Blank of wit? Bedenkingen bij de politieke correctheid van woke

De woke-beweging is een deel van de links-progressieve antiracismebeweging die een sterke nadruk legt op politieke correctheid en censuur van vermeende racistische of kolonialistische woorden en gebruiken. Woke-activisten (of pejoratief ‘social justice warriors’) zijn wakker geworden of bewust geworden van het feit dat er verdoken racisme kan zitten in ons taalgebruik. Woorden zijn niet altijd onschuldig of neutraal, maar dragen soms bepaalde historische ladingen. Volgens de woke-filosofie zijn mensen die de politiek incorrecte woorden gebruiken nog niet woke en dragen die mensen door hun foutieve, politiek incorrecte woordkeuze bij aan racisme.

De vraag is of dat streven naar politieke correctheid haar doel niet mist. Een bekend voorbeeld van door woke-activisten gepropageerde politieke correctheid in de Nederlandse taal, is het gebruik van de term ‘wit’ in plaats van ‘blank’ voor de aanduiding van een persoon met een lichte huidskleur. Maar als we dieper graven, dan blijkt er weinig logica te zitten in de argumenten van woke-activisten voor de keuze van het woord ‘wit’. Die woordkeuze kan zelfs contraproductief zijn.

Om terechte kritiek te geven, moeten we eerst proberen de argumenten van woke-activisten voor het gebruik van het woord ‘wit’ zo goed mogelijk weer te geven. We moeten die argumenten zo verwoorden, dat woke-activisten denken dat het de woorden zijn van een goede woordvoerder van de woke-beweging. We moeten de woorden en argumenten dus zo sterk mogelijk maken, vooraleer we ze mogen bekritiseren. Deze aanpak staat bekend als ‘de staalman’ (‘steelmanning’, het tegendeel van de stroman drogredenering) of de door Bryan Caplan benoemde ‘ideologische Turing test’. Hier volgt een poging.

Een eerste argument: het woord ‘blanke’ is politiek incorrect (volgens woke), omdat het een racistische of neokoloniale lading draagt. Het heeft de connotatie van reinheid, onbevlektheid, zuiverheid en superioriteit, waarmee de tegenpool, het antoniem ‘zwarte’, de associatie oproept met vuil, onrein, slecht of minderwaardig. Een van de betekenissen van ‘blank’ is ‘ongekleurd’, waardoor geïnsinueerd wordt dat een blanke persoon objectief en neutraal is, namelijk ongekleurd door de eigen ervaringen. Als ‘blank’ verwijst naar ongekleurd, kan het symbolisch verwijzen naar onzichtbaar, en dan kunnen blanke racisten het woord ‘blanke’ gebruiken om hun machtspositie onzichtbaar te maken.

Na deze poging tot staalman-formulering van het woke-argument, volgt de kritiek. Wat vreemd is aan het argument, is dat het voorgestelde politiek correcte woord ‘wit’ eigenlijk dezelfde betekenis en lading kan dragen als ‘blank’. Wit kan evengoed reinheid en zuiverheid betekenen. Als ‘zwart’ de connotatie ‘slecht’ heeft, dan heeft ‘wit’ de connotatie ‘goed’. Als iemand met een blanke huidskleur niet neutraal en objectief kan zijn omdat het hebben van een blanke huidskleur diens ervaringen kan beïnvloeden, dan geldt hetzelfde voor iemand met een witte huidskleur.

Nog vreemder: woke-activisten duiden ‘zwarten’ en andere niet-blanken graag aan als ‘gekleurde mensen’ (in het Engels: ‘people of color’ of PoC). Daarmee geven ze zelf nog eens expliciet de boodschap mee dat wit ongekleurd is. Het is inconsistent, want ze zeggen dat zwart gekleurd is en dat wit het tegendeel is van zwart. Daaruit volgt logischerwijs dat wit niet gekleurd is. Maar ze waren tegen het gebruik van de term ‘blank’ omdat dat verwees naar kleurloosheid. Woke-activisten maken het best verwarrend, want strikt genomen is zwart ongekleurd. Zwart is namelijk geen kleur, want kleuren komen precies overeen met frequenties van lichtstralen en bij zwart zijn er geen lichtstralen en dus geen frequenties. Wit is wel een kleur, namelijk de mengeling van de kleuren van de regenboog, waarvan de frequenties gekend zijn. Wit heeft alle kleuren van de regenboog, zwart geen enkele. In die zin is wit het volledige tegendeel van zwart: wit heeft alle kleuren. Wit is daarom dus ook niet de huidskleur van een blanke. De huid van een blanke straalt licht uit met andere frequenties dan bijvoorbeeld sneeuw. Een naakte blanke persoon kan zichzelf niet perfect camoufleren in de sneeuw. Om te verwijzen naar de huidskleur van een blanke, is het woord ‘blank’ beter dan ‘wit’, want wit heeft de betekenis van de kleur van sneeuw en ‘blank’ heeft de betekenis van de huidskleur van een blanke (of accurater: van een persoon wiens voorouders duizend jaar geleden allemaal in Europa woonden).

Een tweede staalman argument: het woord ‘blanke’ draagt (volgens woke-activisten) een racistische betekenis omwille van het koloniale verleden. Blanke kolonisten noemden zichzelf blanken. Daarmee wordt ‘blank’ geassocieerd met het superieure ras. ‘Wit’ heeft niet die koloniale connotatie.

Wat daarbij vreemd is, is dat het woord wit in het verleden ook gebruikt werd als synoniem voor blank. In het Engels is dat heel duidelijk: ‘wit’ is hetzelfde als het Engelse ‘white’, en Engelse kolonisten noemden zichzelf ‘white’. Huidige Engelstalige blanke racisten noemen zichzelf ‘white supremacists’ en noemen hun beweging ‘white power’. Misschien heeft het Nederlandse ‘wit’ toch niet dezelfde betekenis als het Engelse ‘white’? Dat is dan wel verwarrend. En stel nu dat geschiedkundigen ontdekken dat een aantal Nederlandstalige kolonisten in het verleden zichzelf als ‘wit’ aanduidden. Zou dan door die bevinding plots het woord ‘wit’ een andere betekenis krijgen en politiek incorrect worden volgens woke? Moeten woke-activisten dan plots op zoek gaan naar een nieuw woord? Waren ze te snel en roekeloos met het propageren van het woord ‘wit’?  

Als het woord ‘blank’ ongepast is omwille van het koloniale verleden, omdat dat woord gebruikt werd door racistische kolonisten en daardoor een betekenis van superioriteit kreeg, dan geldt hetzelfde voor het woord ‘kolonie’. Kolonisten noemden zichzelf kolonisten, en noemden hun kolonies kolonies. Slachtoffers van kolonialisme hebben negatieve associaties met het woord ‘kolonie’. Dus moeten woke-activisten dan op zoek naar politiek correcte woorden voor ‘kolonie’ en ‘kolonialisme’?

Bij politieke correctheid zie je een continue wedloop van nieuwe termen. Van ‘neger’ naar ‘zwarte’ naar ‘zwarte persoon’ naar ‘mens met een donkere huidskleur”. Van ‘kleurling’ naar ‘persoon van kleur’. Van ‘kreupel’ naar ‘invalide’ naar ‘gehandicapte’ naar ‘persoon met een fysieke beperking’. Van ‘vreemdeling’ naar ‘buitenlander’ naar ‘allochtoon’ naar ‘persoon met een migratieachtergrond’. Dit staat bekend als de eufemisme-tredmolen of de inflatie van woorden. Nieuwe woorden gaan de negatieve connotaties van de oude woorden overnemen, waardoor er weer nieuwe politiek correcte woorden nodig zijn.

Er schuilt een gevaar achter die wedloop van nieuwe politiek correcte termen. Politiek correcte woorden kunnen namelijk gebruikt worden als social signaling, waarbij mensen aan andere leden van hun groep willen tonen dat ze tot de groep behoren.[1] Het is zoals bij modetrends, waarbij mensen de nieuwste mode volgen om aan anderen van hun sociale groep te tonen dat ze mee zijn. Mode heeft een signaalfunctie, namelijk de boodschap: “Ik ben mee”. Zo ook zijn nieuwe politiek correcte woorden een modeverschijnsel en vertonen ze een modegedrag. Diegenen die nog het woord ‘blanke’ gebruiken, zijn volgens woke-activisten nog niet woke, ze zijn nog niet mee met de nieuwste modetrend.

De hypothese dat politieke correctheid een vorm van social signaling kan zijn, kunnen we testen door voorspellingen van die hypothese na te gaan. Een voorspelling van de social signaling hypothese is dat het signaal kostelijk moet zijn. Want als het signaal om tot de sociale groep te behoren moeilijker te geven is, en je geeft het signaal, dan is dat een sterker bewijs dat je echt tot de groep behoort of wil behoren. Daarom is nieuwe modekleding vaak duurder en onpraktischer (lastiger te dragen, moeilijker te wassen). Als je de moeite neemt om onpraktischere kledij te dragen, en de hogere kostprijs ervoor over hebt, dan toon je echt wel dat je mee bent met je groepsgenoten, dat je tot je geprefereerde sociale groep behoort. Het wachtwoord om binnen te mogen, mag niet te simpel zijn.

Als politieke correctheid een vorm van signaling is, dan voorspellen we een toename van kost. En ja, wat opvalt, is dat de nieuwe politiek correctere termen kostelijker zijn, in de zin dat ze bijvoorbeeld vaak langer zijn. Een journalist die een artikel moet schrijven met een beperkt aantal letters en woorden, zal vloeken bij het politiek correcte ‘persoon met een migratieachtergrond’ (35 tekens) in plaats van ‘allochtoon’ (10 tekens). Als je in gesprekken met je vrienden telkens de moeite toont om de moeilijker uit te spreken termen te gebruiken, toon je dat je echt wel begaan bent met antiracisme.

Misschien is het tijd voor de genadeslag. Als woke-activisten toch niet verlegen zitten om lange termen, dan kunnen ze beter de stap van het politiek incorrecte ‘blanke’ naar het weldra politiek incorrecte ‘witte’ overslaan en meteen naar de eindhalte springen, met de ultieme politiek correcte term ‘huidpigmentarmere persoon’ (of iets moeilijker: ‘melanineschaarsere persoon’). Dat woke-activisten na vele jaren nog steeds niet deze stap hebben gezet, maakt de woke-argumenten verdacht. De term ‘huidpigmentarmere persoon’ heeft namelijk veel voordelen ten opzichte van ‘witte mens’.

Ten eerste verwijst het hier heel duidelijk naar waar het om gaat: huidskleur, door de verwijzing naar huidpigment. Huidpigment heeft een neutrale betekenis. ‘Huidpigmentarmer’ roept geen associaties op met reinheid of zuiverheid, wat niet kan gezegd worden van het woord ‘wit’.

Ten tweede hebben blanke personen minder huidpigment (melanine), dus zijn ze armer aan huidpigment. Zwarten zijn dus rijker aan huidpigment, en dat woordje ‘rijker’ roept positieve associaties op. Rijkdom wordt geassocieerd met hogere status. ‘Huidpigmentarmer’ kan daarom niet misbruikt worden om superioriteit ten opzichte van huidpigmentrijker weer te geven. Huidpigmentrijkere personen kunnen klagen tegen hun aanduiding als zwarten, omdat zwart een negatieve connotatie heeft. En ze kunnen klagen tegen hun aanduiding als persoon van kleur, omdat wit of blank ook een kleur is. Maar ze kunnen niet klagen tegen hun aanduiding als huidpigmentrijkere persoon, behalve dat het een nogal lange term is.

Ten derde, en dit is belangrijk: de woorden ‘huidpigmentrijker’ en ‘huidpigmentarmer’ laten gradaties of nuance toe. Het politiek correcte woke gebruik van ‘wit’ en ‘zwart’ getuigt van een ongenuanceerd zwart-wit denken. Dat zwart-wit denken kan polariserend werken, alsof zwarte personen en witte personen twee scherp af te bakenen groepen zijn. Die polarisering of verdeeldheid zou een ‘wij-versus-zij’ mentaliteit kunnen versterken. Woke-activisten bestendigen met hun ongenuanceerde termen ‘wit’ en ‘zwart’ het idee dat er geen overlap is tussen sociale groepen. Ze bestendigen daarmee het eigen-groep denken, alsof de eigen groep duidelijk af te bakenen is van de andere groep. In werkelijkheid zijn er wittere (of beter lichtere) en zwartere (of beter donkerdere) mensen, met alle gradaties ertussen. In plaats van ‘witte’, kunnen woke-activisten beter ‘lichtere’ gebruiken, en nog beter ‘huidpigmentarmere’.

De politiek correcte woke voorkeur voor ‘wit’ boven ‘blank’ is irrationeel, in de zin dat het op drie vlakken contraproductief kan werken. Het eerste vlak sluit aan bij de vermelde hypothese van social signaling. Woke-antiracisten kunnen aan de hand van iemands woordkeuze bepalen wie er tot de eigen groep van woke-antiracisten behoort. Diegenen die ‘wit’ gebruiken, zijn voldoende woke, diegenen die ‘blank’ gebruiken, zijn nog niet mee. Maar wat met diegenen die een hekel hebben aan politiek correcte taalspelletjes met inflatie van woorden? Wat met diegenen die de argumenten voor het gebruik van het woord ‘wit’ te zwak vinden en een voorkeur hebben voor gangbare woorden? Wat met diegenen die daarom weigeren het woord ‘wit’ te gebruiken en blijven klampen aan het gangbare woord ‘blank’? Die mensen zijn racisten in de ogen van veel woke-mensen. Zo dreigen mensen die ‘blank’ blijven zeggen uitgesloten te worden van de woke-gemeenschap, en nog breder van de antiracismegemeenschap. En dat kan averechts werken. Dat is niet bevorderlijk voor de strijd tegen racisme. Het zaait verdeeldheid in eigen rangen.

Op het tweede vlak is de keuze van de term ‘wit’ contraproductief in de zin dat het nog steeds een tweedeling creëert tussen witten en zwarten. Daardoor kunnen witte mensen ten onrechte beschuldigd worden van racisme. Het is alsof er twee groepen zijn, en de leden van de groep van ‘witten’ zijn allemaal schuldig aan racisme of neokolonialisme. Woke-activisten kunnen ‘de witte mens’ als pejoratief gaan gebruiken en daarmee mensen met een lichtere huidskleur gaan beschuldigen. Witte mensen worden dan sneller verdacht van het hebben van privileges en worden daardoor sneller gewantrouwd, zelfs al zijn die mensen antiracisten.

Een derde reden van contraproductiviteit, is simpelweg dat de discussie over de woorden ‘wit’ versus ‘blank’ ons afleidt van belangrijkere zaken, van echte problemen van racisme. En je zou ook kunnen zeggen dat een slechte onderbouwing van antiracistische voorstellen extreemrechts racisme in de hand kan werken. Als antiracisten slechte argumenten geven voor hun standpunten, dan maken ze het extreemrechtse racisten gemakkelijker om antiracisme te bekritiseren.

Wat kunnen antiracistische woke-activisten dan beter doen? Ze kunnen in de eerste plaats tolerant zijn tegenover antiracisten die het woord ‘blanke’ blijven gebruiken, en die tolerantie uiten door zelf ook vaker ‘blanke’ te gebruiken. Ofwel kunnen ze overschakelen op de term ‘huispigmentarmere’, maar daarmee blijven ze wel in die wedloop van politieke correctheid waar veel antiracisten een hekel aan hebben.

Ook belangrijk is dat ze aandacht blijven besteden aan de invloed van woordkeuze op ons denken. Woke-activisten hebben gelijk dat sommige woorden niet neutraal zijn. Woorden kunnen subtiele onderliggende betekenissen hebben. Het woord ‘blanke’ is niet problematisch, maar de term ‘de blanke’ is dat wel. Bij ‘de blanke’ wordt de indruk gewekt dat alle blanken behoren tot een homogene groep. Alsof alle en alleen blanken iets met elkaar gemeen hebben. Alsof alle en alleen blanken bijvoorbeeld geprivilegieerd zijn en daarom te wantrouwen zijn. De groep van blanken wordt namelijk aangeduid met een woord in het enkelvoud. Het gebruik van ‘wit’ in plaats van ‘blank’ zal dit probleem niet verhelpen. Integendeel, sommige woke-activisten spreken expliciet van ‘de witte mens’, waarbij ze de groep van witten homogeniseren.

Dat ‘de blanke’ problematisch is, valt eenvoudig in te zien door die term te vergelijken met bijvoorbeeld ‘de zwarte’ of ‘de Afrikaan’. Iemand die zegt: ‘De zwarte is…’, maakt al snel een racistische uitspraak. En wie is ‘de zwarte’? Die bestaat eigenlijk niet. Er bestaan wel zwarte individuen, maar van niemand kunnen we zeggen: ‘Deze persoon is de zwarte.” Net zoals ‘de zwarte’ niet bestaat, zo bestaat ‘de witte’ niet. Er zijn wel veel huidpigmentarmere mensen, maar die groep kan je niet aanduiden met een enkelvoud. Het gebruik van een enkelvoud om een groep van diverse mensen aan te duiden, wijst op een essentialistisch denken, alsof alle en alleen individuen van die groep een bepaalde essentie hebben. Dat is een soort van homogenisering of stereotypering van een groep van diverse mensen. In dit geval doet het bijvoorbeeld uitschijnen dat alle en alleen witte mensen racisten, neokolonialisten of geprivilegieerden zijn, en dat is niet het geval.

Dat essentialistisch denken ligt aan de grondslag van vele vormen van discriminatie. Niet enkel van racisme, maar ook van bijvoorbeeld seksisme en speciesisme. Een seksist durft al snel te zeggen: ‘De man is…”. En een speciesist die discrimineert op basis van soort, hoor je vaak spreken over ‘de mens’. Dan hoor je bijvoorbeeld: “De mens is de enige soort die moreel kan nadenken en daarom de enige soort die rechten krijgt.” Deze uitspraak is filosofische nonsens. Een soort is namelijk net zoals een groep een abstracte verzameling van individuen, en zo’n verzameling kan niet denken. De meeste mensen kunnen wel moreel denken, maar er zijn ook mensen die dat niet kunnen. Aangezien mensen primaten zijn, en het aantal primaten die moreel kunnen denken groter is dan het aantal primaten die dat niet kunnen, kunnen we evengoed zeggen: “De primaat is de enige biologische orde die moreel kan denken en daarom de enige orde die rechten krijgt.” Of we kunnen kijken naar de infraorde van smalneusapen en dan hetzelfde zeggen van smalneusapen. Ja, jij en ik, wij zijn smalneusapen en wij kunnen moreel denken. Dus wie moeten we nu rechten geven: enkel de mensen, enkel de primaten, of enkel de smalneusapen? Mensen kunnen we niet beschrijven aan de hand van een verborgen essentie, net zoals we dat niet kunnen voor primaten of smalneusapen. Er is geen verborgen eigenschap die alle en alleen mensen hebben, net zoals er zo geen essentiële eigenschap is voor alle en alleen primaten. Dan wordt de keuze voor de mensen willekeurig. En zo ook wordt de keuze voor ‘de witte mens’ willekeurig. Dergelijke willekeur, gebaseerd op een foutief essentialistisch denken, is gevaarlijk, want het gaat al snel gepaard met discriminatie zoals speciesisme of racisme.


[1] Simler, K., & Hanson, R. (2017). The elephant in the brain: Hidden motives in everyday life. Oxford University Press.

Dit bericht werd geplaatst in Artikels en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Blank of wit? Bedenkingen bij de politieke correctheid van woke

  1. Rob Visser zegt:

    Wat fijn dat dit vraagstuk is uitgezocht. Ik had zelf ook geen goed gevoel over het vervangen van ‘blank’ door ‘wit’. Ik schreef daarover het blog Voorbij de akelige witte (on)schuld https://robservaties.blogspot.com/2016/12/voorbij-de-akelige-witte-onschuld.html Er staat een andere mening over de vraag of wit een kleur is, dat lijkt me niet de hoofdlijn. Het gaat eerder om de verstikkende politieke correctheid die actievoerders ertoe dwingt om volstrekt normale woorden respectloos te verklaren en te vervangen door woorden die later ook weer in de ban worden gedaan omdat ze respectloos zouden kunnen zijn. Dit is ook gebeurd met bijvoorbeeld werkster en gehandicapte. Omdat het lijkt te gaan om een herhalend patroon bedacht taalkundige Frank Jansen hiervoor de term eufemismecarrousel.

    • stijnbruers zegt:

      merci voor je reactie, Rob. Heb je artikel gelezen, en wil graag deze treffende quote van je hier plaatsen: “Over het woord wit. Ik meen dat dit tot nu toe blank werd genoemd. Mijn huid is eigenlijk roze. Nou is wit een rekbaar begrip: witte druiven zijn lichtgroen en wit hout is gewoon vurenhout – dus een witte huid hoeft niet te behoren aan iemand die bleek is weggetrokken. Volgens Willem Wever is wit geen kleur, maar laten we dat terzijde leggen. Symbolisch is wit de synergie van alle andere kleuren, daarom is het een bijzondere kleur. Omdat synergie, diversiteit en gelijkwaardigheid veel met elkaar gemeen hebben, lijkt het me niet handig om de benaming blank te vervangen door wit. Het zou kunnen suggereren dat wit de waarde van diversiteit beter kent en daaraan meer bijdraagt dan andere kleuren.”

      • Rob Visser zegt:

        Dank voor je reactie, Stijn. Wat leuk dat je een citaat wilt gebruiken. Als ik de passage herlees merk ik dat het nog iets duidelijker kan, dus ik heb de tekst iets aangepast. Daarom svp de nieuwe versie gebruiken.

  2. Rob Visser zegt:

    PS:: in deze uitzending van Nieuw Zeer speelt Ilse Warringa een kunstenares die beweert dat de standbeelden van Rembrandt, de Dokwerker (verzetsmonument) en zelfs Anne Frank onvoldoende woke zijn. https://www.npo3.nl/nieuw-zeer/26-06-2022/VPWON_1339785

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s