.com/2018/06/06/why-i-became-a-utilitarian/

Over dierenleed in de natuur:

https://stijnbruers.wordpress.com/2016/12/20/waarom-we-dierenleed-in-de-natuur-moeten-bestrijden/

https://stijnbruers.wordpress.com/2019/10/23/probability-estimate-for-wild-animal-welfare-prioritization/

https://stijnbruers.wordpress.com/2018/10/28/reducing-existential-risks-or-wild-animal-suffering/

https://stijnbruers.wordpress.com/2016/07/20/moral-illusions-and-wild-animal-suffering-neglect/

3.     Lichamelijke zelfbeschikking respecteren

Formulering: we mogen niet het lichaam van een voelend (willend) wezen tegen diens wil in gebruiken als middel voor de doelen van anderen.

Verduidelijking: het basisrecht op lichamelijke zelfbeschikking is het recht om niet gebruikt te worden als louter middel. De twee woorden “louter middel” duiden op twee voorwaarden, respectievelijk: 1) een voelend wezen wordt aangezet of gedwongen iets te doen of ondergaan tegen diens wil in om een doel van iemand anders te bereiken (dat niet gedeeld wordt door het wezen zelf), en 2) het lichaam van dat voelend wezen moet noodzakelijk aanwezig zijn als middel om het doel te bereiken. Een voelend en willend wezen is een wezen dat een besef heeft van het eigen lichaam, dat via positieve en negatieve gevoelens iets wel of niet kan willen, en dat dergelijk voelend en willend vermogen nog niet definitief verloren heeft. Het basisrecht is niet noodzakelijk absoluut: als er gigantisch veel welzijn van anderen op het spel staat, kan het gerechtvaardigd zijn om het basisrecht van een persoon te schenden. Als een persoon dat wil, kan die persoon het basisrecht mee opnemen in diens relatieve voorkeur, waardoor dit derde basisprincipe opgenomen wordt in het tweede ethische basisprincipe.

Rechtvaardiging: het basisrecht op lichamelijke zelfbeschikking is een negatief recht om niet op een bepaalde manier behandeld te worden. Dat staat tegenover positieve rechten: rechten om wel iets te mogen doen, zoals het recht op vrije meningsuiting. Dit basisrecht is het enige negatieve recht dat geen kosten oplegt voor anderen: de introductie van een extra persoon met dit basisrecht belemmert niet de mogelijkheden of vrijheden van anderen om hun doelen te bereiken. Andere rechten zijn wel kostelijk voor derden. Zo kan in een moreel dilemma de loutere aanwezigheid van een persoon die het recht op leven heeft (het recht om niet gedood te worden), verhinderen dat andere personen gered kunnen worden. De loutere aanwezigheid van een persoon die enkel het basisrecht heeft (het recht om niet gebruikt te worden), is daarentegen nooit nadelig voor anderen. Het basisrecht is ook in overeenstemming met sterk gevoelde morele intuïties in talrijke morele dilemma’s, en het rechtvaardigt een vorm van partijdigheid: bij het helpen van anderen mogen we partijdig zijn ten voordele van onze dierbaren. We zijn niet gedwongen om tegen onze wil in hulp te bieden aan een derde partij ten koste van onze dierbaren in nood (zelfs niet als die hulp aan derden het totale welzijn in de wereld zou verhogen), want in dergelijk geval zouden wij gebruikt worden als louter middel. Maar we moeten wel tolereren dat iemand anders wel die derde partij (in plaats van onze dierbaren) zou helpen. Als we die hulp aan derden niet zouden tolereren, dan discrimineren we die derde partij ten opzichte van onze dierbaren (cfr. het eerste basisprincipe).

Belangrijkste implicatie: veganisme. Bij de productie en consumptie van dierlijke producten worden de lichamen van dieren tegen hun wil in gebruikt als middel voor onze doelen (met name voor voeding, kleding, vermaak,…). Gezien het zeer grote aantal betrokken dieren en het ernstige dierenleed, vormen veeteelt en visserij de grootste groep van basisrechtschendingen in de wereld. Het beste wat we kunnen doen, is veganistisch eten en veganisme promoten, onder andere via steun voor de ontwikkeling van nieuwe diervrije alternatieven voor vlees, vis, zuivel, ei, leder, bont en wol.

Meer lezen:

Over het basisrecht:

https://stijnbruers.wordpress.com/2016/10/26/de-minimale-klachten-theorie-de-sterkste-ethische-theorie/

https://stijnbruers.wordpress.com/2016/09/20/why-there-is-only-one-basic-right-and-how-this-is-compatible-with-altruism/

Over veganisme:

https://stijnbruers.wordpress.com/2012/11/18/argumentatieschema-voor-ethisch-veganisme/

https://stijnbruers.wordpress.com/2017/10/26/one-day-vegan/

https://stijnbruers.wordpress.com/2014/04/04/born-free-and-equal-on-the-ethical-consistency-of-animal-equality/

Dit bericht werd geplaatst in Artikels, Blog en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s