Kennis van drogredenen maakt je nog geen kritisch denker

Kritisch denken is moeilijk. En het leren is misschien nog moeilijker. Er is zelfs een beetje anekdotisch bewijs dat het aanleren van drogredenen en logische denkfouten averechts kan werken. Mensen leren dan vooral de denkfouten van de tegenpartij op te sporen, waardoor ze een groter risico lopen om nog sterker te geloven in hun eigen gelijk. Ze riskeren daarbij een denkfout te maken: als een conclusie gebaseerd is op een drogreden, dan is de conclusie fout. Dus als de tegenpartij een denkfout maakt, dan is diens standpunt fout. Dit is een denkfout, want het is natuurlijk mogelijk dat een conclusie wel juist is in de zin dat er wel geldige argumenten voor zijn, maar dat iemand gewoon slechte argumenten geeft voor die juiste conclusie.

Ook intelligentie helpt niet altijd bij kritisch denken, en kan averechts werken: des te intelligenter men is, des te sneller men denkfouten van de tegenpartij kan opsporen. Het probleem is dat men niet zo snel de kennis van drogredenen toepast op de eigen standpunten en argumenten.

Het klinkt contra-intuïtief dat een sterke kennis van drogredenen ons juist meer vatbaar kan maken voor onkritisch denken. Recent kwam ik een artikel tegen van De Vrijdenker, dat naar mijn mening een heel duidelijk voorbeeld is van dit contra-intuïtieve fenomeen. Het artikel analyseert een TV-debat op De Afspraak over de vraag of het terecht is dat de controversiële documentairereeks Tegenwind de Vlaamse Ultimas Publieksprijs won. In Tegenwind komen mensen aan het woord (o.a. Sam Brokken, Mattias Desmet) die felle kritiek uitten op de coronamaatregelen van de afgelopen twee jaar. We kunnen dat debat ruw gezegd voorstellen als een strijd tussen twee kampen. Aan de ene kant zijn er de verdedigers van de wetenschappelijke visie waarop het Belgische coronabeleid is gebaseerd, vertegenwoordigd door o.a. Dirk Draulans. Volgens deze partij komen er in Tegenwind teveel uitspraken voor die indruisen tegen die wetenschappelijke visie, en daardoor beoordeeld worden als onwaarheden en desinformatie. Omwille van die desinformatie mocht Tegenwind niet de Ultimasprijs winnen. Aan de andere kant zijn er de verdedigers van Tegenwind en van de mensen die kritiek uiten op het coronabeleid, vertegenwoordigd door Rik Torfs in het debat op De Afspraak.

De positie van de auteur van het artikel – ik zal hem De Vrijdenker noemen – is duidelijk: hij staat aan de kant van Rik Torfs en de verdedigers van Tegenwind. Op het eerste zicht lijkt het alsof De Vrijdenker beslagen is in kritisch denken, door zoveel te verwijzen naar drogredenen en te verwijzen naar onder andere de podcast Kritisch Denken. Hij bespreekt wel vijftien verschillende drogredenen. Zoveel drogredenen kunnen destilleren uit een debat van slechts vijftien minuten, is bijzonder.

Maar, De Vrijdenker maakt zelf talrijke denkfouten in zijn artikel. En hij bekijkt het debat eenzijdig, door de drogredenen van Rik Torfs bijna allemaal (met een uitzondering) te negeren. De analyse van de Vrijdenker lijkt me dan ook een uitstekend voorbeeld van hoe men op een foute manier aan kritisch denken doet. Laten we eens even kijken naar de drogredenen die De Vrijdenker aanhaalt in zijn artikel (hieronder in het vet aangeduid). Hier volgen enkele citaten van De Vrijdenker, die erop wijzen dat hij diezelfde drogredeneringen maakt waarvan hij de tegenpartij beschuldigt.

  1. “Een ware oorlog”, “héél grof geschut”, “zelfs onze zesjarigen”, “maandenlang verplicht een belangrijk deel van hun expressie en eigenheid te verbergen”, “en veroordeeld om”, “leven werd platgelegd”, “kwalijk riekende coronapotje”, “Voortdurend werd de angstpropaganda aangezwengeld”. Deze woordkeuzes zijn ook vormen van appeleren aan emotie en angst.
  2. “Ik wil graag het ‘debat’ op De Afspraak nemen als illustratie van…”, “met enkele van de opmerkelijkste denkfouten op een rijtje.”, “Het is zelfs redelijk makkelijk uit te vissen dat landen en regio’s waar geen harde coronamaatregelen werden getroffen, meestal niet een veel hoger sterftecijfer hadden (geregeld integendeel).” Dit zijn voorbeelden van kersenplukken, een beschuldiging die De Vrijdenker maakt aan het adres van Dirk Draulans. De Vrijdenker doet hier zelf aan kersenplukken, want hij selecteert als kers een debat waarin men gemakkelijk de argumenten van de tegenpartij kan ontmaskeren als drogredenen. Hij selecteert in dat debat als kersen de denkfouten van de tegenpartij (bv. van Dirk Draulans en Tom Lanoye maar niet van Rik Torfs). En hij selecteert als kersen die regio’s waar coronamaatregelen minder effectief bleken, zonder te verwijzen naar de regio’s waar coronamaatregelen wel goed werkten. Dit kersenplukken is een aanwijzing van de confirmatieneiging, een denkfout waar De Vrijdenker ook even naar verwijst.
  3. “Kerkjurist en scherpe pen Rik Torfs, gepokt en gemazeld in het blootleggen van Logische Denkfouten”. Dit is een autoriteitsargument, een drogreden die meermaals wordt aangehaald door De Vrijdenker.
  4. “Maar de argumenten zijn daar over het algemeen zo zwak, zo doorzichtig en barstensvol Logische Denkfouten, dat ik daar voorlopig verder geen tijd ga aan besteden.” “Hier vinden we bij Lanoye een glashelder voorbeeld van Valse Analogie (homoseksualiteit medicaliseren = kritiek uiten op het coronabeleid).”, “Vlaamse ‘influencers’ die hun status de laatste twee jaar hard hebben verbonden met bovenstaand verhaal van de Angst”. Dit zijn argumentaties zonder enige feitelijke grond. Of eigenlijk gewoon beweringen zonder argumentatie. Er wordt bijvoorbeeld niet beargumenteerd waarom Lanoye’s analogie fout zou zijn. Ik zou zeggen dat die analogie geldig is, want de twee relevante gemeenschappelijke kenmerken van het medicaliseren van homoseksualiteit en het kritiek uiten op het coronabeleid, zijn dat ze indruisen tegen een wetenschappelijke consensus en dat ze nadelige gevolgen kunnen hebben voor kwetsbare groepen (respectievelijk homoseksuelen en mensen die ernstig ziek worden van covid). Er wordt ook geen bewijs geleverd dat die Vlaamse influencers hun status hebben verbonden met een bepaald verhaal.
  5. “een klein groepje ‘opinieleiders’”, “verliest de laatste maanden echter steeds meer terrein.”, “een klein clubje ‘influencers’”, “sijpelen de laatste tijd steeds meer andere perspectieven door”, “méér stemmen dan de rest van de top twaalf van genomineerden samen; een overdonderend succes dus.” Dit is van dezelfde snee als het appelleren aan het algemeen geloof en ‘bandwagon’. Bij bandwagon beroept men op de populariteit van een mening om de juistheid van die mening te onderbouwen. Alsof men denkt dat een mening juist is omdat die breed gedragen wordt in de samenleving. In deze citaten van De Vrijdenker gaat het om het spiegelbeeld van de bandwagon: het beroep doen op de onpopulariteit van een mening (bv. door te zeggen dat die mening aangehangen wordt door slechts een klein clubje), of op het minder populair worden van een mening (bv. door te zeggen dat die mening terrein verliest) om die mening in diskrediet te brengen.
  6. “gewichtige ambitieuze politica’s, misnoegde biologen, of vermoeide schrijvers met mening-diarree.” In het begin van zijn artikel maakt De Vrijdenker enkele ad hominems tegenover de tegenpartij in het debat (zijnde de politica Stefanie D’Hose, de bioloog Dirk Draulans en de schrijver Tom Lanoye). Voor Rik Torfs volgt daarentegen geen ad hominem, maar wel de lovende woorden ‘scherpe pen’ en ‘gepokt en gemazeld in het blootleggen van Logische Denkfouten’.
  7. “hoe een klein clubje […] het kwalijk riekende coronapotje gesloten wil houden”. Dit is duidelijk een variant van de samenzweringsdenkfout. De Vrijdenker insinueert dat de wetenschappers en verdedigers van het coronabeleid een verborgen agenda hebben, een drijfveer om iets gesloten te houden. Alsof de mensen in dat kleine clubje samenzweren om dingen geheim te houden.
  8. “In dit stukje haalt Rik Torfs een aantoonbaar Autoriteitsargument naar boven, dat meteen geridiculiseerd lijkt te worden door Draulans (Ad Hominem). Het dédain die hij hier lijkt tentoon te spreiden, lijkt ook een constante doorheen het debat.” Rik Torfs maakt een niet-naast-te-kijken autoriteitsargument, door in het debat te zeggen: “Dit zijn wel allemaal, of de meeste toch, gerenommeerde wetenschappers, dus mensen die ook aan een universiteit werken. […] die een heel grote reputatie heeft in het buitenland.” Het maken van een autoriteitsargument is geen klein bier volgens De Vrijdenker, want in zijn artikel beschuldigt hij de tegenpartij wel vier keer van het maken van dergelijk autoriteitsargument. Zelfs een verwijzing naar een journalist (Tim Verheyden) die in de media expliciete voorbeelden gaf van de desinformatie in Tegenwind, wordt door De Vrijdenker afgedaan als een autoriteitsargument. Het wordt dus duidelijk heet onder de voeten van De Vrijdenker, wanneer iemand van zijn eigen zijde zo’n grote misstap zet. Wat is dan zijn reactie? Een afleiding, een Rode Haring, door meteen te verwijzen naar de reactie van Draulans op Torfs. De woorden van Draulans, namelijk een “Bwah” en “dat is iets anders dan een gerenommeerde wetenschapper”, worden ten onrechte geïnterpreteerd als een ad hominem. Zo zouden we de woorden van De Vrijdenker ook kunnen interpreteren als een ad hominem aan Draulans, wanneer hij schrijft “Bioloog en wetenschapsjournalist Dirk Draulans brengt in het begin van het debat al zijn eigen wetenschappelijke autoriteit in (Autoriteitsargument).” Deze woorden kunnen insinueren dat Draulans geen gerenommeerde wetenschapper is. De Vrijdenker doet er nog een schep bovenop, door te spreken van het dédain van Draulans. Dat is eigenlijk een ad hominem: iemands standpunt wordt minderwaardig geacht omwille van diens communicatiestijl.

Niet alleen maakt De Vrijdenker veel van dezelfde drogredenen die hij de tegenpartij verwijt. Hij ontziet ook enkele drogredenen van de eigen partij, vertegenwoordigd door Rik Torfs (op die kleine erkenning van Torfs’ autoriteitsargument na).

  1. “Lanoye lanceert het Argument van Samenzwering, met name dat Putin misschien wel achter de coronakritiek zit. Vervolgens legt hij de Burden of Proof bij Torfs om dat eerst te moeten ontkrachten.” Maar ook Torfs plaatst de bewijslast bij zijn tegenpartij. In het debat zegt Lanoye: “dat manipulatie doelbewust kan gebeuren”, waarop Torfs letterlijk antwoordt: “Maar dat moet u eerst bewijzen.”
  2. Torfs zegt: “Er zijn ook experts die zeggen, als we vaccins hebben, dan zijn we niet meer besmettelijk.” Dit kan met hetzelfde gemak als toegepast door De Vrijdenker geïnterpreteerd worden als een non-sequitur en stroman-redenering. Men maakt een karikatuur van de tegenpartij, namelijk de experten wiens opvattingen de basis vormden van het gevoerde coronabeleid. Voordat de vaccins er kwamen, was er helemaal geen consensus bij die experten dat de vaccins zo doeltreffend gaan zijn dat ze besmettingen zullen vermijden. Het is hard zoeken naar een expert die toen echt stellig durfde te beweren dat de vaccins zo doeltreffend zullen zijn. En nadat de vaccins ontwikkeld werden, deden de experten wetenschappelijk onderzoek naar de besmettingskans door gevaccineerden. De bevinding dat ook gevaccineerden nog besmettelijk kunnen zijn, komt van diezelfde experten wiens opvattingen de basis vormden van het gevoerde coronabeleid.

Het zelf maken van denkfouten die men de tegenpartij verwijt, en het ontzien of minimaliseren van denkfouten van mensen van de eigen partij, zijn sterke aanwijzingen van onkritisch denken. Daarenboven zijn sommige beschuldigingen van denkfouten onterecht. Draulans maakte bijvoorbeeld geen ad hominem denkfout door te reageren met “bwah” op het autoriteitsargument van Torfs. En sommige van de aangehaalde drogredenen zijn eigenlijk niet echt fout: ze hebben hun geldigheid afhankelijk van de context. Bijvoorbeeld het argument van herhaling: het vaak herhalen van een bewering zegt niets over de betrouwbaarheid of het waarheidsgehalte van die bewering. Iemand die dus vaak een bewering herhaalt gaan beschuldigen van het maken van de drogreden van herhaling, is wel erg gemakkelijk. Ook het door De Vrijdenker zo verguisde autoriteitsargument is niet altijd verkeerd. Verwijzen naar een autoriteit, zoals bijvoorbeeld een consensus bij wetenschappelijke experts, is geldig, want dergelijke autoriteit correleert positief met de betrouwbaarheid of het waarheidsgehalte van de bewering. Des te sterker de wetenschappelijke consensus achter een bewering, des te groter de kans is dat die bewering juist is. Des te gerenommeerder een expert is, des te groter de kans is dat die expert juiste dingen zegt over zijn expertisedomein.

Tot slot lijkt de strategie van De Vrijdenker erin te bestaan om het eigen gelijk aan te tonen door te wijzen op denkfouten van de tegenpartij.  Deze strategie is dan gebaseerd op twee denkfouten die aangehaald worden door De Vrijdenker. Ten eerste de non sequitur. Waarom zoveel moeite doen om drogredenen van de tegenpartij te ontmaskeren? Omdat men zo probeert aan te tonen dat het standpunt van die tegenpartij fout is. De redenering lijkt te zijn: “Als een denkfout wordt gemaakt bij het onderbouwen van een standpunt, dan is dat standpunt fout. Dit argument is een denkfout, dus het standpunt is fout.” Punt is dus dat de eerste aanname in deze redenering fout is. Dan trekt men dus de foute conclusie, dat het standpunt ook fout moet zijn. Zelfs al geeft de tegenpartij niets anders dan drogredenen, dan nog kan diens standpunt wel juist zijn. Ten tweede is de strategie gebaseerd op een valse dichotomie. Waarom zoveel moeite doen om het standpunt van de tegenpartij onderuit te halen, in plaats van rechtstreeks aan te tonen dat het eigen standpunt juist is? De foute tegenstelling waarvan men vertrekt, is: ofwel zijn de belangrijkste standpunten en argumenten van de ene partij fout, ofwel die van de andere partij. Met deze aanname kan men dan argumenteren dat als de argumenten van de tegenpartij fout zijn, de argumenten en conclusies van de eigen partij wel juist moeten zijn. Kort gezegd: “Als een partij denkfouten maakt, heeft die het mis. Mijn tegenpartij maakt denkfouten, dus heeft het mis. Als de tegenpartij het mis heeft, dan heeft de andere partij, mijn partij, het juist. Dus de mijn partij heeft het juist.”

Wat kon De Vrijdenker dan wel doen op vlak van kritisch denken? Proberen de eigen standpunten onderuit te halen. Proberen drogredenen bij zichzelf op te sporen. Proberen meer kritiek te geven op de eigen argumenten dan op die van de tegenpartij. Proberen te doen alsof men zelf tot de tegenpartij behoort die op zoek gaat naar de denkfouten van de ander. En tot slot: proberen de eigen mening bij te stellen en durven van mening te veranderen.

Dat brengt me bij een laatste opmerking. Tijdens het lezen van het artikel van de Vrijdenker, wist ik nog niet wie hij was. Achteraf ontdekte ik dat hij me bekend is, onder andere als tegenstander van ggo’s. Hij was een goede tien jaar geleden trekker van het Field Liberation Movement, die directe acties uitvoerde tegen veldproeven met genetisch gemanipuleerde gewassen. In die tijd was ik ook tegenstander van ggo’s, totdat ik in 2015 daarover van mening veranderde. Sindsdien ben ik nog van meer dan twintig opvattingen sterk van mening veranderd.

Dit bericht werd geplaatst in Blog. Bookmark de permalink .

2 reacties op Kennis van drogredenen maakt je nog geen kritisch denker

  1. Wouter Thijssen zegt:

    Beste Stijn,

    De vraag die jij je als rationeel ethicus voornamelijk zou moeten stellen is:
    Waren de coronomaatregelen proportioneel, verantwoord en effectief? Wogen de baten op tegen de kosten?
    In Nederland hebben ambtenaren aangetoond dat een lockdown 520.000 keer meer levensjaren kost dan ze oplevert. In het licht daarvan is een dergelijk beleid onethisch en moreel verwerpelijk.
    Het loont de moeite om met open geest te luisteren naar het interview met Jan van der Zanden (https://www.youtube.com/watch?v=ZdIs9gP_wZA).

    groet

    Wouter

    • stijnbruers zegt:

      Proportionaliteit van maatregelen moeten we zeker onderzoeken. Die aangehaalde EZK studie over 520000 verloren levensjaren is slechts een van de vele studies over kosten-baten van coronamaatregelen. Andere studies die toen bekend werden, gaven aan dat coronamaatregelen (zoals lockdown) wel kosteneffectief zijn, maar er waren toen erg veel onzekerheden. Ik heb dat interview op Blckbx waarnaar je linkte bekeken, en heb toch wel wat vragen bij die EZK studie. Hield men bv ook rekening met minder doden door verkeersongevallen en luchtvervuiling tijdens de lockdown? En zouden ziekenhuizen niet nog meer overbelast worden als er geen lockdown was, waardoor er nog minder andere behandelingen (bv chirurgische operaties…) effectief konden doorgaan? Zouden mensen echt sneller voor preventieve controleonderzoeken naar het ziekenhuis stappen als de ziekenhuizen nog meer coronapatienten hadden omdat men geen lockdown invoerde? En zouden er wel zoveel extra levensjaren verloren gaan door mentale problemen (eenzaamheid, depressie) door lockdown, gegeven het feit dat zonder lockdown meer mensen op korte tijd ziek zouden worden en zouden sterven en er daardoor ook meer mensen angstig worden van dat virus, meer mensen extra weken bezorgd zijn om de slechter wordende gezondheidstoestand van de extra covidpatienten die ze kennen, en meer nabestaanden eenzaam worden? Zonder lockdown zijn er dus ook vele redenen te bedenken om te verwachten dat mentale problemen toenemen en er daardoor extra levensjaren verloren gaan. Dat zijn dingen die de onderzoekers van die EZK studie toen nog niet wisten, en ze konden niet voldoende garanderen dat er zonder lockdowns echt zoveel minder levensjaren verloren zouden gaan. Ze konden niet voldoende garanderen dat mensen geen extra mentale problemen krijgen door de hogere verspreiding van het virus als er geen lockdown was. Omwille van die onbetrouwbaarheid, was het redelijk voor de minister om niet teveel gewicht te geven aan die ene studie. De minister keek toen ook naar andere (buitenlandse) studies over kosten-baten, die een positiever beeld gaven over de effectiviteit van lockdowns. Achteraf kunnen we wel onderzoeken of lockdowns effectief waren, welke coronamaatregelen het effectiefst waren, en daaruit lessen trekken. Maar ten tijde van die EZK studie hadden die onderzoekers van de EZK studie te weinig kennis om stellig te zeggen dat lockdowns contraproductief zijn. Ook de critici van de lockdowns hadden toen geen goede argumenten en data om voldoende te beargumenteren dat lockdowns niet goed zijn. Als ze die argumenten en data nu wel hebben, is dat prima, om eruit te leren voor de toekomst. We mogen alvast niet vergeten dat in het begin van de pandemie er zoveel onzekerheid was, dat we in vele mogelijke werelden/scenario’s konden zitten, dat we niet wisten in dewelke we precies zaten, en dat in veel van die mogelijke werelden lockdowns wel netto-baten kenden.
      Tot slot nog opmerken dat Blckbx veel uitzendingen heeft met veel deinformatie in, dus dat is een zeer onbetrouwbaar mediakanaal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s